Hollandse tulpenkwekers hopen op goede tijden na COVID-19

De coronavirus-pandemie heeft de sierteelt in Nederland zwaar getroffen, maar dit jaar floreert de sector weer als vanouds.

Door Muhammed Muheisen
Gepubliceerd 19 mei 2021 12:00 CEST, Geüpdatet 19 mei 2021 14:29 CEST
In bloemenkwekerij Van Hage in Noordwijkerhout zet een werknemer tulpen klaar voor het vervoer naar de ...

In bloemenkwekerij Van Hage in Noordwijkerhout zet een werknemer tulpen klaar voor het vervoer naar de markt.

Foto van Muhammed Muheisen

De coronavirus-pandemie heeft de sierteelt in Nederland zwaar getroffen, maar dit jaar floreert de sector weer als vanouds.

Nederland produceert zo’n negentig procent van alle tulpen in de wereld en zijn beroemde bloementeelt heeft wel vaker zware tijden doorgemaakt. De meest beruchte van die crises vond al in de jaren dertig van de zeventiende eeuw plaats, toen de tulpenmanie toesloeg. Daarbij steeg de waarde van sommige tulpenbollen als gevolg van wilde speculatie tot wel tienmaal het jaarsalaris van een gemiddelde handwerker, waarna de zeepbel in 1637 plotseling barstte en de markt voor de bollen instortte.

Toen de grenzen in het voorjaar van 2020 wegens de COVID-19-pandemie werden gesloten, bleven de tulpenprijzen redelijk overeind, maar door de lockdowns en stilgevallen markten liep de vraag naar de wereldberoemde bloemen en bloembollen van Nederland aanzienlijk terug. Nederlandse telers moesten honderden miljoenen tulpen, narcissen en andere bloemen doordraaien of ze verkopen tegen veel lagere prijzen dan in de afgelopen jaren.

“In totaal zijn er in 2020 in Nederland zo’n 11,4 miljard bloemen en planten verhandeld, een afname van 7,8 procent vergeleken met 2019,” zegt Michel van Schie, woordvoerder voor de branchekoepel Royal FloraHolland. De internationale exportmarkt verslapte van 6,24 miljard euro in 2019 naar 5,97 miljard euro in 2020.

Op de bloemenkwekerij van de Firma J. Dignum en Zn. bij Den Helder staan tulpen en narcissen op aangrenzende velden in volle bloei.

Foto van National Geographic

Medewerkers Patricia Pasmik en Dominika Ciaranek oogsten tulpen op een veld nabij Lisse. De bloemen worden doorgaans met de hand geplukt, zodat de planten geheel intact naar de markt gaan.

Foto van Muhammed Muheisen

Op de kwekerij van Alex Warmerdam bij Lisse plukken medewerkers tulpen met de hand en binden ze samen tot bossen.

Foto van National Geographic

De grenssluitingen en lockdowns in het voorjaar van 2020 betekenden dat de Nederlandse sierteelt en toerismesector instortten. De vraag van afnemers als restaurants, hotels en ook evenementen als bruiloften nam sterk af, wat grote gevolgen had voor bloementelers, -verkopers en -veilingen. Ook het bloembollentoerisme kreeg in het bloeiseizoen van half maart tot half mei een zware klap te verduren. 

“Ik heb een hele kas met vijfhonderd vierkante meter aan narcissen moeten doordraaien,” zegt Klaas van Hage, eigenaar van een bloemenkwekerij in Noordwijkerhout. Zoals vele kwekers zag Van Hage zich gedwongen om zo’n tien procent van zijn gewassen in 2020 te verwerken tot compost of aan goede doelen weg te geven. 

“We hadden in 2020 in totaal 32 hectare aan bloembollen,” zegt Caroline Dignum, eigenaresse van een kwekerij in Noord-Holland waar ze samen met haar man Ronald tulpen, narcissen en krokussen teelt. “Het was heel triest, want we moesten veel bollen doordraaien waaraan we veel werk en zorg hadden besteed.” Het echtpaar verwerkte 3 van de 25 hectare aan tulpenbollen tot compost, een verlies van zo’n 150.000 euro. 

Ook de bloemenveilingen, die in Nederlandse steden als Rijnsburg door Royal FloraHolland worden georganiseerd, werden zwaar getroffen door de coronavirus-pandemie. Normaliter komen er doordeweeks honderden potentiële kopers naar het immense veilinggebouw in Rijnsburg, waar ze vanaf een hoge tribune bieden op de tulpen, rozen en narcissen op het veilingpodium. Dat alles gaat volgens ‘veiling bij afslag’ (in het Engels ‘Dutch auction’ genoemd), waarbij de prijzen hoog beginnen en dan dalen totdat het bieden begint.

“Vóór de pandemie konden hier bijna negenhonderd mensen tegelijkertijd op de bloemen bieden,” zegt Marjan van der Plas, veilingmeester van Royal FloraHolland. Maar in 2020 mochten er niet meer dan honderd bieders tegelijk in het gebouw aanwezig zijn en kwamen er veel biedingen online binnen.

“Ik mis de persoonlijke omgang,” zegt Linda de Ruiter, eveneens veilingmeester bij Royal FloraHolland. “Dat gevoel, waarbij bieders de producten met eigen ogen op het podium zien staan, is er niet meer.”

