Geschiedenis en Cultuur

Zeldzaam Spaans scheepswrak ontdekt voor de kust van Panama

Het vrachtschip verging in 1681 met aan boord rollen stof en kratten vol zwaarden en spijkers.

Door Jane J. Lee
Foto's Van Jonathan Kingston, National Geographic Creative

12 mei 2015

Archeologen stuitten in 2011 bij toeval op een mysterieus scheepswrak. Na jaren van historisch detectivewerk weten ze nu wat ze hebben gevonden: de Encarnación. In 1681 verging dit Spaanse vrachtschip in een storm, bij de monding van de rivier de Chagres voor de Caribische kust van Panama. Het in Veracruz in Mexico gebouwde schip maakte deel uit van de Tierra Firme-vloot, een economische levensader voor het zeventiende-eeuwse Spanje. Hoewel de Encarnación op een plek zonk waar de zee slechts twaalf meter diep was, werd ze vreemd genoeg nooit leeggeplunderd en verkeert ze in een verrassend goede staat, dankzij het feit dat de onderkant van de scheepsromp onder het slib lag begraven.

De Encarnación biedt de onderzoekers een zeldzame kijk op een periode van historische veranderingen, zegt Filipe Castro, maritiem archeoloog aan de Texas A&M University. “Het is de tijd van het opkomende kapitalisme en imperialisme, van rationalisme en van een nieuwe middenklasse die kunst koopt en literaire werken leest.” In deze tijd werden de ambities en de schatkist van het Spaanse vorstenhuis gevoed door de goud- en zilvermijnen van Mexico en Peru. Om die rijkdom van de Nieuwe Wereld naar Europa te brengen, bouwden de Spaanse kolonisten vloten van vrachtschepen die werden begeleid door gewapende galjoenen en oorlogsschepen, vertelt Fritz Hanselmann, onderwaterarcheoloog van de Texas State University.

Nadat ze hun schatten in Spanje hadden afgeleverd, keerden de vloten beladen met Europese goederen terug naar Amerika, waar ze hun koopwaar in de havens van de Spaanse koloniën verkochten. De twee grote Spaanse ‘zilvervloten’ voeren op Mexico en Midden- en Zuid-Amerika – de ene vloot van en naar de kolonie Tierra Firme, de andere van en naar de kolonie Nieuw-Spanje. “Deze vloten vormden de ruggengraat van het Spaanse wereldrijk”, zegt Hanselmann, die deel uitmaakt van het team dat de Encarnación onderzoekt.

 

Koloniale levensader

De Encarnación is een van de circa zestien scheepswrakken die in de wateren van Noord- en Zuid-Amerika zijn ontdekt, zegt Jennifer McKinnon, een maritiem archeoloog die niet deelnam aan de studie. Maar bijna alle tot dusver gevonden wrakken waren leeggeroofd. En wat de plunderaars niet meenamen, werd meestal verteerd door zeebacteriën en scheepswormen die zich voeden met het hout dat niet onder het slib ligt. “We weten dus erg weinig over zeventiende-eeuwse Spaanse scheepswrakken”, zegt McKinnon.

De ontdekking van een wrak met daarin een groot deel van de lading, en met een romp die gedeeltelijk intact is, kan een schat aan nieuwe kennis opleveren. “Van schepen die honderden jaren geleden werden gebouwd, bestaan geen constructietekeningen”, zegt Hanselmann. Door de romp van de Encarnación te bestuderen weet het team inmiddels meer over de bouwwijze van deze schepen. Zo bleek uit een eerste onderzoek dat de scheepsbouwers granel gebruikten als een soort permanente ballast, vertelt Chris Horrell, een maritiem archeoloog die met Hanselmann samenwerkt. “Granel is een soort cement, dat bestaat uit zand, kalk en grind”, legt hij uit. Het werd gebruikt om de romp van een schip met een dunne laag te bestrijken.

Onderzoekers denken dat de laag granel de schepen stabieler maakte en dat het cement in de hele Nieuwe Wereld werd toegepast als bouwmateriaal. Horrell weet nog niet zeker of granel een koloniale uitvinding was of dat het vanuit de Oude Wereld werd geïmporteerd; het vinden van een antwoord daarop behoort nu tot zijn onderzoeksplan.

Toevalstreffer

Hanselmann en zijn collega’s stuitten bij toeval op de Encarnación. Eigenlijk waren ze op zoek naar schepen van de beruchte Engelse kaper en piratenkapitein Henry Morgan, een legendarische figuur die op het hoogtepunt van zijn macht bevel voerde over een vloot van 36 schepen en meer dan duizend man. Elf jaar vóór de ondergang van de Encarnación, in 1670, was Morgan op weg naar Panama-Stad toen een storm opstak waarin vijf van zijn schepen voor de monding van de rivier de Chagres vergingen.

Het waren deze schepen die Hanselmann en zijn team zochten toen ze werden verrast door de vondst van de Encarnación. Met behulp van sensoren die magnetische afwijkingen oppikken, zagen de archeologen dat zich een kilometer vóór de monding van de rivier metalen objecten op de zeebodem moesten bevinden. Duikers die op onderzoek uitgingen, ontdekten een scheepswrak beladen met vracht – een teken dat het waarschijnlijk niet om een van Morgans schepen ging. “Iemand die op weg is om een stad te plunderen, heeft zijn ruimen niet vol”, zegt Hanselmann. Uit nader onderzoek bleek dat het om een vrachtschip ging. “Dit waren de schepen waar kapers altijd op loerden”, zegt Hanselmann. De Encarnación vervoerde geen fonkelende schatten als gouden munten of zilveren bekers, zegt Horrell. Toch was de alledaagse lading van dit schip voor piraten van veel waarde, stellen de archeologen. En dat is het nu nog.