Wilde hond ontdekt op beroemde vindplaats van archaïsche mens

Uit nieuw onderzoek blijkt dat twee uiterst sociale zoogdieren elkaar zo’n 1,8 miljoen jaar geleden bij Dmanisi tegenkwamen: een vroege mensensoort en een prehistorische hond die in groepsverband jaagde.

Gepubliceerd 2 aug. 2021 13:39 CEST
Deze tanden en een fragment van een kaakbeen, die onlangs zijn ontdekt op de Dmanisi-vindplaats in ...

Deze tanden en een fragment van een kaakbeen, die onlangs zijn ontdekt op de Dmanisi-vindplaats in Georgië, zijn 1,8 miljoen jaar oud en afkomstig van een uitgestorven hondachtige, de Euraziatische jachthond. Het fossiel is het oudste dat tot nu toe van deze soort is gevonden.

Foto van Image by S. Bartolini-Lucenti

Het middeleeuwse dorpje Dmanisi in Georgië is een mekka voor de paleoantropologie. Op een vindplaats in de buurt van het dorp zijn namelijk de oudste fossielen van vroege mensen buiten Afrika gevonden. De hier ontdekte beenderen bieden inzicht in de wijze waarop de archaïsche mensensoort Homo erectus zich rond 1,8 miljoen jaar geleden verspreidde in het grensgebied tussen Europa en Azië.

Op grond van de pas ontdekte fossielen lijkt het erop dat de Dmanisi-mens in de Kaukasus in contact kwam met een viervoetige reiziger uit het oosten: een enorme – en uitzonderlijk sociale – wilde hond met kaken die ideaal waren voor het verscheuren van vlees.

De fossielen zijn afkomstig van de hondensoort Canis (Xenocyon) lycaonoides, de Euraziatische jachthond, die zich waarschijnlijk rond 1,8 miljoen jaar geleden in Oost-Azië ontwikkelde en circa 800.000 jaar geleden uitstierf. Afgaande op de fossiele botten – een paar tanden en fragmenten van het kaakbeen – die nu op het Dmanisi-plateau zijn gevonden, woog de prehistorische hond op het moment van zijn dood zo’n dertig kilo en stierf hij vermoedelijk nog voordat hij volledig was volgroeid.

Volgens de auteurs van het nieuwe onderzoek zijn de fossielen de oudste van C. (Xenocyon) lycaonoides die tot nu zijn geïdentificeerd. En sommige onderzoekers, onder wie de auteurs van deze studie, stellen dat C. (Xenocyon) lycaonoides waarschijnlijk nauw verwant is aan de moderne hyenahond, Lycaon pictus. In dat geval zouden de nieuwe fossielen de eerste van die specifieke afstammingslijn zijn die bij Dmanisi zijn gevonden.

Overigens wijst de ontdekking er in het geheel niet op dat Dmanisi-mensen en honden een kleine twee miljoen jaar geleden met elkaar samenwerkten. Het vroegste bewijs voor enige vorm van domesticatie van de hond is niet ouder dan 40.000 jaar. Maar de vondst, die vorige week wetenschappelijk is beschreven in het tijdschrift Scientific Reports, kan wel belangrijke nieuwe inzichten opleveren in de evolutie van de hond, waarvan onderzoekers niet meer dan een zeer onoverzichtelijk beeld hebben.

Groot verspreidingsgebied

Resten van Canis (Xenocyon) lycaonoides waren eerder al gevonden in Siberië, Spanje en zelfs Zuid-Afrika. Gezien dat enorme verspreidingsgebied verbaasde het wetenschappers dat er tot nu toe geen fossielen van de Euraziatische jachthond of zijn directe verwanten bij Dmanisi waren gevonden. De afzettingen van de vindplaats zijn zeer rijk aan fossielen en hebben resten van ruim 25 verschillende prehistorische zoogdieren opgeleverd die naast onze vroege menselijke voorouders leefden, waaronder fossielen van hyena’s, beren, cheeta’s en sabeltandtijgers, naast enkele verre verwanten van de moderne wolf en moderne honden.

“Het was zeer, zeer vreemd – heel erg merkwaardig – dat we na dertig jaar opgravingen bij Dmanisi niets van Lycaon hadden gevonden,” zegt Bienvenido Martínez Navarro, paleontoloog aan de Institución Catalana de Investigación y Estudios Avanzados en een van de auteurs van het nieuwe onderzoek. “Nu zijn ze dan eindelijk opgedoken! We hebben geluk gehad.”

Als groep hebben de hondachtigen een tamelijk conservatieve evolutie doorgemaakt, zoals blijkt uit hun morfologische variaties, die veel minder spectaculair zijn dan die van katachtigen als de sabeltandtijger. De verwarring rond de stamboom van de hondachtigen berust op het feit dat vroege afstammingslijnen van deze groep zich in de loop van hun evolutie hebben ontwikkeld tot sterk op elkaar lijkende maar toch aparte soorten, waardoor ze alleen op grond van hun skelet en gebit maar moeilijk zijn te onderscheiden.

