Voor de kust van Noorwegen kronkelt een reusachtige slang met een draakachtige kop rond een schip. Bij de Faeröer grijpt een monster een zeehond uit het water. En langs de Schotse kust verplettert een gigantische kreeft een man met zijn scharen. Deze scènes lijken rechtstreeks uit een mythe te komen, maar ze staan afgebeeld op een echte kaart: de Carta Marina uit 1539.

Deze gedetailleerde zeekaart van Noord-Europa diende als leidraad voor ontdekkingsreizigers, cartografen en geleerden. Pas decennia later begon men te twijfelen aan het waarheidsgehalte van de afgebeelde monsters. Toch waren ze niet louter verzonnen.

Een van de eerste kaarten van Noord-Europa

De Carta Marina werd gemaakt door Olaus Magnus, een Zweedse aartsbisschop die na de Reformatie naar Italië was uitgeweken. Daar werkte hij jarenlang aan een kaart die zowel een geografisch als cultureel overzicht bood van Noord-Europa.

De kaart, ruim 1,70 meter breed en 1,25 meter hoog, was een van de eerste gedetailleerde weergaven van de regio. Ze toont onder meer Scandinavië, de Baltische staten, IJsland en delen van de Britse Eilanden. Maar naast havens, rivieren en steden bevat de kaart ook iets anders: een opvallende verzameling zeemonsters.

Monsters als waarschuwing voor zeevaarders

De wezens op de kaart waren niet alleen decoratief. Volgens de Amerikaanse cartografisch historicus Chet Van Duzer dienden ze ook als waarschuwing. In de zestiende eeuw was de zee een gevaarlijke en onvoorspelbare plek, waar angst en onzekerheid alomtegenwoordig waren.

carta marina kaart vol zeemonsters olaus magnus
Olaus Magnus
Zeeslangen waren mogelijk gebaseerd op beschrijvingen van reuzeninktvissen of zeeleeuwen. Anderen vermoeden dat deze monsters eigenlijk haaien, walvissen of riemvissen waren.
carta marina kaart vol zeemonsters olaus magnus
Olaus Magnus
Magnus schreef in 1555 in een boek dat pristers zestig meter lang zijn, met zwemvliezen, twee blaasgaten en een gezicht als van een zwijn.

Die angst was niet ongegrond. Tijdens lange zeereizen overleefde naar schatting slechts de helft van de bemanning. Ziekten als scheurbuik, maar ook ongelukken en verdrinking, maakten de zee tot een dodelijke omgeving.

Magnus markeerde op zijn kaart specifieke gevaren. Zo tekende hij voor de Noorse kust een maalstroom, een draaikolk die daadwerkelijk bestaat en tot op de dag van vandaag berucht is.

De oorsprong van de zeemonsters

Hoewel de monsters angstaanjagend ogen, waren ze niet volledig uit de lucht gegrepen. Veel van de afgebeelde wezens waren gebaseerd op Bijbelse verhalen, zoals de zeeslang Leviatan, of op waarnemingen van echte zeedieren.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Volgens Van Duzer zijn veel monsters waarschijnlijk geïnspireerd op walvissen, haaien, zeeleeuwen of zelfs reuzeninktvissen. In een tijd zonder moderne wetenschap werden zulke ontmoetingen vaak overdreven of verkeerd geïnterpreteerd. Een bekend voorbeeld is de prister, een vermeend zeemonster dat tot zestig meter lang kon worden en een kop had die leek op die van een everzwijn.

Een trompet tegen zeemonsters

De Carta Marina ging zelfs zo ver dat er aanwijzingen werden gegeven om deze wezens te verjagen. Op een van de illustraties, voor de kust van IJsland, zijn twee monsters te zien die een schip aanvallen.

Op de achtersteven staat een man met wat op een wapen lijkt. ‘Maar dat is geen geweer,’ zegt Van Duzer. ‘Het is een trompet. Volgens Magnus kon je zeemonsters verjagen door lawaai te maken.’

Pas in de achttiende eeuw begonnen kaartenmakers de monsters te vervangen door meer realistische afbeeldingen van dieren. Naarmate kennis van de oceanen groeide, maakte verbeelding langzaam plaats voor wetenschap.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!