Alpinist Wilco Dekker: 'Als je eenmaal de Everest hebt beklommen, verandert er veel in je leven'

Wilco Dekker bedwong Mount Everest in 2019, toen de berg drukker was dan ooit en er elf doden vielen. Hij wil daarom 'terug naar de basis'.

Wednesday, June 24, 2020,
Door Esmee van Dijk
Een geoefend klimmer

Wilco Dekker, hier vastgelegd in klim-en buitensportcentrum ROCK STEADY in Bussum, komt uit Naarden ...

Een geoefend klimmer

Wilco Dekker, hier vastgelegd in klim-en buitensportcentrum ROCK STEADY in Bussum, komt uit Naarden en houdt van kite- en windsurfen, snowboarden en bergbeklimmen. Eerder beklom hij al de Kilimanjaro, Mont Blanc, Elbroes, Aconcagua, Denali en Carstenszpiramide.

Foto van Olivier Middendorp

Op 23 mei 2019 stond je boven op Mount Everest, op het dak van de wereld. Hoe kijk je daar nu op terug?

Als je eenmaal de Everest hebt beklommen, verandert er veel in je leven. Het afgelopen jaar hebben mensen me allerlei vragen gesteld over mijn avontuur, maar het lukt nooit om het hele verhaal te vertellen. Er zijn tenslotte ook maar weinig mensen die zich kunnen voorstellen hoe het er écht aan toe gaat op de berg.

Mijn herinneringen aan de klim komen nog wel elke dag terug. Bijvoorbeeld als ik een beslissing moet nemen, dan denk ik: hoe zou ik dat doen als ik op de Everest stond? Dat komt onder meer omdat het zo’n lang proces is geweest – ik heb twee maanden doorgebracht op de berg en heb een aanlooptraject gehad van veertien maanden. Op Mount Everest moet alles kloppen en mag je niet voor verrassingen komen te staan.

Er zitten veel risico’s aan een klim als deze, maar die hebben je er niet van weerhouden de berg op te gaan.

Bij bergbeklimmen kom je in aanraking met zo veel schoonheid, rust, prachtige vergezichten. Er hangt iets magisch in de lucht. Dat gevoel is verslavend – het bergvirus wordt het wel genoemd. Tijdens mijn beklimming van de Carstenszpiramide in West-Papoea ontmoette ik een paar mensen die op de Everest waren geweest. Dat was ook mijn droom – alleen dacht ik nooit dat ik die zou kunnen verwezenlijken. Maar toen ik zag hoe zij klommen, wist ik: dan moet het mij ook lukken.

Ik wilde de risico’s wel zo veel mogelijk beperken. Ik geloof dat als je je goed voorbereidt, je leer- en nieuwsgierigheid altijd worden beloond. Dat doe je onder meer door je in elk detail te verdiepen, de route in je hoofd heel vaak te doorlopen – in mijn geval die aan de noordkant – en met mensen te spreken die al op de berg hebben gestaan. Daarnaast trainde ik harder dan ooit tevoren. Ik kon me niet meer voorstellen waarom ik het níét zou halen. 

Na een lange klim bereik je dan eindelijk de top. Dringt het dan wel tot je door?

“Ik heb soms ’s nachts oordoppen in moeten doen vanwege een stel Russen, de bas van de muziek dreunde door het hele basiskamp. ”

Ik had er van tevoren wel over nagedacht hoe het zou zijn. Ik hoopte vooral dat ik nog goed genoeg van geest zou zijn om op dat moment om me heen te kijken. Dat lukte gelukkig, ik zag zelfs de bolling van de aarde. Maar de grootste euforie beleefde ik honderd meter vóór de top. Toen ik daar op een stuk vals plat stond, wist ik dat ik het ging halen. Het was toen nog steeds enorm zwaar en het ging zo langzaam, maar ik was ontzettend blij. Op de top dacht ik eigenlijk vooral: nu moet ik ook nog naar beneden. Zeventig procent van de ongelukken gebeurt tijdens de afdaling – en bovendien lekte mijn zuurstoffles. Ik durfde mijn vader en vriendin pas te bellen met mijn satelliettelefoon toen ik weer veilig in het basiskamp was. 

In je boek Mount Everest: Onderweg naar de hemel heb je het over de topdrukte op de zuidkant van de berg in 2019, het jaar waarin je zelf klom. Elf mensen kwamen om. Wat heb je daarvan meegekregen? 

