Geschiedenis en Cultuur

Laatste slavenschip naar VS toch niet gevonden

In 1860 staken slavenhandelaars het schip in brand om hun misdaad te verhullen, maar een veelbelovend wrak dat onlangs werd gevonden, blijkt niet de Clotilda te zijn.vrijdag 26 januari 2018

Door Sarah Gibbens
Deze luchtfoto werd op 2 januari 2018 genomen in Mobile County, Alabama, en toont mogelijk de resten van de Clotilda, voor zover bekend het laatste slavenschip dat met ontvoerde West-Afrikanen in de VS arriveerde.

Lang nadat de VS de internationale slavenhandel hadden verboden (52 jaar na dato, om precies te zijn), schepte plantagehouder Timothy Meaher op over het feit dat hij een schip vol slaven het land in zou smokkelen.

Uit historische bronnen blijkt dat Meaher zijn plan samen met scheepskapitein William Foster smeedde en dat het schip, de Clotilda, op 7 juli 1860 met 103 slaven aan boord de Baai van Mobile binnenvoer. Het zou de laatste keer zijn dat een slavenschip in de VS aankwam.

Om hun misdaad te verhullen stak de bemanning de Clotilda in brand nadat de menselijke lading was ontscheept.

Ruim een eeuw lang bleef de locatie van het wrak een raadsel. Maar na speurwerk van AL.com, een nieuwsportaal uit Alabama, en voorlopig onderzoek door archeologen meenden experts het wrak in januari 2018 te hebben gevonden. Maar nader onderzoek heeft nu uitgewezen dat het niet om de Clotilda gaat.

Zoeken naar de Clotilda

Toen de oostkust van de VS eerder deze winter werd getroffen door een ‘bomcycloon’, maakten veel mensen zich zorgen over overstromingen en ongekende vrieskou.

In de delta van de rivieren de Mobile en de Tensaw, een paar kilometer ten noorden van Mobile in Alabama, daalde het kwik als gevolg van de storm tot vier graden onder nul – koud voor deze regio – terwijl de lage getijden in januari door de harde wind nog lager werden. Verslaggever Ben Raines van AL.com wist dat dit een perfecte gelegenheid was om naar het wrak te zoeken.

Als onderzoeksjournalist en hobbykapitein kende Raines de delta op z’n duimpje, en in een telefoongesprek vertelt hij me meteen hoe groot de biodiversiteit in dit gebied is. Raines was al sinds oktober op zoek naar de Clotilda, en een plaatselijke bewoner wiens familie al sinds de late negentiende eeuw in de streek woont, gaf hem aanwijzingen over de mogelijke locatie van het wrak.

“Ik was er absoluut naar op zoek,” zei Raines.

En mogelijk met succes: op Nieuwjaarsdag zag Raines resten van een schip uit het fijne slib van het moeras steken.

“Het leek op de ruggengraat van een dinosauriër, met aan één uiteinde een grote bult,” aldus Raines. De stuurboordzijde van het schip was door het laagtij bijna geheel zichtbaar geworden. De bakboordzijde lag nog bijna volledig onder de modder verborgen. De vrijetijdskapitein wist meteen dat hij een historisch wrak had gevonden en hij had het sterke vermoeden dat het om de Clotilda ging.

Nadat hij zijn vondst aan archeologen van de University of South Alabama had gemeld, werd hij in contact gebracht met twee experts in onderwaterarcheologie van de University of West Florida: Gregory Cook en John Bratten.

Raines toonde de archeologen de foto’s en video’s die hij van de vindplaats had genomen en op 14 januari waren Cook en Bratten in de delta van de Mobile en Tensaw gearriveerd.

Historische aanwijzingen

“We konden duidelijk zien dat het wrak de kenmerkende onderdelen van een houten zeilschip had en we zagen ook de stomp van een mast,” zei Cook.

Door de resten ter plekke te bekijken konden ze vaststellen dat het schip een bouwwijze had die overeenkwam met die van de Clotilda, een schoener uit het midden van de negentiende eeuw. Op delen van de dekplanken zijn brandsporen gevonden waarvan de locatie aansluit op het dagboekverslag van kapitein Foster.

“We kunnen nog niet definitief zeggen dat het om de Clotilda gaat, maar het is zeker de moeite waard om nader te onderzoeken,” was de eerste reactie van Bratten.

Het onderzoek van het schip heeft de nodige tijd in beslag genomen. De autoriteiten moesten eerst bepalen wie de jurisdictie over de vondst had en vergunningen voor de opgraving aanvragen.

“Ik heb het idee dat ze iets op het spoor zijn,” aldus James Delgado in januari. Hij is leidinggevende bij het onderzoeksbedrijf SEARCH, ex-directeur van het Marine Sanctuaries Maritime Heritage Program van de NOAA en National Geographic-onderzoeker. Delgado is betrokken geweest bij de opgraving van historische scheepswrakken voor de westkust van de VS en zegt dat er nog veel werk gedaan moet worden voordat de ontdekking kan worden bevestigd.

Dat het schip in brand werd gestoken, kan de archeologen volgens Delgado helpen bij het identificeren van het wrak. Bekend is dat vuur in de onderste lagen van een scheepsbrand soms wordt gedoofd door stoom die door de hitte vrijkomt, vertelt hij. Ook denkt hij dat de modder DNA-sporen van menselijke ontlasting kan bevatten, een vondst die vaak bij historische slavenschepen wordt gedaan.

Voorwerpen als kettingen of objecten uit West-Afrika, waar de slaven werden geroofd, kunnen het raadsel verder ontrafelen.

Duister verleden

Ontdekkingen als deze kunnen een beter inzicht geven in de verschrikkingen van het verleden, zei Delgado.

“Als het de Clotilda is, zou dat ons een directe link met het verleden geven, een directe connectie met wat er is gebeurd,” zei hij.

Volgens Raines zou de vondst van de Clotilda niet alleen veel voor de stad Mobile betekenen, maar vooral voor het historische dorp Africatown (nu een noordelijke wijk van Mobile), dat werd gesticht door de slaven die door de Clotilda naar de VS waren ontvoerd. De nog altijd bewoonde wijk wordt nu vaak als spookstad aangeduid omdat het een armoedige achterstandswijk is.

“Het is op alle mogelijke manieren in verval,” aldus Raines in januari, maar “ik zou graag zien dat er een museum wordt gebouwd. Ik zou het prachtig vinden als voorwerpen van het schip daar te zien zouden zijn.”

“[Mobile] kent een enerverende geschiedenis, en veel ervan is niet fraai. Het laatste slavenschip kwam hier aan. De laatste veldslag in de Amerikaanse Burgeroorlog vond hier plaats,” zei hij.