Geen vliegvakantie naar de zon, maar met een bepakte fiets de natuur in. In de jaren dertig trekken duizenden Nederlandse jongeren eropuit voor een nieuw soort avontuur: overnachten in een jeugdherberg, zonder ouders en voor weinig geld. Luxe is er nauwelijks – een strozak dient als matras en koken doe je zelf – maar juist die eenvoud spreekt aan. De jeugdherberg groeit razendsnel uit tot een symbool van vrijheid, kameraadschap en onafhankelijkheid. Niet iedereen is daar blij mee. Vooral katholieke kranten slaan alarm.

Eerste jeugdherberg van Nederland

‘Het nieuwste – sinds enkele jaren – in ons land, is de trekkers- en trekstersbeweging,’ schrijft de Volkskrant in 1933. ‘(…) met tweeën, drieën, soms met heele clubs tegelijk, jongens, meisjes of jongens én meisjes.’

De Nederlandse trekkersbeweging krijgt vorm in 1928, als de allereerste Nederlandse jeugdherberg zijn deuren opent in de buurt van Soest: De Dotter. Het concept slaat direct aan. Een jaar later zijn er al twaalf jeugdherbergen in ons land en in 1934 kan de Nederlandse jeugd kiezen uit maar liefst zeventig verschillende jeugdherbergen.

Het concept is uit Duitsland komen overwaaien. Daar zag in 1912 de eerste jeugdherberg ooit het levenslicht. Sommige Nederlanders hadden bij de oosterburen al even geproefd van de vrijheid en mogelijkheden die zo’n jeugdherberg bood, zoals deze briefschrijver, die in 1928 over zijn ervaringen in Duitsland schrijft aan Het Vaderland.

‘De jeugd leert vele menschen kennen, leert ze waarderen, krijgt bijgevolg een ruimeren blik op het politiek- en maatschappelijk leven van de vele zóó verschillende menschen die tot één staat behoren.’

Reizen zonder ouders – en zonder toezicht

Voor veel jongeren betekent de jeugdherberg iets totaal nieuws: zelfstandig reizen, slapen tussen onbekenden en onderweg mensen ontmoeten buiten de eigen sociale kring.

twee jongens schudden elkaar de hand voor een fietsvakantie
Spaarnestad Photo / Rechtenvrij / Nationaal Archief
Een jongen, met zijn fiets bepakt en klaar voor zijn fietsvakantie, neemt afscheid van een vriend, Nederland 1930-1940.

Overdag fietsen ze door bossen, heidevelden en langs dorpen; ’s avonds slapen ze in eenvoudige slaapzalen onder toezicht van een herbergvader of -moeder. Die vrijheid maakt de jeugdherberg populair, maar roept ook weerstand op.

Katholieke kranten slaan alarm

Niet iedereen ziet de nieuw verworven vrijheden en contacten van de jeugd immers als een positieve ontwikkeling. In de katholieke bladen wordt met klem gewaarschuwd voor de jeugdherberg en de ‘romantische en vrije sfeer van het avontuurlijke buitenleven’, aldus De Tijd (1929).

Waar het socialistische dagblad Het Volk (1932) een vakantie met ‘vrije, ongedwongen en jonge mensen’ een ‘intens en natuurlijk genot’ noemt, schrijft De Tijd in 1929 juist hoe gevaarlijk het is als jongeren van verschillende achtergronden bij elkaar komen. Zij voelen zich niet langer ‘gebonden aan traditie en gezag van het eigen milieu’, maar bevinden zich in een nieuwe omgeving, en dat kan alleen maar ellende opleveren.

kaart van nederland met daarop hostellocaties
Het Volk, 1932 / Delpher / Publiek Domein
Een kaart van Nederland, met daarop de verschillende locaties van de jeugdherbergen (1932).

De katholieke krant Het Centrum doet er nog een schepje bovenop. Zij schrijven in 1929 dat er maar één verleider of zwak moment nodig is om de trekker met een ‘verschroeide ziel’ thuis te laten komen. ‘Hij vervloekt die vacantie, omdat ze hem beroofde van ’t kostbaarste: z’n onschuld en misschien z’n klooster- en priesterroeping!’

Politiek op de slaapzaal

Dat er inderdaad jongeren met verschillende achtergronden gebruikmaken van de jeugdherberg, blijkt uit een ingezonden stuk in De Nederlander (1932), een christelijk dagblad met protestantse inslag.

De schrijver zegt dat er leden van de socialistische jeugdbeweging op de jeugdherbergen afkomen, maar berispt lezers die vinden dat zij geweerd moeten worden. ‘Ja, er zijn nu eenmaal menschen die er een andere mening op nahouden als wij!’

Wel wijst hij erop dat er – net als in Duitsland – een verbod zou moeten komen op trekkers die politiek gekleurde wimpels en speldjes meenemen. Die opmerking is interessant, gezien de machtsovername van Adolf Hitler in 1933, nog geen jaar na zijn schrijven.

hitlerjugend in de jeugdherberg
Publiek Domein
De Duitse jeugdherbergen kregen na de machtsovername van Hitler een heel ander karakter.

Onder Hitlers bewind verliezen de Duitse jeugdherbergen hun kosmopolitische karakter: ze worden ingezet als locatie voor de Hitlerjügend. Ook krijgen Duitse Joden en marxisten al in 1933 geen trekkerskaart meer, en dus geen toegang tot de jeugdherberg.

Het Volk citeert in juli 1933 een paar reizende Nederlandse meisjes, die vertellen dat in iedere jeugdherberg waar ze geweest zijn, een portret van de nazileider en een hakenkruis hangen. Ook is ‘heil Hitler’ een gebruikelijke begroeting geworden, in plaats van het gebruikelijke ‘heil’.

Oorlog en verval

De Tweede Wereldoorlog heeft een groot effect op de jeugdherberg, niet alleen in Duitsland. Overal in Europa worden herbergen gebruikt voor munitieopslag, raken ze in verval of sluiten ze om andere redenen noodgedwongen hun deuren. Aan het einde van de oorlog kent Nederland nog maar negen jeugdherbergen.

Leestip: Hoe backpackende jongeren Europa moesten verenigen na de oorlog – met hulp van de CIA

Het nationale karakter van de herberg, waar bijna uitsluitend Nederlandse jongeren uit alle hoeken van de samenleving samenkomen, is na de oorlog verdwenen. Toch valt het doek niet volledig. Vervallen jeugdherbergen worden opgeknapt en ontwikkelen zich – mede dankzij een financiële injectie van de Amerikaanse overheid – tot een broedplaats van internationale vriendschap.

groep fietsers met tent achterop
Spaarnestad Photo / Rechtenvrij / Nationaal Archief
De fietsvakantie bleef ook na de jaren dertig onverminderd in trek. Deze groep fietsers heeft een tent achterop de fiets gebonden, juli 1959.

Het trekken met de fiets blijft ook mateloos populair in Nederland. Tot diep in de jaren zeventig staan de kranten vol met tips en aanmoedigingen om de auto te laten staan en met de fiets op vakantie te gaan, zelfs met het hele gezin. Of zoals de Friese Koerier in 1961 schreef: ‘U kunt de hars ruiken, de vogels horen en het koeltje voelen, iets wat voor de automan nooit zal zijn weggelegd.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!