Ik heb zelf de noordflank beklommen, de Tibetaanse kant, omdat de Khumbu-ijsval aan de Nepalese zuidkant de laatste jaren door de opwarming van de aarde minder stabiel is en sneller kan schuiven. Je kunt daar dus eerder in een gletsjerspleet vallen. Daarnaast wist ik dat het aan de zuidkant, waar de reddingsmogelijkheden groter zijn en de weersomstandigheden gunstiger, veel drukker was – té druk eigenlijk. Ik zag de rijen mensen staan toen ik op de top stond.

Als bergbeklimmer kom ik voor de natuur, de serene rust. Zo’n omgeving biedt de mogelijkheid om goed te reflecteren. Zelf wil ik daarom op de primitiefst mogelijke manier klimmen, voor zover dat nu nog kan tenminste. Het liefst zoals Edmund Hillary en Tenzing Norgay, die in 1953 als eersten de top bereikten. Maar er zijn veel mensen die klimmen vanuit een andere motivatie; ik heb soms ’s nachts oordoppen in moeten doen vanwege een stel Russen, de bas van de muziek dreunde door het hele basiskamp. Een uitje om achteraf te kunnen zeggen dat je op de Everest bent geweest: het hoort daar niet thuis.

Dit jaar werd de regel ingesteld dat je een berg van 6500 meter moet hebben beklommen als je de Everest op wilt. Dat was een goede eerste stap om de mensenmassa te reduceren. Ook wordt het inschrijfgeld voor de goedkoopste expedities 35.000 dollar in plaats van 11.000, met name om de juiste dienstverlening en goed materiaal te garanderen. Als je nog strengere regels instelt, zou er veel weerstand komen. Maar ik heb op de Everest té onervaren klimmers gezien die zich niet hadden voorbereid, en daardoor leunen op de kennis van de sherpa’s. Ze beseffen alleen niet dat ook een sherpa iets kan overkomen.

De keerzijde van die beperkende maatregelen is dat ze de lokale bevolking kunnen treffen. 

Zeker. Toerisme is voor de mensen in de omgeving heel belangrijk. Neem de sherpa’s, die verdienen in de twee maanden dat het klimseizoen duurt hun geld voor het hele jaar. Als het aantal expedities afneemt, komen meer sherpa’s zonder werk te zitten. En natuurlijk vallen ook inkomsten van hotels en andere voorzieningen weg. De Nepalese regering is te laat begonnen met het instellen van richtlijnen, iedereen mocht vrijelijk profiteren van de toeristenstroom. En nu hebben ze geen antwoord op de stagnatie, terwijl de bevolking er wel al haar geld op heeft ingezet. Door de nieuwe maatregelen, en nu ook door het coronavirus, hebben mensen het moeilijk en hebben ze niets om op terug te vallen. De regering zou zich meer over de inwoners moeten ontfermen. 

Wilco Dekker neemt een selfie, net onder de top van de Everest. 

Foto van Wilco Dekker

Welke invloed heeft de coronaperiode op jouzelf? 

Ik heb het gevoel dat we heel erg in sneltreinvaart leven. Door de situatie worden we gedwongen om rustig van een afstand te kijken hoe we de wereld eigenlijk hebben bezoedeld. En als je nadenkt over wat er nog zoal op ons afkomt: kunstmatige intelligentie, de kwantumcomputer... Dat maakt me huiverig. Willen we eigenlijk wel die kant op, of laten we het ons overkomen?

Ook smartphones en sociale media laten ons te veel kijken naar wat een ander heeft en leiden in mijn beleving af van wat we zelf écht willen. Ik denk dat deze periode kan leiden tot een nieuw bewustzijn. Dat we gaan kijken hoe het ook anders kan. We lijken nu weer te kunnen genieten van de kleine dingen in het leven. Ik let zelf weer meer op de omgeving om me heen: de bomen, de wolken, noem maar op. Even terug naar de basis, daarvan word ik een blij mens. 

In het dagelijks leven ben je technologisch strateeg. Dat lijkt haaks te staan op de behoefte om terug te gaan naar de basis.

