Hoe uit de as van een immense vulkaanuitbarsting een piramide verrees

Een van de grootste erupties in de geschiedschrijving had een verwoestende uitwerking op een oude Maya-samenleving. Archeologisch onderzoek legt de wederopbouw bloot.

Gepubliceerd 23 sep. 2021 13:01 CEST
Opgravingen bij een Maya-piramide (op de voorgrond) in El Salvador legden een verrassend verband bloot met ...

Opgravingen bij een Maya-piramide (op de voorgrond) in El Salvador legden een verrassend verband bloot met de nabijgelegen vulkaan Ilopango.

Foto van Courtesy of Akira Ichikawa

De uitbarsting van de calderavulkaan Ilopango vijftienhonderd jaar geleden in het huidige El Salvador was een van de grootste in de geschiedenis. Bij de eruptie, die in het Engels ook wel de Tierra Blanca Joven eruption wordt genoemd, spoot ruim 43 kubieke kilometer aan tefra (puimsteen en as) de lucht in. Dat is meer dan honderd keer zoveel als vrijkwam bij de uitbarsting van de Mount St. Helens in 1980. De vaste stof die weer op aarde neerkwam bedekte de vallei rond de vulkaan; de stof- en asdeeltjes die bleven zweven zouden hebben gezorgd voor afkoeling van het klimaat op het noordelijk halfrond.

Lange tijd heerste het idee dat de eruptie het einde bespoedigde van de bloeitijd van de oude Maya-samenleving in Mexico en Midden-Amerika. Maar uit een nieuw onderzoek, waarover een artikel verscheen in het vakblad Antiquity, bleek dat de uitbarsting geen voorbode was van de ondergang - tenminste niet in een gebied op slechts veertig kilometer afstand van de caldera. De explosie maakte juist de snelle bouw mogelijk van een enorme Maya-piramide, een monumentaal bouwwerk dat symbool stond voor de veerkracht van degenen die het oprichtten.

“Gebeurtenissen als erupties of perioden van aanhoudende droogte worden vaak gezien als een belangrijke factor in de ondergang of teloorgang van samenlevingen,” aldus auteur en postdoc Akira Ichikawa van de University of Colorado. “Uit mijn onderzoek blijkt dat oude volken veel veerkrachtiger, flexibeler en innovatiever waren dan gedacht.”

Ichikawa deed opgravingen in San Andrés, een Maya-nederzetting in de Zapotitánvallei in de buurt van de huidige hoofdstad San Salvador. Daar bevinden zich de restanten van het zogenaamde ‘Campana’-bouwwerk, een torenhoge piramide waarbij alle andere gebouwen in de vallei in het niet moeten zijn gevallen.

Het onderzoeksteam groef verschillende gangen, waarbij acht lagen bouwmateriaal bloot kwamen te liggen. Uiteindelijk stuitten ze op zo'n vijf meter aan helderwit tefra, waarin zich slechts enkele scherven aardewerk en andere materialen bevonden. Hieruit bleek dat de bouwers de as en puimsteen zorgvuldig hadden gezeefd voordat ze het gebruikten voor de bouw.

Het werk aan de piramide begon al opmerkelijk snel nadat de explosie talloze slachtoffers had gemaakt in de vallei. Koolstofdatering wees uit dat de bouw mogelijk al binnen vijf jaar na de eruptie startte. (Er wordt verschillend gedacht over de datum waarop de ramp plaatsvond, maar Ichikawa stelt dat latere generaties geen gebruik meer maakten van het tefra, waaruit bleek dat de bouwers aan de slag gingen toen de uitbarsting nog vers in het geheugen lag van de lokale bewoners.)

 Volgens archeoloog en hoogleraar Kathryn Reese-Taylor van de University of Calgary, die onderzoek doet naar de vorming van gemeenschappen in de Mayacultuur, was de witte kleur van het tefra mogelijk de reden dat de bouwers besloten het te gebruiken. “De kleur had vermoedelijk enige betekenis,” aldus Reese-Taylor, die niet betrokken was bij het onderzoek.

Vulkaanverering

Voor Meso-Amerikaanse culturen waren vulkanen heilig, legt Ichikawa uit. “Voor hen was het oprichten van een immens bouwwerk ter ere van de vulkaan mogelijk een logische en rationele manier om het probleem van mogelijke toekomstige uitbarstingen op te lossen.” 

De Maya’s waren niet de enigen die vulkanen vereerden, vertelt Mark Elson van de University of Arizona, die als antropoloog onderzoek doet naar de manieren waarop mensen omgaan met vulkanen. Hij wijst op afdrukken van maiskolven die werden aangetroffen in zwart basalt in de buurt van de Sunset Crater Volcano in Arizona, waar rond 1085 een eruptie plaatsvond.

“Wij denken dat de Hopi de mais als offer achterlieten in de lavastroom, en dat dit een poging was om de vulkaan zo goed mogelijk onder controle te houden,” aldus Elson, die niet betrokken was bij het Maya-onderzoek.

Op een topografische plattegrond van de locatie waar de opgravingen werden gedaan staan de gangen (Tr voor trenches) en putten (P) aangegeven die de archeologen groeven.

Foto van Courtesy of Akira Ichikawa

Dat de Maya’s gebruikmaakten van tefra “had niet alleen een religieuze of symbolische achtergrond, het was ook praktisch en functioneel,” stelt Ichikawa. Hij hoorde van een van zijn medewerkers dat het tefra van de uitbarsting nog steeds als bouwmateriaal dient, vanwege de gunstige dichtheid.

Religieus of niet, het bouwwerk zal ertoe hebben bijgedragen dat de lokale bevolking - de overlevenden uit de vallei, mensen die na de ramp naar het gebied migreerden of een combinatie van die twee - samenkwam voor een gezamenlijk doel. Ichikawa, in wiens geboorteland Japan zich gedurende zijn leven ramp na ramp voltrok, kan zich daar iets bij voorstellen.

“Het oprichten van enorme bouwwerken waren gezamenlijke projecten. Dat is een goede manier om het gewone leven weer op te pakken,” zegt hij. Door de nadruk te leggen op sociale verbanden, integratie en eenheid kunnen mensen zelfs de grootste rampen te boven komen.

Het is nog niet bekend hoeveel mensen aan de bouw werkten. Ichikawa schat dat de werkzaamheden minstens dertien jaar duurden als er honderd bouwlieden gedurende vier maanden per jaar aan de slag waren, maar dat de bouw al na elf maanden klaar was als er vijftienhonderd mensen aan werkten. Hij stelt dat er meer onderzoek nodig is om te kunnen vaststellen hoe de bouwlieden aan voedsel kwamen en of ze in opdracht bouwden van lokale heersers of dat het ging om een religieus eerbetoon.

Waarom zou je een eruptie die zo lang geleden plaatsvond willen onderzoeken? “Onderzoeken naar rampen uit het verleden helpen ons om te gaan met toekomstige rampen,” zegt Elson. “Het gaat niet beter worden.”

Volgens Reese-Taylor is het onderzoek naar de Maya een belangrijke aanvulling op de geringe bestaande kennis over een gebied waar nog niet veel onderzoek naar is gedaan. “Vulkaanuitbarstingen kwamen in dit gebied geregeld voor,” zegt ze. “Ik ben onder de indruk van de veerkracht die ervoor nodig is om weer terug te keren en grotere en nog betere bouwwerken neer te zetten.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.