Dodencel: de verhalen van mensen die onschuldig ter dood werden veroordeeld

Sinds 1973 zijn er in de VS meer dan 8700 mensen ter dood veroordeeld. Ruim 1500 executies zijn daadwerkelijk voltrokken. 182 gevangenen zaten onschuldig in de dodencel. Dit zijn de verhalen van enkelen van hen.

Gepubliceerd 4 mrt. 2021 15:57 CET, Geüpdatet 5 mrt. 2021 13:58 CET
13 jaar in een dodencel; vrijgesproken in 2001

13 jaar in een dodencel; vrijgesproken in 2001

Foto van Martin Schoeller

Dit artikel verscheen in de derde editie van National Geographic Magazine 2021.

Albert Burrell

Union Parish, Louisiana

13 jaar in een dodencel; vrijgesproken in 2001

Burrell, nu 66, was zeventien dagen verwijderd van zijn executie toen zijn advocaten in 1996 uitstel voor hem kregen. De veroordeling voor een dubbele moord werd nietig verklaard. Een rechter oordeelde dat de aanklagers de jury hadden misleid en ontlastend bewijs hadden achtergehouden. Er volgde een nieuw proces. De staat concludeerde dat er geen geloofwaardig bewijs was dat Burrell linkte aan de moorden; hij werd vrijgelaten.

27 jaar vast, waarvan 2 in dodencel; vrijgesproken in 2014

Foto van Martin Schoeller

“Kwame Ajamu, een man van 63, woont op loopafstand van mijn huis in een buitenwijk van Cleveland (Ohio). Ajamu werd in 1975 ter dood veroordeeld voor de moord op Harold Franks, een vertegenwoordiger in postwissels. Ajamu was zeventien toen een rechter hem de doodstraf oplegde. ”

De veroordeling van Ajamu - vóór zijn tijd in de gevangenis heette hij Ronnie Bridgeman – stoelde grotendeels op de verklaring van een dertienjarige ooggetuige. Deze beweerde dat Bridgeman en een andere jongeman de vertegenwoordiger op straat hadden aangevallen. Er was geen fysiek of forensisch bewijs dat Bridgeman linkte aan deze moord. De verdachte had een blanco strafblad, en een andere getuige verklaarde dat Bridgeman niet in de buurt was toen Franks werd vermoord. Toch werd Bridgeman, een middelbare scholier nog, enkele maanden na zijn arrestatie ter dood veroordeeld.

39 jaar later werd officieel bekendgemaakt dat de jeugdige ooggetuige zijn verklaring meteen weer had ingetrokken. Maar rechercheurs van de afdeling Moordzaken dreigden zijn ouders op te pakken en te veroordelen wegens meineed als hij zijn verhaal zou wijzigen, zo verklaarde de ooggetuige later onder ede. Ajamu werd in 2003, na 27 jaar gevangenschap, voorwaardelijk vrijgelaten. Het zou nog eens bijna twaalf jaar duren voor de staat Ohio hem officieel vrijpleitte. Dit gebeurde nadat de valse verklaring van de jongen en de misstap van de politie in een aanverwante rechtszaak aan het licht waren gekomen. Ik sprak met Ajamu en andere terdoodveroordeelden. Het zijn mensen uit diverse geledingen van de bevolking, die allen hetzelfde, vreselijke lot trof: ze werden ter dood veroordeeld voor misdaden die ze niet hadden begaan.

Ze gaan nog altijd zwaar gebukt onder hun verblijf in de dodencel en de voortdurende verwarring, angst en stress die ze daar moesten verduren. De posttraumatische stress waarmee mensen kampen die ten onrechte zijn veroordeeld en in de cel op executie moeten wachten, verdwijnt niet spontaan wanneer de staat hen vrijlaat en verontschuldigingen aanbiedt (en heel soms financiële genoegdoening).

Eén ding is wel duidelijk: iemand die onschuldig ter dood is veroordeeld, is de beste pleitbezorger voor afschaffing van een straf die velen als immoreel en barbaars beschouwen.

2 jaar gevangenis, beide in een dodencel; vrijgesproken in 1976.

