Reizen

Deze man fietste van India naar Zweden voor de liefde

Geïnspireerd door een voorspelling bij zijn geboorte, maakte 'PK' Mahanandia een fietstocht van ruim 6400 kilometer. woensdag, 14 maart

Door Simon Worrall

Pradyumna Kumar ‘PK’ Mahanandia werd geboren als ‘onaanraakbare’ in een afgelegen dorpje in het oosten van India, in een regio die Rudyard Kipling inspireerde tot het schrijven van Het jungleboek. Als lid van een van de laagste kasten van India had hij geen hoop om aan armoede en discriminatie te kunnen ontsnappen. Maar een toevallige ontmoeting met een welgestelde Zweedse vrouw – en de epische reis die hij op de fiets door meerdere continenten maakte om bij haar te zijn – zouden zijn leven veranderen en maakten een voorspelling waar die bij zijn geboorte was uitgesproken.

De odyssee van Kumar wordt beschreven in het boek The Amazing Story of the Man Who Cycled From India to Europe for Love van Per J. Andersson; mogelijk wordt er een Hollywood-film van gemaakt, met Dev Patel in de hoofdrol. In een telefonisch gesprek met National Geographic vertelt Mahanandia vanuit zijn huis in Zweden hoe het was om in de jaren zeventig van de vorige eeuw over het ‘hippiepad’ naar Europa te reizen en laat zijn licht schijnen over de vraag of zo’n reis ook in de huidige migranten- en vluchtelingencrisis nog mogelijk zou zijn. Ook onthult hij dat het geheim van een gelukkig huwelijk is weggelegd voor degene die zijn ego voor de deur parkeert.

Bij uw geboorte deed de astroloog van het dorp een voorspelling over u. Kunt u ons vertellen wat hij zei?

Volgens mijn paspoort ben ik op 5 december 1951 geboren, maar later ontdekte ik dat ik twee jaar na de onafhankelijkheid van India ben geboren, in 1949. In India is het voor ouders gebruikelijk om een astroloog te raadplegen als er een nieuw kind op de wereld wordt gezet. Volgens de voorspelling zouden mijn vrouw en ik niet door een gearrangeerd huwelijk verenigd worden, zoals veel mensen in India. Mijn ouders kregen ook te horen dat mijn vrouw uit een ver land zou komen en onder het sterrenbeeld Stier geboren zou zijn, dat ze eigenaar van een jungle of bos zou zijn en dat ze een musicus was, een fluitiste. Ik geloof heel erg in voorspellingen en nu weet ik dat alles op deze planeet gepland is.

Ik begrijp dat Rudyard Kipling in de buurt van uw dorp woonde en dat de mythen van uw stam hem inspireerden tot het schrijven van zijn klassieker Het jungleboek. Kunt u ons meer vertellen over uw jeugd? Groeide u op als een soort Mowgli?

Wij spreken het uit als ‘Mongoli’, wat ‘ochtendgloren’ betekent, maar in het Engels zeggen ze ‘Mowgli’. Het is een naam die je niet in Bombay of Delhi zult tegenkomen, maar in stamgebieden is het een veelgebruikte naam. Mijn grootvader vertelde me dat een man genaamd Valentine Ball in de jaren tachtig van de negentiende eeuw mijn dorpje bezocht en een boek schreef met de titel Jungle Life in India, dat voor Rudyard Kipling een inspiratiebron werd. Het gebied waar ik opgroeide, was de eerste jungleprovincie onder Brits bestuur. Het ligt in het midden van de deelstaat Odisha (Orissa) en heet nu Angul. Mijn dorpje ligt aan de rivier de Mahanadi. Daar ben ik geboren, tussen de rivier en de bergen.

Mowgli was eveneens een ‘onaanraakbare’, nietwaar? Kunt u ons iets vertellen over het kastenstelsel en over de manier waarop het uw leven heeft beïnvloed?

Het kastenstelsel in India is een georganiseerde vorm van racisme. Thuis als kind had ik er geen last van, maar toen ik op school in contact kwam met hindoes, voelde ik dat ik niet hetzelfde was als zij. Het is als een wolkenkrabber zonder lift. Je wordt op een bepaalde verdieping geboren en je gaat ook op die verdieping dood.

In de moderne samenleving wordt veel gepraat over pesten. Als onaanraakbare werd u gepest als kind. Kunt u iets vertellen over die ervaringen – en over de manier waarop u met pesten omging toen u een leraar in Zweden werd?

Pesten was onder de maharadja’s geaccepteerd in de samenleving. Maar toen ik werd geboren, in het onafhankelijke India, was het de bedoeling dat ik beschermd zou worden door de wet. Maar het werkte niet. Mijn grootmoeder mocht in het klaslokaal zitten, maar ik moest buiten zitten. Ik dacht bij mezelf: “Mijn god, het was beter onder de Britten!” Tegenwoordig grijpen mensen weer terug op de kastenhouding, het aloude racisme. Ik geef de Indiërs niet de schuld. Het zijn warme mensen. Het is het systeem dat hen tot die houding aanzet.

