Coronavirus bedreigt geïsoleerd levende stammen in Amazonegebied

Activisten waarschuwen voor een genocide terwijl het Braziliaanse Hooggerechtshof oordeelt dat inheemse territoria beschermd moeten worden tegen COVID-19.

Friday, August 21, 2020,
Door Scott Wallace
De rivier de Javari en zijn zijrivieren vormen een netwerk van waterwegen dat toegang biedt tot ...

De rivier de Javari en zijn zijrivieren vormen een netwerk van waterwegen dat toegang biedt tot het Terra Indígena do Vale do Javari in het uiterste westen van Brazilië, waar meer volledig geïsoleerde stammen leven dan waar dan ook ter wereld. De eerste gevallen van COVID-19 zijn gemeld vanuit gebieden in het hart van het reservaat, dicht bij de territoria van deze geïsoleerde stammen.

Foto van Evaristo SA, AFP/Getty Images

Terwijl er alarmerende aanwijzingen zijn dat het nieuwe coronavirus zich inmiddels tot diep in de regenwouden van het Amazonegebied heeft verspreid en daar geïsoleerd levende indianenstammen bedreigt, oordeelde het Hooggerechtshof van Brazilië deze maand unaniem in het voordeel van de eis van de inheemse stammen dat de overheid hen tegen de pandemie moet beschermen.

Nog vóór de uitspraak van 5 augustus werd de rechtszaak door vertegenwoordigers van de stammen als een baanbrekende overwinning gevierd. Het was voor het eerst dat de hoogste rechters van het land besloten dat een zaak direct door inheemse voormannen aan het hof kon worden voorgelegd, dus zonder tussenkomst van andere rechtspersonen, zoals de overheidsdienst FUNAI (Fundação Nacional do Índio; ‘Nationale Stichting voor Indianen’). Het agentschap is opgezet om de rechten en het grondgebied van inheemse stammen in Brazilië te beschermen, maar wordt onder de regering van de uiterst rechtse president Jair Bolsonaro steeds meer beschouwd als een orgaan dat zich tegen de belangen van de indianen keert.

“Het is een historische overwinning, en voor inheemse volken als de onze heel belangrijk,” zegt Luiz Eloy Terena, hoofdadvocaat van de APIB (Articulação dos Povos Indígenas do Brasil; ‘Coördinatie van Inheemse Volken van Brazilië’), de voornaamste federatie van inheemse stammen. De APIB werkte samen met zes oppositiepartijen om de zaak tegen de regering-Bolsonaro aanhangig te maken. “Het is een erkenning van onze eigen sociale organisatievormen.”

Het hof heeft de regering verplicht om binnen dertig dagen een alomvattend plan ter voorkoming van de verspreiding van COVID-19 naar inheemse territoria te ontwikkelen en door te voeren, vooral met betrekking tot gebieden waar stammen in bijna volstrekte afzondering – zogenaamde ‘geïsoleerde stammen’ – leven. Daarnaast moet de regering een werkgroep met onder anderen inheemse vertegenwoordigers opzetten en ook een ‘crisiscentrum’ in de hoofdstad Brasilia inrichten om maatregelen aan te sturen teneinde de verspreiding van de pandemie naar de afgelegen wouden waar deze stammen leven, tot staan te brengen of in te dammen. De uitspraak van het hof heeft betrekking op stammen die in volstrekte isolatie leven of pas sinds kort met de buitenwereld in contact zijn gekomen.

Volgens de APIB zijn tot op heden in heel Brazilië ruim 25.000 indianen van 146 verschillende stammen positief op COVID-19 getest. Bijna 700 van hen zijn overleden. Niet bekend is of de pandemie inmiddels ook geïsoleerde stammen heeft bereikt, maar de kans daarop baart mensenrechtenactivisten grote zorgen.

