Interview: Martijn Doolaard fietste van Vancouver, Canada, naar het zuiden van Patagonië.

Als fietsende nomade trapte de Nederlandse grafisch ontwerper en reiziger Martijn Doolaard van Vancouver naar Patagonië, een twee jaar durend avontuur vol schoonheid en verliefdheid, maar ook met ziekte en zadelpijn.

De beroemde pieken Aguja Poincenot en Fitz Roy, Patagonië, op de grens tussen Argentinië en Chili.

Foto door Martijn Doolaard
Door Sebastiaan Bedaux
Gepubliceerd 9 nov. 2022 12:43 CET

Two Years on a Bike. De cover van Martijns boek is behalve aantrekkelijk ook veelzeggend. De Two is gecursiveerd, niet alleen om de uitzonderlijke prestatie van de Nederlander te benadrukken – twee jaar op een fiets, ga er maar aanstaan – maar ook om het verschil aan te geven met One Year on a Bike, Martijns vorige bestseller. Toen fietste hij van Amsterdam naar Singapore, nu van Vancouver naar Patagonië, door het westen van de Verenigde Staten, Mexico, Centraal-­Amerika en via Colombia over de rug van de Andes helemaal naar het zuiden. Zelfs de gehardste flandrien zou dit een geschifte en schier onmogelijke rit vinden. Maar onmogelijk staat niet in het woordenboek van Martijn Doolaard, een grafisch ontwerper met een ongekend doorzettingsvermogen.

Als Martijn Doolaard (1983) niet op de fiets zit, werkt hij als grafisch ontwerper en filmmaker.

Foto door Martijn Doolaard

Na ONE en TWO komt THREE? 

Lachend: ‘Dat klinkt misschien logisch, maar ik denk het niet. Ik zou bang zijn om in herhaling te vallen. En als je dit nieuwe boek leest, kom je er bovendien halverwege achter dat ik toch moeite heb met deze manier van leven en dat ik lijd onder het reizen. Ik denk niet dat ik het nog een keer zou kunnen. Als ik terugdenk aan die laatste loodjes, die tergend lange afstanden in Patagonië waar ik toen echt wel klaar mee was, heb ik niet het idee dat er nog een vervolg komt. Even terug naar het normale leven is ook geen straf.’

Jedediah Smith Redwoods State Park, Californië, VS.

Hoeveel bloed, zweet, tranen en zadelpijn heeft deze trip je gekost?

‘Een hele hoop. En als ik het dan specifiek over zadelpijn heb: je moet je goed voorbereiden en onderweg de tijd nemen om te herstellen. Het begin van het boek gaat over die voorbereiding. Welke fiets kies je uit, welke banden, welk zadel? Een leren zadel is het beste, maar heeft wel duizend kilometer nodig om zich aan te passen aan je achterwerk. Langzaam bouw je alles op, je leert luisteren naar je lichaam en als je goed eet en traint, word je steeds sterker. Uiteraard wist ik al die zaken al van mijn vorige reis, toen ik met een toerfiets met dunnere bandjes helemaal naar Singapore reed. Dat was op onverharde wegen heel oncomfortabel. Nu had ik een heel andere fiets, een type mountainbike met dikke banden, zodat ik van de grote weg af kon en de kleinere dorpen in, waar de mooiere momenten van zo’n reis liggen.’

Die eerste tocht van je had een reden: je had even genoeg van het snelle en uitputtende stadsleven. Waarom vertrok je opnieuw voor zo’n odyssee?

