Sommige stenen van Stonehenge mogelijk afkomstig van eerdere monumenten

Na jaren van archeologisch onderzoek denken onderzoekers dat de Neolithische Britten enkele kolossale stenen van het beroemde monument hebben aangevoerd vanuit een afgelegen streek in Wales.

Published 15 feb. 2021 12:11 CET
Stonehenge werd zo’n 4600 jaar geleden voltooid en is mogelijk ten dele gebouwd met stenen van ...

Stonehenge werd zo’n 4600 jaar geleden voltooid en is mogelijk ten dele gebouwd met stenen van andere megalithische monumenten, die honderden kilometers verder weg lagen.

Foto van KENNETH GEIGER, NAT GEO IMAGE COLLECTION

Het is niet moeilijk te zien waarom Stonehenge een van de meest emblematische archeologische megalieten in de wereld is. De 4600 jaar oude steencirkel op de Zuid-Engelse Salisbury Plain werd gebouwd door volken die geen duidelijke aanwijzingen achterlieten over de precieze functie van het monument of hun eigen identiteit – raadsels die archeologen, moderne druïden, sciencefiction-schrijvers en toeristen van oudsher hebben gefascineerd.

Maar een nieuwe studie die in het tijdschrift Antiquity is verschenen, geeft nu een verrassende wending aan het epische verhaal van Stonehenge: deze steencirkel is mogelijk geen origineel ontwerp, want onderzoekers hebben in Wales waarschijnlijk een nog oudere voorloper van Stonehenge ontdekt.

De megalithische cirkel op de Welshe vindplaats Waun Mawn is ongeveer net zo groot als Stonehenge en de bouwers ervan hebben het monument op dezelfde wijze uitgericht op bepaalde zonnestanden en lijken zelfs ten dele hetzelfde type bouwmateriaal te hebben gebruikt. Maar in tegenstelling tot Stonehenge zijn er slechts een paar stenen van het Welshe monument bewaard gebleven. Het onderzoeksteam denkt dat de bouwers van Waun Mawn de steencirkel vijfduizend jaar geleden weer hebben afgebroken en enkele van zijn drie ton wegende ‘bluestones’ over een afstand van 280 kilometer naar het oosten hebben getransporteerd, naar de Salisbury Plain – een uiterst moeizame (en vanuit praktisch oogpunt overbodige) onderneming. Wat was de reden daarvoor?

(Lees ook: Steengroeven van Stonehenge vastgesteld in nieuw onderzoek)

In het Welshe Waun Mawn is bij opgravingen een boog van staande stenen te zien. De dwarsdoorsnede van een van de steenkuilen die hier zijn ontdekt, blijkt perfect aan te sluiten op het profiel van een van de ‘bluestones’ die in Stonehenge zijn gebruikt, wat erop wijst dat tenminste enkele van deze stenen over een afstand van 280 kilometer vanuit Wales naar het monument in Engeland zijn getransporteerd.

Foto van A. STANFORD

De oude Britten moeten deze bluestones “niet alleen als kostbaarheden maar als de kern van hun identiteit hebben beschouwd,” zegt Michael Parker Pearson, expert in de Britse prehistorie aan University College London en hoofdauteur van het nieuwe onderzoek, dat mede door de National Geographic Society werd ondersteund. Parker Pearson vermoedt dat de ontdekking in Waun Mawn geloofwaardigheid verleent aan een fascinerende hypothese: dat de bluestones van Stonehenge (die een blauwgrijze tint hebben) fysieke symbolen waren van de voorouders van deze migrerende volken of van de herinnering aan hen. De Neolithische Britten droegen hun voorouderlijke erfgoed dus letterlijk mee door het gebied waar ze woonden.

Maar in deze fase van het onderzoek is het onmogelijk om definitieve conclusies te trekken – iets wat door zowel de auteurs zelf als niet-betrokken experts wordt erkend. “Een van de dingen die ik altijd zo fascinerend aan Stonehenge heb gevonden, is dat het monument heel veel vragen oproept, vragen die waarschijnlijk nooit beantwoord zullen worden,” zegt Kate Fielden, vicevoorzitter van Rescue – The British Archaeological Trust, die niet bij het nieuwe onderzoek was  betrokken. “Dat idee van een mysterie spreekt me erg aan.”

