Eindhoven, werelddorp

De economie van de techstad groeit al jaren als kool en trekt veel hooggeschoolde Aziatische expats. Tegelijk draait de Voedselbank overuren. Over de groeistuipen van een metropool in wording.

Friday, March 29, 2019,
Door Niels Guns
’s Avonds doet ‘lichtstad’ Eindhoven haar bijnaam eer aan, zoals hier aan de Emmasingel in het ...
’s Avonds doet ‘lichtstad’ Eindhoven haar bijnaam eer aan, zoals hier aan de Emmasingel in het centrum. Hier staan enkele voormalige Philipsfabrieken die nu een monumentenstatus hebben. Te zien zijn onder meer de Lichttoren, rechts, met links erachter, nog net zichtbaar, de gevel van de Witte Dame. In het midden de Bruine Heer, een voormalig hoofdkantoor van Philips (met donkere gevel). De futuristisch ogende Blob (‘Binary Large Object’, links) uit 2010 fungeert als toegang tot een winkelcentrum.
Foto van Ton Toemen
Dit artikel verscheen in de april 2019 editie van National Geographic Magazine.

Het ‘nieuweschoenensyndroom’ noem ik het wel: het gevoel dat iedereen nieuwe schoenen lijkt te hebben gekocht, net wanneer je zelf ook nieuw schoeisel hebt. Toen ik na een verblijf van vijf jaar in India terugkeerde in Eindhoven, leek ikzelf in dit syndroom gevangen. Indiërs, overal zag ik ineens Indiërs op straat: wandelend, fietsend, zelfs cricketend. Lag het soms aan mij? Of was er in die vijf jaar werkelijk iets veranderd in de stad die tv-ombudsman Frits Bom eind jaren negentig nog had bestempeld als ‘saaiste stad van Nederland’? Bij een bezoek aan het CBS Urban Data Center/Eindhoven werd mijn indruk bevestigd. De curve van het aantal Indiërs laat een exponentiële groei zien: van 324 in 2000 tot 851 in 2008 tot 3556 in 2018. Daarmee vormen ze de snelst groeiende groep expats in de stad; ze maken inmiddels ruim 1,5 procent uit van een bevolking van 230.000. 

Het is geen toeval dat het juist Indiërs zijn die neerstrijken in de Nederlandse techstad. Elk jaar beginnen zo’n 1,5 miljoen studenten in India aan een technische universitaire opleiding. Eenmaal afgestudeerd, zijn velen van hen bereid naar het buitenland te vertrekken – vanwege het gebrek aan mogelijkheden in eigen land, maar ook omdat ze het Engels goed machtig zijn. 

De Indiërs drukken langzaam maar zeker hun stempel op Eindhoven. Ze spelen cricket op grasveldjes of eten in een van de Indiase restaurants die in de afgelopen jaren de deuren openden. Basisschool Reigerlaan in het stadsdeel Tongelre kent sinds kort twee kleuterklassen voor expatkinderen; driekwart van hen heeft ouders uit India. Een cluster nieuwbouwwoningen aan het Schakelpark in stadsdeel Strijp-R heet in de volksmond ‘het currylaantje’, omdat meerdere Indiase families er een huis kochten. 

Vaak spreek ik zo’n Indiase expat even aan in het Hindi, bijvoorbeeld wanneer ik op de fiets voor een stoplicht sta. ‘Aap kaise hain?’ vraag ik dan, vrij vertaald: ‘Hoe gaat-ie?’ De reactie is meestal hetzelfde: eerst grote ogen vol ongeloof, gevolgd door een warm onthaal. Laatst viel er een bijna van zijn fiets toen ik hem in het centrum in zijn taal begroette. Niet veel anders ging het toen ik de broers Anurag en Nitesh Sharma ontmoette. Nitesh liep met zijn fiets aan de hand omdat Anurag er nog geen had; ze waren pas twee weken in Eindhoven. 