Toen ik in Zweden leraar werd, zat er een hele lange jongen in de klas die andere jongens pestte. Ik riep heel hard in mijn moederstaal: “Kniel neer!” Hij vertelde me later dat hij het vuur in mijn ogen had gezien. Ik sprong op en neer en hij werd zó bang dat hij neerknielde. [Lacht] Die jongen is nu volwassen, maar ik zie hem af en toe nog wel, en dan lachen we over de hele kwestie.

Nadat u uit uw dorpje vertrok, werd u straatkunstenaar in Delhi. U raakte bevriend met veel beroemde mensen, onder wie de Russische astronaute Valentina Teresjkova en de Indiase premier Indira Gandhi. Kunt u ons over die tijd vertellen?

Bij mijn geboorte werd over mij gezegd dat ik met kleuren en kunst zou werken. Ik kon al snel dingen tekenen. Uiteindelijk kreeg ik een beurs van de deelstaat Odisha om naar het College of Art te gaan, dat in 1942 door de Britten was opgericht.

Het was niet de bedoeling dat ik op straat schilderde, dus bracht de politie me meestal naar het station. Dat was eigenlijk heel aardig van ze. Daar sliep ik dan en kreeg ik wat te eten. Ik leefde als een vagebond, tussen hoop en wanhoop. Maar in die drie jaar leerde ik veel levenslessen. Ik begon anders te denken nadat ik deze mensen had ontmoet.

Valentina Teresjkova was op uitnodiging van Indira Gandhi naar India gekomen. Op een dag zag ik haar op straat, waar ze haar escorteerden. Op een of andere manier wist ik me door de menigte te wurmen en kwam ik oog in oog met haar te staan. Ze glimlachte naar me en ik werd door de Indo-Soviet Society uitgenodigd om naar de Parliamentary Club te komen. Ik zou uiteindelijk tien portretten van Valentina maken en ik kwam ook op tv. Van de ene dag op de andere was ik beroemd in Delhi.

De belangrijkste persoon die u als straatkunstenaar ontmoette, was natuurlijk uw toekomstige vrouw, Charlotte von Schedvin. Kunt u ons naar die tijd meenemen en het moment beschrijven dat zij opeens voor u stond?

Dat herinner ik me heel duidelijk: het was 17 december 1975. Een vrouw met prachtig, lang  blond haar en blauwe ogen sprak mij aan. Het was avond. Toen zij voor mijn schildersezel opdook, voelde het alsof ik geen gewicht meer had. Zo’n gevoel kan niet in woorden worden uitgedrukt.

Haar ogen waren zó blauw en groot en rond, het was alsof ze niet naar me keek, maar bij me naar binnen keek, als een röntgenapparaat! Ik vond dat ik haar schoonheid recht moest doen, maar de eerste keer kon ik het niet. Ik was té zenuwachtig, mijn hand trilde. Dus zei ik: “Is het voor u mogelijk om morgen terug te komen?” Ze zou nog drie keer terugkomen en ik maakte drie portretten van haar. Telkens vroeg ik haar tien roepie, maar ze gaf me twintig. Ik zei: “Nee! U moet mij niet méér geven, want u bent zó mooi en ik zou nooit het dubbele bedrag aannemen van een vrouw die zó mooi is als u. Alleen van kale mannen” [Lacht].

Dacht u aan de voorspelling?

Jazeker! Na de tweede keer wist ik dat zij het was! Ze kwam uit een ver land. Ik vroeg haar of ze onder het sterrenbeeld Stier was geboren. “Ja,” zei ze. Toen vroeg ik: “Bent u eigenaresse van een jungle?” Ze zei: “Ja, ik bezit een bos.” “Speelt u soms fluit?” “Ja, ik ben dol op fluit- en pianospelen.”

“Dit is in de hemelen besloten,” stamelde ik in gebroken Engels. “We waren voorbestemd om elkaar te ontmoeten.” Ik werd zó zenuwachtig dat ze me eerst niet begreep. Ze keek op naar de hemel terwijl ze mijn hand vasthield en vroeg: “Wat is in de hemelen besloten?” Ik zei: “Dat we elkaar zouden ontmoeten, en er zijn nog meer zaken besloten.” “Hoe weet u dat?” vroeg ze. “Als u me niet gelooft,” zei ik, “kan ik u mijn horoscoop geven. U zult mijn vrouw zijn.”

We hebben het geluk dat Charlotte hier ook is. Dus, Charlotte, kunt u ons uw kant van het verhaal vertellen?

