‘Blijf omhoog kijken,’ zegt onze gids terwijl we door een klein park vlak bij de veerbootterminal op Raymond Island lopen. ‘Er zitten overal koala’s.’ Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, alsof het bedoeld is om goedgelovige toeristen enthousiast te maken. Waarom zouden die schuwe buideldieren zo dicht bij mensen leven? Maar nog geen minuut later klinkt er een opgewonden kreet uit onze groep. ‘Daar!’

En inderdaad: hoog in een eucalyptusboom zit een koala, comfortabel genesteld tussen de takken. Met halfgesloten ogen kijkt hij loom naar beneden. Even later ontdekken we nog een dier dat rustig bladeren zit te eten. En nog een. En nog een.

Binnen een halfuur hebben we er zeker zes gezien. Dat is geen toeval. Raymond Island, een eiland van nog geen vijf vierkante kilometer in de Australische staat Victoria, is de thuisbasis van bijna driehonderd koala’s.

Een eiland waar koala’s eigenlijk niet thuishoren

Opmerkelijk genoeg zijn koala’s niet eens inheems op Raymond Island. Ze werden er in de jaren vijftig uitgezet als onderdeel van een natuurbehoudsprogramma. In andere delen van Australië waren koalapopulaties sterk afgenomen door jacht en habitatverlies.

Het eiland bleek door de overvloed aan eucalyptusbossen en afwezigheid van grote roofdieren een ideale plek om een nieuwe populatie op te bouwen. Vandaag de dag vormt Raymond Island een van de beste plekken in Australië om koala’s in het wild te zien.

Een landschap met een veel oudere geschiedenis

Lang voordat kolonisten arriveerden, leefden de Gunaikurnai, de oorspronkelijke bewoners van de regio, al duizenden jaren rond het eiland. Vooral de Tatungalung-clan had een sterke band met het gebied. Hun naam voor het eiland was Gragin, dat waarschijnlijk ‘stenen’ betekent. Mogelijk was het een verwijzing naar de rotsachtige bodem.

De Gunaikurnai trokken naar het gebied om de overvloed aan vis, mosselen en paling in het nabijgelegen meer, en om zwaneneieren te verzamelen, die als een delicatesse werden beschouwd. Halverwege de negentiende eeuw vestigden Europese kolonisten zich op het eiland. Het kreeg de naam Raymond Island, naar lokale magistraat William Odell Raymond. Lange tijd leefden bewoners hier van de visserij, totdat commerciële visserij werd verboden.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Vandaag de dag is het rustig op het eiland. Er wonen nog altijd mensen, maar grote delen van Raymond Island zijn beschermd natuurgebied of vallen onder beheer van de Gunaikurnai.

Een eiland zonder hotels, winkels of restaurants

Ondanks zijn afgelegen karakter trekt Raymond Island jaarlijks tienduizenden bezoekers. Het eiland ligt ongeveer 320 kilometer ten oosten van Melbourne en is alleen bereikbaar met een korte veerboottocht. Vanuit het plaatsje Paynesville duurt de overtocht slechts vijf minuten — en voor voetgangers is hij gratis.

Auto’s zijn op het eiland nauwelijks nodig. De meeste bezoekers laten hun wagen op het vasteland staan en verkennen Raymond Island te voet of per fiets. Er zijn vrijwel geen hotels, winkels of restaurants. Wel kun je een vakantiewoning huren, en een paar dagen per week staat er een mobiel koffiekraampje. Juist die eenvoud maakt het eiland aantrekkelijk.

Hoe je koala’s kunt vinden

Koala’s spotten op Raymond Island vraagt vooral om geduld, en een scherpe blik. ‘Je moet zowel omhoog als omlaag kijken,’ zegt Robyn Peile, voorzitter van de Koala Island Foundation, die de wandelpaden op het eiland onderhoudt. ‘Ze zitten meestal hoog in de bomen, maar hun uitwerpselen op de grond verraden vaak waar ze zitten.’

Leestip: Goed nieuws voor de koala: vaccin tegen chlamydia is gereed

Een van de bekendste bewoners is Yogi, een koala met een reputatie. Hij staat bekend als een vechtersbaas en is makkelijk te herkennen: tijdens een gevecht verloor hij een groot deel van zijn linkeroor.

Koala’s slapen het grootste deel van de dag

Hoewel koala’s het hele jaar door te zien zijn, zijn ze het actiefst in de vroege ochtend en bij zonsondergang. ‘Tijdens een tour van een uur zien bezoekers vaak wel veertig koala’s,’ zegt Shelley Robinson, voorzitter van Koalas of Raymond Island, de organisatie die zieke en gewonde dieren op het eiland verzorgt.

Koala’s slapen namelijk tot twintig uur per dag. Dat doen ze om energie te besparen: eucalyptusbladeren, hun belangrijkste voedselbron, zijn moeilijk verteerbaar en leveren relatief weinig voedingsstoffen.

Leestip: De luiaard is extreem traag. Hoe weet hij toch te overleven?

De beste tijd om jonge koala’s, de joeys, te zien is tussen september en november, wanneer ze uit de buidel van hun moeder komen en op haar rug meerijden.

Meer wildlife dan alleen koala’s

Koala’s zijn misschien de bekendste bewoners van Raymond Island, maar ze zijn zeker niet de enige. Volgens Peile leven er meer dan duizend kangoeroes op het eiland. Daarnaast is er zelfs een wombat die ooit als gered dier werd vrijgelaten.

Ook voor vogelliefhebbers is Raymond Island een paradijs. Meer dan 170 vogelsoorten zijn er waargenomen, waaronder kookaburra’s, prachtrosella’s en uilnachtzwaluwen. Tijdens de trekseizoenen gebruiken vogels zoals de Siberische strandloper en de ernstig bedreigde zwaluwpapegaai het eiland als tussenstop. Zelfs in de wateren rond het eiland leeft een bijzondere diersoort: een kleine populatie bedreigde tuimelaars, een dolfijnsoort die alleen in dit deel van Australië voorkomt.

‘Het is een heel eenvoudige, kleine plek, en daarom zijn mensen er zo dol op,’ zegt Peile. ‘Als je in een stad woont, is het verbazingwekkend om te beseffen dat een plek als deze nog steeds bestaat.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!