Nitesh Sharma (rechts) werkt in Eindhoven als webontwikkelaar bij
de firma Altran. Hier bereiden hij, zijn vrouw Pravatika en dochter Shrika zich voor op een gezamenlijke wandeling naar het stadscentrum, waar ze eenmaal per week boodschappen doen. Ze kleden zich doorgaans warm: het Indiase gezin kan maar moeilijk wennen aan de Nederlandse temperaturen.
Foto van Ton Toemen

Enkele dagen later bezoek ik hen in hun huis aan de Roostenlaan, in het zuiden van de stad. Anurag en Nitesh werken allebei als webdeveloper bij de Eindhovense vestiging van Altran, een van origine Frans consultancybedrijf. De woonkamer is nog kaal, met twee grote, neplederen bankstellen en in de hoek een tweepersoonsmatras. Nitesh’ eenjarige dochtertje Shrika drentelt door het huis waar de verwarming op 25 graden staat. Uit de keuken klinkt het sissende geluid van een snelkookpan, waarin Pravartika en Keertika, de vrouwen van de twee broers, dal met chapati en rijst klaarmaken. 

Anurag heeft inmiddels een fiets, maar, vertelt hij, dat was wel even wennen. ‘Bij ons in India gebruikt alleen de laagste klasse een fiets.’ En zo was het op wel meer vlakken onwennig. ‘Het is hier extreem rustig,’ verzucht Pravartika. Het jonge gezin komt zelf uit het chaotische Jaipur, met drie miljoen inwoners de tiende stad van India. Daarmee vergeleken is Eindhoven een soort vacuüm, zegt Nitesh. ‘Met veel schonere lucht, dat wel. Maar heel veel kouder dan bij ons.’ 

‘Ik wist niet dat we een aparte rekening voor het verwarmen van het huis zouden krijgen,’ vult Pravartika aan. ‘Ook moesten we zelf uitzoeken waar we het best meubels konden kopen. We hebben eigenlijk alles veel te duur gekocht. Nu pas weet ik dat zoiets als Marktplaats bestaat. Gelukkig hebben we wel al een Indiaas supermarktje gevonden waar we de meeste etenswaren kunnen vinden.’ 

Eindhoven lijkt nog niet helemaal toegerust op de toestroom van zo veel expats in korte tijd. Onderzoeker Otto Raspe van het Planbureau voor de Leefomgeving vergeleek een aantal stedelijke gebieden. ‘Eindhoven lijkt erg op München,’ zegt Raspe. ‘Beide steden zijn in de problemen geweest en beide hebben zichzelf opnieuw uitgevonden. Groot verschil is dat München eerder in de gaten had dat inspanningen om de stad superaantrekkelijk te maken cruciaal zijn. Eindhoven is pas relatief recent daarmee aan de slag gegaan.’ 

De twee broers gaan ondertussen een paar keer per week naar de sportschool. Wanneer ik ze erop wijs dat er nota bene aan het eind van de straat een cricketclub is, veren ze op. Een paar jaar geleden lag PSV Cricket Club nog op zijn gat door een tekort aan leden, maar door de toestroom van expats uit Zuid-Azië is de club inmiddels opgebloeid. ‘Daar gaan we zeker eens langs,’ zegt Anurag enthousiast. 

Mohini N. Shah en haar dochter Shreeya (5) maken zich op voor Divali, het Lichtjesfeest ter ere van hindoegodin Lakshmi. Shah is professioneel beoefenaar van Indiase dansen en is daarnaast yogadocent. Ze heeft zich ten doel gesteld de Indiase cultuur over te dragen aan anderen.
Foto van Ton Toemen

Pravatika vertelt dat ze een master in modemanagement heeft. ‘Ik zou hier heel graag aan het werk gaan.’ Ik druk haar op het hart contact te zoeken met het Expat Spouse Initiative, een netwerk van ruim negenduizend, vaak hoogopgeleide partners van expats in de regio dat is opgericht door een Indiase. Gretig schrijft Pravatika de naam van de website van Expat Spouse op. 