Ron Keine (73, midden), hier omringd door zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, werd ten onrechte ter dood veroordeeld wegens het ontvoeren, verkrachten en vermoorden van een student. The Detroit News ontdekte dat een belangrijke getuige haar verklaring had gedaan onder druk van de aanklagers. Keine werd vrijgelaten toen het moordwapen werd gelinkt aan een dakloze, die de moord bekende. Een aanklager werd uit zijn ambt gezet en drie agenten werden beboet.

Foto van Martin Schoeller

In een land dat meer burgers executeert dan de meeste andere landen die de doodstraf hanteren, is de noodzaak tot verandering extra prangend. In de VS zijn beklaagden en slachtoffers vanwege hun afkomst, lage inkomen of om andere redenen niet altijd opgewassen tegen overijverige politieagenten of openbare aanklagers. Zij lopen meer risico slachtoffer te worden van een justitiële dwaling of zelfs een doodvonnis. Vooral de factor ‘ras’ speelt hierbij vaak een rol: sinds april 2020 is ruim veertig procent van de gevangenen in de dodencellen zwart, terwijl die bevolkingsgroep in Amerika slechts 13,4 procent van het totaal uitmaakt.

Groepen als het Innocence Project stellen al decennialang de zwakke plekken in het Amerikaanse justitiële systeem aan de kaak, vooral waar het de doodstraf betreft. Mede dankzij DNA-onderzoek en een verbeterde controle op de handelwijze van politie, aanklagers en toegewezen advocaten konden sinds 1972 182 executies worden voorkomen. Tussen 1989 en december 2020 werden in totaal nog eens 2700 andere veroordeelden vrijgesproken.

De voormalige terdoodveroordeelden die ik sprak, zijn allen aangesloten bij de non-profitorganisatie Witness to Innocence (WTI), die sinds 2005 is gevestigd in Philadelphia. WTI wordt geleid door vrijgesproken terdoodveroordeelden en streeft naar afschaffing van de doodstraf in de VS door de samenleving ervan te overtuigen dat deze vorm van straf onethisch is. WTI droeg de afgelopen vijftien jaar bij tot afschaffing van de doodstraf in diverse staten door te lobbyen bij leden van het Congres, staatsjuristen, beleidsadviseurs en onderzoekers. Momenteel kan de doodstraf nog worden opgelegd door 28 staten en de federale overheid, en binnen het leger. In 2020 zijn er in de VS zeventien executies uitgevoerd, waarvan tien door de federale overheid. Voor het eerst werden meer gevangenen geëxecuteerd door de federale overheid dan door alle staten bij elkaar. ‘Ik ben als zeventienjarige door de staat Ohio ontvoerd,’ begint Ajamu zijn verhaal.

ontvoerd,’ begint Ajamu zijn verhaal. ‘Ik was nog maar een kind toen ik in de dodencel werd gezet,’ vertelt Ajamu, de huidige voorzitter van WTI. ‘Ik begreep niet wat me overkwam en snapte niet dat dit zomaar mocht. Eerst smeekte ik God om genade, maar ik begreep al snel dat ik reddeloos verloren was.’ Op de dag dat Ajamu aankwam in de Southern Ohio Correctional Facility, een zwaarbeveiligde gevangenis op het platteland van Ohio, werd hij naar het cellenblok gebracht waar de terdoodveroordeelden zaten. In een vertrek aan het eind van de rij dodencellen bevond zich de elektrische stoel van de staat Ohio. Voor ze hem opsloten, brachten de bewakers Ajamu daarnaartoe. ‘Een bewaker wilde me per se de stoel laten zien,’ zegt Ajamu. ‘Ik zal nooit vergeten wat hij toen zei: ‘Dit wordt jouw hete afspraakje.’’

Van Ajamu’s doodvonnis tot 2005 – toen het Amerikaanse hooggerechtshof oordeelde dat het executeren van minderjarigen strijdig was met het grondwettelijke verbod op ‘wrede en ongebruikelijke straffen’ – werden volgens het Death Penalty Information Center (DPIC) in de VS 22 mensen geëxecuteerd die vóór hun achttiende waren veroordeeld.

