Vrouwen streden voor Drooglegging - en kwamen daar later op terug

Trots dat ze het stemrecht hadden afgedwongen, gebruikten sommige vrouwen hun pas verworven politieke invloed om het grondwettelijk verbod op alcohol weer terug te draaien.

Gepubliceerd 6 nov. 2020 14:14 CET
Tijdens een demonstratie in 1932 tegen het 18e Amendement voor het Amerikaanse Congres wordt Pauline Morton ...

Tijdens een demonstratie in 1932 tegen het 18e Amendement voor het Amerikaanse Congres wordt Pauline Morton Sabin, een van de leidsters van de beweging voor herroeping van de Drooglegging, door medestanders op handen gedragen.

Foto van Photo by Keystone-France:Gamma-Keystone/Getty Images

Eind oktober 1931 gingen in Newark, New Jersey, 18.000 arbeiders, leden van broederschappen en veteranen de straat op. Hun grief hadden ze duidelijk uitgespeld op de spandoeken die ze meevoerden: “Wij willen bier!” De Drooglegging – het algehele verbod op de productie en verkoop van alcohol – was inmiddels elf jaar oud, en al die tijd hadden de demonstranten en hun mede-Amerikanen geen legaal drankje in hun plaatselijke kroeg kunnen drinken.

Met hun keurig gesteven boorden, wapperende banieren en onverbloemde spandoeken werden de demonstranten het boegbeeld van de beweging tegen de Drooglegging. Maar de aanvoerders van deze mars – en van het landelijk protest tegen het 18e Amendement van de Amerikaanse Grondwet waarin de Drooglegging was vastgelegd – waren geen mannen met vlinderdassen en lange jassen. Het waren vrouwen, van wie sommige ooit vóór de Drooglegging hadden gestreden en in het jaar dat het verbod werd ingevoerd, in 1920, ook het stemrecht voor vrouwen hadden verworven.

De strijd tegen alcoholisme was al sinds lange tijd een zaak van vrouwen. Een eeuw vóórdat het 18e Amendement werd aangenomen, begonnen vrouwen zich al bij kerkgenootschappen aan te sluiten om campagne te voeren tegen het kwaad van de sterke drank. En ze hadden alle reden om bezorgd te zijn, want in de negentiende en vroege twintigste eeuw was alcoholisme vooral onder mannen wijdverbreid. Op het hoogtepunt van deze plaag, in 1830, kwam het gemiddelde drankgebruik van de Amerikaanse burger neer op zo’n negentig flessen wodka per jaar. Vrouwen betaalden de prijs. Barkeepers accepteerden salarischeques, zodat huisvaders het gezinsinkomen opdronken en hun kroost soms honger moest lijden. Alcoholisme was ook een belangrijke oorzaak voor wijdverbreid huiselijk geweld.

Leden van de Women’s Organization on National Prohibition Reform maken zich op voor een protest in een stoet auto’s door de staat New York, waarmee ze willen demonstreren voor herroeping van het 18e Amendement.

Foto van Photo by Bettmann Archive/Getty Images

Vrouwen die zich zorgen maakten over hun veiligheid en over een hele reeks sociale kwaden die ze op drankmisbruik terugvoerden, begonnen campagne tegen alcohol te voeren en bereikten daarbij meer mensen dan alleen kerkgenootschappen. Ze deden vooral een beroep op het blanke, destijds nog geheel mannelijke electoraat. Alcohol verscheurde gezinnen, meenden groepen als de Women’s Christian Temperance Union (WCTU), die in 1874 was opgericht. Een ‘Drooglegging’ zou zorgen voor de “bescherming van het huis.”

Hoewel de strijd van de vrouwen tegen overmatig drankgebruik bij alle etnische bevolkingsgroepen aansloeg, waren sommige leidsters van de ‘matigingsbeweging’ eerder uit op politiek gewin dan op solidariteit en gebruikten racistische slogans om hun zaak te bepleiten. De voorzitter van een van de WCTU-afdelingen in de afzonderlijke staten noemde alcohol een “raciaal gif” dat het blanke gezin bedreigde. Landelijk voorzitter Frances Willard beweerde dat alcohol “grote meutes met zwarte gezichten” op de been bracht, die de veiligheid van blanke vrouwen en kinderen bedreigden. (Ze werd hierop van repliek gediend door activiste Ida B. Wells, die erop wees dat Willard altijd had gezwegen over blanke meutes die zwarte Amerikanen lynchten.)

Uiteindelijk kwamen de voorstanders van matiging tot het inzicht dat ze het vrouwenkiesrecht nodig hadden. Daarmee zouden vrouwen een verbod op alcohol kunnen afdwingen en het (blanke) gezin kunnen beschermen. In veel staten viel de vrouwenbeweging voor matiging vrijwel samen met de strijd voor het vrouwenkiesrecht.

Om die reden begonnen de voormannen van de drankensector aan een actieve campagne tegen het vrouwenkiesrecht. Maar in 1920 wisten de twee vrouwenbewegingen zowel de Drooglegging als het vrouwenkiesrecht af te dwingen. In dat jaar werden het 18e Amendement (waarin de “fabricage, de verkoop of het vervoer van bedwelmende likeuren” werd verboden) en het 19e Amendement (waarin werd verklaard dat burgers het kiesrecht niet “op grond van sekse” onthouden mocht worden) aan de Amerikaanse Grondwet toegevoegd.

