Eeuwenlang was het Colosseum het kloppende hart van spektakel en geweld in het oude Rome. Hier vochten gladiatoren op leven en dood en joegen wilde dieren door de arena, aangemoedigd door een uitbundige menigte. Tegenwoordig rest vooral een gehavende ruïne, want aardbevingen en plunderingen hebben het amfitheater ingrijpend veranderd. Hoe zag het Colosseum er oorspronkelijk uit en hoe raakte het in verval?
Een arena voor macht en vermaak
In opdracht van keizer Vespasianus wordt omstreeks 72 n.C. begonnen met de bouw van het Colosseum. In 80 n.C. is de arena voltooid – al plaatst men er twee jaar later nog wel een verdieping op – en wordt het amfitheater met groots vertoon ingewijd door keizer Titus, de oudste zoon van Vespasianus.
De inauguratie duurt honderd dagen en bestaat onder andere uit gladiatorgevechten, dierengevechten en openbare executies, aldus de Romeinse dichter Marcus Valerius Martialis in zijn werk Liber spectaculorum.
Leestip: Hoe een gladiator een grootse slavenopstand ontketende en Rome aan het wankelen bracht
Het Colosseum moet er in de tijd van het Romeinse Rijk indrukwekkend hebben uitgezien. Het is perfect symmetrisch en er zijn tachtig ingangen, waarvan 76 voor toeschouwers. In totaal heeft het Colosseum 45.000 zitplaatsen en vijfduizend staanplaatsen. Hoe dichter je op de arena zit, hoe beter je sociale positie. De plekken op de bovenste verdieping zijn gereserveerd voor vrouwen en de plebejers: het ‘gewone’ volk.
Het einde van de gladiatorengevechten
In het jaar 217 n.C. slaat de bliksem in en breekt een grote brand uit. Het Colosseum raakt zo zwaar beschadigd dat de herstelwerkzaamheden jaren in beslag nemen.
Ook komt er na verloop van tijd vanuit de christelijke kerk steeds meer kritiek op de barbaarse gladiatorengevechten. Keizer Constantijn de Grote doet een poging om de gevechten te stoppen, maar pas in 404 n.C. komt het in het West-Romeinse Rijk daadwerkelijk tot een verbod dat wordt nageleefd.
Volgens theoloog en kerkhistoricus Theodoretus van Cyrrhus zou een monnik geprobeerd hebben om een gladiatorgevecht in Rome te stoppen, maar werd hij door een ontevreden menigte gestenigd. Keizer Honorius was echter zo onder de indruk van zijn martelaarschap, dat hij besluit de gladiatorengevechten te verbieden.
Leestip: Hoe Marcus Crassus door oorlog en rampspoed de rijkste man van Rome werd
Het betekent het einde van de gloriejaren van het Colosseum, maar het daadwerkelijke verval zet pas echt in als later in de vijfde eeuw ook het West-Romeinse Rijk valt.
Van amfitheater tot fort en woonplek
In de Vroege Middeleeuwen staat het Colosseum er grotendeels verlaten bij. Zonder onderhoud begint het gebouw langzaam te vervallen, maar dat weerhoudt mensen er niet van om het te gebruiken als woonruimte, opslag en werkplaats.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
In de twaalfde eeuw krijgt het een nieuwe functie: de machtige familie Frangipani bouwt een deel van het amfitheater om tot een versterkt fort. In die tijd zijn namelijk veel adellijke families in Rome met elkaar in conflict.
Hun vesting beslaat elf bogen op de tweede en derde verdieping aan de noordoostzijde van het gebouw. De familie wordt uiteindelijk in de loop van de dertiende eeuw verdreven door de Annibaldi-familie, die er tot eind veertiende eeuw blijft zitten.
Aardbevingen en plunderingen
Een zware aardbeving in 1349 richt opnieuw grote schade aan. De zuidelijke buitenmuur stort in en die schade is vandaag de dag nog steeds zichtbaar. Daarna begon een periode van systematische ontmanteling.
Leestip: De Romeinse miljonair die pas bluste als hij jouw brandende huis mocht kopen
Plunderaars gebruiken het marmer en natuursteen om nieuwe kerken en paleizen mee te bouwen. Onder andere de Sint-Pietersbasiliek is deels gebouwd met bouwmaterialen die uit het Colosseum afkomstig zijn. Ook metalen klemmen, die de stenen bij elkaar hielden, worden verwijderd. De gaten die overbleven zijn nog altijd duidelijk zichtbaar in de gevel.
Het Colosseum als gebedshuis
In de loop van de zeventiende eeuw krijgt het Colosseum een religieuze betekenis. In het midden van de arena verrijst een kruis en er zijn zelfs plannen om er een kapel te plaatsen. Uiteindelijk is het Paus Benedictus XIV die tijdens zijn pontificaat (1740-1758) verbiedt om het monument nog langer als steengroeve te gebruiken.
Hij laat veertien Kruiswegstaties plaatsen, waardoor het amfitheater een gedenkplek wordt voor het lijden van Jezus. Die religieuze status zorgt ervoor dat het Colosseum niet langer wordt geplunderd voor het marmer.
Pas in de negentiende eeuw komt er serieuze aandacht voor behoud en restauratie. Onder paus Pius VII (1800-1832) worden steunberen aangebracht om verdere instorting te voorkomen. Zijn latere opvolger Pius IX (1846-1878) zet deze restauraties voort en laat beschadigingen door aardbevingen en erosie herstellen.
Restauratie en werelderfgoed
Tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft het Colosseum wonderwel onbeschadigd, maar in de directe omgeving verandert veel. De fascistische dictator Benito Mussolini gebruikt het amfitheater graag als achtergrond van zijn militaire propaganda en sloopt omliggende middeleeuwse gebouwen om het monument vrij te maken.
Leestip: Liefde en lust in het Romeinse Rijk: zo ging het eraan toe tussen de lakens
In 1980 wordt het Colosseum, als onderdeel van het historische centrum van Rome, opgenomen op de werelderfgoedlijst van Unesco. Daarmee wordt het erkend als icoon van de Romeinse oudheid en zal het monument – hopelijk – nog vele generaties lang behouden blijven.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!