Het hooggerechtshof riep zo een halt toe aan het executeren van minderjarigen, een praktijk die stamde uit de tijd voor de Onafhankelijkheidsverklaring. Het oudst bekende geval in de Britse kolonies dateert van 1642, toen in de Plymouth Colony de zeventienjarige Thomas Granger werd opgehangen, omdat hij seksuele handelingen met vee zou hebben gepleegd.

In de eerste jaren na de Amerikaanse onafhankelijkheid werden zelfs nóg jongere kinderen aan de allerzwaarste straffen onderworpen: Hannah Ocuish (12), een Native American, kreeg in 1786 in Connecticut de strop wegens moord.

Hierna werd leeftijd ruwweg nog twee eeuwen lang niet meegenomen bij het bepalen van de strafmaat. Bij de behandeling, veroordeling en executie van minderjarigen en volwassenen werd puur gelet op de misdaden; leeftijd speelde geen rol. Tot 1900 werd de leeftijd van terdoodveroordeelden in justitiële archieven niet standaard vermeld. Toen het Amerikaanse hooggerechtshof in 1987 voor het eerst onderzocht of de doodstraf voor minderjarigen strijdig was met de grondwet, waren er 287 gevallen van geëxecuteerde minderjarigen bekend.

Het hooggerechtshof oordeelde dat jaar nog dat de wet waarin de doodstraf in Ohio was vastgelegd strijdig was met het achtste amendement (dat wrede en ongebruikelijke straffen verbiedt), en het veertiende amendement (‘iedereen is voor de wet gelijk’), waarop Ajamu’s doodvonnis werd omgezet in levenslang. Hij zat nog een kwarteeuw in de cel voor hij voorwaardelijk vrijkwam. Dit gebeurde in 2014, toen een gedreven journalist uit Cleveland en het Ohio Innocence Project de leugen aan het licht brachten waardoor Ajamu in de dodencel was beland.

5 jaar in een dodencel; vrijgesproken in 1997

Foto van Martin Schoeller

‘Er zijn allerlei typen fouten die kunnen leiden tot een onterechte veroordeling en zelfs tot de doodstraf,’ zegt Michael Radelet, expert op het gebied van de doodstraf en socioloog aan de University of Colorado Boulder. ‘Op het politiebureau leggen verdachten onder dwang of om andere redenen valse bekentenissen af. Aanklagers houden soms ontlastend bewijs achter.

Ooggetuigen met goede bedoelingen kunnen soms valse verklaringen afgeven. De meeste justitiële dwalingen zijn het gevolg van meineed door getuigen van de openbaar aanklager.’ Weinig tegenstanders van de doodstraf hebben zo’n scherpe tong als de non Helen Prejean, die ook medeoprichter is van WTI en auteur van de bestseller Dead Man Walking. Prejean beschrijft hoe haar afkeer tegen de doodstraf een persoonlijk element kreeg toen ze zich herinnerde hoe bang ze een paar jaar eerder was geweest voor een tandartsbehandeling.

‘Ik zou op maandagochtend een wortelkanaalbehandeling ondergaan,’ vertelt ze me. ‘Voor het zover was, had ik er al een hele week nare dromen over. Ik werd steeds zenuwachtiger naarmate de afspraak naderde.’

Ze vervolgt: ‘Denk je eens in hoe het is om te moeten leven met een executie in het vooruitzicht. De zes veroordeelden in de dodencel die ik heb begeleid hadden dezelfde nachtmerrie: ze droomden dat ze schreeuwend en tegenstribbelend door bewakers uit hun cel werden gesleurd. Bij het ontwaken beseften ze dat het maar een droom was. Maar ze zaten in hun cel in de wetenschap dat het op een dag echt ging gebeuren. Dat is pure marteling. Het is hoog tijd dat het hooggerechtshof inziet dat deze marteling strijdig is met het grondwettelijk verbod op wrede of ongebruikelijke straffen.’

in ruim zeventig procent van de landen officieel of in de praktijk afgeschaft. Van de landen waar Amnesty International recentelijk executies registreerde, behoorden de VS – het land met het hoogste aantal gevangenen ter wereld – tot een groep van slechts dertien landen die de afgelopen vijf jaar elk jaar een executie uitvoerde. Het deel van de Amerikaanse bevolking dat achter de doodstraf staat, is de laatste jaren sterk gekrompen. Volgens het Pew Research Center vond in 1996 nog 78 procent van de Amerikanen dat veroordeelde moordenaars de doodstraf verdienden; in 2018 was dit nog maar 54 procent.