Ik denk dat die tegenstrijdigheid me juist tot nieuwe inzichten brengt. In mijn werk zie ik waarop we als mensheid afstevenen, en in het bergbeklimmen zie ik waar we naar mijn idee thuishoren. In Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek heb ik twee jaar gewerkt als technisch logistiek coördinator voor Artsen Zonder Grenzen (AZG), waarvoor ik ook geld heb opgehaald tijdens mijn beklimming van Mount Everest. Dat waren de mooiste jaren van mijn leven.

Als je opgroeit in het Westen, is het vanzelfsprekend dat je carrière maakt, geld verdient. De meesten willen huisje-boompje-beestje. In Afrika zag ik dat je ook met weinig heel gelukkig kunt zijn. Kinderen speelden met een metalen ring en een stok, en ze waren blij en dankbaar voor elke nieuwe dag. Als uitgangspunt neem ik daarbij de piramide van Maslow [een rangschikking van menselijke behoeften]. AZG geeft de mensen hun basisbehoeften: eten, drinken, veiligheid en een dak boven het hoofd. Als ze die hebben, kunnen ze zichzelf verder ontwikkelen.

In de bergen merkte ik dat hetzelfde gebeurt. Je hebt alleen je basisbehoeften, daarbovenop ga je jezelf ontplooien. Ik noem de bergen daarom ook weleens het ‘witte yogagebied’ – ik kom er helemaal tot mezelf en word teruggebracht naar de vier pijlers waarbij ik goed gedij: avontuur, eerlijkheid, respect en vrijheid.

Draag je die waarden ook actief uit? 

Ja, ik geef veel lezingen. Daardoor kom ik er steeds meer achter wat ik anderen wil meegeven. Ik hoop mensen te inspireren en nét even dat stapje extra te zetten om te onderzoeken waar hun passie ligt. Ik vraag dan bijvoorbeeld: wat zou je doen als je niet zou worden betaald voor je werk?

“We volgen een systeem dat we met z’n allen hebben gecreëerd en kijken niet naar wat we zélf willen. Niets is onmogelijk, denk ik dan.”

Er zijn maar weinig mensen die iets doen waar ze ook zonder geld blij van zouden worden. Terwijl er genoeg dingen zijn waar ze wel gelukkig van worden, alleen vergen die soms een offer. We volgen een systeem dat we met z’n allen hebben gecreëerd, want dat is veilig, maar kijken niet meer naar wat we zelf willen doen. Niets is onmogelijk, denk ik dan: als je met genoeg overgave ergens aan begint, gebeurt er vanzelf iets waardoor je je doel bereikt.

Als kind zijn we allemaal nieuwsgierig en stellen we aan de lopende band vragen. Op een gegeven moment verdwijnt die nieuwsgierigheid vaak, meestal wanneer je gaat werken, en dan accepteer je dingen zoals ze zijn. Maar als je anderen vragen blijft stellen, kunnen hun ervaringen jou ook weer verrijken. Juist die connectie met elkaar vind ik gaaf, daaruit komen mooie dingen voort. Daarom wil ik naast mijn werk graag mensen blijven inspireren om meer op zoek te gaan naar zichzelf en naar wat ze willen bereiken in hun leven. 

Heb je naast die ambitie ook al een plan voor een volgend bergavontuur?

Ik wil graag de Seven Summits beklimmen. Elke hoogste berg op elk continent heeft een eigen karakter. Er is steeds een nieuw aspect – bij Mount Everest was dat de ‘zone des doods’. Mijn volgende reis gaat waarschijnlijk naar het Vinsonmassief op Antarctica, de meest afgelegen bergketen ter wereld. Als daar iets fout gaat, kun je zomaar een week zonder hulp zitten. De uitdaging is natuurlijk om te zorgen dat er niks gebeurt, maar het mooie is dat het zo ver weg is van de rest van de wereld dat ik er waarschijnlijk de ultieme rust vind die ik zoek.

Wilco Dekker schreef over zijn Everest-beklimming het boek Mount Everest: Onderweg naar de Hemel (Edicola Sport, 2020). 

Lees meer over de Mount Everest in de juli 2020 editie van National Geographic Magazine.

Lees verder

Griepgolf teistert omgeving van Everest-basiskamp

Plaatselijke artsen vrezen dat de afgelegen regio in Nepal een echte griepepidemie te wachten staat.

Mount Everest gesloten door COVID-19

Voor de rest van het seizoen zijn alle beklimmingen op het dak van de wereld afgelast, wat een zware klap betekent voor de kwetsbare economie van Nepal.
Lees meer