Hoe de skatecultuur in Zuid-Californië uitgroeide tot wereldwijd fenomeen

De nieuwe olympische sport groeide uit van buurtactiviteit tot wereldwijde wegbereider van stedelijke planning en ontwerp.

Foto's Van Dina Litovsky
Gepubliceerd 29 mei 2020 15:44 CEST, Geüpdatet 5 nov. 2020 06:20 CET
In Venice Beach Skate Park in Los Angeles trekken de capriolen van skateboarders als Sean Davis veel ...

In Venice Beach Skate Park in Los Angeles trekken de capriolen van skateboarders als Sean Davis veel bekijks. De 22-jarige Sean verhuisde vorig jaar van Illinois naar Californië om zijn droom waar te maken: profskateboarder worden in de bakermat van de sport.

Foto van Dina Litovsky
Dit artikel verscheen in de juni 2020 editie van National Geographic Magazine.

Een zonnige middag in Venice Beach, Los Angeles. Een jongeman in T-shirt en baggy broek springt over de railing van het skatepark, laat zijn skateboard op het beton vallen, stapt met zijn linkervoet op het deck en begint steeds sneller rond de omheining van het park te zoeven. Hij stort zich in een van de twee diepe bowls van de skatebaan, zwiept naar boven en schiet er over de rand weer uit. Voordat hij een verhoging bereikt, maken hij en zijn skateboard een 360 flip – waarbij hij de plank met zijn achterste voet 360 graden laat draaien –, een truc die hij opnieuw uitvoert als hij van de verhoging vliegt en op het plaveisel landt. 

Sean Davis (22) ziet zichzelf sinds zijn achtste levensjaar vooral als skateboarder. Vorig jaar verhuisde hij van Naperville (Illinois) naar Los Angeles, waar hij bij vrienden op de bank of soms in zijn auto sliep – alles om maar in Zuid-Californië te kunnen zijn, de bakermat van het skateboarden. 

Op de muurschildering Venice Kinesis (2010) van Rip Cronk neemt de Venus van Botticelli een nieuwe gedaante aan. De schildering is een van de openbare kunstwerken langs de beroemde promenade van Venice Beach, waar bezoekers souvenirs kopen, surfplanken huren en eiwitsmoothies drinken.

Foto van DINA LITOVSKY

Skateboarden groeide in het Californië van de jaren vijftig uit van een buurtactiviteit tot een sport die inmiddels overal ter wereld wordt beoefend. Met zijn zo bedoelde shabby uitstraling heeft skateboarden Sjanghai, São Paulo, Helsinki en zelfs Kabul veroverd. Het kan bogen op een eigen taal voor technische bewegingen (fakie, vert, kickflip, ollie), eigen grondleggers (onder wie Tony Alva, Steve Caballero en Tony Hawk), een huisorgaan (het in San Francisco uitgegeven Thrasher), een eigen film (de documentaire Dogtown and Z-Boys uit 2001, onder regie van skateboardlegende Stacy Peralta en met Sean Penn als verteller) en zijn enthousiastelingen onder celebrity’s (Justin Bieber, Rihanna, Lil Wayne, Miley Cyrus). 

Ooit werden skateboarders – in de woorden van Ocean Howell, voormalig profskateboarder en nu hoogleraar geschiedenis – gezien als ‘luizen in de pels van architecten, stadsplanners en onroerendgoedbezitters’, maar tegenwoordig zijn het wegbereiders van stedelijke planning en ontwerp. 

Beginnende skaters als Briana King (tweede van rechts) en haar vriendinnen komen naar plekken als het basketbalveld van het Pecan Recreation Center in East Los Angeles. De laatste tien jaar gaan steeds meer meisjes skateboarden en is het aantal vrouwelijke profs in de sport verdubbeld.

Foto van DINA LITOVSKY

Als ultieme erkenning en als teken dat het evenement tot de verbeelding van jongeren wil spreken, zullen de volgende Olympische Spelen twee nieuwe skateboardonderdelen omvatten: ‘street’ en ‘park’, met evenveel mannelijke als vrouwelijke deelnemers. Het eerste onderdeel zal plaatsvinden op een parcours van trappen, trapleuningen (rails), stoepranden en andere stedelijke obstakels; het tweede speelt zich af op een glooiend en meanderend terrein van ramps en bowls. 

