Grillig, ongerept en betoverend: vaar mee door Patagonië

In Patagonië aan de westkust van Chili is de natuur heer en meester. Over een cruise langs gletsjers en fjorden die eindigt in een bezoek aan Nationaal Park Torres del Paine.

Foto's Van Raymond Rutting
Published 31 jan. 2019 15:25 CET, Updated 5 nov. 2020 06:20 CET

Traveler ging aan boord van Skorpios III en voer in vier dagen en drie nachten de Kaweskarroute, die vanuit Puerto Natales zuidwaarts langs elf van de 48 gletsjers vaart. Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

"Ik voel me nietig. Niet alleen bevind ik mij aan het einde van de wereld in Patagonië, met zijn ongerepte landschap van grillige bergen, steile kliffen, taaie steppen en ruige klimaat, ook sta ik pal naast een helderblauwe, torenhoge gletsjer. Het is een rivier van ijs die machtig oogt in dit verlaten gebied, zo ver verwijderd van ieders dagelijks bestaan. Kleinerend bijna. Volgens Luis Kochifas Coñuecar, de kapitein van het schip Skorpios III waarmee ik de fjorden van het Zuid-Patagonische IJsveld doorkruis, zijn wij de enigen hier. 
‘Er is geen andere rederij die deze routes vaart en er woont hier niemand,’ belooft hij me eerder die dag. ‘Je bent hier alleen met God.’
 Die afzondering, daar hou ik van.

Het is een van de redenen waarom ik de vele reisuren naar deze bestemming in het zuiden van Chili voor lief neem. Na een overnachting in hoofdstad Santiago de Chile komen we aan in het dorp Puerto Natales, waar we aan boord gaan voor een cruise van drie nachten langs elf van de 48 gletsjers in dit uitgestrekte ijsveld (na dat van Antarctica en Groenland het grootste op aarde). Zo zuidelijk ben ik nog nooit geweest. Er is hier niemand, behalve dan de passagiers en de bemanning van de zeventig meter lange Skorpios III. Geen files op weg naar werk, geen drukte in de supermarkt... In plaats daarvan zijn er fjorden en kanalen, bergen en meren, gletsjers en watervallen, maar ook zeeleeuwen en albatrossen, dolfijnen en condors. De kapitein had dus niet helemaal gelijk.  

Vuurwerk van water en ijs

Het is begin maart, ik sta op het bovendek van ons schip en de frisse lucht kondigt het einde van de zuidelijke zomer aan. We glijden over het kalme water, aalscholvers gaan verderop kopje onder en besneeuwde toppen torenen links en rechts boven ons uit, als wachters die onze vaart streng in de gaten houden.

Voor me doemt de Amaliagletsjer op, de eerste waarvoor we tijdens deze tocht voor anker gaan. Een allesverpletterend gevaarte dat onder de bewolkte hemel diepblauw kleurt – ideale omstandigheden voor wie foto’s wenst te maken, want zonlicht zou álle tinten reflecteren waardoor de gletsjer grauwig en wit overkomt. Aan weerszijden van de gletsjer en ook ervóór liggen donkere morenes. Door het ijs meegesleurd en weggeduwd vormt dit puin uit de bergen soms metershoge muren van steen en rots.

Met een kleinere excursieboot die vanaf het dek omlaag is getakeld varen we erlangs, naar een eilandje dat fraai zicht biedt op het eeuwenoude natuurgeweld. Wanneer ik om mij heen kijk en dit panorama probeer te bevatten, breken grote stukken ijs af, soms zo groot als een huis. Een echoënd gebulder vult de fjord, de klap op het water is voelbaar en zorgt voor een indrukwekkend vuurwerk van water en ijs – en voor flinke golven die onze kant op rollen. Zelden heb ik de kracht van de natuur van zo nabij ervaren, alsof ik een figurant ben in een prachtige natuurdocumentaire.

Elke gletsjer die we aandoen versterkt de band met medepassagiers – reizigers die van overal ter wereld komen, maar goeddeels uit Chili zelf. Hoewel het schip plaats biedt aan negentig passagiers, zijn er slechts 51 mensen aan boord. Dat geringe aantal zorgt voor een gezellige, intieme sfeer, een verbondenheid die ik niet had verwacht. We wijzen elkaar op de flora en fauna, laten elkaar tijdens het diner foto’s van de afgelopen dag zien en horen elkaars levensverhalen aan. Deze wonderlijke wildernis brengt ons nader tot elkaar.

Naast me staan Margarita Saldivia en Paula Maluenda Fierro, hartsvriendinnen uit Puerto Natales die deze fjorden nog nooit hebben bezocht, ook al wonen ze er vlakbij. En dat zal hun familie weten ook: ze maken voortdurend vrolijke selfies. De verklaring van de dames voor al die zelfportretjes verbaast me enigszins: ‘De gletsjers lijken nu geleidelijk te bezwijken onder de opwarming van de aarde. We willen dit vastleggen voor onze kinderen.’