Tulpenvelden
Vier de lente met een vogelvlucht over de wereldberoemde Nederlandse tulpenvelden. Beelden uit onze show Europe from above.

Hoe de tulp naar Holland kwam

De tulp is een bloem uit de leliefamilie die zijn oorsprong in Azië heeft en via Turkije werd meegebracht door kooplieden uit het welvarende Nederland van de zeventiende eeuw. Volgens de overlevering begon de handel in tulpen en de sierteelt in Nederland met één enkele tulpenbol, die aanvankelijk werd aangeduid met de Spaanse term tulipán, afgeleid van het Turkse woord voor tulband, het hoofddeksel waarop de tulpenbol enigszins zou lijken.

Dankzij de koopmansgeest en infrastructuur van de Nederlanders (en ook een groeiseizoen dat ideaal is voor de bloementeelt) konden ze de tulp als een gewild product op de kaart zetten. Kwekers werden experts in het ontwikkelen van nieuwe variëteiten ten behoeve van rijke landeigenaren; de vele waterwegen in het land waren zeer geschikt voor het vervoer van tulpen en tulpenbollen naar de diverse markten. Al in de zeventiende eeuw groeide de tulp tot een ware rage uit, en tegenwoordig bestaan er zo’n vierduizend variëteiten in alle kleuren van de regenboog, behalve blauw. Talloze tulpenrassen zijn voorzien van strepen en vegen die ze oorspronkelijk aan plantenvirussen te danken hebben.

Goede vooruitzichten

Van maart tot april rijgen eindeloze velden vol rode tulpen, paarse hyacinten en gele narcissen zich aaneen in de Nederlandse Bollenstreek, in het westen van het land. Betrokkenen bij de bloemenhandel zien in 2021 een toename in de verkoop van bloemen en denken dat de wederopleving symbool staan voor vernieuwing en hoop.

Bij de ingang van de Keukenhof in Lisse is een sneltestcentrum voor COVID-19 opgezet. Om het heropende bloemenpark te kunnen bezichtigen, moesten bezoekers van tevoren een afspraak maken en een negatieve coronatest overleggen.

Foto van Muhammed Muheisen

Mevrouw Both (90) geniet met volle teugen van haar bezoek aan de Keukenhof in Lisse. Nadat het seizoen van 2020 door toedoen van de pandemie in het water was gevallen, kon het bloemenpark eerder dit jaar zijn deuren weer openen.

Foto van Muhammed Muheisen

Bezoekers wandelen door de Keukenhof in Lisse, waar toeristen sinds enige tijd weer op afspraak worden toegelaten.

Foto van Muhammed Muheisen

“Iedereen in mijn regio heeft een goed gevoel over dit jaar,” zegt Dignum. “Er is weer een enorme vraag naar bloemen en bollen, een groot verschil met vorig jaar, toen iedereen in onzekerheid verkeerde over wat er aan de hand was.”

Sommige kwekers moesten hun bedrijf vanwege de pandemie aan de nieuwe omstandigheden aanpassen en plantten hun tulpenbollen zelf, zodat ze verse bloemen konden verkopen in plaats van tulpenbollen importeren. Anderen, onder wie Klaas van Hage, verkopen nu meer producten in Nederland zelf om de verliezen op de internationale markt goed te maken. “We hebben contracten met grote supermarkten en voeren ons product bijna niet meer uit,” zegt hij. “We hebben geluk gehad.”

Bloemen bewonderen

De bloeiende bollenvelden zijn een belangrijke toeristische attractie voor Nederland. In het voorjaar van 2019 bezochten circa anderhalf miljoen mensen uit zo’n honderd verschillende landen de Keukenhof. Het 32 hectare grote bloemenpark in Lisse (zo’n 25 kilometer ten zuidwesten van Amsterdam) is doorgaans van maart tot begin mei geopend, maar kon in 2020 vanwege de pandemie alleen virtuele rondleidingen aanbieden.

In het kader van een proefproject van de Nederlandse overheid mocht de Keukenhof in 2021 weer vijfduizend bezoekers per dag ontvangen. De toegang werd beperkt tot bezoeken op afspraak, en bezoekers moesten een recente negatieve test voor COVID-19 kunnen overleggen. Daarna konden ze weer genieten van de aanblik van de miljoenen bloemen in prachtige kleuren rond een negentiende-eeuwse windmolen en een zeventiende-eeuws kasteel met torentjes. Bij de toegang tot het park werd een sneltestcentrum ingericht.

Tulpen en narcissen bloeien in een geveltuintje in Noordwijkerhout.

Foto van Muhammed Muheisen

“Dit is het hoogtepunt van mijn jaar,” zei mevrouw Both (90), die op de eerste dag dat de Keukenhof in 2021 weer bezoekers mocht ontvangen, door het park werd rondgeleid. “Ik kom hier al jarenlang heel geregeld, maar in 2020 mocht het niet vanwege de pandemie.”

Het ziet eruit – en voelt aan – als een wedergeboorte voor het land en de sector. Zoals kweekster Caroline Dignum zegt: “Vanaf het moment waarop we een bloembol planten, is het alsof je je eigen kind voor je ogen ziet opgroeien.”

Klik hier voor de berichtgeving van National Geographic over de pandemie.

Fotograaf Muhammed Muheisen ontving voor zijn werk de Pulitzer Prize en is oprichter en voorzitter van Everyday Refugees. Volg hem op Instagram.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Europe From Above

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.