Het is bedrijven als Philips, chipmachinegigant ASML en NXP, een producent van halfgeleiders, er alles aan gelegen de stad en haar omgeving aantrekkelijker te maken voor expats als Nitesh en Anurag. Brainport Regio Eindhoven is een samenwerkingsverband van 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant, die samen zo’n 750.000 inwoners tellen. Knappe koppen zijn wereldwijd zeer gewild. Ook voor hun partner moet de regio aantrekkelijk zijn: zij zijn vaak degenen die bij een keuze voor een nieuwe locatie de knoop doorhakken. 

De economie van de regio draait al een tijd op volle toeren. In 2017 lag de groei van 4,9 procent beduidend hoger dan die van de vier andere grote Nederlandse steden; met 3,9 

procent kwam Amsterdam nog het dichtst in de buurt. Vooral de groeicijfers van chipmachinefabrikant ASML springen in het oog. Waar de omzet in 2018 al bijna elf miljard was, noemde topman Pieter Wennink afgelopen najaar een stijging naar 24 miljard in 2025 denkbaar. Zelfs in het ongunstigste scenario stijgt de omzet de komende jaren nog altijd met enkele miljarden euro’s. 

Bij Anteryon, op de Brainport Industries Campus in Eindhoven, wordt een spiegel in de scanner van een melkrobot verlijmd. De spiegel wordt uitgericht met behulp van een laser om de hoogte van de uiers van de koe te kunnen bepalen.
Foto van Ton Toemen

Om die groei te kunnen volhouden, moet de stad aantrekkelijker worden voor expats, vinden zowel bestuurders als ondernemers. Zo zien topmensen van de grootste bedrijven bijvoorbeeld graag dat er in Eindhoven meer culturele voorstellingen komen die aansluiten bij de belevingswereld van de nieuwkomers. Een Indiase expat vertelt me dat hij vanwege het schrale aanbod van Indiase films regelmatig vanuit Eindhoven naar een bioscoop in Den Haag reist. Afgelopen jaar kreeg de Brainport Regio 130 miljoen euro van het Rijk om het vestigingsklimaat voor expats een impuls te geven, de regio zelf draagt 240 miljoen bij – geld dat onder meer gaat naar skatehal Area51, de Dutch Design Week en het Holland Expat Center South. Ook zijn er plannen voor een nieuw congrescentrum. De stad zal dus op de schop gaan.

De afgelopen jaren is er al veel gebouwd en verbouwd, vooral op plekken waar ooit kantoren en fabrieken van Philips stonden. Neem gebouw TQ op Strijp-T, een van de drie fabriekswijken die Philips bouwde (Strijp-S en Strijp-R zijn de andere). Jarenlang stond gebouw TQ te verloederen, inmiddels is het een plek waar het barst van de innovatieve start-ups.

Een van de aanjagers is ondernemer Ad van Berlo, tevens deeltijdhoogleraar Entrepreneurial Design of Intelligent Systems aan de Technische Universiteit Eindhoven. Zijn designbedrijf VanBerlo, gevestigd op de bovenverdieping van een voormalige fabriekshal, ontving vorig jaar de titel ‘Meest Innovatieve Bedrijf ’ van de Erasmus Universiteit Rotterdam en omroep AVRO- TROS. 

‘Het calimerogevoel is in Eindhoven ondertussen wel voorbij,’ vertelt Van Berlo. Hij leidt me langs enkele uitvindingen uit zijn stal: een stofzuiger voor Philips, een maxicosi, verpakkingen voor Durex en de behuizing van betaalautomaten zoals ze in bijna alle winkels in Nederland staan. 