Heel voorzichtig uitgedrukt, leidde het 18e Amendement tot allerlei onbedoelde consequenties. In plaats van het alomtegenwoordige drankmisbruik tegen te gaan, veroorzaakte de Drooglegging een enorme toename van de misdaad en corruptie. Saloons maakten plaats voor ‘speakeasy’s’, verborgen lokaaltjes met een eigen wachtwoord en een clandestien aanbod van sterke drank. De georganiseerde misdaad hield grote en kleine steden in zijn greep, want de productie en distributie van illegale drank ontwikkelde zich tot een zeer lucratieve clandestiene bedrijfstak. De Grote Depressie van de jaren dertig maakte de zaken er niet beter op. De federale overheid gaf tevergeefs reusachtige bedragen uit aan het handhaven van de Drooglegging, terwijl ze tegelijkertijd veel accijnzen op alcoholische dranken misliep.

In 1929 vond de New Yorkse Pauline Morton Sabin, dochter van een spoorwegdirecteur, dat het mooi was geweest. Zoals veel welgestelde, blanke moeders was ze aanvankelijk vóór de Drooglegging geweest omdat ze meende dat het goed voor haar zonen zou zijn. Maar het tegenovergestelde bleek het geval: in de ongereguleerde speakeasy’s werd niet gekeken naar leeftijd. Om het probleem aan te pakken richtte Sabin met zowel Democraten als Republikeinen de Women’s Organization on National Prohibition Reform op.

“Zij en daarmee haar organisatie stelden dat de Drooglegging was mislukt en de situatie van vrouwen en de jeugd zelfs had verergerd, want ze meende dat zij nu een groter risico liepen om in aanraking te komen met alcohol en misdaad,” zegt Alison Staudinger, professor aan de University of Wisconsin in Green Bay. “Het ging in feite om een herziene versie van de ‘bescherming van het huis’, nu door het opheffen van de federale Drooglegging.”

Aanhangers van de Women’s Organization for National Prohibition Reform poseren in Washington DC voor posters waarop herroeping van de Drooglegging wordt geëist.

Foto van PhotoQuest/Getty Images

Sabin was een bekwame organisator, publiceerde talloze artikelen en hield lezingen in het hele land – vaak voor grote menigten – waarbij ze vrouwen opriep om de herroeping van de Drooglegging te steunen. “In haar werk had ze haar rijkdom en charme mee,” zegt Staudinger. Ze haalde zelfs de cover van het weekblad Time. Toen de Drooglegging in 1933 eindelijk werd herroepen, had haar organisatie meer dan een miljoen leden.

Mede-New Yorker M. Louise Gross, alleenstaand en afkomstig uit een arbeidersmilieu maar met een universitaire opleiding, koos voor een radicaler benadering. In 1922 richtte Gross de geheel uit vrouwen bestaande anti-Droogleggingsclub ‘Molly Pitcher’ op, vernoemd naar een heldin uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog die volgens de overlevering op het slagveld de plaats van haar echtgenoot innam toen deze niet meer kon vechten. “Gross en de ‘Molly Pitchers’ waren veel overtuigder als het gaat om het recht van vrouwen (en anderen) om alcohol te drinken,” zegt Staudinger. “Ze gebruikten ook argumenten die berustten op het idee van persoonlijke vrijheid en grondrechten.”

Hoewel Molly Pitcher een relatief kleine organisatie was, droeg ze bij aan de opheffing van een droogleggingswet in de staat New York. In een toespraak in 1930 zei Gross dat het overheidsverbod op alcohol veel te ver ging. Ze riep vrouwen op om hun pas verworven kiesrecht te gebruiken voor het kiezen van afgevaardigden en senatoren die het 18e Amendement zouden terugdraaien.

Vanuit haar bevoorrechte sociale positie en met het traditioneel vrouwelijke argument voor de “bescherming van het huis”, zou ook Sabin uiteindelijk openlijk pleiten voor een actieve rol van de vrouw in de politiek. Haar groep bouwde voort op het momentum dat door de aanname van het 19e Amendement was gecreëerd en riep vrouwen in pamfletten en met posters op om aan het politieke proces deel te nemen. Een van de boodschappen: “Heeft u uw senatoren en afgevaardigden laten weten dat u een onvoorwaardelijke herroeping eist? (…) Als burgers – als kiezers – is dat onze taak.”

Op 5 december 1933 werd de Drooglegging herroepen. Meteen kwamen brouwerijen in het hele land in actie om hun gereedstaande bier te distribueren. Kroegen werden weer ontmoetingsplekken in de buurt. En vrouwen in de hele VS hieven het glas op hun overwinning.

De mannen die tegen de Drooglegging hadden gestreden, waren “defaitistisch” geweest, schreef William Stayton, pleitbezorger van het herroepen van het 18e Amendement, in een artikel in The Baltimore Sun met de titel: “Man die Drooglegging nekte, geeft alle eer aan andere sekse.”

“De vrouwen wisten wel beter,” schreef Stayton. “Toen ze aan slag kwamen voor het 19e Amendement, hadden ze meer dan dertien staten tegen zich, maar ze wonnen toch. Ze geloofden vanaf het begin dat ze opnieuw konden winnen en ze hadden gelijk.”

Katie Thornton is essayiste, produceert podcasts en schrijft over sociale geschiedenis. Volg haar op Instagram @itskatiethorntonen beluister op haar websitehaar audiodocumentaire over de raakvlakken – en beperkingen – van de brede bewegingen voor vrouwenkiesrecht en matiging.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer