Reizen

Manchester: Stad van de revolutie

De industriële revolutie kreeg vorm in Noord-Engeland, en Manchester speelde daarin als textielstad een voorname rol. Hoe 'Cottonopolis' een gedaanteverandering onderging. donderdag, 9 november 2017

Door Ralf Groothuizen
Foto's Van Jonathan Andrew

We zitten in de marble arch pub aan Rochdale Road in Manchester. Voor ons op tafel staan twee glazen door de eigenaar gebrouwen Manchester bitter. Dit is nou precies zo'n plek waar helemaal niets is veranderd sinds de pub 125 jaar geleden de deuren opende. Zelfs de mozaiekvloer is nog origineel. Toch zijn er heel veel dingen veranderd in de voormalige industriestad van Noord-Engeland. Samen met fotograaf Jonathan Andrew ga ik in Manchester op zoek naar wat er over is van die industriele sfeer en willen we ervaren in hoeverre de stad een gedaanteverandering heeft ondergaan.

Een paar weken voor vertrek liet Jonathan me schilderijen zien van de Engelse schilder Laurence Stephen Lowry – L.S. Lowry zoals ze hem hier noemen. Jonathan is een geboren en getogen Engelsman en afkomstig uit een stadje ten zuidoosten van Manchester. Buiten de landsgrenzen is L.S. Lowry nauwelijks bekend, maar in Engeland de onbetwiste meester in modernistische weergaven van het industriële leven in Noord- Engeland – de kraamkamer van de wereldwijde industriële revolutie.

In Jonathans ouderlijk huis hangen ook vandaag nog Lowry-replica’s aan de muur. Hele families in greater Manchester vonden werk in de haven, pakhuizen, smederijen, touwslagerijen en kolenmijnen. En meer richting het stads- centrum werkten ze in grote katoenspinnerijen en weverijen. ‘Cottonopolis’ heette Manchester ook wel. Dat men hier – hoe nostalgisch ons dit soort beelden nu ook voorkomen – niet onder de beste omstandigheden leefde, wordt meteen duidelijk als je een blik op de schilderijen werpt. Aan het kanaal van Manches- ter, bij de Salford Quays, zijn Lowry’s mooiste en indringendste werken te zien in een modern glazen gebouw... The Lowry.

Hoewel de stad nog steeds – ver buiten het centrum – genoeg trieste en arme wijken met hoge werkloosheidscijfers kent, is het centrum ontegenzeggelijk gemoderniseerd. De working class is ingewisseld voor jonge mannen en vrouwen in driedelig of mantelpak. In het begin van deze eeuw besloot onder meer de BBC enkele takken onder te brengen in MediacityUK, in the Salford Quays. Sinds 2000 verhuisden meer en meer creatievelingen naar Manchester, en in hun kielzog openden hippe restaurants en clubs hun deuren, niet zelden ondergebracht
in voormalig pakhuizen of zogeheten mills – oude fabrieken.

Manchesters centrum staat nog vol met zulke gebouwen, je ziet overal wel een schoorsteen de lucht in steken. Op de kruising Deansgate en Great Bridgewater Street kan het contrast niet opzichtiger. Op ooghoogte zie je nog enkel oude met rode baksteen gemetselde pakhuizen maar kijk je omhoog dan schiet daar de glazen Beetham Tower 168 meter ver de lucht in. Op de bovenste verdieping zit bar Cloud 23 en dat is een bezoek waard omdat het zo’n beetje de hoogste uitkijkplek van Manchester is, je hebt er een mooi panorama over de haven van de stad.

Een andere contrastrijke plek is het hotel waar we logeren – de Abode Manchester aan Piccadily Street – gevestigd in een oud pakhuis. Zowel binnen als buiten zie je dat dit niet al- tijd een boetiekhotel geweest is. Op de ruime kamers lopen nog originele industriële leidingen waardoor gas en water werden getransporteerd.

Er bestaat geen groter bewijs dat tijden voor Manchester definitief zijn veranderd dan restaurant Manchester House aan Bridge Street: een culinaire hotspot voor de Mancunians, en zij die van heinde en verre komen om verrast te worden door de creaties van Aiden Byrne – de chef-kok die overigens die werd geboren in de buurt van de rivaliserende stad Liverpool.

De ontvangst van Manchester House is nogal industrieel, om niet te zeggen aan de rauwe kant. Een kolossaal betonnen wolkenkrabber waar een hele stevige uitsmijter in een lange zwarte jas voor de ingang staat en sigaretten rookt. Als hij je eenmaal toegang heeft verschaft, kom je in een witte ruimte waarin een metalen onpersoonlijke balie staat met daarachter een vrouw op stilettohakken. Het industriële sfeertje is hier een tikkeltje te ver doorgedacht. De receptioniste drukt op het enige knopje in de lift die speciaal voor het restaurant lijkt te zijn aangelegd en gelukkig komen we daarna in een totaal andere sfeer – een gezelligere. Houttinten overheersen.