In het GrowWise Research Center op de High Tech Campus meet plantenexpert Jarno Mooren met een sensor het licht dat een plant nodig heeft voor fotosynthese. In dit onderzoekscentrum van Signify, het voormalige Philips Lighting, wordt geëxperimenteerd
met onder meer ledlicht en klimaatregeling om vertical farming,
of stadslandbouw, mogelijk te maken: het duurzaam en efficiënt kweken van vers voedsel binnenshuis.
Foto van Ton Toemen

Inderdaad lijkt het zelfbewustzijn in Eindhoven gegroeid. Het imago van ‘saaiste stad van Nederland’ dat het verwierf na de enquête van Frits Bom in 1997, kreeg in datzelfde jaar nog een knauw toen Philips plots bekendmaakte het internationale hoofdkantoor naar nota bene Amsterdam te verhuizen. ‘Eindhoven woedend’, kopte het Eindhovens Dagblad de volgende dag. Later ontstond er een soort geuzengevoel onder aanvoering van de Eindhovense cabaretier Theo Maassen (‘Het beste uit Amsterdam is de trein naar Eindhoven’). 

Inmiddels is er zowaar trots. Het Eindhovense stadsmarketingbureau Eindhoven365 nodigt zelfs buitenlandse influencers uit, in de hoop dat zij de stad via hun socialemediaplatforms aanprijzen. Waar toeristen de stad jarenlang links lieten liggen, duiken er nu dagjesmensen op; in 2018 noteerde Eindhoven voor het eerst meer dan een miljoen hotelovernachtingen. Het aantal boekingen stijgt het hardst onder toeristen, nu 43 procent van het totaal. 

Een week na het bezoek aan de familie Sharma ga ik langs op de High Tech Campus (HTC) Eindhoven, in het zuiden van de stad. Op het bedrijventerrein naast de A2 werken ruim elfduizend onderzoekers, ontwikkelaars en ondernemers voor zo’n 180 techbedrijven en -instituten. De campus werd oorspronkelijk opgezet door Philips, maar in 2012 verkocht aan Ramphastos Real Estate, het investeringsbedrijf van Marcel Boekhoorn. In de eerste weken van dit jaar haalde Boekhoorn bij verschillende banken een half miljard euro op om uitbreiding van de HTC te financieren. 

De campus adverteert zichzelf als ‘de slimste vierkante kilometer van Eindhoven’, maar zou evengoed kunnen pochen met ‘de slimste vierkante kilometer ter wereld’, immers: in 2011 werd Eindhoven door de New Yorkse denktank Intelligent Community Forum Eindhoven uitgeroepen tot ‘slimste regio van de wereld.’ 

De voertaal op de campus is Engels. Ik schuif aan voor een lunch in de kantine van Love My Curry, een kleurrijk Indiaas restaurant waar het ruikt naar kardemom. Het is er bomvol. Tegenover me zit Vinoth Krishnan Elangovan. Hij werkt bij ASML, verraadt het pasje dat aan zijn hals hangt. 

‘Eerst vond ik het hier vreselijk saai,’ zegt de 32-jarige design engineer, terwijl hij met zijn handen het gerecht eet dat zijn vrouw thuis heeft klaargemaakt. ‘Maar nu wil ik hier niet meer weg. Ik ben van de rust gaan houden. En voor ons is het ontzettend makkelijk dat we overal Engels kunnen praten.’ 

In de cleanroom van het ASML-hoofdkantoor in Veldhoven staat een ingepakte basismodule van een Deep Ultraviolet (DUV) lithografiesysteem, klaar voor luchtvervoer naar de klant. ASML is een van ’s werelds belangrijkste producenten van apparatuur voor het maken van chips.
Foto van Ton Toemen

ASML heeft een vestiging op de HTC, maar het hoofdkantoor staat zo’n twee kilometer verderop in Veldhoven, net buiten de stadsgrens van Eindhoven. Het bedrijf werd in 1984 opgericht als joint venture door Philips, kwam eind vorige eeuw volledig op eigen benen te staan en telt nu, amper twintig jaar later, zo’n 23.000 werknemers. Het hoofdkantoor van NXP, de voormalige halfgeleiderdivisie van Philips en nu ook een techgigant, staat wel op de campus. Wereldwijd biedt het bedrijf werk aan zeker dertigduizend mensen. 

