De lemen baksteen werd meer dan zeventig jaar geleden gevonden bij een archeologische opgraving bij Nimrud, de voormalige hoofdstad van het Assyrische Rijk, in de buurt van Mosul in hedendaags Irak. Een opvallend opschrift in spijkerschrift wijst erop dat de steen onderdeel uitmaakte van het koninklijke inboedel: ‘Eigendom van het paleis van Assurnasirpal, koning van Assyrië.’

De tekst verwijst naar Assurnasirpal II, een koning die heerste tussen 883 en 859 v.C. en een groot paleis liet bouwen in Nimrud. Nieuw DNA-onderzoek naar de steen biedt een verrassend inkijkje in het vroegere ecosysteem.

Aten Assyriërs kool?

De mogelijkheid om de steen op deze manier te onderzoeken, deed zich per toeval aan. Het object brak toen het in 2020 digitaal werd gescand, zegt assyrioloog Troels Pank Arbøll van de Universiteit van Kopenhagen. Daardoor konden Arbøll en zijn collega’s monsters nemen van de klei aan de binnenkant van de steen.

Een DNA-analyse wees uit dat er resten van 34 verschillende plantengroepen in de klei te vinden waren, waaronder een groot aantal planten van de koolfamilie (Brassicaceae) en heide (Ericaceae). Ook werden er sporen gevonden van berken (Betulaceae), laurieren (Lauraceae) en gedomesticeerde grassen van de genus Triticeae – de groep waartoe tarwe en gerst behoren.

Volgens Arbøll is de aanwezigheid van kool opvallend, omdat er geen bewijs is dat de Assyriërs deze groente aten. In de vele bewaard gebleven teksten in spijkerschrift, waaronder recepten, wordt de plant niet genoemd. ‘Kool komt niet voor in oude teksten,’ zegt hij. ‘Daarom is het de vraag of het ging om een wilde soort die niet werd verbouwd, of dat dit iets is wat simpelweg nooit is opgeschreven.’

Ook DNA van dieren

Sophie Lund Rasmussen, bioloog aan de University of Oxford die meewerkte aan het onderzoek, zegt dat er ook sporen van dierlijk DNA in de monsters werden aangetroffen. Met soortgelijke technieken kunnen de onderzoekers achterhalen om welke soorten het gaat. ‘Op bijna elke archeologische vindplaats wordt klei gevonden. We hebben nu aangetoond dat deze stukken klei kunnen worden gebruikt om licht te werpen op historische biodiversiteit.’

Kans op besmetting

Toch valt daarmee nog niet met zekerheid te zeggen dat het gevonden DNA stamt uit de tijd van Assurnasirpal II. ‘De onderzoekers hebben hun best gedaan om besmetting in hun laboratorium uit te sluiten,’ licht paleogeneticus Peter Heintzman toe, die als DNA-expert is verbonden aan de Universiteit van Stockholm maar niet bij het onderzoek betrokken was. ‘Er wordt echter voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat de kleisteen sporen kunnen bevatten van DNA uit andere tijdvakken.’

Die zorg wordt gedeeld door Logan Kistler, curator gespecialiseerd in archeobotanie bij het Smithsonian National Museum of Natural History. ‘Meer onderzoek is nodig om er zeker van te zijn dat de DNA-sporen daadwerkelijk duizenden jaren oud zijn,’ zegt hij, maar voegt daaraan toe dat het onderzoek hoe dan ook fascinerend is. ‘Dit soort nieuwe bronnen kunnen dienen als genetische tijdscapsules voor culturen en ecosystemen uit het verleden.’