Maar ondanks de alomtegenwoordigheid van de sport blijft het skateboarden verankerd aan zijn geboorteplek: Zuid-Californië. De geschiedenis van de staat, van goudzoekers tot techondernemers, is een welbekend verhaal van vindingrijkheid en het doorbreken van normen. 

Het dagelijks spektakel dat in het Venice Beach Skate Park ten beste wordt gegeven, doet verraderlijk gewoontjes aan. ‘Het is hier precies zoals het wordt afgeschilderd,’ zegt profskateboarder Sebastian ‘Sebo’ Walker (32), die ruim tien jaar geleden vanuit Oregon naar Californië verhuisde en vier jaar lang in een bestelbusje sliep om zich in de skateparks te wijden aan het bijslijpen van zijn vaardigheden. ‘Elke dag zon, geweldige skateboarders en een wereldberoemde levensstijl die hier ook echt bestaat.’ 

Die ontspannen, informele levensstijl heeft een zekere glans gekregen nu Venice Beach een bekende toeristische bestemming is geworden. Inwoners moeten tegenwoordig met horden bezoekers vechten om een vrij tafeltje in populaire restaurants als Charcoal Venice en Tasting Kitchen en de industrieel ingerichte koffiebar Intelligentsia. Maar een toeristisch bezoek aan Venice Beach zou niet compleet zijn zonder een kennismaking met de skateboardscene. 

Het skatepark staat voor de idyllische allure van de badplaats, met zijn palmbomen, zwoele zonsondergangen en een strandsfeer die nog niet volledig door rijke yuppen wordt beheerst. 

De jongeren die je gedurende de dag in het skatepark ziet, bestrijken het hele spectrum. Het zijn jonge kids met overbezorgde ouders, opkomende sterren als Sean Davis, her en der een slecht betaalde prof en verder de vele tieners die in het skateboarden een individualistische en creatieve bezigheid vinden die een gevestigde sport hun niet kan bieden. 

Vanaf de begindagen in Zuid-Californië draait het bij het skateboarden om individuele stijl. Skaters die elkaar in Venice Beach opzoeken, hebben niet alleen de kans hun freestyle- voetenwerk te showen, maar ook de nieuwste modetrends.

Foto van DINA LITOVSKY

Toch is het Venice Beach Skate Park amper tien jaar oud, terwijl het park in Santa Monica, The Cove, uit 2005 stamt. Het skateboardparadijs in West Los Angeles, het Stoner Skate Park, werd pas in 2010 geopend. Al deze parken hebben hun eigen buurtkarakter. ‘Het is een soort broederschap en erg territoriaal,’ zegt Jim McDowell, mede-eigenaar van de piepkleine maar iconische skateboardwinkel Rip City Skates in Santa Monica, die in 1978 in een voormalige bar werd geopend. ‘Jongens uit Venice Beach moesten niets hebben van jongens uit Santa Monica, en andersom.’ 

De skateparks van Zuid-Californië – waarvan de invloed nu overal ter wereld zichtbaar is in de openbare ruimte – zijn zelf kopieën van kale, franjeloze verkeerswegen door grote steden, waar skateboarders hun eigen invulling gaven aan het uniforme stadslandschap. Trappen, parkbankjes, leuningen: je kon overal op skaten. ‘Bij skateboarden gaat het om het oprekken van de regels,’ zegt Steve Alba, al ruim veertig jaar een legende in de sport. ‘Het is wij tegen de rest van de wereld.’ 

‘Salba’, zoals hij wordt genoemd, is nu 57 en behoorde tot de tweede golf van skateboardpioniers. De eersten waren de Z-Boys, genoemd naar de surfboardwinkel Zephyr in Santa Monica waar ze vaak kwamen. Zij maakten het vert-skateboarden, de ‘verticale’ variant van de sport, in de jaren zeventig populair, toen een zware droogte in Zuid-Californië veel inwoners ervan weerhield om hun zwembad te vullen. 

