Geschiedenis en Cultuur

1000 jaar lang ‘ongeschonden’ gebleven rituele Maya-grot verbijstert archeologen

Onderzoek in Balamku (de Grot van de Jaguargod) werpt licht op eeuwenoude religieuze gebruiken - en levert mogelijk aanwijzingen op over de opkomst en ondergang van het Maya-rijk. woensdag, 6 maart 2019

Door Gena Steffens

Archeologen die op zoek waren naar een heilige bron onder de oude Maya-stad Chichén Itzá op het schiereiland Yucatán in Mexico zijn bij toeval op een ‘schat’ gestuit van ruim 150 rituele voorwerpen. De objecten lagen meer dan duizend jaar onaangetast in een serie grotkamers die mogelijk aanwijzingen bevatten over de opkomst en ondergang van de oude Maya-beschaving. 

Begin deze week werd de ontdekking van het grottenstelsel, dat bekendstaat als Balamku of ‘Jaguargod’ door het Mexicaanse Instituto Nacional de Antropología e Historia (INAH) bekendgemaakt tijdens een in Mexico-stad gehouden persconferentie.

Nadat Balamku in 1966 door boeren was ontdekt, werden de grotten onderzocht door archeoloog Víctor Segovia Pinto, die in zijn rapport schreef dat er een grote hoeveelheid archeologisch materiaal aanwezig was. Segovia begon geen opgraving, maar gaf de boeren opdracht om de ingang naar de grotten af te sluiten. De documentatie over de vondst ervan lijkt te zijn verdwenen.

Balamku bleef meer dan vijftig jaar afgesloten, totdat het grottenstelsel in 2018 weer werd geopend door National Geographic Explorer Guillermo de Anda en zijn team van medewerkers van het Gran Acuífero Maya-project (GAM), voor een onderzoek naar de grondwaterspiegel onder Chichén Itzá.Het onderzoek naar de grotten werd deels gefinancierd met een beurs van de National Geographic Society.

De Anda vertelt dat hij urenlang op zijn buik door de nauwe gangen van Balamku had gekropen toen zijn hoofdlamp plotseling een totaal onverwachte vondst bescheen: een hele berg offerandes die door de voormalige inwoners van Chichén Itzá waren achtergelaten. Ze waren zozeer ongemoeid gelaten dat zich stalagmieten hadden gevormd rond de wierookbranders, vazen, gedecoreerde borden en andere voorwerpen in de grot.

 “Ik kon geen woord uitbrengen, ik begon te huilen. Ik heb stoffelijke overschotten van mensen onderzocht uit de Cenote Sagrado in Chichén Itzá, maar dat is toch niets te vergelijken met het gevoel dat ik had toen ik voor het eerst in mijn eentje die grot inging,” vertelt De Anda. Hij is als onderzoeker aan INAH verbonden en heeft de leiding over het Great Maya Aquifer Project, dat zich bezighoudt met onderzoek naar en bescherming van de aquifer op het Mexicaanse schiereiland Yucatán.

“Je kunt de aanwezigheid van de Maya's die de voorwerpen daar hebben achtergelaten bijna voelen,” voegt hij daaraan toe.

Een ongeëvenaarde tweede kans

De archeologen moesten honderden meters op hun buik kruipen door nauwe, kronkelende gangen om alleen al de eerste van de zeven offerruimten te bereiken die tot nog toe zijn ontdekt bij Balamku. In het oorspronkelijke onderzoeksverslag van de grot (dat onlangs werd teruggevonden door archeoloog en GAM-onderzoeker James Brady van de California State University in Los Angeles) beschreef Segovia 155 voorwerpen. Sommige hadden het gezicht van de Tolteekse regengod Tláloc, en andere hadden tekeningen van de heilige kapokboom, een machtige afbeelding van het Maya-universum. Ter vergelijking: in de nabijgelegen grot van Balankanché, een rituele locatie die in 1959 werd opgegraven, bevinden zich slechts zeventig van dit soort voorwerpen.

“Balamku lijkt de ‘moeder’ van Balankanché,” stelt De Anda. “Ik wil niet zeggen dat hoeveelheid belangrijker is dan informatie, maar als je ziet dat er heel veel meer offergaven zijn in een grot die ook nog eens véél moeilijker te bereiken is, dan zegt dat wel iets.”

