Nieuwe vondst: lot van ‘verdwenen kolonie’ op Roanoke opgelost?

De ontdekking van een nieuw kamp heeft ‘overtuigende aanwijzingen’ opgeleverd voor de oplossing van een van de oudste mysteries uit de Amerikaanse geschiedenis.

Gepubliceerd 11 nov. 2020 09:54 CET
In 1587 vertrokken honderd mannen, vrouwen en kinderen vanuit Engeland naar North Carolina om daar een ...

In 1587 vertrokken honderd mannen, vrouwen en kinderen vanuit Engeland naar North Carolina om daar een nederzetting te stichten. Drie jaar later waren ze van de aardbodem verdwenen, met achterlating van slechts een paar aanwijzingen over hun lot.

Foto van Mark Thiessen, National Geographic

Potscherven die onlangs in een akker in North Carolina zijn opgegraven, zijn afkomstig van overlevenden van de beroemde ‘Lost Colony’ op het eilandje Roanoke, de allereerste Engelse nederzetting in Noord-Amerika. De spectaculaire bewering heeft een al decennia sluimerend debat over het lot van de kolonie nieuw leven ingeblazen en is mogelijk een verklaring voor wat er is gebeurd met de 115 mannen, vrouwen en kinderen die in 1587 op het eilandje Roanoke voor de kust van North Carolina werden achtergelaten en daarna van de aardbodem verdwenen.

Tijdens opgravingen op een heuvel die uitkijkt over de Albemarle Sound, zo’n tachtig kilometer ten westen van Roanoke, ontdekte een team van de First Colony Foundation een schat aan Engelse, Duitse, Franse en Spaanse potscherven.

“Het aantal en de diversiteit van de blootgelegde voorwerpen vormen een overtuigende aanwijzing dat de vindplaats bewoond is geweest door meerdere kolonisten van sir Walter Raleighs verdwenen kolonie uit 1587,” zei Nick Luccketti, archeoloog en hoofd van het opgravingsteam.

De bekendmaking volgt slechts enkele maanden nadat een andere archeoloog beweerde dat hij voorwerpen van de verdwenen kolonisten op het eiland Hatteras had gevonden, zo’n tachtig kilometer ten zuiden van Roanoke. Als beide ontdekkingen worden bevestigd, leveren ze nieuw bewijs op voor de hypothese dat de kolonisten zich in twee of meer overlevingsgroepen hebben opgesplitst en ver van elkaar hun kampen hebben opgeslagen, waarbij ze vrijwel zeker zijn geholpen door de Indiaans-Amerikaanse stammen waarin ze uiteindelijk moeten zijn opgegaan.

Nieuwe aanwijzingen

De ‘Lost Colony’ bestond overwegend uit Londenaren uit de middenklasse die in hun kersverse nederzetting aan de kust van North Carolina geïsoleerd raakten nadat Engeland door de Spaanse Armada was aangevallen en vanaf dat moment in staat van oorlog verkeerde. Destijds verbleef de gouverneur van de kolonie, John White, in Londen om voorraden en nieuwe landverhuizers voor de kolonie op te halen. Toen hij na drie jaar eindelijk naar zijn kolonie terugkeerde, trof hij de plek geheel verlaten aan.

De enige aanwijzing die de kolonisten hadden achtergelaten, was een deurpost waarin het woord ‘Croatoan’ was gekerfd, de toenmalige naam van het eiland Hatteras en zijn bewoners, waarmee de Engelsen overigens op goede voet stonden. Een Croatan met de naam Manteo reisde tweemaal mee naar Engeland en werd door koningin Elizabeth I tot lord verheven.

White schreef dat de kolonisten van plan waren “vijftig mijlen landinwaerts” te trekken, waarmee hij ogenschijnlijk verwees naar een nederzetting op het vasteland. De gouverneur zou de kolonisten, onder wie zijn dochter Eleanor Dare en zijn kleindochter Virginia Dare (het eerste Engelse kind dat in de Nieuwe Wereld was geboren), nooit terugvinden.

Op een kaart die werd vervaardigd door de gouverneur van de kolonie, is een vlekje geschilderd over de plek waar een symbooltje voor een fort was getekend. Het vermeende fort lag tachtig kilometer landinwaarts van het eiland Roanoke en onderzoekers denken dat ze in dat gebied bewijzen voor de aanwezigheid van overlevenden van de ‘Lost Colony’ hebben ontdekt.

Foto van Stuart Conway, National Geographic

Het lot van de kolonie bleef een raadsel totdat onderzoekers in 2012 hun oog lieten vallen op een vlekje dat door White met waterverf op een kaart van North Carolina was geschilderd. Onder het vlekje vonden ze een afbeelding van een fort dat diep landinwaarts aan de oever van de Albemarle Sound was gelegen. De locatie ervan, zo’n tachtig kilometer ten westen van Roanoke, kwam overeen met het verslag van de gouverneur. Ook boven op het vlekje waren de vage omtrekken van een fort getekend, volgens kenners met onzichtbare inkt.