Oude resten getuigen van de werkzaamheden in de vleesverwerkingsfabriek in Puerto Bories.
Foto van Raymond Rutting

De eerste toerist

Terug in Puerto Natales checken we in bij The Singular, een hotel dat even buiten het havenstadje is gevestigd in Puerto Bories, een oude frigorífico of vleesverwerkingsfabriek. Na de opening in 1915 speelde de fabriek een voorname rol bij de ontwikkeling van dit gebied: de eigenaren kochten grote stukken land op en hielden er duizenden schapen, onder meer uit Argentinië. Op zeker moment werden in de fabriek maar liefst 3600 schapen per dag geslacht, voor hun wol, vet, huid en vooral vlees. Arbeiders uit alle windstreken – voor een belangrijk deel gevlucht uit Europa, waar de Eerste Wereldoorlog woedde – werden ondergebracht in huisjes aan de kust. Zij waren de eerste inwoners van Puerto Natales.

De fabriek, sinds 1996 een historisch monument, is omgetoverd tot een verbluffend mooi hotel. Machines en voorwerpen uit de beginjaren zijn achtergelaten, de originele bouwstenen zijn bewaard gebleven, aan de muren hangen historische foto’s. Het chique interieur omarmt dit industrieel erfgoed. Op een verlaten verdieping, waar ooit de wol werd verwerkt, zie ik een mannequin staan, gekleed als een negentiende-eeuwse vrouwelijk reiziger. De pop moet Lady Florence Dixie voorstellen, lees ik op een kaartje, de Schotse schrijver en oorlogscorrespondent die wordt gezien als de eerste toerist in de regio. Ik moet glimlachen, want met háár boek Across Patagonia in de hand vertrok ik uit Nederland en ontdek ik momenteel het landschap waar zij vanaf december 1878 – in gezelschap van onder anderen haar man en twee broers – doorheen reisde.

“Vervang ‘telegrammen, brieven’ door ‘apps, mails’, en haar woorden hadden door iedere moderne reiziger kunnen worden gesproken.”

Natuurlijk ging de Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan haar voor, met zijn reis langs de kust en door de smalle zeestraat in 1520, maar het was Florence Dixie die te paard het gebied verkende en kampeerde tussen de wilde dieren en planten – en die daarmee Patagonië op de kaart van Europese reizigers en ondernemers zette. Dat ze hier nu levenloos staat te genieten van het uitzicht, is dan ook geen toeval. Ik heb sterk het gevoel dat ik haar ken, in haar reisverslag gebruikt ze de omgeving – een grootse, haast sublieme natuur – als decor voor zelfontplooiing en persoonlijke ideeën. En daarbij valt op hoe actueel haar beschrijvingen ook nu nog zijn. Neem deze passage:

‘(...) nergens anders ben je zo volmaakt alleen. Nergens anders vind je een gebied van 25.000 vierkante kilometer dat je in galop kunt doorkruisen en waar (...) je niet wordt achtervolgd door infectieziekten, vrienden (...), telegrammen, brieven en elke andere vorm van overlast waaraan je elders dikwijls blootstaat.’

Vervang ‘telegrammen, brieven’ door ‘apps, mails’, en haar woorden hadden door iedere moderne reiziger kunnen worden gesproken. Die verlatenheid van Patagonië schrikt misschien velen af, ik word er, zoals Lady Florence Dixie, sterk door aangetrokken.

Het land van de wind

De volgende ochtend vroeg varen we vanuit het hotel door de fjord Última Esperanza. We zijn in Nationaal Park Bernardo O’Higgins, met ruim 35.000 vierkante kilometer het grootste beschermde natuurgebied van Chili en gelegen naast het veel kleinere maar beroemdere Torres del Paine. We maken uitstapjes naar de gletsjers Serrano en Balmaceda en spotten zeeleeuwen, een condor en wat aalscholvers. Na deze natuurtrip leggen we aan bij een eiland in de baai, voor een lunch bij Estancia La Peninsula. Ik ontmoet er gaucho Ian MacLean, een Chileen met Schots-Kroatische voorouders die ooit Europa achter zich lieten om te gaan werken in de vleesverwerkingsfabriek in Puerto Natales. ‘Ja, ik ontvang nu gasten van The Singular, het hotel in de fabriek waar ooit mijn overgrootouders schapen slachtten. Dat maakt de cirkel rond,’ vertelt hij. Na een paardrijtocht door de heuvels achter de boerderij bereidt hij met zijn vrouw een maaltijd met lam van het spit, die we met een Chileense carmenère tot ons nemen.

“De rivier van ijs oogt machtig in dit verlaten gebied, zo ver verwijderd van ieders dagelijks bestaan.”

‘Welkom in het land van de wind,’ zegt Nick, die deze middag mijn wandelgids is. ‘De wind bepaalt alles hier en zorgt ervoor dat Patagonië vier seizoenen per dag telt. Een kleurrijke zonsopkomst, van diepblauw naar felgeel, verandert voor je er erg in hebt in een hevige regenbui met windstoten van soms vijftig kilometer per uur.’ Ik wil me onderdompelen in die onbevattelijke natuur, en daartoe beklimmen we de berg Benitez, langs een klif boven het Laguna Sofía. De Condor Hike wordt de route wel genoemd, omdat er soms tientallen condors rondvliegen. Op de top, aan de rand van de klif, geniet ik van het uitzicht over het meer, al moet ik moeite doen me in deze razende wind staande te houden. Wolken schieten voorbij, en ik zie vijf condors vliegen.

Bij de afdaling passeren we een nest met een grijze arendbuizerd die opvliegt zodra hij ons in de gaten krijgt. Ik vraag Nick wat deze plek voor hém bijzonder maakt. ‘Het is mijn land, ik ben hier geboren,’ zegt hij trots. ‘Maar het is vooral hoe de natuur mensen met elkaar verbindt. Zo’n wandeling is een mooi begin van een ontmoeting, een goed gesprek.’

Torres del Paine

Vanuit The Singular rijden we noordwaarts naar Tierra Patagonia, een lodge die grenst aan Nationaal Park Torres del Paine en die dankzij de houten constructie volledig opgaat in het uitgestrekte landschap. Het park is vernoemd naar de drie zo herkenbare pieken, de Torres del Paine (‘blauwe torens’, in de taal van de oorspronkelijke bewoners). Kleuren ze in de ochtend inderdaad blauw, bij de ondergaande zon gloeien ze doorgaans roodoranje, als briketten op een barbecue. Lady Florence Dixie vergelijkt de pieken in haar boek Across Patagonia daarom met de Naalden van Cleopatra, de drie obelisken die in het oude Egypte werden vervaardigd van rood graniet.

De jonge en goedlachse Roberto Ignacio Ruiz Paredes gidst ons de ochtend vroeg naar Laguna Azul, maar vanwege het slechte weer kunnen we de toppen van de drie Torres (Norte, Central en Sur) maar moeilijk onderscheiden. Imposanter is voorlopig de Cerro Almirante Nieto, de 2670 meter hoge berg die pal voor de drie torens opdoemt en die ik vanuit mijn hotelkamer al kon zien. Aan de voet van de berg, op de pampa’s, zien we guanaco’s lopen. En zelfs een paar nandoes. Deze Zuid-Amerikaanse loopvogel bleek een belangrijke voedselbron tijdens de expeditie van Lady Florence Dixie, al verwarde zij het dier met een struisvogel. ‘Allemaal prooien voor de poema,’ zegt Roberto. ‘Helaas zullen we die vandaag niet zien, daarvoor is het te koud en te nat. Maar je weet het nooit in Patagonië. De wind haalt snelheden van ruim honderd kilometer per uur, misschien waaien de wolken zo weg.’

Hij heeft gelijk. Als we een stukje verder rijden, komt de zon tevoorschijn. We stoppen bij een boerderij aan de Rio Serrano, waar ik kennismaak met Antonia Kimber, een jonge blondine uit hoofdstad Santiago. Wat doet een stadsmeisje in Patagonië? vraag ik. ‘Ik kreeg hier de kans met paarden te werken, mijn grote liefde, dus de verhuizing hiernaartoe was snel geregeld. Ik ben elke dag buiten, er is toch niets mooiers?’ Even later springt ze op de rug van haar hengst Lucero en draaft weg. Hond Pampa rent blaffend om hen heen. In de achtergrond zie ik na de opklaring dan eindelijk de toppen van de drie Torres del Paine tegen een blauwe hemel. ‘Hun spectaculair scherpe pieken staken scherp af tegen het licht dat nog zwak schitterde tegen de hemel,’ schreef Lady Florence Dixie.

Patagonië is niet veel veranderd."

Weten wat er allemaal in Patagonië te doen is, hoe je er komt en waar je kunt overnachten? Lees het hele artikel in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

Reisjournalist Paul Römer en fotograaf Raymond Rutting maakten samen meerdere reizen naar Zuid-Amerika, waaronder ook een wijntocht door Chili (Traveler 1-2016).

Bekijk de volledige fotogalerij: Vaar mee door Patagonië

Lees ook: Nieuwe epische autoroute verbindt 17 natuurparken in Patagonië

Lees ook: 16x de beste bestemmingen van 2019

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.