Wat heeft een schimmel ervoor over om niet te verhongeren? Veel, als je het Arthrobotrys oligospora vraagt. Als de nood hoog is, transformeert het organisme in een genadeloze predator.

A. oligospora is in de meeste gevallen een saprofaag, wat betekent dat de schimmel zich voedt met rottend organisch materiaal zoals dode bladeren. Maar in een onderzoek dat werd gepubliceerd in november 2023 beschrijven onderzoekers hoe de schimmel bij een gebrek aan voedingsstoffen transformeert tot een carnivoor die jaagt op nietsvermoedende rondwormen. En omdat de schimmel zijn prooien niet kan achtervolgen zoals roofdieren dat doen, heeft de soort een listige tactiek ontwikkeld om te jagen.

Schimmels lokken prooi in de val

Rondwormen produceren kleine moleculen, genaamd ascarosiden, die bepalend zijn voor hun gedrag en ontwikkeling. Het lijkt erop dat schimmels als A. oligospora de signalen van deze moleculen ‘afluisteren’. Het uitzetten van de val is vermoedelijk een energierovend proces, dus de schimmel begint hier alleen aan als er een prooi in de buurt is.

Als A. oligospora de aanwezigheid van een rondworm voelt, lokt de schimmel zijn prooi met feromonen naar het mycelium, een ondergronds netwerk van microscopische schimmeldraden. Volgens onderzoeker Ping Hsueh van het Taiwanese Instituut van Moleculaire Biologie heeft de schimmel waarschijnlijk een manier ontwikkeld om de reukzenuw van zijn prooi voor de gek te houden. De wormen worden verleid met signalen die gewoonlijk wijzen op de aanwezigheid van voedsel of een vruchtbare partner. In plaats daarvan komen ze terecht in de kleverige val van A. oligospora.

‘Eerst zien we bij A. oligospora in aanvalsmodus een toename van eiwitten en DNA,’ legt Hsueh uit. ‘Vervolgens worden de eiwitten uitgescheiden, wat leidt tot een plakkerige val. In het laatste stadium zorgen enzymen in de schimmel ervoor dat de gevangen rondworm kan worden verteerd.’

Kan de rondworm terugvechten?

Toch staan de wormen niet compleet machteloos. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de ‘prooien hun overlevingskansen vergroten door hun gedrag te veranderen. Denk aan camouflage, ontwijking, nabootsing en verstijving. Predatoren passen zich op hun beurt weer aan door jachtstrategieën te verfijnen’.

Volgens Hsueh zijn de schimmels en rondwormen op deze manier verwikkeld in een evolutionaire wapenwedloop. Met vervolgonderzoek hoopt ze deze dynamiek beter te begrijpen.