Geschiedenis en Cultuur

Oude Peruaanse tempel door brand beschadigd

Een vierduizend jaar oud muurreliëf, het oudste in zijn soort in Zuid-Amerika, werd zwartgeblakerd door een ongecontroleerd vuur dat op een naburige akker was aangestoken. donderdag, 16 november 2017

Door Sarah Gibbens

Plaatselijke media berichten dat een ruim vierduizend jaar oud muurreliëf onlangs is beschadigd door een brand die zich afgelopen zondag uitbreidde naar de archeologische vindplaats Ventarrón in de Lambayeque-vallei, in het noorden van Peru.

Directeur Walter Alva van het Museum van de Koninklijke Tomben van Sipán verklaarde tegenover de plaatselijke pers dat bijna 95 procent van de vindplaats, waaronder het muurreliëf en andere monumenten, door het vuur zijn beschadigd.

Op zijn Facebookpagina schreef archeoloog Ignacio Alva Meneses, de zoon van Walter, dat bijna vijfduizend jaar aan geschiedenis ten prooi was gevallen aan de vlammen. Alva maakte een video van de plek waarop te zien is hoe helderrode vlammen uit de hutten met rieten daken slaan die door bezoekers en medewerkers van de vindplaats op deze plek zijn gebouwd.

Volgens de plaatselijke pers begon de brand als een gecontroleerd vuur dat door het landbouwbedrijf Pomalco zou zijn aangestoken om een akker met suikerriet plat te branden, maar liep het vuur daarna snel uit de hand. Deze methode wordt vaak toegepast om akkers voor te bereiden op de nieuwe aanplant. Het Peruaanse ministerie van Cultuur zal onderzoek doen naar de brand en de schade aan de tempel van Ventarrón.

Aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw werden delen van de vindplaats al geplunderd, maar het lukte de criminelen destijds niet om de trap die naar de tempel leidde te vinden. Toen de plek in 2007 door archeologen werd opgegraven, bleek het om een nog onverstoorde tempel van duizenden jaren oud te gaan. Ventarrón ligt op een kleine twintig kilometer van de beroemde Peruaanse vindplaats van Sipán, ooit een belangrijk centrum van de Moche-cultuur, die van de eerste tot de achtste eeuw na Chr. aan de noordkust van Peru bloeide.

Uit koolstofdatering van gevonden resten bleek dat Ventarrón tweeduizend jaar ouder was dan Sipán. In een interview in 2007 met National Geographic zei Alva dat het daar ontdekte muurreliëf de oudste van Amerika was.

Volgens archeologen werd de muur gebouwd uit blokken riviersediment en was het reliëf – van een hert dat in een net is gevangen – ooit met heldergele, -rode en -blauwe verf beschilderd.

De onderzoekers denken dat Ventarrón getuigt van de beginfase van de Moche-samenleving, toen complexere structuren zich begonnen te vormen. De plek kan een doorgangscentrum zijn geweest tussen culturen die zich aan de kust en verder in het binnenland van Peru ontwikkelden. Op de vindplaats werden ook de skeletten van papegaaien en apen gevonden, die mogelijk wijzen op de handel in of ceremoniën met deze dieren.