‘Voordat ik naar Singapore vertrok, wilde ik inderdaad losbreken uit dat patroon van fulltime werken en wonen in de stad. Maar toen ik terugkwam, had ik het wel weer naar mijn zin. Ik had helemaal geen slecht leven. Met mijn tweede reis wilde ik te weten komen of ik reizen en werken kon combineren. Ik ben grafisch ontwerper, het enige wat ik nodig heb om aan de slag te gaan is een laptop en wifi. En met dat idee ben ik naar Vancouver getrokken, zonder precies te weten hoe lang ik onderweg zou zijn. Ik had dit ook in een jaar tijd kunnen doen, maar daar lag mijn prioriteit niet. Ik werd verliefd in San Francisco en ben daar toen een maand gebleven. Ik ben vijf maanden in Mexico-Stad geweest, waar mijn fiets op een gegeven moment gepikt werd. Maar de combinatie is wel gelukt. Ik was flexibel. Als ik aan het werk moest, bleef ik wat langer op een plek. En om die reden viel ik niet in een zwart gat na zo’n reis van twee jaar. Ik behield al die tijd mijn link met Nederland en met mijn werk.

De Californische kust langs Highway 1, VS.

Voorbereiding is belangrijk, zoals je al zei. Toch kwam je met de seizoenen niet helemaal goed uit, waardoor het extra afzien was in Zuid-Amerika.

‘Klopt. Ik heb nu geleerd dat seizoenen heel belangrijk zijn. Rond de evenaar zijn er regenseizoenen en droge seizoenen, wat verder weg heb je zomer en winter. Als je een beetje in een prettig klimaat wilt fietsen, moet je daar dus rekening mee houden. Daar faalde ik in. Ik begon wel goed, vroeg in de zomer in Amerika. Toen ik in de woestijnen van Nevada en Utah kwam, was het gelukkig al een beetje afgekoeld. In Mexico zat het ook nog allemaal snor. Maar door mijn timing, die vijf maanden in Mexico, fietste ik heel lang in een regenseizoen. In de tropen, met die hoge temperaturen, is dat nog geen ramp. In Ecuador en Peru, op die enorme hoogtes, wel. Achteraf had ik dat misschien wat beter kunnen plannen, maar zo gaan die dingen nu eenmaal. Ik heb ook geen spijt van mijn lange break in Mexico-Stad.’

Heb je ooit aan opgeven gedacht? Je bent ook een aantal keer ziek geworden. En in Mexico werd je opgeschrikt door de moord op twee andere fietstoeristen.

‘Opgeven was geen optie, ook al heb ik flink geleden. Ik had mezelf deze opdracht gegeven, die moest gewoon worden afgemaakt. Soms dacht ik weleens: ik wil nog naar die plek, maar dan moet ik eerst deze berg over. En dan nam ik toch maar de route door het dal (lacht). Maar opgeven zou ik nooit hebben gedaan. Ook ziek zijn hield me maar tijdelijk tegen. Meestal ging het om een voedselvergiftiging, waar je dan een paar dagen van de kaart door bent. Dan moet je echt even je rust nemen en hopen dat je in een leuk hotelletje zit om uit te zieken. Ik ben wel één keer heel erg ziek geweest, ver van de bewoonde wereld, waar ik met een prachtig uitzicht de ziel uit mijn lijf heb gekotst. Ik was toen onderweg en moest nog naar 4500 meter hoogte klimmen. Teruggaan was ook geen optie. Het enige wat ik kon doen, was langzaam doorfietsen. Dan raak je wel licht in paniek. Als je je thuis niet lekker voelt, kruip je even onder de wol of ga je naar de dokter als je echt ziek bent. Maar dat hele vangnet had ik niet. Ik was echt op mezelf aangewezen.’

De heilige vallei van de Inca’s, nabij Cuzco, Peru.

Je moet dan toch mentaal behoorlijk sterk zijn om door te kunnen gaan.

‘Als je in een benarde situatie zit, komt je survivalinstinct bovendrijven en zoek je naar oplossingen. Soms moet je wel door, hoe zwaar het ook is. Maar van dat verhaal in Mexico was ik toch wel geschrokken. Twee andere fietsers waren daar vermoord teruggevonden. In de lokale pers viel daar veel over te lezen. Ik heb toen wel een paar bussen gepakt om bepaalde gevaarlijke routes te vermijden.’

Welke landen of bestemmingen waren voor jou het bijzonderst? Of welke vond jij het verrassendst?

