Meer over ‘flurona’: wat we kunnen verwachten van co-infecties van COVID-19 en griep

Uit een recent onderzoek blijkt dat dit zeer zelden voorkomt en het vaakst bij relatief jonge, gezonde patiënten.

Door Sanjay Mishra
Gepubliceerd 16 feb. 2022 11:50 CET
Twee mensen, een met en een zonder mondkapje, staan in de buurt van een poster waarop ...

Twee mensen, een met en een zonder mondkapje, staan in de buurt van een poster waarop gratis griep- en coronavaccins worden aangeboden.

Foto door Alexi Rosenfeld, Getty Images

Sinds het begin van de coronapandemie maken deskundigen zich zorgen over de mogelijkheid dat mensen tegelijkertijd besmet raken met het griepvirus en SARS-CoV-2, waardoor een ziekte ontstaat die ook wel ‘flurona’ wordt genoemd (een samentrekking van het Engelse woord voor griep ‘flu’ en corona). Een meerjarig onderzoek naar ziekenhuispatiënten leverde betrouwbare informatie op over hoe vaak en onder welke patiënten dit het meest voorkomt.

Uit het onderzoek, waarop nog een peerreview moet worden toegepast, blijkt dat er in de loop van de pandemie steeds flurona-gevallen zijn geweest, maar dat ze tot nu toe weinig voorkwamen. Van de ruim 170.000 geregistreerde COVID-19-patiënten bij de Amerikaanse keten van non-profitklinieken Mayo Clinic waren er slechts 73 ook besmet met het griepvirus. De staten Alabama en Georgia hadden de hoogste percentages van patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen met een combinatie van COVID-19 en griep, respectievelijk 0,8 procent en 0,7 procent. Al deze flurona-patiënten waren relatief jong en hun ziekteverschijnselen waren over het algemeen mild.

Uit de studie blijkt dat de ziekenhuisopnamen vanwege co-infectie in januari 2022 het hoogst waren ten opzichte van de voorafgaande pandemiemaanden. Deze toename was ten dele toe te schrijven aan de zeer besmettelijke omikronvariant.

Volgens de Centers for Disease Control and Prevention (CDC, de Amerikaanse evenknie van het RIVM) was er niet alleen een omikronpiek, maar werden dit jaar meer mensen ziek door de griep dan vorig griepseizoen. Dat is waarschijnlijk omdat de stam van het griepvirus die dit jaar dominant is, H3N2, verschillende mutaties heeft ondergaan, waardoor de griepprik dit jaar minder goed lijkt te werken.

‘De omikrongolf viel samen met een zeer actief griepseizoen van H3N2. ‘Hierdoor ontstond een scenario met aanzienlijk meer flurona-gevallen dan we ooit eerder zagen tijdens de COVID-19-pandemie,’ stelt coauteur Venky Soundararajan, tevens medeoprichter en hoofdwetenschapper van nference, een in de staat Massachusetts gevestigde onderneming in biomedische data.

Deskundigen benadrukken echter dat het niet waarschijnlijk is dat er genetische uitwisselingen plaatsvinden tussen de virussen waardoor ernstiger griep- of coronavarianten ontstaan. ‘Hoewel het in theorie mogelijk is dat een dergelijke genenuitwisseling plaatsvindt, is de kans dat dit gebeurt heel, heel klein en als het gebeurt zou dit waarschijnlijk een niet-levensvatbaar virus opleveren,’ stelt evolutionair viroloog Stephen Goldstein van het Eccles Institute of Human Genetics van de University of Utah.

Coauteur Andrew Badley, die als arts en wetenschapper verbonden is aan de Mayo Clinic in Minnesota voegt daaraan toe dat ‘de belangrijkste boodschap van het onderzoek is dat co-infecties voorkomen, en dat we dat fenomeen dus serieus moeten nemen.’

Lees ook: Wat is het coronavirus?

De perfecte virusstorm 

Van een co-infectie is sprake wanneer een patiënt besmet raakt met meerdere ziekteverwekkers. Die kunnen van hetzelfde type zijn, zoals twee of meer virussen, of van een verschillende klasse, zoals een virus en een bacterie of schimmel. Co-infecties komen heel vaak voor; geschat wordt dat 43 procent van de patiënten die in het ziekenhuis liggen met griepachtige symptomen in feite een besmetting hebben met meerdere virussen. Tijdens de golf van de deltavariant in India liepen veel COVID-19-patiënten ook mucormycose op, oftewel zwarte schimmel.

Omdat ze wisten dat dit zou kunnen gebeuren, onderzochten Chinese wetenschappers in januari 2020 of er een co-infectie zou kunnen plaatsvinden van griep en SARS-CoV-2. Ze vonden daarvan geen voorbeelden in een onderzoek naar 99 COVID-19-patiënten. Maar uit een vervolgonderzoek een maand later bleek dat ongeveer een op de negen patiënten in een bepaald ziekenhuis in het centrum van de COVID-19-uitbraak in het Chinese Wuhan aan beide ziekten leed.

In de VS bleek uit een onderzoek dat werd uitgevoerd tussen 1 maart en 4 april 2020 in de stad New York dat slechts één van de 1996 mensen die met COVID-19 in het ziekenhuis was opgenomen ook besmet was met het griepvirus; 2 procent van de patiënten was besmet met een ander luchtwegvirus.