Het leven dat Ray Krone leidde voor hij ter dood werd veroordeeld, leek in niets op dat van Ajamu. Krone groeide op in Dover in Pennsylvania. Hij was de oudste van drie kinderen en had een typisch Amerikaanse jeugd in een luthers gezin. Hij zong in het kerkkoor, was bij de padvinders en stond als tiener bekend als een slimme jongen die wel van een geintje hield.

Hij zat nog in de schoolbanken toen hij zich aanmeldde bij de Amerikaanse luchtmacht, waar hij na zijn eindexamen zes jaar diende.

Hij werd eervol ontslagen, bleef in Arizona wonen en kreeg een baan bij de posterijen, waar hij tot zijn pensioen wilde blijven werken.

Aan zijn loopbaan, en al zijn andere plannen, kwam in december 1991 abrupt een einde met de dood van barvrouw Kim Ancona (36), die werd doodgestoken in het herentoilet van een lounge in Phoenix waar Krone weleens kwam. De politie kreeg Krone in het vizier toen deze ontdekte dat hij Ancona, die hij vaag kende, een paar dagen voor de moord een lift had gegeven naar een kerstfeestje. De dag nadat haar lijk was gevonden, moest Krone monsters inleveren van zijn haar, bloed en speeksel. Een tandarts maakte een afdruk van zijn gebit. De volgende dag werd hij gearresteerd en aangeklaagd voor de gewelddadige moord.

Volgens onderzoekers strookte het scheve gebit van Krone met de beten op het lichaam van het slachtoffer. Maar net als bij Ajamu was er geen forensisch bewijs dat Krone met deze misdaad in verband bracht. DNA-onderzoek stond nog in de kinderschoenen en geen van de speeksel- en bloedmonsters van de plaats delict werd op DNA getest. De voorloper van deze techniek leidde niet tot eenduidige antwoorden. De politie negeerde ontlastend bewijs, zoals het feit dat de voetsporen rond het lijk niet overeenkwamen met Krones schoenmaat, noch met alle schoenen die hij bezat.

8 jaar vast, waarvan 2 in een dodencel; vrijgesproken in 1993

In 1993 werd Bloodsworth, nu 60, de eerste terdoodveroordeelde die dankzij DNAonderzoek werd vrijgesproken. Hij was veroordeeld voor het verkrachten en doden van een meisje van negen. Vijf getuigen zeiden hem in de buurt van de plaats delict te hebben gezien. Hij kreeg de doodstraf, zonder dat er harde bewijzen tegen hem waren. Negen jaar later werd zijn onschuld bewezen dankzij DNA dat werd aangetroffen op gearchiveerde bewijsstukken.

Foto van Martin Schoeller

Krone werd door de jury schuldig bevonden op grond van weinig meer dan de verklaring van een tandtechnicus die stelde dat de beten op het lichaam van het slachtoffer overeenkwamen met het gebit van Krone. Hij kreeg de doodstraf.

‘Het is naar om te beseffen dat alles waarin je gelooft en waarvoor je staat wordt afgepakt, en dan ook nog eens onterecht,’ vertelt Krone. ‘Het was misschien naïef, maar ik had nooit gedacht dat mij zoiets kon overkomen. Ik had mijn land gediend in de luchtmacht, ik had bij de posterijen gewerkt. Ik zeg niet dat ik een modelburger was, maar ik had nog nooit eerder problemen gehad. En toch belandde ik in de dodencel. Ik besefte toen dat dit iedereen kan overkomen.’ De juridische afdeling van Maricopa County gaf ruim vijftigduizend dollar uit aan de aanklacht, die zwaar leunde op de tandafdrukken. Voor de gebitsexpert die Krone had kunnen vrijpleiten werd slechts 1500 dollar belastinggeld uitgetrokken. Dat de openbaar aanklager en de verdediging bij zware delicten niet over evenveel budget beschikken, is in de VS al lange tijd een probleem. Verdachten, die vaak zijn aangewezen op onderbemande afdelingen met minder ervaren advocaten, delven hierdoor onevenredig vaak het onderspit.