Experts menen dat White het bestaan van het fort geheim wilde houden voor de Spanjaarden, die de Engelse onderneming op Roanoke beschouwden als een bedreiging voor hun claim op Noord-Amerika en voor de zeer belangrijke scheepvaartroutes langs de Outer Banks van North Carolina. De Spanjaarden stuurden een expeditie naar het gebied om de ‘ongeoorloofde’ kolonie met de grond gelijk te maken, maar ook zij wisten de kolonisten niet te lokaliseren.

In 2015 begon het team van Luccketti aan opgravingen in het gebied dat met het vlekje op de kaart was aangegeven, in de buurt van het toenmalige Indiaans-Amerikaanse dorp Mettaquem. Omdat de eerste Europese kolonisten hun nederzettingen doorgaans in de buurt van indiaanse dorpen bouwden, leek dit een goede plek om te beginnen.

Deze scherf Engels aardewerk van ‘Vindplaats X’ zou afkomstig kunnen zijn van een pot die door een overlevende van de verdwenen kolonie werd gebruikt.

Foto van Mark Thiessen, National Geographic

Volgens Clay Swindell, de archeoloog die Mettaquem in opdracht van de First Colony Foundation heeft onderzocht, woonden in het met palissaden omringde dorp tachtig à honderd mensen. Even buiten de omheining, op een plek die ze ‘Vindplaats X’ noemden, vonden Luccketti en zijn team weliswaar geen fort maar wel meer dan twintig potscherven van Engels aardewerk, die volgens de onderzoekers behoorden tot overlevenden van de Lost Colony.

In januari begonnen archeologen aan opgravingen in een akker die ruim drie kilometer ten noorden van Vindplaats X lag en ‘Vindplaats Y’ werd genoemd. Daar ontdekten ze nog veel meer en gevarieerder Europees aardewerk dan op Vindplaats X. Luccketti stelt dat minstens een deel van de kolonisten na het vertrek van White in 1587 het eiland Roanoke moet hebben verlaten en daarbij hun Europese aardewerk moet hebben meegenomen. Volgens hem is een kleine groep, mogelijk zelfs maar één familie, in de buurt van een Indiaans-Amerikaans dorp een stuk grond gaan bewerken, in afwachting van een reddingsexpeditie.

Raadsel opgelost?

William Kelso, de archeoloog die leidinggaf aan de opgraving van het fort in de nederzetting Jamestown uit 1607, is vol vertrouwen dat de ontdekking “een van de grootste mysteries uit de vroege Amerikaanse geschiedenis – de odyssee van de Lost Colony” zal oplossen. Maar andere archeologen waarschuwen voor al te snelle conclusies.

“Ik ben sceptisch,” zegt Charles Ewen, archeoloog aan de East Carolina University. “Ze zijn op zoek naar bewijzen van hun hypothese, in plaats van dat ze proberen die hypothese te ontkrachten, wat eigenlijk de wetenschappelijke manier is om zoiets te testen.”

Luccketti’s overtuiging berust op de ouderdom van de potscherven, die lastig is te bepalen omdat bepaalde aardewerkstijlen vaak zeer lang in gebruik bleven. Het aardewerk op de vindplaatsen X en Y zou daar ook door latere Engelse kooplui uit Jamestown kunnen zijn achtergelaten. Jamestown werd pas twintig jaar na het mislukte avontuur op Roanoke gesticht. De onderzoekers zijn het er wel over eens dat de ontdekking van twee aparte clusters van potscherven Luccketti’s hypothese onderbouwt.

“Ik heb geen probleem met hun interpretatie dat het aardewerk in kwestie uit de late zestiende eeuw stamt en mogelijk verband houdt met de Lost Colony,” zegt Jacqui Pearce, aardewerkexpert van het Museum of London. Hoewel al dat vaatwerk nog tot ver in de zeventiende eeuw werd vervaardigd, denkt zij niet dat deze specifieke verzameling potten na 1650 is gemaakt, toen de eerste Engelse kooplieden tot in dit gebied doordrongen.

De voorwerpen werden gevonden in aarde die daarna in de loop der eeuwen door latere kolonisten en Afrikaanse slaven werd omgeploegd, en het team heeft nog geen duidelijke aanwijzingen voor het bestaan van een Elizabethaanse nederzetting gevonden. “Men moet voorwerpen vinden waarvan bekend is dat ze uit een specifieke periode in de zestiende eeuw stammen en die in een stratigrafisch afgesloten context zijn aangetroffen,” zegt Henry Wright, archeoloog aan de University of Michigan.

