Geschiedenis en Cultuur

Speurhonden vinden de plek waar Amelia Earhart kan zijn gestorven

Forensische speurhonden hebben op een afgelegen eilandje in de Stille Oceaan gezocht naar sporen van de verdwenen luchtvaartpioniere. En ze hebben iets gevonden. donderdag, 9 november 2017

Door Rachel Hartigan Shea

Vier speurhonden die menselijke resten kunnen opsporen en die onlangs naar een afgelegen eilandje in de Stille Oceaan werden gebracht om er te zoeken naar sporen van Amelia Earhart, hebben de plek gelokaliseerd waar de verdwenen pilote tachtig jaar geleden kan zijn omgekomen.

De honden – vier bordercollies genaamd Marcy, Piper, Kayle en Berkeley – arriveerden op 30 juni op het eilandje Nikumaroro, als onderdeel van een expeditie van The International Group for Historic Aircraft Recovery (TIGHAR) en de National Geographic Society.

Onderzoekers van TIGHAR hadden het eilandje al eerder bezocht en hun zoektocht toen geconcentreerd op een open plek in de jungle die vanwege zijn vorm ‘Vindplaats Zeven’ wordt genoemd. In 1940 bezocht een Britse functionaris deze plek en berichtte dat hij menselijke beenderen onder een tournefortia-boom had aangetroffen.

In 2001 vonden de onderzoekers de plek waar de boom volgens hen moet hebben gestaan, waarna opgravingen ter plekke de sporen van de aanwezigheid van een Amerikaanse ‘schipbreukeling’ opleverden, waaronder resten van meerdere kampvuren en voorwerpen die in de VS waren gefabriceerd, zoals een zakmes, een poederdoosje, het lipje van een ritssluiting en glazen potjes.

Earhart en haar navigator Fred Noonan verdwenen op 2 juli 1937 op hun vlucht naar Howland Island – 350 zeemijlen (648 kilometer) ten noordoosten van Nikumaroro, op de positielijn die Earhart in haar laatste radiobericht had aangegeven.

Volgens de TIGHAR-onderzoekers moeten de vliegers tijdens laagtij op het koraalrif van Nikumaroro zijn geland toen ze Howland Island niet konden vinden. In andere hypotheses wordt ervan uitgegaan dat Earharts vliegtuig in zee is gestort en gezonken of dat het duo op de Marshall Islands of Saipan in handen van de Japanners is gevallen.

In een nieuwe documentaire van het tv-kanaal History duikt opnieuw de foto op waarop Earhart en Noonan enkele jaren na hun verdwijning op de Marshall Islands te zien zouden zijn. Maar recentelijk bleek dat de foto al jaren voor hun verdwijning genomen was.

“Buitengewone beweringen moeten berusten op buitengewoon bewijs, zoals een stuk bot of DNA” zei Andrew McKenna, die aan meerdere TIGHAR-expedities naar Nikumaroro heeft deelgenomen. In de hoop zulk bewijs te vinden werden de forensische speurhonden naar het koraaleilandje gebracht.

Al meteen nadat het hondenteam op de vindplaats aan het werk was, ging Berkeley, een reu met een weelderige rode vacht, op de plek onder de tournefortia liggen en keek zijn begeleider, Lynne Angeloro, aan. Daarmee waarschuwde de hond Angeloro dat hij de geur van menselijke resten had opgevangen.

Daarna was het de beurt aan Kayle, een pluizige en enthousiaste teef. Ook zij sloeg op dezelfde plek aan. De volgende dag werden Marcy en Piper, twee zwart-witte collies, naar de vindplaats gebracht. Beide sloegen aan.

De signalen waren duidelijk: iemand – misschien Earhart of haar navigator Fred Noonan – was onder deze boom gestorven.

Maar de vondst door de honden – die de vervluchtigde geur van menselijke beenderen kunnen opvangen lang nadat de botten zelf zijn vergaan – was nog geen garantie dat de archeologen van de expeditie enig zichtbaar bewijs zouden vinden van de persoon die onder de boom was overleden.

De opgraving begon op 2 juli – op de tachtigste verjaardag van Earharts verdwijning. Gepland was dat de expeditie op 6 juli weer van het eilandje zou vertrekken. Maar op de een-na-laatste dag had het team nog steeds geen botten gevonden. Tom King, hoofdarcheoloog van TIGHAR, begon aan alternatieve plannen te denken: bodemmonsters van de vindplaats naar een laboratorium sturen dat in staat was DNA te isoleren.

Fred Hiebert, gastarcheoloog bij National Geographic, wees erop dat men erin is geslaagd DNA van Neanderthalers te isoleren in bodemmonsters uit een Franse grot. Maar hij gaf toe dat de kans erg klein was dat ze in een tropisch milieu als dat van Nikumaroro DNA zouden aantreffen.

“We deden al iets heel moeilijks door de forensische honden naar dit eilandje te brengen,” zei Hiebert, “en met dit DNA-onderzoek doen we iets nóg moeilijkers.”

Kings andere alternatief was het checken van een ‘vreemd verhaal’, zoals hij het verwoordde, namelijk dat de botten die in 1940 waren gevonden, op een of andere manier terecht waren gekomen op een postkantoor in Tarawa, de hoofdstad van Kiribati.

Op hun laatste dag op Nikumaroro zetten archeologe Dawn Johnson en arts Kim Zimmerman mondmaskertjes op, trokken hun handschoenen aan en vulden vijf afsluitbare zakjes met aarde van de plek rond de boom, bestemd voor een DNA-laboratorium in Duitsland.

Misschien zullen de wetenschappers aldaar in de komende weken kunnen vaststellen dat Amelia Earhart inderdaad op het onbewoonde eilandje is gestorven.

Maar terwijl hun schip langzaam van Nikumaroro wegvoer, smeedden de onderzoekers al plannen om een team naar Tarawa te sturen. Misschien dat de botten van Amelia Earhart daar al die tijd hebben gelegen. Of misschien ook niet.

“Zo gaat dat in ons werk,” zei King. “We krijgen veelbelovende aanwijzingen, we speuren ze na en dan krijgen we de kous op de kop.”

Maar dat weerhoudt hem – en velen met hem – er niet van de zoektocht voort te zetten.

Updates over de expeditie kunt u lezen op Facebook, Twitter of onze speciale pagina over de zoektocht, “In Search of Amelia Earhart.”