De bowls van de huidige, speciaal aangelegde skateparken zijn gemodelleerd naar de privézwembaden die Salba en zijn kornuiten stiekem gebruikten om halsbrekende ‘verticale’ toeren uit te proberen voordat de politie arriveerde. 

Op een winterochtend kijk ik hoe Salba en een zestal jongere skaters achter een vrijstaande woning in San Bernardino County hun kunsten vertonen in een leeg zwembad dat ze van de eigenaar mogen gebruiken. Twee van hen zijn echte sterren: Oskar ‘Oski’ Rozenberg, een superenergieke 23-jarige Zweed die alom wordt gezien als een van de vindingrijkste skaters van dit moment, en de hyperrelaxte 22-jarige Tristan Rennie uit San Bernardino zelf. 

Een uur lang showen ze afwisselend hun wervelende capriolen, als sluikharige gladiatoren-op-wieltjes, waarbij een achtertuin dienst doet als Colosseum. Ze begroeten elkaars tricks met enthousiaste kreten als ‘Sick, dude!’ en ‘That’s rad, bro!’ Salba duikt met hen het zwembad in. Hij draagt altijd een rode helm en elleboog- en kniebeschermers in luipaardmotief, en hij is duidelijk wat minder soepel. Toch dwingt hij bij de jongeren enorme bewondering af. Met hulp van sponsoren, de verkoop van video’s en deals met fabrikanten van skateboardaccessoires – om nog te zwijgen van zijn aanhoudende activiteiten in de zwembaden van de ‘Badlands’ van de county’s Los Angeles en San Bernardino – heeft Salba de moeilijkste skateboardtruc van allemaal geflikt: hij heeft er een carrière van gemaakt. 

De winkel Rip City Skates in Santa Monica is een instituut binnen de internationale skateboardwereld en voorziet skaters al sinds 1978 van uitrusting. ‘Vaak komen kids van het vliegveld meteen naar de winkel, nog voordat ze hun hotel opzoeken,’ zegt mede-eigenaar Jim McDowell.

Foto van DINA LITOVSKY

‘Het is cool om te zien hoe deze nieuwe generatie teruggrijpt op de oude stijl,’ zegt de veteraan. ‘Neem Oski. In Zweden doet hij dit [skaten in zwembaden] niet vaak, maar dit is waar skateboarden om draait: je niet laten stoppen door dingen die je op je weg vindt.’ 

Sean Davis weet er alles van. Hij werkt als ober in een steakhouse in Santa Monica en rijdt menig ochtend op z’n skateboard vanuit het Venice Beach Skate Park naar zijn werk en dan ’s middags weer terug naar het park. Als de avond valt, gaat Davis achter z’n computer zitten en post hij video’s van zijn nieuwste trucs voor zijn ruim twaalfduizend volgers op Instagram: een opgewekte dude uit het Midwesten die op een stuk hout de ondergaande zon tegemoet zweeft. 

’s Nachts droomt hij van nieuwe technieken om uit te testen; ’s ochtends doet hij aan touwtjespringen, gewichtheffen en yoga. Hij gaat naar een cannabiswinkel om er CBD-zalf te kopen, waarmee hij de pijn bestrijdt die bij een sport hoort waarbij mensen zichzelf relatief onbeschermd in een betonnen kuil storten. Hij heeft een enkel, elleboog, pols, vinger, duim en teen gebroken – en verbrak ook de relatie met het meisje dat met hem naar Californië verhuisde. 

Zijn toewijding aan de sport is totaal. Davis heeft een handvol sponsoren, waaronder Nike, hoewel de vergoedingen vooral uit gratis uitrusting bestaan. Hij zou graag prof worden, met skaten zijn brood verdienen en misschien een eigen skateboardkledinglijn beginnen. Maar voorlopig richt hij zich op één doel: ‘Het waarmaken van mijn kinderdroom om mijn naam op een reclamebord te zien staan.’ 

Dat is niet eens zo’n wilde fantasie. De sport heeft door zijn rebelse karakter altijd een lastige relatie met zijn wereldwijde commerciële potentieel gehad. Maar dankzij de nieuwe olympische status heeft skateboarden een legitimiteit gekregen die soms vreemd aandoet. Hoe skaters als Tristan Rennie, die een sport beoefenen waarin alles draait om individuele stijl, onder de olympische vlag van uniforme regels zullen presteren, weet alleen niemand. 