Wat gebeurde er met de verdwenen Roanokekolonie?
De verdwijning van de Roanokekolonie is een van de grote raadsels van Amerika en houdt historici en archeologen al generaties lang bezig. Dit zijn de feiten over de verdwijning van nederzetting en de bewoners ervan, en een uitleg over de manier waarop met moderne technieken steeds weer nieuwe aanwijzingen worden gevonden over wat er gebeurde op Roanoke Island.

Een van de meest fascinerende aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat het hier inderdaad om kolonisten uit Roanoke en niet om latere kooplieden uit Jamestown gaat, is het feit dat er op de vindplaatsen X en Y geen pijpen van klei uit de vroege zeventiende eeuw zijn gevonden. Tijdens de eerste expedities naar Roanoke werd het pijproken overgenomen van de indianen in het gebied, waarna Raleigh het gebruik modieus maakte in Engeland. De van klei gemaakte, slanke pijpjes met een kleine kop die door de Europeanen werd gerookt, leken in materiaal en stijl helemaal niet op Indiaans-Amerikaanse pijpen en vormden aan het begin van de zeventiende eeuw inmiddels een vast bestanddeel van de bagage van een Engelse koopman.

Maar op vindplaats Y is geen enkele exemplaar van dit type pijp gevonden. Pearce vindt de afwezigheid ervan zeer veelzeggend. “Als de bewoners van de Lost Colony al hebben gerookt, dan gebruikten ze daarvoor indiaanse pijpen in plaats van deze in Londen vervaardigde exemplaren,” zegt zij.

Tweede kamp?

Terwijl het team van Luccketti op Vindplaats X aan het werk was, was een groep onder leiding van archeoloog Mark Horton, destijds verbonden aan de University of Bristol, bezig met het opgraven van de resten van een Indiaans-Amerikaans dorp op het huidige eiland Hatteras, het historische Croatoan. Samen met vrijwilligers van de Croatoan Archaeological Society vond hij Europese voorwerpen, waaronder het heft van een zestiende-eeuws rapier en een onderdeel van een pistool.

Volgens Scott Dawson, voorzitter van de Croatoan Archaeological Society, blijkt uit de voorwerpen dat de kolonisten in de stam van de Croatoan zijn opgenomen. “We weten nu niet alleen waar ze naartoe zijn gegaan, maar ook wat er daarna is gebeurd,” schreef hij in een recent boek over de kolonisten.

Maar Horton, die zijn bevindingen nog niet heeft gepubliceerd, is voorzichtig en wijst erop dat deze voorwerpen allemaal in een context zijn gevonden die dateert uit de tijd tussen het midden en het einde van de zeventiende eeuw. Dat betekent dat ze misschien erfstukken waren die door nakomelingen van de kolonisten zijn doorgegeven, of misschien latere koopwaar uit Jamestown.

Luccketti denkt niet dat een groot aantal leden van de Roanoke-kolonie naar de Croatoan zijn vertrokken, deels omdat uit onderzoek naar het milieu in het gebied is gebleken dat het in het decennium na de komst van de kolonisten erg weinig regende. “Je laat niet honderd mensen achter op een eilandje in het midden van een droogte,” zegt hij.

Maar volgens Horton onderbouwen de vondsten van de vindplaatsen X en Y en die op Hatteras de steeds populairdere hypothese dat verschillende groepen overlevenden van de Lost Colony elk hun eigen weg gingen en daarna opgingen in plaatselijke Indiaans-Amerikaanse stammen. “Dat is kenmerkend voor het lot van schipbreukelingen,” zegt hij. “De discipline valt weg en er ontstaan meerdere kampen van overlevenden.”

En zoiets was al eerder gebeurd. Toen de allereerste kolonisten op Roanoke in 1586 merkten dat hun voedselvoorraden tot een gevaarlijk laag niveau waren geslonken, stuurde de leider van de kolonie zijn honderd mensen naar verschillende dorpen in de regio, waaronder die van de Croatoan, om voedsel in te zamelen. Deze tactiek bleek succesvol en de kolonisten keerden vervolgens met het eerstvolgende schip terug naar Engeland.

Dawson wil opgravingen op andere plekken op Hatteras verrichten, in de hoop een kamp van de overlevenden te vinden, terwijl ook het team van Luccketti zijn speurtocht voortzet. “Er zijn nog niet genoeg gegevens, maar ze moeten gewoon doorzoeken,” zegt Ewen.

Journalist en schrijver Andrew Lawler heeft voor National Geographic geschreven over omstreden opgravingen in Jeruzalem en de speurtocht naar de ‘Lost Colony’ van Roanoke.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com.

Lees meer