Hoewel het Hooggerechtshof nu opdracht heeft gegeven om de Braziliaanse indianen tegen COVID-19 te beschermen, heeft het geen tijdpad vastgesteld voor een ander verzoek van de eisers: de onmiddellijke uitzetting van illegale houthakkers, mijnwerkers en grondspeculanten uit zeven inheemse gebieden in het Amazonegebied. Nu de pandemie in heel Brazilië om zich heen grijpt, vormt het binnendringen van buitenstaanders een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid van de inheemse bevolking, maar het feit dat het hof niet heeft bevolen om deze binnendringers te verwijderen, heeft de feestvreugde onder inheemse leiders getemperd.

“Het is een onvolledige overwinning,” zegt Beto Marubo van UNIVAJA (União dos Povos Indígenas do Vale do Javari; ‘Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei’), die vorige week in zijn kantoor in Brasilia terugkeerde van een bezoek aan zijn thuisland, aan de grens met Peru. “Het was zeer symbolisch en positief om erkenning van het Hooggerechtshof te krijgen, maar we hadden niet verwacht dat er vertraging zou optreden bij het uitzetten van de indringers.”

Tijdens een plechtigheid in het Parque das Tribos in Manaus, de hoofdstad van de deelstaat Amazonas, rouwen de aanwezigen om de dood van een Kokama-stamhoofd. Op zoek naar werk en betere voorzieningen zijn veel leden van de Kokama-stam vanuit hun thuisland in het westen van Brazilië naar Manaus verhuisd. Tenminste zestig Kokama-stamleden zijn aan COVID-19 overleden.

Foto van Edmar Barros, AP

Rouwenden dragen de kist van stamhoofd Messias (53) van de Kokama, die in mei in de stad Manaus aan COVID-19 overleed.

Foto van Michael Dantas, AFP/Getty Images

Gezien het gemak waarmee COVID-19 zich verspreidt, vreest Marubo het ergste. “Als wij van de Javari zeggen dat een genocide niet kan worden uitgesloten, worden we beschuldigd van alarmisme,” zegt Marubo. “Maar als ook maar één lid van een geïsoleerde stam besmet raakt, zal hij de hele groep aansteken. Iedereen die bekend is met het Javari-volk, weet dat dit kan gebeuren.”

Gezondheidsexperts en inheemse leiders maken zich vooral zorgen over het uitgestrekte Terra Indígena do Vale do Javari, in het uiterste westen van Brazilië. Het reservaat telt het hoogste aantal geïsoleerde stammen ter wereld, en gezondheidsexperts vrezen dat deze stammen bijzonder kwetsbaar zijn voor besmetting omdat ze geen afweerstoffen hebben tegen ziekteverwekkers die zich in de loop der tijd in grote bevolkingscentra hebben ontwikkeld. 

De zorgen over stammen in de Vale do Javari en elders werden vorige week nog eens aangewakkerd door het bericht dat een groep van geïsoleerd levende en rondtrekkende indianen opdook in het Kulina-dorp Terra Nova, aan de bovenloop van de rivier de Envira, een kleine vijftig kilometer ten zuidwesten van het Javari-reservaat in de deelstaat Acre.

Tegenover de Braziliaanse krant O Globo liet stamhoofd Cazuza Kulina vanuit een telefooncel weten dat tien tot twintig nomadische indianen, onder wie vrouwen en kinderen, etenswaren, gereedschap en kleding hadden weggenomen, waarna ze weer in de bossen waren verdwenen. Dorpelingen vertelden de krant dat meerdere bewoners symptomen vertonen die kunnen wijzen op COVID-19: hoofdpijn, hoesten en lusteloosheid. Volgens Cazuza was noch de FUNAI noch de SESAI (Secretaria Especial de Saude Indígena), de Braziliaanse gezondheidsdienst voor inheemse volken, naar het dorp gekomen voor het opzetten van quarantainevoorzieningen (zogenaamde ‘sanitaire barrières’) waarmee de stam tegen COVID-19 en andere infectieziekten beschermd had kunnen worden.