‘Er is veel spanning,’ erkent Salba. ‘Ikzelf vind het meedoen aan de Olympische Spelen super. Maar dan nog: de Spelen hebben het skateboarden véél harder nodig dan omgekeerd.’ 

Op twee uur rijden van Venice Beach, in de badplaats Encinitas, tref ik de zestienjarige Bryce Wettstein in haar achtertuin, waar ze rondzoeft in haar persoonlijke skatekuil, de ‘Iguana Bowl’, vernoemd naar de overleden huisleguaan van het gezin. 

Als tiener komt Wettstein heel normaal over: giechelig, verlegen om woorden en wat onhandig. Maar zodra ze op een plank staat – hetzij op het water van de Grote Oceaan, hetzij op beton –, verandert ze in een monster. Ze surft en skate al van vanaf haar vijfde en beoefent beide sporten sinds haar achtste in competitieverband. Drie jaar geleden besefte ze dat het reageren op een golf niet het uiterste van haar creatieve talenten vergt, zoals een skateboard dat wel doet. 

Bovendien, zegt Wettstein, ‘bij het surfen ben je helemaal overgeleverd aan de mee- of tegenwerking van Moeder Natuur’. In 2019 viel ze op als nationaal kampioen in het parkonderdeel bij de vrouwen. Wettstein is een uitzondering in een sport die het vanouds moet hebben van bravoure en testosteron. Dat gegeven stelt vrouwen voor uitdagingen, maar het biedt ook kansen. 

‘Bij de mannen is veel concurrentie, dus is het lastiger om daar door te breken,’ zegt Wettsteins zaakwaarnemer, Yulin Olliver. ‘Bij de vrouwen zijn de afzonderlijke sponsor- en wedstrijddeals zo mager dat je er heel wat van moet vergaren.’

Jose A. Rendon skatet door een bowl in Venice Beach, waar dromen van roem soms leiden tot een profcarrière en sponsordeals. Maar volgens McDowell van Rip City Skates maakt het ‘echte skateboardkids niets uit’ of ze beroemd worden of niet. ‘Ze willen gewoon skaten.’

Foto van DINA LITOVSKY

Volgens Olliver zijn in de VS maar zo’n tien vrouwen die van het skateboarden kunnen leven – en geen van hen worden echt rijk van sponsorcontracten. 

Wettstein zit nog op school. Haar eerste zorg is nu niet van financiële aard, maar het risico van school te worden gestuurd. Ze heeft te veel dagen gemist door aan wedstrijden in Brazilië, Zweden, Peru en China deel te nemen. 

Ze hoopt zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen. De ultieme Californische droom mag dan zijn dat je op een houten plank op wieltjes door de lucht zweeft, maar dromen van een wereld van medailles en volksliederen is weer heel wat anders. 

De skateboarders in Zuid-Californië zijn architecten op wielen die hun in de zon blakende landschap steeds herformuleren. Wie ziet hoe zij hun sport beoefenen, ieder met hun eigen menu van ledge grinds en kickflips, is getuige van iets wat even tijdloos is als de golven van de oceaan: de menselijke impuls om de wetten van het universum uit te dagen. En, uiteraard, om er al doende cool uit te zien. 

Robert Draper schrijft sinds 2007 voor National Geographic. Dina Litovsky fotografeerde eerder meisjes op wetenschapsbeurzen voor het Magazine.

Lees verder

Verenigde Staten

Los Angeles: Stad van dromen

Acteur en reisjournalist Andrew McCarthy keert terug naar Los Angeles, de plek waar zijn leven vorm kreeg.

Ontdek het nieuwe San Francisco

Toen onze verslaggeefster naar San Francisco verhuisde, was het nog een slaperige stad. Nu grote techbedrijven zich in hoge wolkenkrabbers hebben gevestigd, is het er, eh, eigenlijk nog steeds heerlijk ontspannen. En ongelooflijk goed eten, ook dat.
Lees meer