Zo weten Bartolini Lucenti en zijn collega’s nog niet of de Dmanisi-hond tot het geslacht Canis behoort, waartoe ook de moderne wolf en de gedomesticeerde hond behoren, of tot het aparte geslacht Xenocyon. Daarom heeft het team er voorlopig voor gekozen de fossielen als ‘Canis (Xenocyon)’ aan te duiden, wat ruimte laat voor de mogelijkheid dat de hond tot een van beide geslachten behoort.

De wetenschappelijke aanduiding ziet er misschien wat vreemd uit, maar de voorzichtigheid is op zijn plaats. Eerder dit jaar hebben onderzoekers ontdekt dat de uitgestorven reuzenwolf, waarvan lange tijd werd gedacht dat het een directe verwant van de moderne wolf was, helemaal niet tot het geslacht Canis behoorde. (Lees meer over de reuzenwolf.)

Het team weet vrij zeker wat de Dmanisi-hond moet hebben gegeten. De onderzoekers vergeleken de oeroude tanden van het dier met die van andere stevige kauwers om te testen hoeveel vlees deze hond moet hebben gegeten. De onderlinge verhoudingen van de tanden vielen binnen het bereik van de ‘hypercarnivoren’: moderne en uitgestorven hondachtigen, waaronder de hyenahond, waarvan het dieet voor minstens zeventig procent uit vlees bestond.

Sociale dieren

In het nieuwe onderzoek wordt gewezen op enkele fascinerende parallellen tussen C. (Xenocyon) lycaonoides en H. erectus. Beide soorten wisten zich over meerdere continenten te verspreiden – H. erectus ontwikkelde zich in Afrika en breidde zijn verspreidingsgebied oostwaarts uit, tot op de eilanden van Zuidoost-Azië, terwijl de Euraziatische jachthond in Azië ontstond en zijn verspreidingsgebied westwaarts naar Europa en Afrika vergrootte.

Volgens de onderzoekers waren beide soorten zeer sociale –  zelfs altruïstische – zoogdieren. Maar hoe kunnen wetenschappers het gedrag van een hond opmaken uit fossiele beenderen die bijna twee miljoen jaar oud zijn? Een belangrijke aanwijzing voor altruïstisch gedrag zijn schedels met duidelijke sporen van ziekten, zoals verloren gegane tanden of een misvormd kaakbeen. De aandoeningen die daaruit blijken, zouden het voor een afzonderlijke hond vrijwel ondoenlijk hebben gemaakt om zichzelf te voeden. Als zo’n dier ook na het ontstaan van zulke afwijkingen een goede ontwikkeling bleef doormaken, moet het volgens de redenering van de wetenschappers door soortgenoten zijn geholpen.

Op een vindplaats in Spanje zijn dat soort aanwijzingen in het geval van C. (Xenocyon) lycaonoides gevonden, en wel in de vorm van een misvormde schedel met meerdere gebreken aan het gebit, waaronder een ontbrekende snijtand. De hond lijkt zeven tot acht jaar te hebben geleefd, wat erop wijst dat hij voedsel kreeg van de andere leden van het pak waartoe hij behoorde.

Bij Dmanisi zijn in het geval van H. erectus hetzelfde soort aanwijzingen voor het delen van voedsel gevonden: uit de schedel van een ouder Dmanisi-mens kan worden opgemaakt dat dit individu nog jaren leefde nadat het alle tanden, op één na, was kwijtgeraakt.

Wetenschappers weten dat als het gemiddelde lichaamsgewicht van een hondachtige hoger ligt dan 21 kilo, de soort zich dan moet voeden met prooidieren die groter zijn om aan zijn dagelijkse behoefte aan calorieën te voldoen. En de jacht op zulke grote prooidieren gebeurt vrijwel altijd in groepsverband. Uit metingen van de schedel en tanden van de Dmanisi-hond en exemplaren van C. (Xenocyon) lycaonoides blijkt dat het gemiddelde gewicht van deze soort ruim boven de grens voor groepsjagers lag.

Maar er bestaat geen directe aanwijzing dat Euraziatische jachthonden op sociale wijze met Dmanisi-mensen omgingen. “Bij moderne carnivoren kan het sociale gedrag zelfs binnen een soort sterk uiteenlopen,” zegt paleontoloog Mairin Balisi, een postdoctoraal-onderzoeker van het La Brea Tar Pits and Museum in Californië die niet bij de nieuwe studie was betrokken. “En ik weet zeker dat die verschillen zich ook in het archief van fossielen kunnen voordoen, maar die variatie is in dat geval veel moeilijker vast te stellen.”

Toekomstige fossielen die ongetwijfeld nog bij Dmanisi gevonden zullen worden, zouden antwoord moeten geven op de vraag of deze hond een sociale relatie met mensen in het gebied had. Ook zouden nieuwe vormen van moleculaire aanwijzingen kunnen bevestigen welke plek de Euraziatische jachthond op de stamboom van hondachtigen inneemt. In 2019 slaagden onderzoekers erin om eiwitten te isoleren en te sequentiëren uit de kies van een neushoorn die bij Dmanisi was gevonden. Volgens Bartolini Lucenti probeert het team ook oeroude eiwitten uit de tanden van de Dmanisi-hond te isoleren, maar is het daar nog niet in geslaagd.

Balisi kijkt met spanning uit naar wat er nog meer over de complexe evolutie van de hond ontdekt zal worden. “Hoe meer puzzelstukjes we vinden, des te beter,” zegt hij.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.