De fasen van de maan uitgelegd

Kom meer te weten over de maancyclus, zijn fasen of schijngestalten en de herkomst van de vele aanduidingen voor volle maan.

Gepubliceerd 30 okt. 2020 14:23 CET, Geüpdatet 5 nov. 2020 06:20 CET

Elke maand doorloopt de maan zijn vier fasen of schijngestalten, waarbij hij tussen volle en nieuwe maan toeneemt (‘wast’) en afneemt.

Ons uitzicht op de maan wordt bepaald door het feit dat de maan geen eigen licht uitstraalt; de zilveren gloed die wij zien wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van het zonlicht op het monochrome maanoppervlak. We hebben daarnaast ook te maken met een gril van de zwaartekracht die ‘gebonden rotatie’ wordt genoemd. Bij dat laatste komt het erop neer dat de maan ongeveer net zolang over één omwenteling rond zijn as doet als over één hele omloopbaan rond de aarde. En dat betekent dat we vanaf de aarde altijd dezelfde kant van de maan zien. Overigens wordt tijdens de omloopbaan van de maan ook zijn achterzijde door de zon beschenen, zodat er strikt genomen geen ‘dark side of the moon’ bestaat.

Terwijl de maan, de aarde en de zon in een sierlijk ballet om elkaar heen cirkelen, doet het gedeelte van de maan dat direct door de zon wordt beschenen zich telkens anders aan ons aardbewoners voor, vandaar de aanduiding ‘schijngestalte’. Daarbij zien we een voorspelbare cyclus van vier maanfasen. Gedurende elke maand doorloopt de maan vanaf de aarde bezien tot twee keer toe zijn vier maanfasen, tussen volle en nieuwe maan en andersom.

Nieuwe maan

In deze fase bevindt de maan zich precies tussen de aarde en de zon, waardoor de zijde van de maan die wij vanaf de aarde kunnen zien, niet door de zon wordt beschenen en vrijwel onzichtbaar wordt aan de nachthemel. In deze fase is de maan alleen te zien als hij tijdens een zonsverduistering voor de zon schuift. Overigens is het grijze, niet-verlichte gedeelte van het maanoppervlak soms in een vage, zilverkleurige gloed gehuld, die wordt veroorzaakt doorzonlicht dat door de aarde wordt weerkaatst (‘aardschijnsel’).

Wassende maan (jonge maansikkel)

Terwijl het maanoppervlak dat door de zon wordt beschenen langzaam groter wordt, bevindt de maan zich in een ‘wassende’ (toenemende) fase. We spreken van een ‘maansikkel’ als het verlichte maanoppervlak minder dan de helft van de maan uitmaakt.

Eerste kwartier

Dit is de fase van de maan waarbij precies de helft van de maan door de zon wordt beschenen terwijl het gedeelte van het maanoppervlak dat wordt verlicht, nog steeds toeneemt.

Wassende maan

Als de maan meer dan halfvol is en het verlichte oppervlak nog steeds toeneemt, spreken we van een wassende maan.

Volle maan

In deze fase of schijngestalte staat de maan ten opzichte van de zon direct achter de aarde, waardoor zijn naar de aarde gekeerde zijde geheel door de zon wordt beschenen. In deze fase kunnen zich soms ook maansverduisteringen voordoen.

Afnemende maan

In deze fase wordt meer dan de helft van het maanoppervlak door de zon beschenen, maar neemt dat verlichte gedeelte van de maan geleidelijk aan af.

Laatste kwartier

In deze fase wordt opnieuw precies de helft van het maanoppervlak door de zon beschenen, maar neemt het verlichte gedeelte ervan langzaam af, richting nieuwe maan.

Afnemende maan(sikkel)

In deze fase wordt opnieuw minder dan de helft van het maanoppervlak door de zon beschenen, waardoor er een in omvang afnemende maansikkel is te zien.

De vele benamingen van volle maan

Een van de mooiste en meest bijzondere spektakels aan de nachthemel – en al sinds mensenheugenis een inspiratie voor dichters, schilders en geliefden – is de aanblik van de volle maan. Volle maan doet zich ongeveer om de 29,5 dag voor, telkens wanneer de aarde precies tussen de zonen de maan staat.

Al duizenden jaren lang gebruikt de mens de reis van de maan aan de nachthemel om de maanden van het jaar te markeren en de beste tijd voor de jacht, het inzaaien van gewassen en de oogst vast te stellen. Overal ter wereld hebben mensen in oude beschavingen de volle maan aparte namen gegeven, gebaseerd op de planten en dieren die de desbetreffende maand kenmerken of op het weer in die tijd van het jaar.

Januari: ‘Wolfmaan’

De eerste volle maan van het jaar werd door de Indiaans-Amerikaanse inwoners van Noord-Amerika en van het middeleeuwse Europa ‘wolfmaan’ genoemd, waarschijnlijk vanwege het gehuil van hongerige wolven in het hartje van de winter. Tot de andere benamingen voor deze volle maan behoren ‘oude maan’ en ‘ijsmaan’.

Februari: ‘Sneeuwmaan’

De volle maan van deze maand dankt zijn naam aan het doorgaans koude en sneeuwrijke weer in deze tijd van het jaar op het noordelijk halfrond. Andere veelgebruikte benamingen zijn ‘storm-maan’ en ‘hongermaan’.