Philips heeft nog altijd 8500 werknemers in de Brainport Regio, en onlangs werd bekend dat het Benelux-hoofdkantoor in 2020 naar de HTC verhuist. Philips blijft een Eindhovens bedrijf, zegt woordvoerder Tommie Dijstelbloem. ‘Er werken hier in de regio nog altijd twaalf keer zo veel mensen als op de internationale hoofdvestiging in Amsterdam.’ Lopend door de gangen van Philips Research lijkt hij het voor de stad te willen opnemen. Eindhoven, benadrukt hij, ‘blijft een belangrijke productielocatie en innovatiehub’. 

De laatste jaren richt het concern zich steeds meer op gezondheidstechnologie. In de regio Eindhoven doet Philips veel research, maar bouwt het ook apparatuur, zoals in Best, zo’n tien kilometer van de campus, waar het CT- en MRI-scanners produceert. 

We stappen een kamer binnen waar artsen kunnen leren hoe nieuwe apparatuur in de praktijk kan worden ingezet. Ik krijg een VR-bril op mijn hoofd en bevind me opeens in een ziekenhuis. ‘Vorig jaar deden we 1773 patentaanvragen, waarvan 686 op het gebied van medische technologie,’ zegt Dijstelbloem.

Een medewerker van Philips Medical Systems in Best werkt aan de ‘buis’ (body coil) van een MRI-scanner. De buis bevat gevoelige elektronica waarmee de scanner een signaal van het lichaam van de patiënt kan ontvangen.
Foto van Ton Toemen

Dat verhaal over patenten hoor ik wel vaker wanneer ik mijn oor te luisteren leg bij bedrijven in de stad. ‘Kijk naar de kaart van Europa met het aantal patentaanvragen, en je ziet rond Eindhoven een enorme verdikking,’ vertelt Bert-Jan Woertman. Hij werkte lange tijd als communicatiedirecteur bij de HTC en werd zo een van de grondleggers van het succes van de campus. Volgens een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werden in 2013 in Eindhoven per tienduizend inwoners 22,6 patenten aangevraagd. Daarmee was het wereldwijd veruit koploper, vóór San Diego (8,9). In de top zes van Nederlandse bedrijven met de meeste octrooiaanvragen, zo laten cijfers van het Europees Octrooibureau zien, staan vier bedrijven uit Eindhoven: Philips, Signify (de nieuwe naam van Philips Lighting), NXP en ASML. 

Tegenwoordig is Woertman directeur van Brainport Industries Campus, een gloednieuwe bedrijvenhal van 105.000 vierkante meter vlak bij Eindhoven Airport. In deze gigantische loods komen, naast een mbo voor elektro- en installatietechniek, louter innovatieve maakbedrijven. 

‘Wat het succes van de regio verklaart?’ Lang hoeft Woertman niet na te denken over een antwoord. ‘De korte lijntjes. Er is hier een keten van bedrijven en mensen. Allemaal werken ze samen. Ik kan zo iedereen bellen en nog diezelfde middag langsgaan als dat nodig is. Niet te lang overleggen. Meteen doen. Het is een echt ecosysteem. Uniek hoor.’ 

Uit de mond van Miel Timmers, woordvoerder van het industriële familiebedrijf VDL (vijfduizend medewerkers in de regio Eindhoven), horen we hetzelfde verhaal: ‘Als er hier mensen van ASML over de vloer komen voor een bepaald project, zijn dat gewoon onze collega’s. We produceren voor elkaar en werken met elkaar.’ 

In een van de fabriekshallen van VDL ETG Eindhoven staren we samen naar een imposant stalen gevaarte. Dit moet een onderdeel worden van een ‘vessel voor ASML’, vertelt Timmers. Wat zo’n vessel eigenlijk exact doet, dat moet hij even navragen bij een collega. ‘Een vessel is een vacuümkamer waarin met een laser op druppeltjes tin wordt geschoten,’ meldt Timmers later. ‘Daarmee wordt het tin in de plasma-aggregatietoestand gebracht en wordt EUV-licht gecreëerd.’ 

