Ötzi lag al ruim vijfduizend jaar in het ijs toen hij in 1991 in het Ötztal werd ontdekt door wandelaars Erika en Helmut Simon. Onderzoekers hebben nu voor het eerst gedetailleerd in kaart gebracht welke micro-organismen zich op en in zijn lichaam bevinden, en sommige daarvan lijken nog altijd in leven. De resultaten van het onderzoek werden vandaag gepubliceerd in Microbiome.
Een microbioom van vijfduizend jaar oud
Tijdens de duizenden jaren die Ötzi in het ijs doorbracht, kwam zijn lichaam voortdurend in contact met micro-organismen uit de omgeving. Voor onderzoekers was daarom een belangrijke vraag: welke microben maakten oorspronkelijk deel uit van Ötzi’s lichaam, en welke kwamen er pas later bij?
‘Het microbioom van een mummie is uniek, omdat we zowel met microben van meer dan vijfduizend jaar oud te maken hebben als met moderne microben, die sinds de ontdekking op het lichaam terecht zijn gekomen,’ vertelt microbioloog en hoofdauteur Mohamed Sarhan over de studie.
Om dat onderscheid te maken analyseerden de onderzoekers monsters van het smeltwater rond de mummie, uitstrijkjes van zijn huid en een bodemmonster dat al in 1991 bij de vindplaats was verzameld. Zo konden ze beter bepalen welke organismen afkomstig waren van de gletsjer en welke bij Ötzi zelf hoorden.
Een kijkje in de darmflora van een prehistorische Europeaan
Tijdens eerdere studies waren zijn darmweefsel en maaginhoud al in kaart gebracht. Daardoor weten we dat zijn laatste maaltijd uit steenbok en granen bestond. In de nieuwe analyse vonden onderzoekers genetisch materiaal van bacteriën die waarschijnlijk deel uitmaakten van zijn oorspronkelijke darmflora.
Opvallend genoeg worden sommige van deze bacteriën tegenwoordig nog maar zelden aangetroffen bij mensen in geïndustrialiseerde samenlevingen. Dat maakt Ötzi bijzonder waardevol voor onderzoekers die willen begrijpen hoe het menselijke microbioom zich door de millennia heen heeft ontwikkeld.
Microben uit het ijs
Naast darmbacteriën ontdekten de onderzoekers ook verschillende soorten gisten op Ötzi’s huid, in zijn maag en in het smeltwater rondom zijn lichaam. Deze gisten lijken afkomstig van de gletsjer waarin hij duizenden jaren lag. Het gaat om sterk gespecialiseerde soorten die zijn aangepast aan extreem koude omstandigheden en verwant zijn aan gisten die tegenwoordig in Antarctica voorkomen.
De onderzoekers vonden zowel sterk beschadigd oud DNA als opvallend goed bewaard genetisch materiaal. Dat wijst erop dat sommige micro-organismen mogelijk nog steeds aanwezig zijn in een soort slapende toestand.
Volgens Frank Maixner, directeur van het Institute for Mummy Studies van Eurac Research in Italië, laat dit zien dat de ijsmummie ‘niet een statisch relikwie is, maar een dynamisch, biologisch systeem’.
Hebben conservatiemethoden de microben beïnvloed?
De studie leverde nog een opvallende ontdekking op: drie van de vier aangetroffen gistsoorten beschikken over genetische eigenschappen om fenol te kunnen afbreken. Fenol werd na de ontdekking van Ötzi gebruikt om schimmelgroei tegen te gaan.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Mogelijk hebben sommige microben juist geprofiteerd van die behandeling door de stof als voedselbron te gebruiken. Dat inzicht kan belangrijk zijn voor de conservering van andere archeologische vondsten.
Wat kunnen onderzoekers hiervan leren?
Tegenwoordig wordt Ötzi bewaard in een speciale koelkamer van min zes graden Celsius met een luchtvochtigheid van 99 procent. ‘De staat waarin de mummie zich bevindt is nu zeer stabiel,’ vertelt Elisabeth Vallazza, directeur van het Zuid-Tiroler Archeologiemuseum in Italië en verantwoordelijk voor de conservering van de mummie. ‘We monitoren de microbiologie nauwgezet om ervoor te zorgen dat de mummie geen schade oploopt.’
Marco Samadelli, conservatie-expert en co-auteur van de studie, benadrukt dat de omstandigheden waarin een ijsmummie goed bewaard blijft nog niet volledig begrepen worden. ‘Dankzij deze studie kunnen we dit kennisgebied uitbreiden.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.