Dat er in eerste instantie zo weinig co-infecties waren, kwam mogelijk doordat het griepseizoen in 2020 ongewoon mild was. Volgens schattingen van de CDC waren er in de VS ruim 35 miljoen griepgevallen en 380.000 ziekenhuisopnamen vanwege de griep in het griepseizoen 2019-2020. Het aantal bevestigde gevallen was tussen 28 september 2020 en 22 mei 2021 echter slechts 1.675 en het aantal ziekenhuisopnames was minder dan een per 100.000 personen.

De oorzaak van die enorme daling in het aantal griepgevallen is niet bekend maar dit had mogelijk te maken met de preventieve maatregelen tegen COVID-19, zoals de anderhalvemeterregel, de lockdowns, het handenwassen en het gebruik van mondkapjes. Daarnaast beschikte de VS gedurende dat seizoen over een recordaantal griepprikdoses (193,8 miljoen).

Dit jaar is het griepseizoen zwaarder, volgens het FluSurv-NET-onderzoekssysteem van de CDC. Bovendien komen de griepgevallen boven op een ongekende golf aan COVID-19-gevallen door de omikronvariant. Daardoor wordt de kans groter dat iemand beide virussen tegelijk oploopt. Het goede nieuws is dat het verloop van de flurona-gevallen minder ernstig is, wat mogelijk te danken is aan het feit dat die het meest voorkomen onder mensen van 14 tot 41 jaar, die meestal minder ernstige symptomen krijgen.

Wat kan de verklaring zijn voor het feit dat jongeren vaker flurona krijgen? ‘In die populatie houden mensen zich vermoedelijk minder aan de afstandsregels en dragen ze minder vaak een mondkapje,’ aldus Badley. ‘En het is waarschijnlijk, hoewel we dat niet onderzocht hebben, dat de vaccinatiegraad tegen zowel COVID-19 als griep lager is onder jongeren.’

Uit andere zoeken blijkt bovendien dat co-infectie niet leidt tot een ernstiger ziekteverloop.

Lees ook: Wat is een virus?

Maakt co-infectie het risico van nieuwe, hybride virussen groter?

Wat betreft de angst dat er door flurona nieuwe hybride virussen ontstaan, zeggen deskundigen dat er geen aanwijzingen zijn dat SARS-CoV-2 en griepvirussen genenmateriaal uitwisselen wanneer iemand een co-infectie doormaakt.

‘Volgens mij is dat onmogelijk,’ zegt viroloog Susan Weiss, van de University of Pennsylvania die al meer dan vier decennia onderzoek doet naar coronavirussen.

Twee verschillende griepvirusstammen kunnen eenvoudig gensegmenten uitwisselen tijdens een co-infectie, maar er zijn geen voorbeelden dat er een gevaarlijker variant ontstond door een co-infectie van een griepvirus en een coronavirus, aldus Goldstein.

SARS-CoV-2 heeft zich ontwikkeld en blijft zich ontwikkelen via overdracht tussen mensen, maar naar zijn zeggen ‘ontstaat er geen extra gevaar door co-infectie.’

De meeste deskundigen betwijfelen ook of co-infecties tussen SARS-CoV-2 en HCoV-229E, het coronavirus dat een gewone verkoudheid veroorzaakt, zorgwekkend zijn, ondanks een onderzoek waar nog geen peerreview op is toegepast waaruit blijkt dat dergelijke co-infecties mogelijk een rol speelden in de ontwikkeling van de omikronvariant.

‘Coronavirus 229E dat een gewone verkoudheid veroorzaakt, is evolutionair gezien een ander virus dan SARS-CoV-2,’ zegt Weiss. ‘Dat soort experimenten wordt niet in laboratoria uitgevoerd, dus we weten niet hoe groot de verwantschap tussen coronavirussen moet zijn om met elkaar te kunnen mengen.’

Het is wel mogelijk dat twee SARS-CoV-2-varianten, bijvoorbeeld alfa en delta, gedeelten van hun genetische materiaal uitwisselen tijdens co-infecties. Er zijn deskundigen die vermoeden dat de omikronsubvarianten BA.2 en BA.3 op die manier zijn ontstaan, maar het bewijs daarvoor is gering.

Wel is uit onderzoek gebleken dat het risico op een ernstig ziekteverloop door COVID-19 en overlijden veel lager is onder patiënten die een griepprik kregen voordat ze COVID-19 opliepen.

Volgens John O’Horo, die zich als arts bezighoudt met infectieziekten bij de Mayo Clinic, ‘blijven dezelfde dingen van belang die steeds hebben gewerkt om de pandemie tegen te gaan, namelijk zo nodig een mondkapje dragen, vaccinaties, boosters tegen omikron en die goede, oude griepprik.’

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Wetenschap
Zo weten we wanneer er een vaccin tegen COVID-19 is
Wetenschap
Spoelknop is niet het enige coronarisico in openbare toiletten
Wetenschap
Fauci: geen bewijs dat coronavirus in Chinees lab is ontwikkeld
Wetenschap
Wat je moet weten over zelfgemaakte mondkapjes
Wetenschap
Kan deze negentiende-eeuwse medische praktijk helpen bij long covid?

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.