Krones zaak kwam in 1995 opnieuw voor, toen in hoger beroep bleek dat de openbare aanklager videobeelden van het ‘bijtbewijs’ bewust tot de dag voor de rechtszaak had achtergehouden. Krone werd opnieuw schuldig bevonden. De aanklager beriep zich op dezelfde gebitsdeskundigen die Krone de eerste keer ook achter de tralies hadden gekregen. Dit keer hoorde de verdachte echter ‘levenslang’ tegen zich eisen in plaats van de doodstraf.

De moeder en stiefvader van Krone hebben nooit getwijfeld aan de onschuld van hun zoon. Ze namen een hypotheek op hun huis, en de familie nam een advocaat in de arm om de bewijsstukken van het moordonderzoek te onderzoeken. De rechter negeerde het gemor van de aanklager en gaf gehoor aan het verzoek van de advocaat van de familie om de DNA-stalen – te weten speeksel- en bloedmonsters van de plaats delict – in een onafhankelijk lab te laten onderzoeken.

In april 2002 toonden deze DNA-monsters Krones onschuld aan. Het DNA van Kenneth Phillips, een man die op nog geen kilometer van de bar woonde waar Ancona werd vermoord, werd aangetroffen op de kleding die het slachtoffer droeg. De dader was snel gevonden: hij zat een gevangenisstraf uit wegens het aanranden en wurgen van een zevenjarig meisje. Vier dagen na bekendmaking van de uitslag van het DNA-onderzoek werd Krone vrijgelaten. Sindsdien geniet hij bekendheid als de honderdste man die sinds 1973 in een Amerikaanse dodencel belandde, maar later onschuldig bleek en werd vrijgelaten.

Gary Drinkard was geen lieverdje. Hij was al vaker in aanraking geweest met de politie toen Dalton Pace, een drugsdealer, in augustus 1993 slachtoffer werd van een roofmoord in Alabama. De politie arresteerde Drinkard (destijds 37) twee weken later, nadat zijn halfzus Beverly Robinson en haar partner Rex Segars het met de politie op een akkoordje hadden gegooid. Zij verklaarden dat Drinkard tegen hen had gezegd dat hij Pace had vermoord. In ruil voor die verklaring zag de politie af van strafvervolging jegens hen wegens een beroving (waar Drinkard mogelijk ook bij was betrokken).

Ik ontmoet Drinkard, die is gekleed in een overall en de ene sigaret na de andere wegpaft. Hij praat langzaam met een sterk zuidelijk accent en weegt zijn woorden zorgvuldig. ‘Ik dacht echt dat ik eraan zou gaan,’ zegt hij. En dat was ook zeker het plan. De aanklagers dwongen een ‘bekentenis’ bij hem af door hem onder druk te zetten met getuigenverklaringen (van zijn halfzus en haar vriend). Ook zetten ze de jury op het verkeerde been door te verwijzen naar zijn vermeende betrokkenheid bij eerdere diefstallen. De advocaten die Drinkard bijstonden waren onervaren en hadden nog nooit een zaak bij de hand gehad waarin de doodstraf werd geëist. Ze trokken hun mond nauwelijks open en deden maar weinig moeite om ontlastend bewijs aan te voeren. In 1995 werd Drinkard schuldig bevonden en ter dood veroordeeld. Hij zou bijna zes jaar in een dodencel zitten.

