Toen Gerardus Mercator in 1569 zijn beroemde wereldkaart publiceerde, wist hij dat grote delen van de aarde nog onbekend waren. Dat gold zeker voor het noordpoolgebied. Voor zijn kaart combineerde hij daarom recente ontdekkingen met oudere verhalen – en zelfs mythen die destijds als geloofwaardig werden beschouwd. Het resultaat: een intrigerend beeld van het uiterste noorden, waarin wetenschap en verbeelding samenkomen.
Na Mercators dood gaf zijn zoon Rumold Mercator de noordpoolkaart opnieuw uit in de atlas Atlantis Pars Altera. Maar hoe kwam Mercator tot zijn opvallende voorstelling van de Noordpool?
Een draaikolk in het hart van de wereld
In de begeleidende teksten bij zijn kaart verwijst Mercator naar het werk van Jacques Cnoyen, ook bekend als Jacobus van Knooij. Deze Nederlandse zeevaarder baseerde zich op een nog ouder verslag: de Inventio Fortunata, geschreven door een franciscaner monnik in de veertiende eeuw. Dit werk is verloren gegaan; alleen fragmenten via latere auteurs zijn bewaard gebleven.
Volgens deze overlevering bestond de Noordpool uit vier grote eilanden, gescheiden door zeeën die samenkwamen in een enorme maalstroom. In een brief uit 1577 aan de Engelse geleerde John Dee beschrijft Mercator dit als volgt: in het midden ‘kolkt het water met veel gedruis en wordt het naar beneden gesleurd, alsof het door een trechter gaat’. Schepen die deze stroming volgden, zouden nooit terugkeren.
Magnetische rotsen en kompasmysteries
In het midden van deze draaikolk plaatste Mercator een ‘zwarte, zeer hoge rots’, aangegeven met een 1 op de afbeelding bovenaan. Opmerkelijk genoeg zag hij die niet als magnetisch. Die rol schreef hij toe aan een andere rots (2), iets verderop in zee, die volgens hem volledig uit magnetisch gesteente bestond.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Met deze theorie probeerde Mercator een verklaring te geven voor een fenomeen dat zeevaarders al langer bezighield: magnetische declinatie, het verschil tussen het geografische noorden en de richting die een kompas aangeeft. In een tijd waarin navigatie nog sterk in ontwikkeling was, vormde dat een raadsel dat om uitleg vroeg.
Ontdekkingsreizen als puzzelstukjes
Hoewel delen van Mercators kaart speculatief waren, verwerkte hij ook de nieuwste geografische kennis. Zeevaarders als Martin Frobisher en John Davis, die in de tweede helft van de zestiende eeuw op zoek gingen naar de Noordwestelijke Doorvaart (3), de verbinding tussen de Atlantische en Grote Oceaan langs de noordkust van Alaska en Canada, leverden waardevolle informatie.
Leestip: Hoe werd Nederland vroeger in beeld gebracht? Dit vertellen de oudste kaarten
Zij observeerden sterke zeestromen die ijsbergen meesleurden – mogelijk de basis voor het idee van de maalstroom. Hun ontdekkingen werden door Mercator op zijn kaart verwerkt, naast de meer mythische elementen.
Een mix van kennis en verbeelding
Mercators kaart van de Noordpool laat zien waar wetenschap in de zestiende eeuw stond: het was een combinatie van waarneming, interpretatie en overlevering. In een wereld waarin nog veel onbekend was, vulden cartografen de witte plekken op de kaart soms met verhalen die achteraf onjuist bleken.
Toch was dit geen zwakte, maar een noodzakelijke stap in de ontwikkeling van geografische kennis. De kaart van Mercator, maar bijvoorbeeld ook de Carta Marina, markeert daarmee een moment waarop de grens tussen feit en fictie nog vloeibaar was – en waarin de zoektocht naar begrip belangrijker was dan absolute zekerheid.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










