Geschiedenis en Cultuur

Exclusief: Geheime kamer met ‘verloren’ kunst van Michelangelo

Deze muurtekeningen zijn wellicht gemaakt toen de beroemde kunstenaar zich in 1530 verschool voor de familie De’ Medici. donderdag, 9 november

Door Claudia Kalb
Foto's Van Paolo Woods

In 1975 stuitte Paolo Dal Poggetto, de toenmalige directeur van museum Cappelle Medicee in Florence, bij toeval op een schat uit de Renaissance.

Op zoek naar een nieuwe uitgang voor toeristen, ontdekten Dal Poggetto en zijn collega’s een luik dat verstopt zat onder een kast bij de Sagrestia Nuova. Deze ruimte werd gebouwd voor de rijkversierde graftomben van de De’ Medici-machthebbers. Een stenen trap onder het luik leidt naar een langwerpige, met kolen gevulde kamer die in eerste instantie slechts voor opslag bedoeld leek.

Maar Dal Poggetto en zijn collega’s troffen op de muren houtskool- en krijttekeningen aan die volgens hen gemaakt zijn door de beroemde kunstenaar Michelangelo. Hoewel de ruimte afgesloten is voor publiek om de tekeningen te beschermen, kreeg National Geographic-fotograaf Paolo Woods bij uitzondering toegang, om de bijzondere afbeeldingen vast te leggen.

Dat de kunstwerken nu zichtbaar zijn, is te danken aan het feit dat Dal Poggetto voorzichtig te werk ging toen hij de ruimte voor het eerst betrad. Omdat het nu eenmaal om Florence ging, waar vele van de grootste Renaissance-kunstenaars uit de geschiedenis vandaan komen, vermoedde hij al dat er onder de lagen gips iets waardevols te vinden zou zijn.

“Bij heel oude gebouwen moet je altijd goed opletten,” aldus Monica Bietti, de opvolger van Dal Poggetto bij de Cappelle Medicee.

In opdracht van Dal Poggetto waren experts weken bezig om het gips heel voorzichtig met scalpels te verwijderen. Onder de bovenste laag kwamen tientallen tekeningen tevoorschijn. Vele daarvan deden denken aan belangrijke werken van Michelangelo, waaronder een marmeren standbeeld van een menselijke figuur die de tombe opsiert van Giuliano de’ Medici. Die is te vinden in de bovengelegen, eveneens door Michelangelo ontworpen Sagrestia Nuova.

Dal Poggetto concludeerde dat de kunstenaar zich in 1530 gedurende ongeveer twee maanden verstopte voor de De’ Medici’s. Door een volksopstand werden de De’ Medici-stadsbestuurders verdreven in 1527. Hoewel ze eerder als zijn mecenassen waren opgetreden, verraadde Michelangelo de familie door zich aan te sluiten bij zijn mede-Florentijnen in hun verzet tegen de heerschappij van het huis Medici.

Toen de familie een paar jaar later weer aan de macht kwam, was de 55-jarige kunstenaar zijn leven niet zeker. “Natuurlijk was Michelangelo bang,” aldus Bietti, “dus besloot hij in de ruimte te blijven.”

Ze vermoedt dat hij zijn weken in afzondering doorbracht met het opmaken van de balans van zijn leven en zijn kunst. De muurtekeningen zijn van werken die hij nog wilde afmaken en van meesterwerken die hij jaren daarvoor al had voltooid, stelt ze, zoals een detail van het standbeeld van David (voltooid in 1504) en figuren uit de Sixtijnse Kapel (onthuld in 1512). “Hij was een genie,” zegt ze over zijn grenzeloze creativiteit. “Wat kon hij daar doen? Alleen tekenen.”

Net als met alle anonieme eeuwenoude kunst is het onmogelijk om de herkomst van de tekeningen met absolute zekerheid vast te stellen. Er lijkt wel consensus te bestaan over het feit dat sommige van de schetsjes op de muur veel te amateuristisch zijn om van Michelangelo te zijn. Maar de herkomst van de andere tekeningen blijft onderwerp van discussie.

Na de ontdekking in 1975 noemde een vooraanstaande autoriteit op het gebied van Renaissancekunst de verzameling tekeningen een van de belangrijkste kunstvondsten van de 20e eeuw. Maar William Wallace, een Michelangelo-expert van de Washington University in de Amerikaanse stad St. Louis, heeft zo zijn bedenkingen.

Hij meent dat Michelangelo veel te beroemd was om zijn toevlucht te moeten zoeken in zo’n ondergrondse ruimte. Hij zou onderdak hebben kunnen krijgen bij een van zijn andere beschermheren. Hij vermoedt bovendien dat de tekeningen eerder werden gemaakt, ergens tussen 1520 en 1530, tijdens onderbrekingen van het werk dat Michelangelo en zijn vele assistenten deden bij het metselen en beeldhouwen aan de Sagrestia Nuova waaraan ze daarboven werkten.

Er zouden originele Michelangelo’s tussen de tekeningen kunnen zitten, stelt Wallace, maar andere zijn waarschijnlijk tekeningen van medewerkers om artistieke problemen op te lossen, of misschien zelfs gewoon om zich te vermaken tijdens pauzes.

“Het is bijna onmogelijk om te bepalen wat wat is,” zegt hij. Maar, voegt hij daaraan toe, de vraag wie de tekeningen maakte, doet niks af aan hun waarde of aan het belang van de ontdekking. “Het is geweldig om in die ruimte te zijn. Je voelt je bevoorrecht,” stelt hij. “Je voelt je heel dicht bij het werkproces van een meester met zijn pupillen en assistenten.”

De ruimte roept een emotionele reactie op bij de bezoekers die het geluk hebben er binnen te mogen kijken. Binnen de vier muren, bij het zwakke licht van een klein hoekraam, lijkt het alsof je een kijkje krijgt in het hoofd van Michelangelo, die met zijn adembenemende kunstenaarschap het hele gebouw vult.

“Dit was iemand met oneindige capaciteiten,” zegt Wallace. “Hij werd 89 jaar oud en werd alleen maar beter.”