Geschiedenis en Cultuur

Einsteins affaire met Lina – zijn geliefde viool – nader verklaard

De beroemde natuurkundige vertrok zelden van huis zonder zijn muziek, die hem inspireerde bij het ontwikkelen van enkele van de meest elegante theorieën in de wetenschap.

Door Mitch Waldrop

Ooit zou hij de relativiteitstheorie ontwikkelen en de beroemdste formule opschrijven die ooit is bedacht: E=mc2. Hij zou een van de grondleggers van de moderne kwantumtheorie worden, een Nobelprijs winnen en in één adem met het woord ‘geniaal’ worden genoemd. Maar Elsa Einstein vertrouwde een gast ooit toe dat ze om heel andere redenen verliefd was geworden op haar aantrekkelijke neef Albert: “Omdat hij zo mooi Mozart speelde op de viool.” Maar misschien was die reden helemaal niet zo verschillend, want muziek was voor Einstein veel méér dan een mooie bijzaak bij het werk en speelde een centrale rol in alles wat hij dacht en deed.

“Muziek helpt hem bij het denken over zijn theorieën,” zei Elsa, die in 1919 zijn tweede vrouw werd. “Hij gaat naar zijn studeerkamer, komt terug en speelt een paar akkoorden op de piano, kladt iets op een stuk papier en gaat dan weer terug naar zijn studeerkamer.” (Lees: "Einsteins evoluerende universum – Voorbij de Big Bang" in National Geographic Magazine.)

De grote natuurkundige zelf zei ooit dat als hij geen wetenschapper zou zijn geweest, hij zeker musicus zou zijn geworden.

“Leven zonder het spelen van muziek is iets wat ik me niet kan voorstellen,” verklaarde hij. “Ik beleef mijn dagdromen in muziek. Ik zie mijn leven in muzikale termen (…). Het meeste plezier in mijn leven haal ik uit de muziek.”

Het was een liefdesaffaire die tijd nodig had om echt te ontvlammen. Einstein was zes jaar toen zijn moeder Pauline, zelf een bekende pianiste, hem op vioolles stuurde. Maar het vioolspelen was voor Albert een verplichting, totdat hij op 13-jarige leeftijd de vioolsonates van Mozart ontdekte. Vanaf dat moment werd muziek een passie die hem zijn leven lang zou begeleiden.

Voor Einstein bleef Mozart gedurende de rest van zijn leven, samen met Bach, zijn lievelingscomponist. Dat was misschien geen toeval: het is veel biografen van Einstein opgevallen dat de muziek van Bach en Mozart wordt gekenmerkt door veel van dezelfde helderheid, eenvoud en perfectionistische opbouw die Einstein ook in zijn eigen theorieën nastreefde.

Dat kan verklaren waarom hij een hekel had aan de minder strak georganiseerde en emotioneler muziek van de late negentiende eeuw, zoals die van Wagner. (“Voor het overgrote deel kan ik slechts met walging naar hem luisteren,” zei Einstein eens over de Duitse componist.)

In die dagen, ver vóór iTunes, deed Einstein veel moeite om zijn muziek in fysieke vorm met zich mee te dragen. Hij ging zelden op reis zonder zijn afgetrapte vioolkoffer. In de koffer lag niet altijd hetzelfde instrument — Einstein bezat gedurende zijn leven verschillende violen — maar hij gaf zijn lievelingen naar verluidt telkens de koosnaam ‘Lina’, de verkorting van het Duitse Violin. Op reis nam hij Lina vaak mee om bij iemand thuis een avondje kamermuziek te verzorgen, en hij had talloze muziekvrienden.

In de jaren dertig vestigden hij en Elsa zich in Princeton, New Jersey, in plaats van terug te keren naar nazi-Duitsland. Daar organiseerden ze vaak muzieksessies op de woensdagavonden. Die avonden waren heilig: Einstein was voortdurend bezig zijn agenda om te gooien om ervoor te zorgen dat hij die avond thuis was. Het verhaal gaat dat hij op Halloween-avonden naar buiten placht te komen om de kinderen die langs de deuren gingen te verrassen met geïmproviseerde vioolserenades. En tijdens de Kerst kwam hij naar buiten om als begeleider van een groepje Christmas Carol-zangers mee te spelen. (Lees meer over de vijf eigenschappen die Einstein heel gewoon maakten.)

Omdat er geen authentieke opnamen van een vioolspelende Einstein bestaan, is er een verwoed debat losgebarsten over de vraag hoe goed hij was. Op een foto is te zien hoe matig hij de viool bespeelt: hij laat het instrument voorover naar beneden hangen en strijkt de snaren met zijn stok in een hoek aan, in plaats van loodrecht — fouten die elke vioolleraar de tenen doen krommen.

Einstein was ook berucht om het feit dat hij geen maat wist te houden. Toen hij eens een kwartet met de grote vioolvirtuoos Fritz Kreisler speelde en voor de zoveelste keer een inzet miste, zou Kreisler hem hebben gevraagd: “Wat is er aan de hand, professor? Kunt u niet tellen?”

Toch lijkt alles erop te wijzen dat Elsa niet alleen om romantische redenen zo lovend was over de kwaliteit van Einsteins vioolspel. Op zijn zestiende deed haar neef Albert muziekexamen op zijn plaatselijke school; de examinator schreef dat “een student genaamd Einstein schitterde in een hoogst gevoelige uitvoering van een adagio uit een van de Beethoven-sonates”.

Veel later schreef een vriend dat “er veel musici met een veel betere techniek zijn, maar in mijn ogen niemand die ooit met grotere oprechtheid of diepere emotie heeft gespeeld”.

Einstein bleef bijna tot aan zijn dood toe spelen. Pas toen hij door de ouderdom niet langer de vingers van zijn linkerhand kon zetten, legde hij ‘Lina’ voorgoed terzijde. Maar zijn passie voor de muziek verloor hij nooit.

In een portret dat enkele maanden na Einsteins dood – in april 1955 – werd gepubliceerd, herinnerde de schrijver Jerome Weidman zich een copieus diner, waar hij was gedwongen naar kamermuziek te luisteren. Tijdens een pauze vertrouwde hij de man die naast hem zat toe dat hij vrijwel toondoof was.

“Kom maar met mij mee,” zei Einstein, die de verveelde Weidman meteen van het concert weg troonde en hem mee de trap op nam, richting een studeerkamer met een uitgebreide collectie grammofoonplaten.

Daar draaide Einstein stukjes Bing Crosby, Enrico Caruso en nog veel meer — het equivalent in de jaren vijftig van Bruno Mars en Lady Gaga. Hij stond erop dat Weidman elk stukje nazong, als scholing voor diens amuzikale gehoor.

Toen Einstein eenmaal tevreden was, gingen ze weer naar beneden — waar Weidman tot zijn grote verbazing voor het eerst kon genieten van de aria ‘Schafe können sicher weiden’ (‘Schapen kunnen veilig grazen’) van Bach. (Zie ook: "Muziek maken stimuleert taalvaardigheid van het brein.")

Na afloop vroeg de gastvrouw wat de beide mannen hadden uitgespookt.

Einstein antwoordde dat ze zich hadden gewaagd “aan het grootste avontuur waartoe de man in staat is, het doorbreken van wederom een nieuw fragment van de grenzen der schoonheid”.