Hoe een wereldreiziger een wereldverbeteraar werd

Een wereldreis en een verblijf op Kaapverdië openden de ogen van Joshua van Eijndhoven. De wereldreiziger werd wereldverbeteraar, en tegenwoordig investeert hij als ‘de Tony Chocolonely van de reisbranche’ in mensen en natuur.

Thursday, December 19, 2019,
Door Veerle Witte
De wereldreis voer onder ander langs Suwarrow, een onbewoond atol in de Grote Oceaan.
De wereldreis voer onder ander langs Suwarrow, een onbewoond atol in de Grote Oceaan.
Foto van Joshua van Eijndhoven

Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 1, 2020.

Tijdens een tussenstop op een zes jaar durende zeilreis rond de wereld raakt Joshua van Eijndhoven in de ban van de schoonheid en diversiteit van de Kaapverdische Eilanden. Maar hij zag er ook dat de all-inclusive industrie twee van de eilanden volledig in de greep heeft. Dat moest anders, vond hij. En dus riep hij na terugkomst van zijn wereldreis Voja Travel in het leven, een reisorganisatie met een duurzame inslag: reizen moet eerlijk zijn voor mens en natuur.

Je maakte een zes jaar durende zeilreis rond de wereld. Hoe zag die reis eruit?

‘Als gezin trokken we er vroeger vaak op uit met de boot. Een zeilreis rond de wereld was altijd al mijn vaders grote droom. Na mijn rechtenstudie besloot ik ervoor te gaan. Twee jaar lang spaarde ik voor een boot en op mijn 26ste verjaardag voer ik uit. In vier maanden tijd zeilde ik met een man of tien, onder wie mijn vader en mijn broer, naar Kaapverdië. Toen de anderen terugkeerden terug naar Nederland, bleef ik hangen en werd ik verliefd op Katia. Samen werkten we op een groot zeiljacht dat met gasten rond de 34 eilanden voer. Toen zag ik voor het eerst welke impact het heeft als toeristen in all-inclusive resorts gaan zitten en op die manier niets investeren in het land zelf. Zo ontstond het idee voor een alternatief, zodat mensen ook de minder bekende Kaapverdische eilanden zouden leren kennen. Na een jaar zeilden Katia en ik verder, van het Caribisch gebied tot het Suezkanaal en de Stille Zuidzee. Zonder plannen. Hierdoor belandden we op afgelegen plekken waar amper toeristen komen.’

Joshua en Katia.
Foto van Joshua van Eijndhoven

Welke bestemming is je altijd bijgebleven?

‘Los van Kaapverdië vond ik de San Blasarchipel, zo’n vierhonderd paradijselijke eilandjes voor de kust van Panama, erg indrukwekkend. We verbleven op palmboomeilandjes waar maar een paar honderd mensen wonen. Hoe idyllisch ze ook zijn, we zagen wel dat ze onder druk staan, bijvoorbeeld door plasticvervuiling en de zeespiegelstijging. De mooiste plek vond ik Tonga in Polynesië. Het zwemmen met wilde walvissen die vanuit Antarctica migreren, heeft heel veel indruk gemaakt. Ook het eilandje Lamotrek in Micronesië, nog dieper in de Pacific, zal me altijd bijblijven. Je mag aan land, maar alleen als je je aanpast aan de lokale cultuur. Na een dag of twee zeiden ze: die kleren moeten uit. Ik kreeg een mannenrok om en Katia liep topless, net als de andere vrouwen.’

Je zag dat sommige van de Kaapverdische eilanden enorm te lijden hebben onder de all-inclusive hotels. Wat maakt deze industrie zo destructief?

‘Wat ik vooral zag, is dat mensen alles bij de grote hotels, die in handen zijn van multinationals, afnemen, waardoor de lokale economie totaal geen profijt heeft van het toerisme. Bovendien kwam ik erachter dat de salarissen relatief laag liggen vergeleken bij de levensstandaard. Weliswaar boven het minimumloon, maar mensen leven in armoede terwijl ze vijftig tot zestig uur per week werken. Dat vond ik lastig om te zien, vooral in contrast met de genietende toeristen. Gelukkig is het de laatste jaren aan het veranderen dankzij bewustwording en de opkomst van fair travel.’

Op welke manier doe jij het anders?