In 2000 liet het hooggerechtshof van Alabama de zaak heropenen omdat de aanklager Drinkards criminele verleden erbij had gehaald. ‘Bewijs van eerder begane misdaden door de beklaagde is doorgaans niet toelaatbaar omdat dit bij de jury tot vooroordelen leidt. Als de verdachte al iets heeft uitgehaald, acht de jury de kans groter dat hij ook de misdaad heeft begaan waarvoor hij terechtstaat,’ schreef het hof in zijn motivatie voor heropening van de zaak.

6 jaar in een dodencel; vrijgesproken in 2001

Foto van Martin Schoeller

Drinkards zaak trok de aandacht van het Southern Center for Human Rights, dat doodvonnissen aanvecht. Toen Drinkards zaak in 2001 opnieuw voorkwam, toonden zijn advocaten aan dat hun cliënt ten tijde van de moord kampte met ernstige rugklachten. Ze verklaarden dat hij ten tijde van de moord op Pace thuiszat met een uitkering van zijn ziektekostenverzekering en de moord dus nooit had kunnen plegen. Een lokale jury sprak Drinkard binnen een uur vrij, waarna hij werd vrijgelaten. ‘Ik was nooit tegen de doodstraf, maar dat veranderde toen de overheid mij wilde omleggen,’ zegt Drinkard.

Volgens de National Registry of Exonerations is in de hele Verenigde Staten sinds 1989, het jaar waarin DNA werd toelaten als geldig bewijs in strafzaken, in meer dan 2700 gevallen vrijspraak geëist. 

In 1993 was Kirk Bloodsworth de eerste die dankzij een DNA-test aan zijn doodvonnis ontsnapte. Bloodsworth was in 1984 gearresteerd op beschuldiging van het verkrachten en vermoorden van de negenjarige Dawn Hamilton in Maryland. De politie kreeg Bloodsworth, die pas net in de buurt was komen wonen, in het vizier toen een anonieme tipgever na het zien van een compositietekening op tv diens naam noemde. Bloodsworth leek nauwelijks op de afgebeelde verdachte. Er was geen bewijs dat hem met de misdaad in verband bracht. Hij had geen strafblad. En toch werd hij ter dood veroordeeld. De aanklacht was voornamelijk gestoeld op de verklaringen van vijf getuigen, onder wie twee kinderen, die hem in de buurt van de plaats delict zouden hebben gezien. Volgens het DPIC spelen valse ooggetuigenverklaringen een rol in veel onterechte veroordelingen.

Bloodsworth herinnert zich de nare teksten die na het vonnis in de rechtszaal werden gescandeerd (‘Give him the gas and kill his ass’). Hij heeft nooit begrepen hoe hij ter dood kon worden veroordeeld wegens een gruwelijke misdaad die hij niet had gepleegd.

Twee jaar later kwam zijn zaak opnieuw voor de rechter, toen in hoger beroep bleek dat de aanklager mogelijk ontlastend bewijs voor de verdediging verborgen had gehouden. De politie had nog een verdachte op het oog, maar had verzuimd die lijn in het onderzoek verder uit te werken. Bloodsworth werd opnieuw schuldig bevonden, maar een andere rechter zette Bloodsworths straf om in tweemaal levenslang. ‘Soms wilde ik de hoop opgeven,’ vertelt Bloodsworth. ‘Ik dacht dat ik tot het einde van mijn leven in die cel zou zitten. Tot ik het boek van Joseph Wambaugh onder ogen kreeg.’

Dit boek, The Blooding, verscheen in 1989. Het ging over een nieuwe techniek op basis van DNA, die in rechtszaken werd gebruikt om een verdachte vrij te pleiten en een moord- en verkrachtingszaak op te lossen.

Bloodsworth vroeg zich af of deze techniek hem kon helpen zijn naam te zuiveren. Hij informeerde of de bewijsstukken in zijn zaak op DNA konden worden onderzocht om aan te tonen dat hij niet op de plaats delict was geweest, maar kreeg te horen dat het bewijs abusievelijk was vernietigd. Het bewijs, inclusief het ondergoed van het meisje, werd echter in het gerechtsgebouw aangetroffen. De aanklagers, die dachten dat hun zaak toch wel overeind zou blijven, stonden het bewijsmateriaal af.

