Bangladesh

Dhaka: een bestemming voor gevorderden

Dhaka staat te boek als een van de minst leefbare steden ter wereld. Het is er chaotisch, armoedig, en het verkeer is rampzalig. Toch kan een bezoek aan de hoofdstad van Bangladesh een verrijkende ervaring voor reizigers zijn. Onder een paar voorwaarden. woensdag 14 augustus 2019

Door Niels Guns
Een meisje beklimt trappen bij het Fort van Aurangabad (of Lal Bagh), dat in de zeventiende eeuw werd gebouwd door de Mogols.
Dit verhaal verscheen in National Geographic Traveler editie 3, 2019. 

‘Volg gewoon je navigatie!’ roep ik verbeten naar Uber-chauffeur Kamal. Ik ben drie dagen in Dhaka en het wordt me voor het eerst even te veel. Kamal heeft zojuist voor de derde keer de navigatie op zijn smartphone genegeerd, sloeg rechtsaf waar Google Maps rechtdoor aangaf, en nu is de verwachte aankomsttijd nóg eens zestien minuten later. Kamal – lange grijze baard, op zijn hoofd een witte topi en enorme bril – kijkt me met onschuldige ogen aan. Zijn blik verraadt dat hij geen flauw idee heeft van wat de blauwe, oranje en vooral rode strepen en pijlen op zijn telefoon eigenlijk betekenen. Snel na mijn uitbarsting schiet ik in de lach. Misschien verwacht ik gewoon te veel: deze man rijdt immers al jarenlang op deze manier rond in het verschrikkelijke verkeer van Dhaka – volgens cijfers van de Wereldbank is de gemiddelde snelheid van het verkeer een schamele zeven kilometer per uur. En nu verwacht ik dat hij zomaar meegaat in technologische ontwikkelingen waar ik allang niet meer zonder meen te kunnen. Google Maps helpt me niet, besef ik. Sterker nog: het bezorgt me alleen maar meer stress omdat de app mijn verwachtingspatroon omhoogstuwt. Júíst dat is wat me op dit moment nekt. Zeker in Dhaka. Ik zal consequent moeten loslaten en anders moeten kijken, besef ik, wil ik het mooie van deze stad kunnen zien. 

Een trein in de buurt van Jurain Rail Gate, in het zuidoosten van Dhaka. Ook op de daken van de treinen, die gewoonlijk niet sneller rijden dan enige tientallen kilometers per uur, zitten vaak passagiers.

Voor de goede orde: Dhaka is geen makkelijke stad. Sterker nog: Dhaka is een beproeving. Volgens een onderzoek van het Britse tijdschrift The Economist is Dhaka, op Damascus in Syrië na, de minst leefbare stad ter wereld. Je hoeft er maar even rond te lopen om te voelen wat dat betekent. De hoofdstad van Bangladesh is uit zijn voegen gebarsten. Per vierkante kilometer wonen hier 47.400 mensen. Het is daarmee de dichtst bevolkte stad ter wereld. Om je een voorstelling te maken: het is er acht keer zo druk als in Amsterdam, met 5184 mensen op dezelfde oppervlakte. En uit diverse onderzoeken blijkt dat die drukte er de komende jaren alleen maar groter op zal worden. Elke dag komen er tussen de 1500 en drieduizend mensen bij. Volgens een raming van de Wereldbank wonen er in 2035 35 miljoen mensen. Vaak zijn het plattelanders die hun geluk in de hoofdstad beproeven. Verzilting bemoeilijkt landbouw in de grillige rivierdelta in het zuiden van het land, waar ook regelmatig verwoestende cyclonen plaatsvinden. 

Toeristen 

Bij Sadarghat aan de Buriganga-rivier komen elke ochtend groenten aan die worden verbouwd buiten de stad. De bloemkolen orden een paar honderd meter versjouwd om verderop op een markt te worden verkocht.

Waarom zou je eigenlijk naar uitgerekend zo’n op papier vre-se-lij-ke stad willen reizen? Is het ramptoerisme waaraan ik me bezondig? Of is dit nu juist een reis die het op vakantie gaan overstijgt en me daadwerkelijk wat gaat leren? Die vragen stel ik me regelmatig wanneer ik weer eens vastzit in het verkeer en tegen beter weten in tuur naar een volledig rode streep op Google Maps. Niet voor niets komen er maar weinig toeristen naar Bangladesh. Volgens het recentste rapport van de World Tourism Organization van de Verenigde Naties komen er in een heel jaar maar 125.000 toeristen naar het land, dat ruim 165 miljoen inwoners telt (ter vergelijking: naar Nederland komen er jaarlijks ruim negentien miljoen). Slechts een handjevol van hen blijft plakken in de tjokvolle hoofdstad. 