(Lees ook: Hoe Stonehenge deel uit maakt van een samenhangend complex)

Aanwijzingen in een oude legende?

Het grote aantal hypotheses over de mogelijke oorsprong van Stonehenge is de afgelopen tientallen jaren dankzij baanbrekende ontwikkelingen in de archeologie steeds kleiner geworden. Het feit dat het monument is uitgericht op de zomer- en winterzonnewende, wijst op een astronomische functie, en grote aantallen stoffelijke resten van gecremeerde mensen duiden op een verband met de doden of met voorouderverering. 

Wat is een zonnewende?
Wat is een zonnewende en wanneer vinden die plaats? Is de winterzonnewende altijd de eerste dag van de winter? Ontdek wat de oorzaak is van deze tweejaarlijkse astronomische gebeurtenissen en hoe die zorgen voor de langste en de kortste dagen van het jaar.

Stonehenge werd niet in één keer opgericht. De bouw ervan moet zo’n vijfduizend jaar geleden zijn begonnen, waarna het monument in de loop der millennia meerdere keren werd aangevuld en opnieuw gerangschikt. Uiteindelijk bestond het uit twee soorten zware stenen: de ‘sarsens’, twintig ton wegende steenplaten van zandsteen waaruit de hoefijzervormige opstelling in het centrum en de buitenste steenring bestaan; en de ‘bluestones’, kleinere stenen van diabaas (doleriet) die elk zo’n drie ton wegen en een binnenring vormen. Uit geochemische analyses is duidelijk geworden dat de zandstenen sarsens afkomstig zijn uit de buurt van het Engelse plaatsje West Woods, op een steenworp afstand van Stonehenge.

De bluestones daarentegen lijken helemaal vanuit de Preseli Hills in het uiterste westen van Wales over land naar Stonehenge te zijn versleept, over een afstand van een kleine driehonderd kilometer. Onlangs hebben Parker Pearson en collega-onderzoekers in twee Welshe steengroeven het exacte type bluestone gevonden dat voor Stonehenge is gebruikt.

De reis die deze bluestones hebben afgelegd, klinkt volgens de archeologen door in een oude legende. In de twaalfde-eeuwse kroniek Historia regum Britanniae (‘Geschiedenis van de Koningen van Brittannië’) vertelt Geoffrey of Monmouth hoe de tovenaar Merlijn de ‘Dans der Giganten’ – een oeroude steencirkel in Ierland – liet afbreken en de stenen ervan met behulp van 15.000 manschappen naar de Salisbury Plain liet vervoeren en daar opnieuw liet oprichten.

Hoewel deze fascinerende legende over de grillen van een tovenaar uiteraard een fantasievol bedenksel is, doet het feit dat de bluestones van Stonehenge afkomstig zijn uit steengroeves aan de westkust van Wales, pal tegenover Ierland, sommigen afvragen of de mythe mogelijk toch een kern van waarheid bevat. Zou er ergens in het westen van Groot-Brittannië een voorloper van Stonehenge kunnen zijn gebouwd? Het team van Parker Pearson, bestaande uit archeologen, geologen en experts in technieken als luchtfotografie, koolstofdatering en optisch gestimuleerde luminescentie-datering, kon de verleiding niet weerstaan om die hypothese nader te bestuderen en deed bijna tien jaar uitgebreid onderzoek naar deze mogelijke connectie.

(Lees ook: Omstreden tunnel onder Stonehenge toegestaan ondanks bezwaren van archeologen)

Op jacht naar voorlopers

De archeologische vindplaats van Waun Mawn, die voor het eerst in 2010 met Stonehenge in verband werd gebracht, is op het eerste gezicht geen bijzondere plek. Er staan welgeteld vier bluestones, die een wijde boog in een stuk grasland vormen. In 2011 onderzochten de archeologen de plek met behulp van bodemradar, maar ze vonden niets van enig belang.

Toch keerde het team in 2017 terug naar Waun Mawn om aan weerszijden van de mogelijke boog enkele smalle proefsleuven te graven. Er werden twee opgevulde kuilen gevonden waarin ooit grote monolieten hadden gestaan. “Dat was echt het moment waarop ik dacht: wow, heel misschien zijn we hier iets op het spoor,” zegt Parker Pearson.