Op die EUV-technologie (extreem ultraviolet licht), waarmee ASML hoogwaardige machines kan maken waarmee chips worden gefabriceerd voor bijvoorbeeld mobiele telefoons, heeft het bedrijf de facto een wereldwijd monopolie. 

Zo’n monopoliepositie werkt als een magneet op slimmerds die zelfs na werktijd nog trek hebben in een uitdaging. In een notendop is dit het bedrijfsmodel van softwareontwikkelaar Wolfpack. Overdag werken de ‘Wolves’, zoals ze zichzelf noemen, bij verschillende IT- en techbedrijven in de stad. ’s Avonds komen ze voor het echt moeilijke werk naar het kantoor van Wolfpack, op één hoog in een weinig oogstrelend pand op het terrein van de Technische Universiteit. 

De Eindhovense start-up Wolfpack, gevestigd
op het terrein van de
TU Eindhoven, presenteert zich als aanbieder van de ‘slimste 1 procent IT-professionals’. Op dinsdagavonden battelen data-analist Jeroen van de Ven, links, en software-ontwikkelaar Qasim Albaqali tegen elkaar in het uitvoeren van complexe opdrachten.
Foto van Ton Toemen

Een tijdje terug was ik in hetzelfde gebouwtje voor een ander interview, toen ik Wolfpackoprichter Pit Janssen tegen het lijf liep. 

‘Wil je écht weten hoe die knappe koppen werken, dan moet je op een dinsdagavond eens naar onze IT-jungle komen,’ zegt hij. Tijdens de jungle battelen de knapste koppen tegen elkaar in de vorm van het uitvoeren van complexe opdrachten, legt Janssen uit. ‘Dat gaat er soms hard aan toe.’ 

Daan Streng is een van de meest praatgrage Wolves. Hij doet een poging uit te leggen wat zijn werk als developer inhoudt. Na twee zinnen moet ik al afhaken. ‘Ik lees dit als een boek,’ zegt Streng schouderophalend. Hij wijst naar de programmeertaal op zijn scherm met cijfers, komma’s, punten en voor mij willekeurige letters. Thuis, vertelt hij, doet-ie eigenlijk ook niets liever dan programmeren. Naast hem sleutelen twee collega’s aan een apparaat waarmee de slagsnelheid van profboksers kan worden gemeten. ‘Sommige bedrijven willen niet dat bekend wordt dat wij met hun apparatuur in de weer zijn,’ vertelt Streng. ‘Daarmee zouden ze namelijk toegeven dat wij veel beter kunnen programmeren dan zijzelf.’ 

Kan iedereen wel mee in die wereld van slim en innovatief? Die vraag komt bij me op wanneer ik na de IT-jungle naar huis fiets. 

Datzelfde gevoel bekruipt me bij een bezoek aan de jaarlijkse Dutch Design Week (DDW). In oktober kwamen er 355.000 bezoekers op af, van wie 21 procent uit het buitenland. In de voormalige Campina-melkfabriek hebben 185 afstudeerstudenten van de Design Academy Eindhoven hun kamp opgeslagen. Ik bekijk kogelvrije mode en een systeem dat slapen in een ruimte-efficiënte vloerkast mogelijk maakt. Maar eenmaal buiten zie ik dat het bij de Voedselbank aan de overzijde van het Eindhovens Kanaal ook druk is. Er is net een uitdeelmoment, en een groep afnemers haast zich naar binnen, vluchtend voor een flauwe regenbui. 

“Er is hier een keten van bedrijven en mensen. Een echt ecosysteem. Niet te lang overleggen. Meteen doen. ”

Ondanks het gunstige economisch klimaat ziet Voedselbankvoorzitter Jelle Krol het aantal klanten stijgen. 25 jaar geleden zag hij als vakbondsman wat het faillissement van DAF, een andere reus uit Eindhoven, in de regio aanrichtte. Ondertussen groeien ook bij het doorgestarte DAF Trucks de bomen tot in de hemel. ‘Toch blijft het hier onverminderd druk,’ constateert Krol, terwijl hij een pak gevulde speculaas controleert. ‘Er komt hier van alles en nog wat.’ 