Een van de sprankelende gastvrouwen die ons boven bij de lift opwacht adviseert ons dat we, voordat we zullen aanschuiven voor het diner, beter nog even naar de nog hoger gelegen cocktailbar kunnen gaan. Chef-kok Aiden Byrne vergezelt ons en zegt dat dit een geliefde plek is voor de voetballers van Manchester United. En ik kan ze geen ongelijk geven. Vanachter dik glas kijk ik neer op af- en aanrijdende taxi’s; het beruchte Mancunian uitgaansleven staat op het punt van beginnen.

Tegenwoordig kun je hier dansen tot de vogeltjes weer beginnen te fluiten – en het was ook in deze stad dat ruige bands als The Smiths, Joy Division, Oasis maar ook minder ruige als Take That en, recenter, Elbow het licht zagen.

Voordat ook wij ons zullen onderdompelen in de clubs en kroegen van Manchester wacht ons het tien gangen tellende tasting menu van Byrne. Zowel het eten als – dat moet gezegd – de tegelijkertijd serieuze en losse bediening in Manchester House vormen een waar spektakel.

Dat de jonge dames en heren het alle gasten naar hun zin proberen te maken is een lust voor het oog. Mooi balancerend – met en zonder dienblad – tussen afstandelijk en amicaal. In Manchester zijn die contrasten overal zichtbaar en voelbaar. Tussen de Engelse stiff upper lip en volkse warmte. Tussen hout en beton. Tussen klassiek-industrieel en überhip.

Maar is er dan ook nog wat te beleven dat verder teruggaat dan pak ’m beet tien jaar? Het Museum of Science & Industry (gratis toegankelijk – net als bijna alle musea) is een absolute must see voor wie wil begrijpen hoe Manchester zich door de afgelopen eeuwen heeft ontwikkeld. Een andere mooie historische plek is de Town Hall midden in het centrum. Hier zie je het embleem van de stad Manchester – hoe kan het ook anders, een werkbij – in mozaïek op de vloer.

De wijk Ancoats aan de noordkant van het centrum ademt nog die sfeer van de werken van kunstschilder Lowry. Hier vind je ellenlange rijen pakhuizen – al dient gezegd, en dat is een trend die je in veel West-Europese steden ziet vandaag de dag: velen worden er momenteel omgebouwd tot dure lofts en appartementen.

In een van de pakhuizen treffen we op een gezellige binnenplaats een hippe biologische markt aan. Bij twee jonge boeren van het platteland kopen we blackpudding en worstjes voor thuis, een jongen met een lange baard verkoopt bijzondere soorten thee van producenten uit Japan en India. Een dj speelt oude lp’s.

Aan de zuidkant van het centrum liggen in het Bridgewater Canal – ooit een van de belangrijkste doorvoerplekken voor goederen – nog oude narrow boats, Manchesters variant van de Nederlandse woonboot. Om er te komen moet je onder het spoor doorlopen en het is precies op deze plek dat ik het gevoel heb dat ik weer in het Manchester van eind 19de eeuw loop.

Een paar zonnestralen schitteren door kieren in het bovengelegen spoor en doen de klinkers van de straat glinsteren. Een trein rijdt over het spoor, het piept en het kraakt en uit een pijp komt stoom waardoor alles in een mist wordt gehuld. Een paar werklui in overall lopen langs en maken al lachend schunnige opmerkingen naar elkaar.

En zo kwamen we uiteindelijk na twee lange dagen in die Marble Arch Pub aan Rochdale Road terecht. We kunnen er niet omheen: je moet in Manchester tegenwoordig beter zoeken dan voorheen naar authentieke plekken als deze, maar veel zaken zijn ontegenzeggelijk ten goede veranderd. In Manchester is het voortdurend schakelen tussen het goede wat gebleven is en fijne vernieuwingen. Als het lukt om daar een balans tussen te vinden, dan is dit een heerlijke stad voor een weekeinde weg.

Het complete verhaal is te lezen in het septembernummer van National Geographic Traveler. In hetzelfde nummer vind je ook het verhaal:

Slovenie: Op zoek naar beren
Krakau: De ster van Polen
In het regenwoud van Suriname
Photogallery: Nieuw-Zeeland vanuit de lucht

Raja Ampat: Paradijs in West-Papoea

 

Lees meer