We associëren depressieve gevoelens vaak met donkere winterdagen, maar niet iedereen knapt op van de zomer. Voor sommige mensen brengen zon en warmte juist slapeloosheid, onrust en somberheid met zich mee. Dat maakt zomerdepressie een van de minst begrepen vormen van seizoensgebonden depressie. Hoe zit dat?
Wat is het verschil tussen een winter- en een zomerdepressie?
Een zomerdepressie is het vaak niet herkende, zeldzamere en moeilijker te behandelen broertje van de welbekende winterdepressie.
Mensen met winterdepressie hebben last van lusteloosheid en een verhoogde slaapbehoefte en eetlust, met gewichtstoename als gevolg. Het wordt veroorzaakt door de aanhoudende donkere dagen van het seizoen, maar over het algemeen kunnen de symptomen vrij goed behandeld worden met lichttherapie.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Bij een zomerdepressie spelen meerdere omgevingsfactoren een rol, zoals hoge temperaturen, een hoge luchtvochtigheid en zelfs veel pollen in de lucht. Klachten die bij een zomerdepressie horen zijn rusteloosheid en slapeloosheid, verlies aan eetlust en gewichtsverlies. Ook lopen mensen met een zomerdepressie meer kans om suïcidale gedachten te ontwikkelen dan mensen met winterdepressie.
Onbegrepen aandoening
Deze variabele oorzaken maken het lastig om een behandeling te ontwikkelen die zomerdepressie beheersbaar maakt. Sommige mensen blijven in de zomermaanden zoveel mogelijk binnen, maar dat is vaak onhaalbaar, aangezien de sociale druk om er ’s zomers op uit te trekken en van het mooie weer te genieten zo ongelooflijk hoog is.
Hoewel de afgelopen jaren enkele nieuwe overzichtsstudies zijn verschenen, is het aantal recente onderzoeken naar zomerdepressie nog altijd beperkt. Veel van de kennis over de aandoening is nog steeds gebaseerd op relatief oude studies uit de jaren negentig en vroege jaren nul.
‘Terwijl het onderzoek naar winterdepressie enorm op gang is gekomen, zijn er maar weinig mensen die oog hebben voor de zomerse versie,’ zegt Kelly Rohan, directeur klinische opleidingen aan de University of Vermont (VS) en een psycholoog die al sinds 1993 onderzoek doet naar seizoensgebonden depressies.
Sombere zomerdagen
Net als winterdepressie varieert het aantal gevallen van zomerdepressie lichtjes naar breedtegraad, maar in een veel minder duidelijk patroon.
Uit een Amerikaans onderzoek in 1990 bleek dat 9,7 procent van de inwoners van Nashua, gelegen in het noordelijke New Hampshire (VS), last hadden van winterdepressie, terwijl slechts een half procent van hen symptomen van zomerdepressie vertoonden.
Kijken we naar het zonnige Florida, dan zien we dat het aantal mensen met winterdepressie daalt naar 1,4 procent terwijl het aantal inwoners met zomerdepressie toeneemt tot 1,2 procent – nog altijd een laag percentage, maar aanzienlijk hoger dan in de meest noordelijke stad die in het onderzoek werd bestudeerd.
Geen duidelijke behandeling
Juist doordat verschillende omgevingsfactoren een rol spelen, is het lastig om de aandoening goed te omschrijven en een effectieve behandeling te ontwikkelen.
‘Een stoornis wordt bekender als je er een welomschreven behandeling tegen hebt. Dat is het geval met winterdepressie,’ zegt Norman Rosenthal, de psycholoog die in 1984 als eerste de seizoengebonden depressie identificeerde. ‘Als het om de zomerversie gaat, kan ik je hooguit wat tips geven, maar geen eenvoudige en goed werkende behandelingen als bijvoorbeeld lichttherapie aanbevelen.’
Meer aandacht voor psychische aandoeningen bij het brede publiek heeft een positieve uitwerking op het omgaan met de symptomen. Dat geldt ook voor seizoensgebonden depressies, vooral omdat ons welzijn vaak op subtiele wijze door sociale normen wordt belast. Ook al heeft de overgrote meerderheid van de bevolking ’s winters geen last van duidelijke episoden van depressie, toch weten veel mensen hoe het voelt om je in de donkere maanden wat somber te voelen en weinig contact met anderen te zoeken.
Voor de zomer geldt juist het tegenovergestelde. De meeste mensen geven de voorkeur aan warm weer, wat tot gevoelens van vervreemding en isolatie kan leiden bij mensen voor wie de zomer allerminst het favoriete seizoen is.
De zomerblues verjagen
Mensen met zomerdepressie gebruiken uiteenlopende manieren om hun aandoening beheersbaar te houden. In 1987 bleek uit een casestudie naar twaalf patiënten met zomerdepressie dat ze met een ietwat extreme aanpak hun aandoening konden bestrijden.
Een vrouw met zomerdepressie ging vijf dagen lang niet de deur uit, verbleef in een vertrek met airconditioning en nam meerdere keren per dag een koude douche van een kwartier. Dat werkte, maar de oplossing bleek in het echte leven niet haalbaar. Bovendien merkte de vrouw dat de symptomen terugkeerden zodra ze zich weer buiten haar afgesloten omgeving waagde.
Klimaatverandering
Met het oog op de opwarming van de aarde zal de ontwikkeling van praktischer behandelmethoden steeds belangrijker worden. De klimaatverandering heeft nu al negatieve gevolgen voor de geestelijke gezondheid, en zowel Rosenthal als Rohan denkt dat de door menselijke activiteit veroorzaakte opwarming het aantal gevallen van zomerdepressie zal doen toenemen.
Neem de hittegolven in Siberië of de toenemende hoeveelheid pollen op het noordelijk halfrond. Daardoor krijgen bevolkingsgroepen die hier vroeger nooit aan werden blootgesteld, steeds vaker te maken met factoren die een zomerdepressie kunnen uitlokken.
Mensen die aan winterdepressie lijden en de voorkeur geven aan de zomer, kiezen vaak voor een leven in een warm en vochtig klimaat, maar ook zij kunnen geleidelijk aan hun plezier in de steeds hetere zomers gaan verliezen.
‘Als ze geen airconditioning hebben om zich te beschermen tegen de toenemende hitte en vochtigheid als gevolg van de opwarming van de aarde, zouden ze zelfs een dubbele seizoensgebonden depressie kunnen ontwikkelen,’ zegt Rohan.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.