“Sinds het begin van de kolonisatie in Brazilië zijn deze mensen gestorven aan infecties die door de kolonisten zijn meegebracht, zoals mazelen, waterpokken, tuberculose en verschillende griepvarianten,” schrijft Lucas Infantozzi Albertoni, een expert op het gebied van inheemse volksgezondheid, in een e-mail. Hij wijst erop dat veel inheemse stammen vrijwel geen contact met de buitenwereld hebben gehad. Albertoni mailde vanaf een hospitaalschip op de rivier de Tapajós in het centrale Amazonegebied, waar hij elk jaar een rondreis maakt om patiënten van afgezonderde gemeenschappen te behandelen. “Deze ziekten zijn enorme aantallen indianen fataal geworden en hebben tot het uitsterven van hele volken en de sociale ineenstorting van veel andere gemeenschappen geleid.”

Een medisch team van de Braziliaanse strijdkrachten arriveert in het inheemse dorpje Cruzeirinho, aan de rivier de Javari bij de grens met Peru. Sommige dorpen hebben amper toegang tot gezondheidszorg van de overheid en hebben nadat de pandemie zich eind maart naar deze regio uitbreidde, zelf checkpoints opgezet om de komst van vreemdelingen van buiten tegen te gaan. Andere dorpelingen hebben hun toevlucht in de jungle gezocht.

Foto van Evaristo SA, AFP/Getty Images

COVID-19 komt dichterbij

Terwijl het Hooggerechtshof al heeft bevolen tot het opzetten van sanitaire barrières om de opmars van het coronavirus tot staan te brengen, duiken de eerste gevallen van besmetting met COVID-19 op in dorpen die gevaarlijk dicht in de buurt liggen van een geïsoleerd levende stam in het Javari-reservaat.

Op 6 augustus overleed een oudere vrouw van de Kanamari-stam aan de ziekte nadat ze was geëvacueerd uit het dorpje Hobana, aan de bovenloop van de rivier de Itaquaí. Hobana ligt op zo’n vijftien kilometer van moestuintjes die worden bewerkt door een geïsoleerd levende stam met de naam Flecheiros (‘Pijlmensen’).

Berichten over de eerste COVID-19-gevallen in het Javari-reservaat kwamen uit een dorpje aan de benedenloop van de rivier, waar mensen waarschijnlijk zijn aangestoken door gezondheidsteams van de overheid. Maar het plotselinge opduiken van COVID-19 in het onbegaanbare hart van de regio heeft inheemse leiders en gezondheidsexperts gealarmeerd. Omdat alle rivieren in de regio vanuit dat onherbergzame centrum uitlopen, kan het gebied door middel van controleposten langs de rivieren goed worden beschermd tegen grote groepen indringers. Maar hoe lastig het ook is om dorpjes als Hobana per boot te bereiken, het coronavirus is het Javari-reservaat toch via een achterdeur binnengeslopen: voetpaden die door ondernemende Kanamari-indianen door het bos zijn aangelegd om goederen te kunnen kopen in stadjes als Ipixuna en Eirunepé, aan de druk bevaren rivier de Juruá.

“Onze grote vrees was – en is inmiddels bewaarheid geworden – dat de ziekte via de lange voetpaden naar de bovenlopen van deze rivieren is verspreid, terwijl de controleposten van de FUNAI aan de benedenlopen liggen,” zegt advocaat Terena. Volgens hem bewonen naast de Kanamari nog enkele andere stammen (de Matis, Marubo en Matsés, die wél contact onderhouden met de buitenwereld) een gebied dat gevaarlijk dicht in de buurt ligt van geïsoleerd levende stammen in het hoger gelegen deel van het Javari-reservaat, waardoor de kans bestaat dat COVID-19 wordt overdragen op rondtrekkende indianen die er geen weerstand tegen hebben opgebouwd en geen mogelijkheden hebben om de ziekte te behandelen.

Tot dusver zijn volgens de SESAI in de Javari-vallei 441 COVID-19-besmettingen en twee sterfgevallen vastgesteld. 

“Een besmetting in een van de dorpjes die contacten met de buitenwereld hebben, zou zich snel kunnen uitbreiden naar deze geïsoleerd levende groepen,” zegt Terena. Dat geldt nu vooral omdat in het westen van het Amazonegebied het droge seizoen begint, de tijd van het jaar waarin ondergelopen gedeelten van het regenwoud weer droogvallen en hele stammen – met name geïsoleerde en rondtrekkende groepen – op pad gaan naar nieuwe gebieden om voedsel te verbouwen en te verzamelen.