Maar opnieuw leverde het bodemonderzoek weinig op, want er werden geen andere kuilen voor staande stenen gevonden. In Stonehenge heeft dit soort bodemradartechnologie een baanbrekende rol gespeeld in het onderzoek naar aanwijzingen die onder de grond verborgen liggen. Het feit dat met dezelfde methode in Waun Mawn geen resultaten werden geboekt, was zowel merkwaardig als frustrerend.

“Niet is moeilijker dan het zoeken naar een steencirkel die er niet meer is,” zegt Parker Pearson.

Uiteindelijk realiseerde het onderzoeksteam zich dat dit stuk Welshe platteland niet genoeg magnetische mineralen of elektrisch geleidend gesteente bevatte om met behulp van bodemradar zijn geheimen prijs te geven. “We moesten het ditmaal niet van geavanceerde technologie hebben,” zegt Parker Pearson. “We moesten het op de ouderwetse manier doen, en allemaal met de hand.”

Perfect puzzelstukjes

Na maanden van opgravingen en het afspeuren van de bodem op de geringste afwijkingen in textuur, kleur en locatie, ontdekten de archeologen nog meer opgevulde kuilen. De steenkuilen vormden een segment van wat ooit een cirkel met een doorsnede van 110 meter moet zijn geweest – dezelfde diameter als die van de greppel die rond Stonehenge loopt. Als alle staande stenen van Waun Mawn nog in die kuilen zouden staan, zouden ze zijn uitgericht op de zomerzonnewende – opnieuw net als de stenen van Stonehenge.

Het onderzoeksteam maakte vervolgens gebruik van koolstofdatering om de ouderdom van de houtskool op de vindplaats te dateren en van een techniek genaamd optisch gestimuleerde luminescentie-datering, waarmee het tijdstip kan worden bepaald waarop de kwartsrijke afzettingen in de steenkuilen voor het laatst aan zonlicht waren blootgesteld. De resultaten duidden erop dat de steencirkel van Waun Mawn tussen 5600 en 5000 jaar geleden werd opgericht, nog vóór de bouw van Stonehenge.

An excavated stone socket from Waun Mawn. Archaeologists looked for tiny differences in soil color, texture, and topography to identify holes where the ancient monument's standing stones were once located.

Maar waar zijn de stenen van Waun Mawn gebleven? Een van de bluestones in Stonehenge leverde een aanwijzing op, namelijk een zeer aparte dwarsdoorsnede die perfect paste in een van de steenkuilen van Waun Mawn. Bovendien kwamen de steenscherfjes op de bodem van een van de kuilen in Waun Mawn geologisch precies overeen met het type bluestone dat in Stonehenge was gebruikt, een steensoort die ‘ongevlekte diabaas’ wordt genoemd.

Uit eerdere analyses van menselijke skeletresten uit Stonehenge is gebleken dat sommige doden uit het westen van Wales kwamen. Al met al vertelden de gegevens een dramatisch en verrassend verhaal: de steencirkel in Waun Mawn werd door de bouwers ervan afgebroken en naar de Salisbury Plain getransporteerd, waar sommige van de bluestones opnieuw werden gebruikt voor de bouw van Stonehenge, dat in zijn ontwerp aansloot op de oorspronkelijke steencirkel in Wales.

De auteurs van de nieuwe studie menen dat het om een overtuigende en fascinerende hypothese gaat, en sommige onafhankelijke experts zijn het daarmee eens. Volgens Richard Madgwick, archeoloog aan de Cardiff University in Wales, is het idee dat Stonehenge tenminste één Welshe voorloper heeft, “vrij aannemelijk.”

Maar andere experts denken dat er nog niet genoeg bewijzen zijn om zo’n hypothese te rechtvaardigen.

“Het zoeken naar bewijzen voor de orale traditie die in de kroniek van Geoffrey of Monmouth wordt weerspiegeld, is een interessante benadering, maar de overblijfselen die in Waun Mawn zijn gevonden, komen nog niet echt overeen met wat je van een steencirkel uit deze periode zou verwachten,” zegt Timothy Darvill, archeoloog aan de Bournemouth University. “Er is duidelijk meer onderzoek nodig om deze beweringen te onderbouwen.”