[Lacht] Als kind verlangde ik er al naar om naar India te gaan. Toen ik ongeveer elf jaar was, had ik een leraar die ons zwart-witfilms over India liet zien, zoals Elephant Boy. Later, toen ik voor mijn werk naar Londen ging, kwam ik daar in contact met veel Indiase mensen en met de Indiase cultuur. Ik ging naar een concert van George Harrison en Ravi Shankar in de Albert Hall. Ik zag ook een optreden van volksdansers uit Odisha (Orissa), de deelstaat waar PK vandaan komt, en ik was gebiologeerd.

Om een lang verhaal kort te maken: we huurden een VW-busje en gingen met vier volwassenen en een kind van één jaar oud op weg. We reisden helemaal van Zweden naar India en parkeerden het busje in de buurt van Connaught Place, waar PK zijn portretten schilderde. Het was al donker en ik zag daar een jongen met krullen zitten die portretten schilderde. Ik voelde me meteen tot die plek aangetrokken. Ik liep ernaartoe en zei: “Kun je een portret van mij maken?” Het was vanaf het begin een heel intiem en warm gevoel om hem daar met zijn krullen en lachende gezicht en witte tanden te zien zitten. [Lacht]

U kwam drie keer terug en op de derde dag zei hij: “U wordt mijn vrouw.” U moet gedacht hebben dat hij getikt was!

[Lacht] Ik wist hem wat te kalmeren. Ik zei niet dat we zouden gaan trouwen. Ik zei dat we naar zijn dorpje konden gaan. Ik volgde mijn hart. Daar leerde ik zijn vader, broers en zuster kennen. Ik mocht hen en zij mochten mij. Het was alsof ik thuiskwam. Ik geloof in reïncarnatie en ik voelde heel sterk – en voel dat nog steeds – dat ik in een eerder leven in India heb geleefd.

We hadden een stamceremonie. Zijn oudste broer ging zijn puja-kamer binnen en zat daar een tijdlang om te mediteren. Toen kwam hij met een brede glimlach naar buiten en zei: “Ja, dit is de vrouw met wie je gaat trouwen. Volg haar voetsporen.”

“Er is geen geheim. Je moet enkel erkennen dat liefde als rimpels op het water groeit.”

door Pradyumna Kumar

PK, de route die u van India naar Zweden aflegde, werd destijds het ‘hippiepad genoemd. U had tachtig dollar en een paar honderd roepies op zak. Kunt u ons die reis beschrijven – en ons meer vertellen over de hindernissen die u moest overwinnen.

We brachten twee à drie weken met elkaar door en toen vertrok ze weer. Anderhalf jaar zagen we elkaar niet. We hielden contact per brief, maar uiteindelijk vond ik dat het tijd was om de eerste stap te zetten. Dus verkocht ik alles en kocht een fiets

Ik heb niet alleen op de fiets gereisd. Ik kon meerijden op vrachtwagens. Ik had een slaapzak en sliep onder de sterrenhemel. Soms nodigden mensen me uit in hun huis en gaven me te eten in ruil voor schetsen. Ik verstopte die tachtig dollar in mijn riem en raakte het nooit aan. Onderweg kreeg ik brieven van Charlotte: in Kandahar, Kaboel en Istanboel, waardoor ik moed hield.

Ik had ook veel hippievrienden, die me te eten en advies gaven en me de weg wezen. Ik was niet alleen. Ik kwam nooit iemand tegen die ik niet mocht. Het was een andere tijd, een andere wereld, van liefde en vrede, en vrijheid natuurlijk. Het grootste obstakel waren mijn eigen gedachten, mijn twijfels.

Nu is er een migratiegolf vanuit arme landen naar Europa op gang gekomen. Denkt u dat uw reis tegenwoordig nog mogelijk zou zijn?

Ja. Waar een wil is, is een weg. Alles is mogelijk! Het hangt af van hoe je denkt. Het is tegenwoordig veel moeilijker, zeker. Maar het is nog altijd mogelijk. Angst en twijfel zijn onze twee ergste vijanden. Dat is wat het leven moeilijk maakt.

U bent al ruim veertig jaar gelukkig getrouwd met Charlotte. Kunt u ons het geheim van een gelukkig huwelijk verklappen?

Ik heb één geheim. Dat er geen geheim is! [Lacht] Een huwelijk is niet alleen een fysieke maar ook een spirituele band. Erkennen dat de liefde als rimpels op het water groeit.

Als ik thuiskom, parkeer ik mijn ego voor de deur. Ego is verbonden met de geest. Ik noem mijn menselijke geest een dolle aap. Maar als je je ego voor de deur parkeert, is er binnenin het huis alleen maar openheid.

Dit interview werd geredigeerd om de tekst korter en helderder te maken.

Simon Worrall verzorgt de rubriek Book Talk. Volg hem op Twitter of op simonworrallauthor.com.