De 47-jarige Eindhovenaar Diego Meijvaert is cliënt bij de Voedselbank. Hij heeft een heftig leven achter de rug, vertelt hij in zijn flatje op drie hoog, en ook best een en ander op zijn kerfstok, maar nu heeft hij zijn zaakjes redelijk op orde. Vanaf zijn balkon is het terrein van DAF te zien. Naast hem op de bank zit Bentley, een schijnzwangere, forse pitbull, die me goed laat zweten wanneer ze met ontblote boventanden bij me komt schooien om een koekje. 

Diego Meijvaert komt geregeld bij de Voedselbank in Eindhoven. Hier schilt hij een appel in het bijzijn van zijn pitbull Bentley; de twee zijn onafscheidelijk. Via de Japanse vechtsport aikido slaagde Meijvaert erin af te rekenen met zijn bewogen verleden. Inmiddels geeft hij voorlichting op scholen om kinderen te behoeden voor de fouten die hij zelf maakte. ‘Waar je ook staat,’ zegt hij, ‘er is altijd een weg terug als je op jezelf vertrouwt.’
Foto van Ton Toemen

Een derde van zijn eten haalt Diego bij de Voedselbank, rekent hij voor. ‘Net het laatste restje dat ik mis om rond te komen. Daar kook ik superlekker mee. Gisteren nog een beenhammetje met truffelaardappeltjes. Je hoort mij niet klagen hoor,’ vertelt hij. ‘Toch zou die Voedselbank eigenlijk niet nodig moeten zijn. Er is meer dan genoeg geld in de stad.’ 

‘Het succes van de Brainport Regio is natuurlijk prachtig, maar aan de mensen die hier komen, is dat succesverhaal niet zo besteed’, beaamt Krol. ‘We zien hier vooral steeds meer ouderen die niet genoeg pensioen hebben.’ 

Cijfers van het CBS lijken hem gelijk te geven. Van alle Brabantse steden is de langdurige armoede in Eindhoven het grootst. Het is een hardnekkig fenomeen in veel grote steden, en des te meer in een conjunctuurgevoelige economie als die van Eindhoven. ‘Beland je eenmaal in armoede, dan kom je er heel moeilijk uit,’ benadrukt Krol. ‘Veel Eindhovenaren kampen nog steeds met de naweeën van de economische crisis.’ 

Een tijdje later ga ik langs bij emeritus-hoogleraar economie Nic Douben. Al in de jaren zeventig waarschuwde het nu 79-jarige voormalige kroonlid van de Sociaal Economische Raad dat er maatschappelijke kloven zouden ontstaan. De huidige economische groei komt niet per se de hele bevolking ten goede, meent Douben. ‘Bovendien is het ecosysteem dat nu op volle toeren draait kwetsbaar. Het is erg afhankelijk van de wereldeconomie. Eindhoven wil zich vergelijken met Amsterdam, maar soms vergeten ze hier dat het eigenlijk een uit de kluiten gewassen dorp is.’ 

Daar denkt het Eindhovense stadsbestuur anders over. Wie dacht dat de techstad nu al booming is, kan zijn borst natmaken. ‘Eindhoven is best sexy, maar het kan veel beter,’ zegt Winy Maas. De vermaarde architect – afkomstig uit Schijndel, niet ver van Eindhoven – is door de gemeente voor vier jaar aangetrokken als adviseur bij de herontwikkeling van de binnenstad. ‘Nu nog even volhouden en doorpakken,’ zegt hij. ‘De stad moet echt oogsten nu de zon schijnt.’ 

De Vestdijktunnel bij het centraal station van Eindhoven is een van de belangrijkste verbindingen tussen het noorden en zuiden van de stad. Op de tunnel staan zes replica’s van beelden van kunstenaar Joop Hekman, met namen die symbool staan voor de stad: Het Geluid,
De Tabak, De Textiel, Het Verkeer, Het Jonge Bloeiende Eindhoven en De Handel.
Foto van Ton Toemen

Ik ontmoet Maas op het treinstation dat, geheel in Philips-stijl, de vorm van een transistorradio heeft. We kijken tegen de rug en de gebogen schouders van het bronzen standbeeld van Anton Philips. Rechts in de verte zien we de Witte Dame, de voormalige radiofabriek van Philips. Op het dak prijkt nog altijd in grote blauwe letters de naam van het concern dat Antons broer Gerard oprichtte. 