‘Duurzamer reizen kan al door eenvoudige, andere keuzes te maken. Kies voor een hotel of eet bij een restaurant dat zijn vis kleinschalig en van lokale vissers betrekt, dat is al beter voor de aarde. Wij werken op bestemmingen samen met kleine aanbieders, hebben lokale mensen in dienst en leiden ze ook op. Verder compenseren we alle CO2-uitstoot door voor iedere reiziger elf euro te doneren aan onze Fair Travel Foundation waarmee we bomen planten op het eiland Santiago. Verder doneren we negen euro per reiziger aan ecoprojecten. Het eerste is klaar: een emissievrije ecolodge in de bergen van Santiago, gebouwd met lokale materialen en gerund door werknemers uit de omgeving.’

Een nieuwsgierig walvisjong.
Foto van Joshua van Eijndhoven

Hoe zie jij de spagaat tussen duurzaamheid en reizen?

‘Dat is een lastige. CO2-uitstoot compenseren is het minste wat je kunt doen. Voor korte afstanden zou treinen een oplossing kunnen zijn, maar lange afstanden blijven een probleem. Matigen is dus belangrijk. Aan de andere kant is vliegen maar één vorm van vervuiling. Ik kies er bijvoorbeeld voor om energieneutraal te wonen en neem de trein naar werk, daar heb ik invloed op. Als ik naar Zuid-Amerika wil, is die keuzevrijheid kleiner. Ik kan niet elke keer de boot nemen, maar het is wel goed om na te denken over alternatieven en of het echt nodig is om te vliegen.’

Je biedt slechts twee bestemmingen aan met Voja Travel.

‘Dat klopt: Kaapverdië en Tonga. Volgend jaar komen de Azoren erbij. De meeste organisaties huren lokale bedrijven in die de hele dienstverlening ter plaatse organiseren. Wij doen dat allemaal zelf: gaan bij mensen langs, kijken welke maaltijden ze serveren, hoe zij zelf weer een bijdrage leveren aan de maatschappij, enzovoorts. Daarmee willen we garanderen dat de bevoorradingsketen voldoet aan alle eisen die we daaraan stellen. Dat kan niet als je in één keer veertig landen aanbiedt.’ 

Joshua tijdens een zeiltocht, met zelf gevangen dorade.
Foto van Joshua van Eijndhoven

Waarom heb je specifiek voor die bestemmingen gekozen?

‘Wat betreft Kaapverdië is elk eiland anders. In één reis kun je relaxen op het strand, wandeltochten maken en quadbiken en kitesurfen. De resorts liggen op Sal en Boa Vista, op de andere zeven komen bijna geen toeristen en tref je een cultuur die nog relatief onaangetast is door buitenlandse invloeden. Voor Tonga, mijn favoriete plek op aarde, geldt dat nog veel meer. Omdat het een flink eind vliegen is, doen we er ter plaatse alles aan om de voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Naast het zwemmen met walvissen staat het eilandleven centraal: je leeft met de lokale bevolking en slaapt in een hutje op het strand. Er is geen internet, ’s avonds gril je een visje, je leeft heel bescheiden. Ik heb op reis ontdekt dat er een rijkdom zit in die stilte, in het contact met de natuur.’

Heb je tips voor mensen die duurzamer willen reizen?

‘Compenseer je CO2-uitstoot en vlieg zo veel mogelijk rechtstreeks. Pak, als dat enigszins haalbaar is, de trein. Verdiep je in de reisorganisatie. Nemen zij duurzaam reizen serieus? Vliegen ligt nu natuurlijk enorm onder vuur, maar kijk ook eens kritisch naar de inrichting van je dagelijks leven. Samen kunnen we een verschil maken.’

Voja Travel organiseert reizen naar Kaapverdië, Tonga en binnenkort de Azoren. 

Ontdek meer

Traveler

Travel Month

In januari staat National Geographic in het teken van reizen.
Gesponsord

Duurzaam op reis in het Zwitserse Wallis

Zwitserland is zeer goed te doen met de trein. Digital Nomad Corno reist per trein door onder meer Wallis. En probeert iets nieuws. Hij gaat op pad met een elektrische auto in de bergen. Op zoek naar energie, letterlijk.

Bekijk de beste reisfoto’s van 2019

Verken de wereld in deze 35 adembenemende foto’s van onze contributors.
Lees meer