‘Omdat er zo veel foto’s bestaan van plekken als Yosemite en de Grand Canyon, zit daar geen echt verrassingselement. Ik wist al veel over Amerika voordat ik vertrok. Maar vanaf Mexico naar het zuiden was alles nieuw voor me. Ik stond er vaak van te kijken hoe de mensen daar leefden, hoe primitief het soms was. Guatemala was zo’n verrassing. Ik wist niets over dat land, behalve dat het een arm land is. Maar Guatemala heeft dus alles! Heel veel vulkanen, prachtige landschappen en zeer authentieke mensen in traditionele klederdracht. In Bolivia en Peru was dat nog extremer, maar in Guatemala ervoer ik dit voor het eerst. Achteraf bekeken heb ik de bijzonderste foto’s gemaakt in Peru en Bolivia, op de Altiplano, de hoge woestijnen op drie- of vierduizend meter hoogte. Zo bijzonder, die kleuren van de bergen, die kleurrijke klederdracht van de lokale bevolking. In de kleine dorpjes daar staan ze zo ver af van globalisering, en dat trok me enorm aan.’

Dag 655, Altiplano, Peru.

Hoe reageerden de mensen als ze een Nederlander op een volgestouwde fiets door de Andes zagen zwoegen? Keken ze je aan alsof je geschift was?

‘Ik geloof van wel (lacht). Vaak kwamen kinderen naar me toe gerend en als ik mijn camera dan pakte, renden ze weer weg. Ik merkte dat mensen soms bang voor me waren, maar er kwamen ook heel vaak mensen een praatje maken. Ze waren toch wel gefascineerd en nieuwsgierig. Dat is het voordeel van reizen met de fiets: je komt heel onschuldig over. Bij grensovergangen, waar auto’s altijd flink werden gecontroleerd, kon ik steeds makkelijk verder. Ik kwam nooit in de problemen met de politie. Er gaat als fietser blijkbaar gewoonweg geen dreiging van je uit.’

Je boek staat vol fantastische fotografie. Hoe heb je dat onderweg gedaan? Ik weet hoe zwaar een fototoestel en een aantal lenzen kunnen zijn. 

‘De meeste fotografen schieten met een fullframecamera. Die zijn groot en wegen veel, met gigantische en loodzware lenzen. Dus ik moest goed nadenken over het materiaal dat ik mee wilde nemen. Ik begon met een Sony, maar ben halverwege de reis overgeschakeld op een Panasonic GH5, een nieuwe versie van de camera die ik bij had tijdens mijn fietstocht naar Singapore. Verder had ik drie of vier lenzen bij me en een kleine drone. Ik had van tevoren goed nagedacht over waar die spullen moesten zitten op mijn fiets. Ik kon eigenlijk al rijdend de camera uit een tas halen en een foto maken. Zelfs de drone kon ik starten zonder eerst helemaal van de fiets af te moeten stappen. Af en toe stuurde ik dan een harde schijf vol beeldmateriaal naar Nederland.'

Uitrusten op een boerderij in Arcata, Californië, waar vaak bikepackers verblijven.

En hoe zat het met water? Kon je dat overal makkelijk krijgen?

‘Ook dat vergde enige planning. Je wilt op een rit namelijk nooit te veel water meenemen. Dat maakt je fiets onnodig zwaar. Maar te weinig is natuurlijk ook een risico. De angst om zonder water komen te zitten moet je overwinnen. En eigenlijk ging dat nu altijd wel goed. Ik herinner me dat ik in Iran, tijdens mijn vorige reis, weleens zonder water zat. Gelukkig is dat zo’n enorm gastvrij land. Ik hoefde mijn bidon maar in de lucht te steken of er stopte al een auto om me uit de brand te helpen.’

Vergelijk je die twee reizen weleens? Je tocht van Amsterdam naar Singapore met die van Vancouver naar Patagonië?