Op de bewijsstukken werd bruikbaar DNA aangetroffen – en geen van de sporen matchte met dat van Bloodsworth. Hij kwam vrij en zes maanden later, in december 1993, verleende de gouverneur van Maryland hem gratie. Het zou nog bijna tien jaar duren voor de daadwerkelijke moordenaar werd veroordeeld: Kimberley Shay Ruffner, een man die twee weken voorafgaand aan de moord was vrijgekomen. Een tijdlang zat Ruffner, die kort na Bloodsworths arrestatie een celstraf van 45 jaar werd opgelegd voor poging tot verkrachting en poging tot moord, in dezelfde gevangenis. Ruffner bekende schuld aan de moord op Hamilton en kreeg levenslang. Als directeur van WTI strijdt Bloodsworth nu onvermoeibaar voor afschaffing van de doodstraf. De Innocence Protection Act, een wet die in 2004 werd bekrachtigd door president George W. Bush, leidde tot het Kirk Bloodsworth Post-Conviction DNA Testing Grant Program, dat veroordeelden bijstaat door een deel van de kosten van DNA-onderzoek op zich te nemen.

‘Ik was arm en woonde nog maar een maand in de omgeving van Baltimore toen ik werd gearresteerd,’ zegt Bloodsworth. ‘Als ik mensen vertel wat mij is overkomen, en ze zien hoe makkelijk het is om te worden veroordeeld voor iets wat je niet hebt gedaan, plaatsen ze vaak vraagtekens bij de werking van ons strafrechtsysteem. Dan is het niet moeilijk om aan te nemen dat er ook onschuldige mensen zijn geëxecuteerd.’

5 jaar vast, de helft in een dodencel; vrijgesproken in 1995

Bij haar proces in 1990 werd Sabrina Smith (50), meisjesnaam Butler, veroordeeld wegens de moord op haar zoontje Walter. Haar advocaten verzuimden getuigen op te roepen die konden verklaren dat de verwondingen van het kind strookten met de hartmassage die ze had geprobeerd toe te passen. Butler mocht niet voor de rechtbank verklaren dat ze onschuldig was. Het hooggerechtshof van Mississippi gelastte een nieuw proces wegens nalatigheid door de aanklagers. Butler werd vrijgesproken. Ze is een van de twee vrouwen in Amerikaanse dodencellen die vrijspraak kregen; Debra Milke zat 25 jaar onterecht vast.

 

Foto van Martin Schoeller

op 11 april 1989 ontdekte Sabrina Butler kort na middernacht dat haar negen maanden oude zoontje Walter niet meer ademde. Butler, een alleenstaande moeder van achttien, paste hartmassage toe. Toen hij na een paar minuten nog altijd niet reageerde, haastte ze zich met hem naar een ziekenhuis in Columbus (Mississippi), waar hij bij aankomst werd doodverklaard. Ze werd binnen 24 uur aangeklaagd voor moord.

Walter had op het moment van overlijden ernstig inwendig letsel. Butler verklaarde tegenover de politie dat dit letsel moest zijn ontstaan bij haar pogingen hem te reanimeren. De politie geloofde haar niet en na een urenlang verhoor – waarbij ze niet werd bijgestaan door een advocaat – tekende ze een verklaring dat ze haar baby in de maag had gestompt omdat hij maar bleef huilen. Elf maanden later werd Butler veroordeeld wegens moord. Ze kreeg de doodstraf.

Een medisch expert had wellicht kunnen verklaren dat Walters letsel strookte met dat van de onhandige reanimatiepogingen van een doodongeruste moeder. Een buur – die getuigde in een volgend proces – had kunnen verklaren dat Butler haar uiterste best had gedaan om het leven van haar zoontje te redden. Maar de advocaten die haar waren toegewezen (van wie er een was gespecialiseerd in echtscheidingen) riepen geen getuigen op. Butler werd zelfs niet naar voren geroepen om haar verhaal te doen.