Wat was de functie van Stonehenge?

Omdat (tot nu toe) slechts één van de 44 bewaard gebleven bluestones van Stonehenge overtuigend kan worden herleid tot Waun Mawn, denkt het onderzoeksteam dat deze steensoort uit steengroeven in heel Groot-Brittannië kunnen zijn aangevoerd. In dat geval moet Stonehenge voor de migrerende bouwers van bijzonder grote betekenis zijn geweest. Maar waarom?

Uit meerdere onderzoeken van oeroude DNA-monsters is gebleken dat de mensen die zo’n vijfduizend jaar geleden op en rond de Salisbury Plain werden begraven, van verschillende herkomst waren. Sommigen kwamen uit het westen van Wales en Ierland, waar culturen woonden die stenen graven bouwden, terwijl anderen uit het oosten van Engeland kwamen, waar de doden in zogenaamde langgraven werden bijgezet. “Dit zijn regio’s met volken die er van oudsher verschillende levensstijlen op nahielden, en in zekere zin ook verschillende ‘doodsstijlen’,” zegt Parker Pearson.

Stonehenge ligt precies tussen deze beide cultuurregio’s in en Parker Pearson denkt dan ook dat het monument mogelijk als een verbindend ‘neutraal gebied’ kan hebben gediend, waar verschillende Neolithische stammen tegenstellingen konden overwinnen.

Recente onderzoekingen van Madgwick ondersteunen dat idee. Zijn team vond in Durrington Walls, een Neolithische vindplaats in de buurt van Stonehenge, een schat aan varkensbotten. Uit de chemische analyse van deze resten bleek dat de dieren uit heel Groot-Brittannië waren aangevoerd en in grote feestmalen waren verorberd. De hele vindplaats zou in de woorden van Madgwick een soort “Glastonbury van zijn tijd” geweest kunnen zijn, waar mensen uit alle windstreken van de Britse Eilanden bijeenkwamen om culturen en ervaringen uit te wisselen.

Het nieuwe onderzoek onderbouwt de hypothese dat de oprichters en gebruikers van Stonehenge allesbehalve in een sedentair en geïsoleerd verband leefden, zegt Vincent Gaffney, een archeoloog van de University of Bradford in Groot-Brittannië die niet bij het onderzoek was betrokken. Deze oude Britten vormden volgens hem “een samenleving die niet monolithisch en stationair was, maar flexibel en interactief. Er werden goederen uitgewisseld en er lijkt ook een aanzienlijke hoeveelheid materieel cultuurgoed te zijn uitgewisseld.”

Herinneringen in steen

Minder duidelijk is waarom deze bluestones nu precies vanuit Wales naar de Salisbury Plain werden getransporteerd. Maar misschien kan het antwoord daarop deels bij andere megalieten in de wereld worden gevonden.

In de jaren negentig deed Parker Pearson samen met een Maleisische archeoloog onderzoek naar megalithische bouwsels op Madagaskar, structuren die daar ook nu nog worden gebouwd. Zijn collega legde uit dat ze bestemd waren voor de voorouders. Hout rot weg, maar steen blijft eeuwig bewaard. De megalieten waren vertegenwoordigingen van de doden en waren bedoeld om de herinnering eraan voor altijd levend te houden.

Hetzelfde kan hebben gegolden voor de verplaatste bluestones uit Wales. Ze werden in Stonehenge opgericht en, zoals de vele ganggraven die in dit tijdperk werden gebouwd, op de zonnestanden uitgericht, een ander verschijnsel dat onveranderlijk was. Stonehenge is mogelijk dus niet alleen een multiculturele verzamelplek geweest, maar ook een gedenkteken.

Hoewel we vijfduizend jaar na deze volken leven, is het niet zo moeilijk om begrip te hebben voor het verlangen van deze mensen om de herinnering aan hun voorouders levend te houden. Deze bluestones waren drie ton wegende versies van aandenkens – foto’s, brieven en snuisterijen – die dierbaren van elkaar bewaren.

En net als de oude Britten nemen wij die vereerde aandenkens mee als we verhuizen.

“Je neemt de dingen mee die vertegenwoordigen wie jij bent, omdat ze vertegenwoordigen wie jouw voorouders waren,” zegt Parker Pearson.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.