Noorwegen

Noorwegen: In de arctische wildernis

Rond het eiland Senja in Noorwegen verzamelen zich ’s winters bultruggen, vinvissen en orka’s om zich te laven aan scholen haring. Traveler sluit zich aan bij een internationale expeditie om de dieren én het noorderlicht te spotten. donderdag, 9 november 2017

Door Hans Avontuur
Foto's Van Hans Avontuur

Aan de kleine vissersboten in het haventje van Botnhamn hangen grote ijspegels. De strakke poolwind blaast flarden sneeuw horizontaal over de kade en de bevroren aanlegsteiger kraakt bij elke stap. Volgens het weerbericht komt de temperatuur vandaag niet boven de 26 graden onder nul. En ik ga met een open boot het water op...

Juist tijdens de koudste en donkerste wintermaanden, waarin de zon veertig dagen lang verborgen blijft achter de horizon, verzamelen zich in en rond de fjorden van het Noorse eiland Senja duizenden bultruggen, vinvissen en orka’s. Samen gaan ze hier op jacht naar haring. Een fenomeen dat nergens anders te zien is. De natuur in zijn rauwste vorm.

Botnhamn ligt bij de entree van de Stonnesbotnfjord. Links bevindt zich de open zee, rechts eindigt het water bij de bergen die roze kleuren in het spaarzame licht dat over de einder glipt. De wereld in een permanente staat van nacht en schemering. Vanaf de steiger klinkt het sonore geluid van een boot. Tijd om aan boord te gaan.

Ik sluit me aan bij een expeditie van de Duitse wereldburger Frank Wirth en de lokale fotograaf Anders Hanssen. Met de boerderij van de familie Hanssen als basis wordt er zes dagen lang naar walvissen gezocht. Om ze te zien en te fotograferen. Daarbij hebben de orka’s als spectaculairste soort voorrang. En voor ’s avonds wordt er gehoopt op het noorderlicht, maar daarover later meer.

Naar zee dus. Dat wil zeggen, als het weer het toelaat, want vooral de wind kan hier spelbreker zijn. Niet vandaag. Dus trek ik in het boothuisje van Botnhamn extra dikke kleding aan en neoprenbescherming voor het gezicht. Voor noodgevallen steek ik twee speciale zakjes bij me, die met één klik in een soort mini-kacheltjes veranderen voor handen en voeten. 

Gisteren was de expeditie het water al op geweest en werden er vanaf een afstand walvissen gespot. Vandaag wordt er bij het heldere weer op een paar close encounters gehoopt, ontmoetingen van dichtbij. De visser die ik voor vertrek in het haventje spreek, kan het maar moeilijk geloven. Wie gaat er nou naar buiten als het niet per se hoeft? En dan ook nog eens om walvissen te kijken, die ellendige dieren die de haring voor zijn netten wegroven.

Buiten de fjord, maar nog altijd in de beschutting van het land gaat de expeditie met twee boten op zoek. Een kwestie van veel geduld en een beetje geluk. Buitengaats wordt er gespeurd op de plekken waar we gisteren waren. Vergeefs. Frank, Anders en de schippers Magnus en Bength laten hun ogen over de waterspiegel glijden. Van links naar rechts en weer terug. Niets.

Tot Bength op de portofoon bericht krijgt van een bevriende visser. Er zijn orka’s! Niet buiten, maar ín de baai. Het duurt niet lang voor de eerste exemplaren opduiken. Hoewel het lastig tellen is omdat ze voortdurend ondergaan, boven komen én weer ondergaan, zouden het er tientallen moeten zijn.

Uiteindelijk is de boot omringd door orka’s. Overal zijn vinnen te zien. Dan gaat het echt los. De jacht op haring. Niet ongeorganiseerd en ‘pakken wat je pakken kan’, maar volgens een doordacht plan dat de orka’s samen uitvoeren. Ze sluiten de haring in, doen schijnaanvallen en maken geluid door met hun staart op het water te slaan. Dat alles met slechts één doel: de haring daarheen drijven waar ze een gemakkelijke prooi vormen.

Ik zie hoe een haring aan de vlijmscherpe tanden van een orka ontsnapt en hoe een andere minder geluk heeft. Ik zie hoe de volwassen orka’s de kleintjes aansporen en hoe in plaats van de gespierde mannetjes juist de vrouwtjes de baas zijn in het water. Zij bepalen het ritme van de jacht. Hun zware ademhaling is mooi en machtig tegelijk.

Het eiland Senja, gelegen tussen Tromsø en de Lofoten, geldt als een soort mini-Noorwegen met diepe fjorden, heuvel- land én een dramatisch bergmassief dat veel hoger lijkt dan het met zijn toppen tot zo’n 1000 meter hoogte in werkelijkheid is. De enige grotere plaats ligt aan de overkant van de brug op het vasteland: Finnsnes. Niet het mooiste stadje van Noorwegen, maar gunstig gelegen voor wie Senja wil verkennen.

Vannacht heeft het gesneeuwd. En hard ook. Tussen 20 en 30 centimeter bedekt de wegen. Vandaag geen walvissen. Te veel wind. Dus is er tijd om het eiland zelf te ontdekken: de bossen en valleien van het Ånderdalen Nasjonalpark, de rotsformaties van Tungeneset, de fjorden, de dorpen, en misschien laten de elanden en rendieren zich zien. Het begint goed – met een zeearend die hoog boven de Solbergfjord cirkelt.

Hoewel er bij Finnsnes nog een streepje blauwe lucht te zien was geweest, is het wolkendek in de bergen zwaar en gesloten. Anders Hanssen heeft daar zijn eigen visie op: ‘We gaan niet naar de plek waar het licht is, maar waar we het kunnen verwachten.’ Dus giert de sneeuw van links naar rechts over het wegdek, is er van het landschap niets te zien en zegt het gezond verstand dat omdraaien de beste optie is.

Maar dan is daar een tunnel, met aan het eind plotseling spectaculair zicht op de Bergsfjord, de zee en een handvol houten huizen in vooral geel en het kenmerkende falurood. Ze staan stoer aan de waterkant tussen het kruiende ijs. Verderop in het gehucht Skaland liggen boten aan de steiger. Senja leeft van de visserij. Het eiland telt naar schatting ruim 400 grote en kleine schepen die hun vangst leveren aan een handvol grotere visfabrieken.

Die avond in het plaatsje Husøy eet ik op de boerderij van de familie Hanssen. Vader Bength staat achter het fornuis en maakt de vis klaar die hij vandaag gevangen heeft: kabeljauw en koolvis. Verser kun je het niet krijgen. En lekkerder overigens ook niet. Moeder Greta assisteert en is een optimistische gastvrouw: ‘Vanavond krijgen we een prachtig noorderlicht!’

Onderweg naar de boerderij stonden er inderdaad al vage strepen groen aan de hemel, de eerste tekenen van aurora borealis, zoals het natuurverschijnsel officieel heet. Het is afwachten óf en hoe sterk het vanavond zal zijn – wat afhankelijk is van de hoeveelheid zonnedeeltjes in combinatie met de krachten van het aardmagnetisch veld. En hoewel er allerlei apps met voorspellingen zijn, gaat de natuur eigenwijs zijn eigen gang.

Op het donkere terrein rondom de boerderij geeft Anders Hanssen aan de expeditieleden een workshop over het fotograferen van het noorderlicht. Binnen is de theorie doorgenomen, nu volgt de praktijk. Gisteren had ik al een mooie foto gemaakt van de boerderij die wordt gevangen in penseelstreken van poollicht. Daarom besluit ik te wachten, want er hangt iets in de lucht.

Als iedereen na twee uur verkleumd de warmte rond de kachel opzoekt, ga ik met Anders naar een van zijn favoriete plekken aan de rivier, de Laksselva. Door het duister dalen we af naar het water dat ’s zomers bruist van het leven met otters en zalm. Nu is het donker en stil. Met lampjes op ons hoofd zoeken we tussen de dwergberken naar een plek waar het ijs blank én glad is. Daar zijn de reflecties van het licht straks op hun mooist.

Dat wil zeggen: áls het licht komt. Voorlopig zien we alleen vallende sterren. Ze trekken hun vluchtige sporen in de pikzwarte hemel. En dan verschijnen er weer groene vegen aan het plafond.

Na zo’n zes weken tijdens welke de zon achter de horizon verborgen bleef, heeft hij zich gisteren voor het eerst weer laten zien. De terugkeer wordt op het eiland met opluchting ontvangen. Eindelijk. Met de duisternis verdwijnt voor velen hun bedrukte gemoed. Bovendien wordt het nu per dag snel langer licht. Zo’n twintig minuten per 24 uur. Met de zakken vol energierepen en rendiersnacks – op plaatselijk advies – stap ik in Botnhamn aan boord voor een laatste tocht op zee.

Na gisteravond is alles wat volgt een bonus. Volledig ontspannen zit ik aan boord van de rib, een lange lage zeewaardige rubberboot met 600 pk aan boord. De witte bergen tekenen zich af tegen een hemel waar zachte tinten roze, blauw en oranje een harmonieus verbond hebben gesloten. Het slechte nieuws is dat er nog geen walvissen zijn gespot, het goede nieuws is dat er veel haring zit. En waar de haring gaat, daar zwemt... juist.

Bength, Magnus, Anders en Frank speuren met haviksogen de zee af. Zoeken, volgen, gokken, verliezen én winnen: whohohoooo! In de verte springt een bultrug rechtop uit het water. Om de walvis te volgen moet de boot buitengaats. Regelrecht de Arctische wildernis in. Met metershoge golven, ijskoud zeewater dat af en toe over de boot slaat en de kou die zich bruut een weg baant door elke kiertje in de kleding.

Gelukkig gaan de gespotte walvissen – het zijn er twee – niet richting volle zee, maar zoeken ze de beschutting in Senja’s meesterlijke decor van fjorden en eilanden. Dan zet de bultrug aan en klimt, spottend met de wetten van de zwaartekracht, nog één keer hoog de lucht in. Met een combinatie van oerkracht en gratie maakt het dier een halve draai boven het donkere water om uiteindelijk in de diepte te verdwijnen. 
Dan wordt het stil. De zee houdt de adem in.

Reisjournalist Hans Avontuur maakte tot nu toe 324 reizen naar 67 landen. Dit is zijn eerste reportage voor Traveler.

 

Lees meer