Waarom T. Rex niet met zijn tong kon wiebelen

Toen wetenschappers in de bekken van moderne alligators en vogels keken, stond hen een verrassing te wachten.Saturday, June 23, 2018

Door Theresa Machemer
In dinosauriërfossielen die in het noordoosten van China zijn ontdekt, zijn ook botten van de bek bewaard gebleven, waardoor wetenschappers meer te weten komen over de evolutie van de tong.

Het zal je verbazen wat je allemaal kunt leren van de tong van een dinosaurus.

Door onderzoek te doen naar gefossiliseerde botjes die bij dinosauriërs de tong stabiliseren en ze te vergelijken met soortgelijke botjes in moderne vogels en krokodilachtigen, ontdekten onderzoekers dat de meeste dinosauriërs, waaronder ook de Tyrannosaurus rex, amper in staat waren om hun tong te bewegen. In een wetenschappelijk onderzoek dat deze week in het tijdschrift PLOS ONEverscheen, vergeleken de onderzoekers de tongen van de meeste dinosauriërs met die van moderne alligators, die stevig zijn verankerd aan de bodem van hun bek.

Dus als je op het witte doek een dinosaurus ziet brullen en daarbij speeksel van een lange, bewegende tong tussen machtige kaken ziet vliegen, kun je tegen de persoon naast je in de bioscoop zeggen: “Eigenlijk kan dat helemaal niet.” En dan heb je gewoon gelijk.

Hoe films het bij het verkeerde eind hebben

Om de anatomie van de dinotong te bestuderen, namen wetenschappers van de University of Texas in Austin en de Chinese Academie van Wetenschappen in Beijing een hele reeks fossielen onder de loep, waaronder die van vogelachtige dinosauriërs, planteneters en ook de beroemde T. rex, en vergeleken ze met foto’s in hoge resolutie van dertien moderne vogelsoorten en drie alligators. De onderzoekers richtten zich daarbij op het tongbeen, een fragiel botje aan de bovenkant van de keel dat de tong verankert en ondersteunt. Daarmee hoopten ze licht te werpen op de evolutie van verschillende kenmerken in uiteenlopende stamboomlijnen.

Ze ontdekten dat de tongbenen van de meeste dinosauriërs kort en eenvoudig van structuur waren, zoals die van alligators. Dat zou kunnen betekenen dat ze ook op dezelfde manier aten als hun moderne verwanten. Door zijn korte tongbeen kan de alligator zijn tong nauwelijks bewegen, waardoor hij zijn voedsel amper kan manipuleren terwijl het zich in zijn bek bevindt.

Het is niet de eerste overeenkomst die Julia Clarke, medeauteur van de studie en professor aan de University of Texas in Austin, tussen dinosauriërs en alligators vond. In 2016 bleek uit haar onderzoek naar geluiden van dinosauriërs dat de grote reptielen waarschijnlijk niet het overbekende ijselijke gebrul of gekrijs lieten horen, maar eerder lage en doffe klanken uitstootten. “Ze zijn lange tijd op de verkeerde manier gereconstrueerd,” aldus Clarke in een persverklaring.

Als tongen gaan vliegen..

Maar bij sommige dinosauriërs was het tongbeen gecompliceerder, namelijk bij pterosauriërs en vogelachtige dinosauriërs. Deze reptielen hadden tongen die meer doen denken aan die van moderne vogels, die gecompliceerd en zeer gevarieerd zijn. De unieke stamboomlijn van de vliegende pterosauriërs stierf geheel uit en werd in de achttiende eeuw ontdekt.

Moderne vogeltongen variëren sterk, van spits of gevorkt tot buisvormig, terwijl ook hun tongbeentjes zeer verschillend zijn: ze kunnen aan de achterkant van de schedel zijn bevestigd of tot aan het puntje van de tong doorlopen. De dinosauriërs die door het team werden bestudeerd, lijken een soortgelijke diversiteit te vertonen, wat de onderzoekers tot een interessante hypothese heeft gebracht: misschien heeft de evolutie van een beweeglijke tong iets te maken met de evolutie van het vliegen.

Volgens de wetenschappers werd de tong veel belangrijker voor het manipuleren van voedsel nadat dinosauriërs hun voorpoten hadden ingeruild voor vleugels. Bovendien hadden de reptielen door te kunnen vliegen een veel grotere keur aan voedsel tot hun beschikking, wat weer tot de evolutie van een grotere variëteit aan gespecialiseerde bekken en snavels leidde om dat voedsel zo goed mogelijk te kunnen bereiken.

Vogels hebben inderdaad zeer gespecialiseerde tongen. Zo zijn de tongen van pinguïns bezaaid met weerhaakjes die het voedsel vasthouden zodra het in de bek terechtkomt, terwijl ganzen gespierde tongen met gekartelde randen hebben om de stengels van planten af te kunnen zagen. Sommige spechten hebben stekeltjes op het puntje van hun tong, zodat ze insecten beter kunnen vastpinnen, en kolibries gebruiken hun lange, buisvormige tong om nectar op te zuigen.

De onderzoekers beschrijven ook een uitzondering op hun regel dat de evolutie van het vliegen is verbonden met die van gevarieerde tongvormen. Ook planteneters als Triceratops en de ankylosauriërs, die hun voedsel moesten kauwen, beschikten over gecompliceerde tongbenen. Al met al kan de studie van oeroude tongen ons heel wat leren over het leven en gedrag van dinosauriërs en over de evolutie van de vogels die we vandaag de dag zien rondvliegen.

De Jurassic Periode

bekijk galerij
Lees meer