Op 8 juli 1962 brachten de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog een waterstofbom tot ontploffing in de ruimte. Wetenschappers verwachtten waardevolle meetgegevens en hooguit een spectaculaire lichtflits. In plaats daarvan leidde de proef tot een reeks onverwachte gevolgen die jarenlang merkbaar zouden blijven.

Nucleaire wedloop

Een jaar eerder, in 1961, waren de internationale onderhandelingen over een gedeeltelijk verbod op kernproeven in zwaar weer beland. Na drie jaar zonder enige kernproef was er een einde gekomen aan het vrijwillige moratorium tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

De Sovjets voerden 31 kernproeven uit, waaronder de test van de ‘Tsarenbom’, het grootste kernwapen dat ooit tot ontploffing is gebracht. De waterstofbom van ruim vijftig megaton werd in oktober 1961 op een hoogte van een kleine vier kilometer boven een eilandje ten noorden van de Poolcirkel getest.

Kernbom op de maan

Terwijl de ruimterace nog maar net was begonnen, schuwde het Amerikaanse leger ambitieuze ruimteprojecten niet. Zo werkte het Pentagon aan een plan om een half miljard koperen naalden in een baan om de aarde te brengen om radiocommunicatie te verbeteren. Er bestond zelfs een voorstel om een kernbom op de maan tot ontploffing te brengen, al werd dat uiteindelijk nooit uitgevoerd.

Wetenschappers wilden vooral weten wat een kernexplosie in de ruimte zou doen met het aardmagnetisch veld. Die vraag was extra urgent geworden nadat de Amerikaanse satelliet Explorer 1 in 1958 de Van Allen-gordels had ontdekt: twee gordels van geladen deeltjes die door het aardmagnetisch veld rond de aarde worden vastgehouden.

Vóór de Starfish Prime-test dachten wetenschappers dat de uitwerking van de kernproef op de Van Allen-gordels minimaal zou zijn. Op een persconferentie in mei 1962 grapte president John F. Kennedy op luchtige toon tegen verslaggevers: ‘Ik weet dat men zich zorgen maakt over de Van Allen-gordel, maar Van Allen zelf zegt dat het de gordel niet zal beïnvloeden.’ Dat bleek een flinke onderschatting van de gevolgen.

Nucleaire lancering

Na enkele dagen vertraging werd op 8 juli 1962 vanaf Johnston Atoll de Starfish Prime-proef gelanceerd. Op Hawaï werden ‘watch-the-bomb’-feestjes georganiseerd en het aftellen was live via de korte golf op de radio te beluisteren. Men verwachtte hooguit een vage flits te zien, maar de ontploffing van de 1,4 megaton zware waterstofbom – vijfhonderd maal krachtiger dan de atoombom die boven Hiroshima was afgeworpen – bleek vele malen indrukwekkender.

De Starfish Prime-bom explodeerde op vierhonderd kilometer hoogte. Gedurende een kwartier na de explosie bleven geladen deeltjes die bij de explosie waren vrijgekomen op moleculen in de atmosfeer botsen, waardoor een kunstmatig ‘noorderlicht’ ontstond dat tot boven Nieuw-Zeeland was te zien.

‘Het leek alsof de hemelen een nieuwe zon hadden uitgebraakt, die slechts voor even scheen – maar lang genoeg om de lucht in vuur en vlam te zetten,’ aldus een verslag in de Hilo Tribune-Herald. De elektromagnetische puls waarmee de explosie gepaard ging, haalde radiostations uit de lucht, deed een noodsirene afgaan en schakelde de straatlantaarns op Hawaï uit.

De onverwachte gevolgen

De grootste verrassing kwam pas daarna. Kennedy en Van Allen hadden zich vergist: de explosie creëerde een kunstmatige stralingsgordel die veel sterker was en veel langer bleef bestaan dan wetenschappers hadden voorspeld. De zogenoemde Starfish-gordel bleef bijna tien jaar aanwezig en beschadigde onder meer de Telstar 1, de eerste satelliet die televisiesignalen doorgaf, en de Britse Ariel-1.

‘Het was een verrassing dat die straling zo sterk was, zo lang bleef hangen en zoveel schade aanrichtte aan satellieten die door die gordel vlogen en het daardoor begaven,’ aldus David Sibeck, wetenschapper voor de missie Van Allen Space Probes van de NASA.

Toch leverde de proef wel belangrijke nieuwe kennis op over de stralingsgordels rond de aarde en verbeterde de mogelijkheden om kernexplosies in de ruimte te detecteren. De onverwachte gevolgen van Starfish Prime droegen bovendien bij aan het Limited Test Ban Treaty van 1963, dat kernproeven in de atmosfeer, onder water en in de ruimte verbood.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Stéphanie Versteeg

Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.