Maart: ‘Wormenmaan’

De laatste volle maan van de winter werd ‘wormenmaan’ genoemd, omdat er in deze tijd van het jaar op de pas ontdooide bodem sporen van regenwormen verschenen. Tot de andere benamingen voor deze volle maan behoren ‘kuismaan’, ‘dodemaan’, ‘korstmaan’ (verwijzend naar sneeuw die overdag dooit en ’s nachts weer opvriest, zodat er ijskorsten ontstaan) en ‘sapmaan’, vanwege het aftappen van esdoornsap.

April: ‘Roze maan’

De volle maan van april wordt door de inheemse indianen van Noord-Amerika ‘roze maan’ genoemd, naar een wilde bloemensoort die vroeg in het jaar tot bloei komt. In andere culturen wordt deze volle maan ook wel ‘spruitmaan’ (naar het opkomen van vers gras), ‘eiermaan’ en ‘vismaan’ genoemd.

Mei: ‘Bloemenmaan’

De volle maan van de maand mei wordt in talloze culturen met de benaming ‘bloemenmaan’ aangeduid, dankzij het uitbundige ontwaken van de natuur in deze maand. Andere benamingen zijn ‘hazenmaan’, ‘maïsmaan’ en ‘melkmaan’.

Juni: ‘Rozenmaan’

In Europa wordt deze volle maan ‘rozenmaan’ genoemd, maar in Noord-Amerika ‘strawberry moon’ (‘aardbeienmaan’), aangezien aardbeien daar in juni worden geplukt. In andere culturen staat deze volle maan bekend als ‘hete maan’, vanwege het begin van de zomerhitte.

Juli: ‘Bokmaan’

In Noord-Amerika werpen mannetjesherten elk jaar in juli hun gewei af, vandaar de aparte naam die de Indiaans-Amerikaanse inwoners aan de volle maan van deze maand gaven. Tot de andere benamingen behoren ‘dondermaan’, vanwege de vele onweersbuien in deze maand, en ‘hooimaan’, naar de hooioogst van de maand juli.

Augustus: ‘Steurmaan’

Noord-Amerikaanse indianenstammen die van de visvangst leefden, noemden de volle maan van augustus ‘steurmaan’, omdat deze soort dan overvloedig werd gevangen. Deze volle maan wordt ook omschreven als ‘maan van de groene maïs’, ‘korenmaan’ en ‘rode maan’ (naar de rossige waas die in deze heiige zomermaand vaak over de maan ligt).

September: ‘Oogstmaan’

De bekendste benaming voor de volle maan is die voor september: de ‘oogstmaan’. De naam verwijst naar de oogst die meteen na de herfstequinox op het noordelijk halfrond werd binnengehaald. Tot de andere benamingen voor deze volle maan behoren ‘maïsmaan’ en ‘gerstmaan’.

Oktober: ‘Jagersmaan’

De eerste volle maan na de oogstmaan is de ‘jagersmaan’, genoemd naar het feit dat deze maand de beste tijd voor de jacht was, aangezien herten en vossen die gedurende de zomermaanden goed doorvoed waren geraakt, zich niet meer op de geoogste akkers en velden konden verbergen. De jagersmaan is ook extra helder en staat langer aan de nachthemel, wat jagers in de gelegenheid stelde om ook ’s nachts te jagen. Andere namen zijn onder meer ‘reismaan’ en ‘maan van het afstervende gras’.

November: ‘Bevermaan’

Kenners zijn het niet eens over de herkomst van de naam ‘bevermaan’ voor de volle maan van november. Sommige menen dat hij afkomstig is van Indiaans-Amerikaanse stammen die hun bevervallen in deze maand plaatsten, terwijl andere denken dat de naam verwijst naar het feit dat bevers in deze maand hun winterdammen aanleggen. De volle maan van november wordt ook wel ‘vorstmaan’ genoemd.

December: ‘Koude maan’

De volle maan van deze maand heeft zijn naam te danken aan het feit dat december vaak de koudste maand van het jaar is. Tot de andere benamingen voor deze maan behoren ‘langenachtmaan’ en ‘eikmaan’.

‘Blauwe maan’

Een ‘blauwe maan’ is niet blauw en ondanks de uitdrukking in het Engels (once in a blue moon = heel af en toe) ook niet erg zeldzaam. Hoewel de precieze omschrijving in de loop der jaren wel wat is veranderd, wordt de term ‘blauwe maan’ tegenwoordig gebruikt voor de tweede volle maan die binnen één maand is te zien, wat gemiddeld elke tweeënhalf jaar voorkomt.

‘Supermaan’

De omloopbaan die de maan rond de aarde volgt, is geen perfecte cirkel en dus verschilt de afstand tussen de aarde en de maan in de loop van het jaar enigszins. Wanneer een volle maan zich voordoet op een moment dat hij extra dicht of het dichtstbij bij de aarde (op het perigeum) staat, doet de maanschijf zich enigszins groter voor dan normaal, wat in de volksmond een ‘supermaan’ wordt genoemd.

Bronnen
Maanfasen: US Naval Observatory
Gebonden rotatie: University of Hawaii op Manoa
Benamingen voor volle maan: Old Farmer’s Almanac
‘Blauwe maan’: NASA

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

 
Lees meer