‘Die eerste reis was er zeker eentje met meer culturele diversiteit. De reis door de Amerika’s kende meer diversiteit qua natuur. De landen in Zuid-Amerika lijken op cultureel vlak best veel op elkaar. In landen als Peru, Bolivia en Ecuador is er wel nog wat Incacultuur, maar ook daar is niet veel meer van over. Terwijl, als je Turkije binnenfietst, rij je een andere cultuur tegemoet, en een andere religie. In Iran ging dat nog een stapje verder. Daar is veel minder invloed van westerse landen, wat het heel boeiend maakte. Ook India was weer compleet anders, met andere godsdiensten en sociale omgangsvormen. Of Myanmar, dat toen net was geopend voor toerisme. Ik geloof dat landen die cultureel of geografisch het meest verschillen van je eigen land het interessantst zijn. Dat is net het inspirerende aan reizen, dat je die verschillen kunt zien.’

Dag 685, Salar de Uyuni, Bolivia.

Je hebt die laatste grote reis ondernomen van juni 2017 tot september 2019. Je was dus net op tijd terug om geen last te hebben van corona. Hoe kijk je nu naar de reisrestricties in de wereld?

‘Het is natuurlijk lastig als je vrij en flexibel wil zijn, maar ergens omwille van corona niet naartoe kunt. Ik ken fietsers die in maart 2020 midden in een grote reis zaten en heel snel een ticket moesten boeken om weer naar huis te kunnen. Maar voor mij kwam die eerste lockdown eigenlijk heel handig uit. Ik reisde toen in Spanje en werkte van daaruit aan mijn boek. Plots zat ik vast op een kamer in Barcelona, waar ik lekker aan de slag kon en tijd genoeg had om aan dit boek te werken. Gelukkig kan er nu weer veel meer, zeker binnen Europa. Ik reis regelmatig naar Italië, waar ik een paar maanden geleden een huisje in de bergen heb gekocht, een oude stal die ik eigenhandig verbouw. Ik maak filmpjes van die verbouwing, die ik op YouTube zet. Ondertussen heb ik daar al meer dan honderdduizend volgers. Ik wilde graag in de natuur leven en een huisje in de bergen leek een mooi, nieuw avontuur om aan te gaan. Ik wilde weer eens wat anders dan schrijven en fotograferen. Zonder de ervaring van die fietsreizen was ik hier wellicht niet zo snel aan begonnen. Je leert tijdens zo’n fietstocht namelijk heel goed om snel beslissingen te nemen. Alle vragen die je hebt, worden onderweg wel beantwoord. Die les heb ik meegenomen uit mijn fietsavonturen. Ik doe bijvoorbeeld al het werk aan dat huisje zelf. Maar uiteraard kan ik bepaalde zaken helemaal niet. Ik ben een grafisch vormgever, geen timmerman. Maar in kleine stapjes leer ik alles. Te snel gaan levert alleen maar stress op. Ook dat heb ik onderweg geleerd. Er schuilt toch een bepaalde schoonheid in die traagheid. Dat is de paradox van het reizen. Hoe trager je gaat, hoe meer je ziet. Terwijl veel mensen zo veel mogelijk in een reis willen stoppen, om achteraf niks te kunnen onthouden.’

2 Dag 98, Siesta Lake, Yosemite, VS.

Tot slot: heb je nog een verlanglijst op het gebied van reizen?

‘Zeker wel. Japan staat bovenaan. Ik heb wel al wat landen in Azië gezien, maar nog lang niet alles. Ze zeggen altijd dat de wereld klein is, maar dat is echt niet zo. Dat weet ik uit ervaring.’

Op youtube.com/c/MartijnDoolaard vind je video’s van Martijns fietstochten én kluservaringen. Op Instagram vind je hem als @espiritu_libre_

Two Years on a Bike (uitgeverij Gestalten) ligt nu in de boekhandel. Wil je een gesigneerd exemplaar, bestel het boek dan via de website van Martijn Doolaard.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Reizen
Koudwaterkoorts
Reizen
Deze familie woont in een zelfgemaakte dome binnen de noordpoolcirkel
Reizen
Zó vier je de lente in New York
Reizen
Op deze nieuwe langeafstandswandelroute reis je door 7 landen
Reizen
Een historische roadtrip door het oude oosten van Ierland

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.