Over de reden dat Segovia besloot om zo'n enorme ontdekking stil te houden, is nog steeds een discussie gaande. Maar door zijn handelwijze heeft hij de onderzoekers onbedoeld een ongeëvenaarde ‘tweede kans’ gegeven om het antwoord te vinden op enkele van de belangrijkste kwesties waarover Maya-experts het nog steeds niet eens zijn geworden. Zo is er de vraag naar de mate waarin de verschillende Midden-Amerikaanse beschavingen met elkaar in contact stonden en door elkaar werden beïnvloed, en hoe de situatie was in de Maya-samenleving vóór de val van Chichén Itzá.

“De oude Maya's beschouwden grotten en cenotes (zinkgaten) als een toegang tot de onderwereld,” vertelt Holley Moyes, die aan de University of California in Merced werkzaam is als expert op het gebied van de archeologie van het religieuze gebruik van Maya-grotten en die niet aan het onderzoek deelnam.“Het waren buitengewoon heilige plekken voor de Maya’s, die ook een invloed hadden op het ontwerp van steden en de sociale organisatie. Ze waren fundamenteel, echt van enormbelang voor de Maya's.”

Maar totdat archeologisch onderzoek in grotten in de jaren tachtig opkwam, waren archeologen vooral geïnteresseerd in monumentale architectuur en complete voorwerpen, en besteedden ze geen aandacht aan de resten en materialen die in en rond objecten werden gevonden. Bij de opgraving van Balankanché in 1959 werd de plattegrond met de hand in het donker getekend. De gewoonte was om voorwerpen mee te nemen van de locatie, ze vervolgens schoon te maken en later terug te leggen. Van alle wierookbranders die in Balankanché werden gevonden en die vol materiaal zaten dat iets kon zeggen over de chronologie van de locatie, werd er bijvoorbeeld maar eentje ooit onderzocht.

De onderzoekers van het GAM zien de herontdekking van Balamku als een kans om een heel nieuwe werkwijze toe te passen, die gebruikmaakt van nieuwe technologie en specialisaties, zoals het maken van 3D-kaarten en paleobotanie. Deze nieuwe gegevens leveren mogelijk een veel gedetailleerder beeld op van wat zich voltrok tijdens de Maya-rituelen in de grotten, en ook van de geschiedenis van de machtige stad Chichén Itzá, die om onbekende redenen in de dertiende eeuw ten onder ging.

“Balamku kan ons waarschijnlijk niet alleen iets vertellen over het moment van ineenstorting van Chichén Itzá,” stelt De Anda. “We komen waarschijnlijk ook te weten wanneer de stad ontstond. We hebben nu een afgesloten omgeving met een enorme veelheid aan gegevens, waaronder bruikbaar organisch materiaal. Dat kunnen we allemaal inzetten om meer te weten te komen over de ontwikkeling van Chichén Itzá.”

Nader onderzoek naar de locatie zal mogelijk ook licht werpen op de precieze details van de rampzalige overstromingen die vermoedelijk het einde betekenden van de Maya-beschaving. Het gebied heeft van oudsher te maken met heftige schommelingen in het klimaat. Enkele wetenschappers stellen dat die problemen werden verergerd door grootschalige ontbossing in het laagland van de Maya-regio, waar ooit tien tot vijftien miljoen mensen woonden, waardoor het gehele gebied onbewoonbaar werd.

Onze huidige samenleving kan ook profiteren van meer inzicht in die schommelingen, stelt National Geographic-archeoloog-in-residence Fredrik Hiebert. “Uit het onderzoek naar deze grotten en cenotes kunnen we ook lessen trekken over de beste manier om met de natuurlijke omgeving om te gaan, met het oog op de toekomst.”

De Anda denkt dat archeologie op die manier ook ‘nuttiger’ kan worden als wetenschap.

“Er werd altijd het tegenovergesteld gedacht: een onderzoeksgebied dat veel fraais en interessants oplevert, maar zonder veel nut,” stelt hij. “Ik denk dat we nu kunnen aantonen dat dat niet klopt. Als we meer te weten komen over deze fantastische omgeving, krijgen we ook meer kennis over de geschiedenis van de mens en over wat er op aarde aan de hand was tijdens een van de meest dramatische momenten in de geschiedenis.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com