Kapitein Sydney Cornwell weet dat het een moeilijke tocht wordt. Het is 13 september 1931 als hij Herscheiland verlaat om zijn cargoschip door de Beaufortzee ten noorden van Alaska en Canada te loodsen, richting Vancouver. De winter is al begonnen en de zee begint zich vol te pakken met ijs. Cornwell moet zo snel mogelijk Point Barrow zien te bereiken, het noordelijkste punt van Alaska. Vanaf daar kunnen ze in zuidelijke richting naar Canada afdalen. Hun schip, de SS Baychimo, zal die route echter nooit voltooien – maar wel geschiedenis schrijven.
Te laat vertrokken, ingesloten door ijs
Vijf dagen lang ploetert de Baychimo door het dichte pakijs om de 650 kilometer van Herscheileiland naar Point Barrow af te leggen. Alles wijst erop dat de bemanning te laat is vertrokken uit de Arctische regio. Het zeewater is bevroren, het weer onstuimig en door de vertraging begint de koolvoorraad van het stoomschip snel te slinken.
Kapitein Cornwell was graag eerder vertrokken, zo blijkt uit een interview dat in 1934 werd gepubliceerd in maritiem weekblad Schuttevaer, maar hij moest van zijn werkgever, de Hudson’s Bay Company, wachten op duizend vossenhuiden die nog mee moesten.
Tegen alle verwachtingen in – en met de hulp van dynamiet – weet het schip Point Barrow te bereiken, maar enkele dagen later zit het vast, muurvast. Tot overmaat van ramp breekt een van de propellerbladen af. Verder varen is nu geen optie meer.
Verlaten schip in een bevroren wereld
Op 8 oktober 1931 besluit de bemanning het schip te verlaten. Het risico dat het ijs de romp verplettert, is te groot. Met onderdelen van het schip bouwen ze een blokhut op het ijs. Dat blijkt een goede beslissing, want er steekt al snel een grote sneeuwstorm op die vier dagen aanhoudt.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Intussen is discussie ontstaan over wat er met de lading van de Baychimo moet gebeuren. Het ruim ligt vol waardevolle spullen, waaronder de duizend vossenhuiden en ivoor. Cornwell stelt voor om de lading via land te laten transporteren naar een warenhuis in Alaska, maar de vertegenwoordiger van de Hudson’s Bay Company, die zich ook op de Baychimo bevindt, geeft hier vanwege de hoge kosten geen toestemming voor.
Er zit niets anders op dan te wachten tot de winter voorbij is. Kapitein Cornwell en een deel van zijn mannen blijven bij het schip en zijn kostbare lading. De rest van de opvarenden wordt opgehaald per vliegtuig.
Verdwenen… en weer opgedoken
Als eind november een zware storm opsteekt, raakt de crew drie dagen ingesneeuwd. De kapitein maakt zich grote zorgen over het lot van zijn schip. Zou het dit overleven? Als ze eindelijk hun blokhut kunnen verlaten en het schip willen inspecteren, blijkt de Baychimo nergens te bekennen. Het moet zijn vergaan, zo luidt de conclusie.
Maar een week na de verdwijning krijgt Cornwell een opmerkelijk bericht. Een aantal valzetters heeft het schip zien drijven, op zo’n honderd kilometer van hun blokhut. Vermoedelijk heeft een grote vloedgolf het schip losgeslagen. Dit is de eerste van vele waarnemingen.
Een schip zonder bemanning
Maandenlang duikt de Baychimo op verschillende plekken op. Soms lukt het mensen om het schip te bereiken en delen van de lading te bergen. Vaak is het te gevaarlijk: mist, storm en drijvend ijs maken elke poging riskant.
Leestip: De Mary Celeste dobberde in 1872 stuurloos op zee – wat gebeurde er met de bemanning?
Als het schip voor de zoveelste keer uit het zicht verdwijnt, mogen Cornwell en de crew de ijzige plek eindelijk verlaten. Een vliegtuig staat in februari 1932 klaar om hen op te halen. Het schip wordt total loss verklaard.
Het spookschip van de Noordelijke IJszee
Maar het schip blijft opduiken. In de jaren dertig blijven waarnemingen binnenkomen en soms lukt het iemand om het schip te betreden. Het boek White Fox and Icy Seas in the Western Arctic van John Bockstoce bevat een rapport van een kapitein die het in 1933 zo’n zes kilometer bij zijn eigen schip vandaan zag dobberen.
Hij schreef: ‘Eén van de vreemdste taferelen tijdens de reis, was een Eskimo die aan boord van ons schip kwam nadat hij de Baychimo had bezocht. Hij had het uniform van de kapitein op het schip gevonden en droeg met trots zijn vier strepen.’
Leestip: De Titanic: het onzichtbare schip dat toch zonk
De Baychimo krijgt al snel het stempel ‘spookschip’ door alle waarnemingen. Het legt – ingeklemd in massief ijs – honderden kilometers af zonder bemanning. Weekblad Schuttevaer schrijft in 1934 als volgt over de avonturen van de Baychimo: ‘Als een schip er zin in heeft een spookschip te worden en op een kwaden dag den gewonen gang van zaken omkeert en zijn bemanning verlaat, wat kan men dan daartegen doen?’
De laatste waarnemingen
Kapitein Cornwell vond de situatie met zijn schip hoogst opmerkelijk, zo blijkt uit een interview bij thuiskomst. Hij zei: ‘En nu kunt u zeggen, dat er dus eigenlijk niet zoo heel veel spookachtigs aan het schip is, maar het is toch wel heel vreemd, dat het er nog altijd ronddrijft, want daar tusschen dat ijs had het al wel zesmaal fijngemalen moeten zijn.’
Dan verdwijnt de Baychimo twintig jaar lang van de radar. Iedereen weet zeker dat het schip eindelijk op de bodem van de zee ligt, totdat iemand het in 1962 weer voor de kust van Alaska ziet drijven. De laatste keer dat het Arctische spookschip gezien wordt, is in 1969.
In 2006 ondernam de regering van Alaska een poging om de Baychimo te vinden, zonder succes. De kans dat het stoomschip nu nog ronddrijft, is nihil. Het ligt hoogstwaarschijnlijk op de plek waar het logischerwijs al in 1931 had moeten liggen: de bodem van de Beaufortzee.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