Het is volgens Beto Marubo ook de tijd van het jaar waarin leden van geïsoleerd levende stammen heimelijk voedsel en gereedschap uit nederzettingen weghalen. Dit soort nomadisch levende stamleden bezoeken jaar in jaar uit ook het Marubo-dorpje São Joaquim, aan de rivier de Ituí. “Ze komen ’s nachts en pikken etenswaren als bananen, suikerriet en aardappelen, en gereedschap als machetes en bijlen,” zegt hij. “En dat terwijl we in het dorpje een bevestigd geval van COVID-19 hebben.”

Angst voor een genocide

Hoewel de FUNAI vanwege haar aanpak van de coronacrisis zware kritiek kreeg te verduren, zal de uitspraak van het Hooggerechtshof volgens de overheidsdienst zelf weinig verandering brengen in de aanpak van het probleem. “Het besluit van het Hooggerechtshof stelt ons in staat om de maatregelen die sinds de uitbraak van de pandemie door de Fundação Nacional do Índio zijn genomen, verder uit te breiden,” verklaarde een woordvoerder van het agentschap in een e-mail aan National Geographic. De dienst verwijst daarbij naar de distributie van 500.000 manden met voedsel aan gezinnen die in “een situatie van sociale kwetsbaarheid” verkeren en naar het opzetten van ruim driehonderd sanitaire barrières.

Maar volgens inheemse voormannen is de FUNAI in haar respons rampzalig tekortgeschoten en was dat ook de reden waarom ze hun zaak aan het Hooggerechtshof hebben voorgelegd. Ook maken ze zich zorgen over het feit dat de weigering van het hof om een tijdpad te noemen voor het uitzetten van indringers, zal leiden tot een minder strikte handhaving. 

Volgens Marubo duiken er voor het eerst in tientallen jaren weer stropers in Javari-dorpen op, waar ze dorpelingen en personeel van de FUNAI met geweld dreigen. In het Matsés-dorpje Solís noemden ze bewust de naam van FUNAI-medewerker Maxciel Pereira dos Santos, die vorig jaar september werd vermoord in het naburige stadje Tabatinga. “Hebben jullie gezien hoe Maxciel vorig jaar is gedood?” bootst Marubo de woorden van de criminelen na. “Hetzelfde kan jullie ook overkomen.”

Dos Santos was al twaalf jaar in dienst van de FUNAI en zette zich in voor de bescherming van geïsoleerd levende stammen in het Javari-reservaat. Hij werd op klaarlichte dag doodgeschoten door een man op een motor en niemand is sindsdien voor de moord ter verantwoording geroepen. “Er kwam geen enkele reactie van de overheid, niets dat wees op een krachtige respons van de Braziliaanse regering,” zegt Marubo. Het gevolg is dat andere FUNAI-medewerkers moeite hebben om hun werk nog serieus te nemen. “Ze denken bij zichzelf: als het Maxciel kan overkomen, kan het mij ook overkomen.’”

Advocaat Terena hoopt dat de uitspraak van het hof de strijd tegen de uitbreiding van de pandemie nieuw leven zal inblazen. Als er de komende weken geen voortvarende maatregelen worden genomen, zou de regering volgens hem beschuldigd kunnen worden van de schending van internationale wetgeving. 

“Met respect voor de inheemse volken zou ik er graag op willen wijzen dat als de regering niet voldoet aan de maatregelen die door het hof zijn opgelegd, dat zou kunnen leiden tot de genocide van deze bevolkingsgroepen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Graven voor COVID-19-slachtoffers vullen een nieuw gedeelte van de begraafplaats Nossa Senhora Aparecida in Manaus. In de deelstaat zijn 100.000 COVID-19-gevallen en 3500 sterfgevallen als gevolg van de ziekte vastgesteld. Het aantal nieuwe besmettingen begint zich nu te stabiliseren.

Foto van Felipe Dana, AP
Lees meer