Het antwoord op mijn eigen gewetensvraag krijg ik eigenlijk al wanneer ik mijn eerste passen zet buiten de luchthaven van Dhaka, zeg maar een uit de kluiten gewassen busstation. Voor ik het weet staat vlak voor mijn neus een groepje van ongeveer vijftien nieuwsgierigen. Een van hen, gehuld in een witte djellaba, staat met zijn handen gevouwen achter zijn rug rücksichtslos in mijn aura, het stukje onzichtbare privéruimte waarin we in het Westen maar zelden iemand toelaten. Hij neemt me van top tot teen op. Alsof ik een marsmannetje ben. Het voelt intimiderend om zo opzichtig aangestaard te worden. Eerst staar ik even schaamteloos terug. Vervolgens geef ik als blijk van erkenning een kort hoofdknikje, dat op precies dezelfde manier wordt beantwoord. ‘Welcome to Bangladesh,’ zegt hij vervolgens vriendelijk. Hij geeft me een hand waarmee hij na het schudden gelijk zijn hartstreek aanraakt. Steeds weer blijken de Bengalezen bijzonder warmhartig. Ook de overige omstanders verwelkomen me vriendelijk. 

Tijdens het vrijdaggebed ligt het dagelijks leven in Dhaka goeddeels stil.

Zulke momenten vinden om de haverklap plaats. Wat je instinctief denkt, blijkt vaak helemaal anders te zijn. De stad fungeert als een spiegel: ik krijg, als in een soort zuivere wiskundige formule, terug wat ik geef. Wanneer ik moe ben, zoals in de Uber, dan komt Dhaka rauw op mijn dak. Ben ik uitgerust, dan omarm ik de eindeloze kakofonie van claxons, etsbellen, geschreeuw, stank en kleuren, en zou ik alle indrukken in een doosje willen stoppen. 

Bruisend 

Net als je denkt dat je Dhaka een beetje begint te begrijpen, is daar stadsdeel Old Dhaka, de overtreffende trap. Elke foto die ik in het oude stadsdeel maak of elk filmpje dat ik er schiet, lijkt ontploft, zo veel gebeurt erop. Constant zie ik iets bizars: een kleuter die midden op een druk kruispunt het verkeer vol overtuiging regelt, of een man met stompjes op de plek waar handen zouden moeten zitten die zich op een karretje moeizaam voortbeweegt. En de hele tijd een explosie van leven. Het houdt niet op. Het is een bruisend gekrioel waarin net als in een mierennest toch bepaalde afspraken lijken te gelden. Er lijkt een soort flow te bestaan in de onophoudelijke stoet mensen die allemaal iets versjouwen. Op het hoofd, of juist op de riksja, opgestapeld op een metershoge uitstekende constructie waarvoor je in Nederland ongetwijfeld een boete zou krijgen. 

Een vrouw, een meisje en een baby achterop een etsriksja, aangevoerd door een illegale elektrische motor. 


Samen met fotograaf Tom en student journalistiek Fayaz loop ik naar een aanmeerplek voor roeiboten in het havengebied Sadarghat. Ik heb Fayaz gevraagd ons te helpen met vertalen en ons als gids door de stad te loodsen. 

‘Wat doe je in Dhaka? Dit is een land van bedelaars,’ zegt een oudere man in djellaba verbaasd wanneer we door een smal steegje lopen. We ruiken dampen van grote potten vol beefcurry. Sri Lanka wordt soms ‘India light’ genoemd door reizigers. Als dat klopt, dan is dit ‘India heavy’. We hebben ogen op onze rug nodig om al het verkeer te ontwijken. Een lus waarin mijn broekriem zit, blijft haken achter een riksja, waardoor een flinke scheur ontstaat. Ik mag van geluk spreken dat het slechts bij kleerscheuren blijft. De fietsriksja’s in Dhaka zijn trouwens om door een ringetje te halen, zo mooi versierd. Op de meeste exemplaren zie je in felle kleuren met de handgeschilderde plattelandsrituelen of juist schietende filmhelden. 

Een man beschildert tinnen platen die worden gebruikt als decoratie op vaak zeer kleurrijke fietsriksja’s.

Fayaz stelt voor dat we een boottochtje boeken over de Buriganga. Dat doet hij ook af en toe met vrienden, om te relaxen, zo zegt hij.