Winy Maas staat bekend om zijn baanbrekende ontwerpen. Lopend door de binnenstad ventileert hij het ene na het andere idee om de binnenstad een ander aanzien te geven. Wat te denken van zijn plan de Sint-Catharinakerk in het centrum op te tillen en een nieuw leven op palen te geven? Na dik een uur wandelen neemt Maas me mee naar een presentatie ten overstaan van het college van burgemeester en wethouders. Moment suprême: de onthulling van zijn plan voor een enorme toren op het Stadhuisplein, met in het geraamte de letters E, H en V als het ware erin uitgesneden. ‘Je zou er in theorie met een helikopter doorheen kunnen vliegen,’ schat Maas in. Als er nog een restje Calimero zou zijn, trapt dit gevaarte het rücksichtslos plat. ‘Dít is pas stadsmarketing,’ laat burgemeester John Jorritsma zich lovend ontvallen. 

Ik laat al die creatieve ideeën even bezinken en wandel na de presentatie door de stad. Ik stel me voor hoe alle woontorens die Maas voor ogen heeft Eindhoven zullen veranderen. Is het hier nu inderdaad een uit de kluiten gewassen dorp? Of is dit een wereldstad in wording? Wanneer ik het geschreeuw van de 66-jarige Arnol Kox hoor schallen door de Demer, een grote winkelstraat in het centrum, neig ik nog even naar het eerste. 

De bebaarde stadsprediker wordt geliefkoosd als een soort dorpsgek. Al veertig jaar verkondigt hij hier het woord van God, tegenwoordig vanuit zijn scootmobiel. Ik maak even een praatje met hem en geef hem een hand. Hij prevelt een gebedje voor me en laat me niet snel los, ook al dring ik na een tijdje aan.

Zolang Arnol Kox hier predikt, lijkt het nog gewoon Eindhoven zoals het al jaren was. Alhoewel. Kox staat nog wel op dezelfde plek, maar in het gebouw achter hem huisde vroeger Vroom & Dreesmann. Nu heet hetzelfde gebouw Warehouse of Innovation, een plek waar de stad laat zien wat ze heeft te bieden op het gebied van techniek en innovatie. ‘Your new body will be a superbody!’ krijst Kox vol overtuiging zodra ik me uit zijn stevige handgreep heb ontworsteld. Zelfs de straatprediker bedient zich in Eindhoven tegenwoordig van het Engels. 

Freelance auteur en Eindhovenaar Niels Guns is oud-India-correspondent voor De Telegraaf
 en RTL Nieuws. Fotograaf Ton Toemen maakte eerder reportages over onder meer de export van hier afgedankte spullen naar West-Afrika (juli 2015) en een borstkankerpatiënte (januari 2019). 

Dit artikel verscheen in de april 2019 editie van National Geographic Magazine. 

Lees verder

Hoe Londen het centrum van de wereld werd

Drie decennia van groei hebben het stedelijke landschap van Londen opnieuw uitgevonden - en getransformeerd tot vooraanstaande internationale stad. Haar expansie lijkt onstuitbaar, ook nu zwaar weer op komst is. Is de Britse hoofdstad too big to fail?
Magazine

Silicon Valley is (bijna) volwassen

In Silicon Valley leken de mogelijkheden onbegrensd, maar ook hier wordt nu de vraag gesteld of ‘méér en groter’ wel altijd beter is. 

Voorbij Silicon Valley: 7 bruisende en innovatieve steden

Broedplaatsen voor startups, dynamische levensstijlen en diversiteit – deze zeven opkomende steden zijn een bezoekje meer dan waard.
Lees meer