Daar stond ik dan: een jong zwart meisje in een zaal vol blanke volwassenen,’ vertelt Butler, nu Smith geheten. ‘Ik had geen idee hoe zo’n proces in zijn werk gaat. Mijn advocaten hadden alleen gezegd dat ik stil moest zitten en naar de jury moest kijken. Toen tot me doordrong dat mijn advocaten geen enkele getuige zouden oproepen die mijn onschuld kon aantonen, wist ik dat de zaak niet goed zou aflopen.’

Haar veroordeling en de strafmaat werden in augustus 1992 verworpen. Het hooggerechtshof van Mississippi oordeelde dat de aanklager een procedurele fout had gemaakt door haar in de rechtszaal niet te horen. Het proces moest over. Het tweede proces, met betere pro-Deoadvocaten en verklaringen van een buur en een medisch expert, resulteerde in vrijspraak. Er werd nieuw bewijs aangevoerd: Walter leed aan een nieraandoening die waarschijnlijk had bijgedragen aan zijn plotselinge dood. Butler kwam na vijf jaar vrij. Ze had de helft van die tijd doorgebracht in de dodencel. Zo’n twee jaar na haar vrijspraak kreeg Butler een oproep om in een jury plaats te nemen. ‘Dat was een hele schok,’ vertelt ze me. ‘Ik legde een medewerker van het gerechtshof uit dat de staat Mississippi mij had willen doden en dat ik daarom niet kon plaatsnemen in de jury.’ Ze werd vrijgesteld van de juryplicht.

 

 

vrijgesproken gevangenen, maar ook burgers, vragen zich af of mensen na een onterechte veroordeling recht hebben op schadevergoeding, vooral in die gevallen waarin de doodstraf was geëist. In de praktijk luidt dat antwoord ‘nee’. In een enkel geval zijn er aan vrijgesproken terdoodveroordeelden miljoenen dollars uitgekeerd, afhankelijk van de wetten van de staat die het vonnis velde. De meerderheid kreeg niets of slechts een schamel bedrag.

Ron Keine, een van de vrijgekomen terdoodveroordeelden die ik interviewde, volgt de ontwikkelingen rond smartengeld op de voet. Hij woont in Michigan en zet zich onvermoeibaar in voor mensen die ten onrechte veroordeeld zijn, ook omdat zij er bij hun terugkeer in de samenleving vaak niet al te best voor staan.

In 1974 werd Keine samen met vier anderen in Oklahoma gearresteerd en uitgeleverd aan New Mexico. Ze werden beschuldigd van het verminken en vermoorden van een 26-jarige student, William Velten jr., uit Albuquerque. De schoonmaakster van een motel verklaarde dat de mannen haar hadden verkracht en daarna in hetzelfde motel de student hadden vermoord.

Maar de vrienden waren niet in Albuquerque toen de student de dood vond. Ze waren in Los Angeles en konden dat aantonen ook: ze hadden een verkeersboete met de juiste datum erop. De schoonmaakster trok later haar verhaal in. In september 1975 bekende de dakloze Kerry Rodney Lee de moord op de student, mogelijk uit schuldgevoel; er zaten vier mannen in de dodencel voor een moord die híj had gepleegd. Lee werd in mei 1978 veroordeeld. Keine heeft bij diverse deelstaatparlementen gepleit voor aanpassing van de wetgeving rondom de doodstraf. Het district dat hem tot de dodencel veroordeelde keerde hem slechts 1800 euro smartengeld uit. Nu strijdt hij voor een billijkere vergoeding voor anderen tegen wie onterecht de doodstraf werd geëist. ‘Je voelt je verschrikkelijk als je uit zo’n dodencel komt,’ zegt hij. ‘Je trots is gekrenkt, je hebt vaak amper geld. Die mensen probeer ik een duwtje in de rug te geven en ze op weg te helpen door te zorgen voor de eerste basisbehoeften.’

Phillip Morris schreef in 2020 over het neerhalen van standbeelden in de openbare ruimte. Martin Schoeller is gespecialiseerd in portretfotografie en werkt momenteel aan een reeks over vrijgesproken terdoodveroordeelden en overlevenden van de Holocaust.

Dit artikel verscheen in de derde editie van National Geographic Magazine 2021.

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.