Eenmaal op het pikzwarte, sterk vervuilde water dat een ammoniakachtige geur verspreidt, overdenk ik hoe anders de leefwereld van Fayaz en miljoenen andere Bengalezen is ten opzichte van de mijne. Dit is zijn concept van ontspanning, voor mij is het een intensieve, levensgevaarlijke boottocht. Wat ben ik verwend, realiseer ik me, en wat is de levenskwaliteit in Nederland eigenlijk hoog. Andermaal ervaar ik de relativerende werking van Dhaka. Ik voel me dankbaar dat ik de kans heb dit stukje compleet andere wereld, deze voor mij ongewone werkelijkheid te mogen ervaren in onversneden vorm. Ik krijg de smaak te pakken. Dhaka krijgt me steeds meer in zijn greep. 

De zeventigjarige Malik Manji werkt al vijftig jaar als peddelaar op de Burganga. Per dag verdient hij nu zo’n vijf euro.
Op de Buriganga varen passagiersbootjes, cruiseschepen en vrachtschepen rakelings langs elkaar. Door de ernstige vervuiling is het water op veel plekken zwart.

De zeventig jarige Malek Majhi peddelt zijn bootje rakelings langs enorme ferry’s. Al vijftig jaar lang, vertelt hij. Ook hij leeft dag en nacht op het voertuig dat hij zeven dagen per week bestuurt. Soms botsen we tegen een andere roeiboot: beide bestuurders vertikken het van koers te wijzigen. We varen langs fabrieken, sloppenwijken, half verbrande hopen afval aan de kade waar mannen verderop grote manden vol groenten versjouwen, voorbij een chaotische stadsjungle die me steeds meer verleidt door zijn ruwheid. 

Veilig

Drie meisjes maken een selfie met op de achtergrond Ahsan Manzil, (het roze paleis).

Buiten de dagelijkse gang van zaken is er in Dhaka niet bijster veel vertier. De wijken Gulshan 1, 2 en Banani zijn de relatief rustigste plekken van de stad, waar je redelijk lange stukken trottoir hebt waar je zowaar prima kunt wandelen. Vooral het laatste stadsdeel heeft in de verte, met veel fantasie, iets weg van Bangkok. Gulshan is ook de wijk waar Holey Artisan Bakery was gevestigd. In juli 2016 vond hier een aanslag plaats waarbij 29 mensen het leven lieten, onder wie achttien buitenlanders. Het is een gebeurtenis waarvan de gevolgen in de stad nog altijd voelbaar zijn. Zo kwamen er in het halfjaar na de aanslag maar zestienduizend buitenlandse toeristen naar Bangladesh. Sindsdien is het aantal weer gestegen. 

Inmiddels is de bakkerij verplaatst naar een andere locatie in Gulshan. De gedachte aan de aanslag zorgt ook bij mij voor speldenprikken van angst. 

Wanneer ik naar de nieuwe vestiging van de Holey Bakery loop, besef ik dat ik soms over mijn schouder kijk. Is dat terecht? Dat is moeilijk te zeggen. Het merendeel van de Bengalezen is ongelofelijk vriendelijk, zo merk ik altijd en overal. Het is nu veilig, vertellen de Bengalezen me steevast wanneer ik ernaar vraag. De aanslag was juist de uitzondering op de regel, is het verhaal. En de beveiliging is in Gulshan extreem aangescherpt. Voor de deur van de Holey Bakery staat een batterij zwaarbewapende agenten voor een paar wegblokkades. Wrang genoeg is juist deze bakkerij vermoedelijk nu de veiligste plek van de stad. De beklemming van de angst leidt nergens toe, concludeer ik voorzichtig. Ook nu is het weer een kwestie van loslaten. 

Niels Guns is journalist en voormalig Zuid-Aziëcorrespondent voor onder meer De Telegraaf, RTL Nieuws en Radio 1. Documentairefotograaf en filmmaker Tom Van Cakenberghe woont in Nepal. Van beider hand verscheen in juni in National Geographic Magazine een verhaal over de hijra’s, een verstoten gemeenschap in Dhaka.

Dit verhaal verscheen in National Geographic Traveler editie 3, 2019. 

Lees verder

Fotoserie: Rohingya-baby’s geboren als vluchteling
In een enorm vluchtelingenkamp in Bangladesh wordt elke dag stateloze kinderen geboren.
Eindhoven, werelddorp

Eindhoven, werelddorp

De economie van de techstad groeit al jaren als kool en trekt veel hooggeschoolde Aziatische expats. Tegelijk draait de Voedselbank overuren. Over de groeistuipen van een metropool in wording.
Hoe ratten de nachtploeg van onze steden werden

Hoe ratten de nachtploeg van onze steden werden

Waar mensen zijn, zijn ratten. Die gedijen namelijk prima op ons afval. Op de ene plek worden ze verafschuwd, op de andere plek vereerd. Een reis door de krochten van het stadsleven overal ter wereld.
Lees meer