Deze onderzoekster wordt blij van haar studie naar psychopaten

Nadat een onbekende zijn leven voor haar had gewaagd, raakte deze wetenschapper gefascineerd door mensen die extreem altruïstisch zijn en degenen die extreem boosaardig zijn.Thursday, January 4, 2018

Door Nina Strochlic
In een daad van extreem altruïstisme heeft Missy Ewing haar nier aan een onbekende afgestaan.

Toen Abigail Marsh negentien was, rende er een hond voor haar auto over de snelweg. Ze week uit, raakte in een slip en kwam in het halfdonker met afgeslagen motor tot stilstand op de andere weghelft terwijl het verkeer op haar af raasde. Op de tegengestelde rijbaan zag een automobilist haar waarschuwingslampen knipperen, stopte op de vluchtstrook en rende naar haar auto. Hij duwde haar op de bijrijdersstoel, zette de automaat in de rijstand en reed naar een veilig plek. Daarna verdween hij weer. Ze zag hem nooit meer terug.

Waarom waagt iemand zijn leven om hulp te bieden aan een volstrekte onbekende en waarom doen anderen kwaad zonder daarover enige wroeging te voelen? Dat zijn de vragen waarop Marsh, nu assistent-professor psychologie en neurologie aan de Georgetown University, een antwoord probeerde te vinden. In haar nieuwe boek, The Fear Factor, ontvouwt Marsh haar theorie over een oud gedeelte van de hersenen dat bepaalt hoe de mens gevaren identificeert en erop reageert.

Toen u een tiener was, waagde een onbekende zijn leven om u in veiligheid te brengen. Welke invloed had dit op de keuzes die u in uw leven maakte?

De combinatie van die bijna-doodervaring en de onbekende die mij redde, was een ongelooflijk emotionele ervaring. Het schudde m’n hele bewustzijn wakker. Maar wat het langst bleef hangen, was dat een volstrekte onbekende mij redde. Dat was zo onwaarschijnlijk – ik kon me niet voorstellen dat ik zo’n enorm risico zou lopen om iemand te helpen die ik nog nooit had ontmoet.

Ik bleef erover nadenken en wilde begrijpen waarom iemand zo’n beslissing neemt. Het was de puzzel die me in mijn werk heeft gedreven.

Hoe heeft u die vraag vertaald naar wetenschappelijk onderzoek?

Terugkijkend wordt me duidelijk dat er een rode lijn door mijn onderzoek loopt, namelijk dat het een poging is te begrijpen waarom mensen andere mensen helpen. Daardoor ben ik in het laboratorium gaan kijken naar altruïstische besluitvormingsprocessen. Maar je kunt mensen in een laboratorium niet dwingen beslissingen over leven en dood te nemen. Dus voor mijn promotieonderzoek bestudeerde ik mensen die lijden aan een klinisch gebrek aan zorgzaamheid en inlevingsvermogen.

We maakten hersenscans van tieners met psychopathische kenmerken terwijl we hen foto’s van verschrikte gezichten lieten zien. We zagen een gebrek aan respons in het deel van de hersenen dat de amygdala wordt genoemd; in evolutionaire termen is dat een oud gedeelte van de hersenen, waar veel emotionele en sociale gedragingen worden geregeld. Als contrast met deze tieners bestudeerde ik nierdonoren, omdat hun gedrag zeer duidelijk altruïstisch is – de ontvangers van de nieren zijn onbekenden en kunnen de donoren dus niet bedanken of belonen.

“Het bestuderen van mensen met psychopathie heeft me zelfs optimistischer over alle andere mensen gemaakt.”

Abigail Marsh

Had u enig idee hoe kinderen met psychopathische kenmerken zich gedragen toen u begon aan uw onderzoek naar deze afwijkingen?

Ik ben geboren in een stad waar griezelig veel psychopaten vandaan komen: Ted Bundy, de ‘Green River Killer’ en de sluipschutters van Washington DC kwamen allemaal uit Tacoma in de staat Washington. Het is een mythe dat de typische seriemoordenaar een psychopaat is. Ik weet nu dat de echte psychopaat iemand is die zich altijd gevoelloos opstelt tegenover het lijden van anderen. Ze hebben niet per se de bedoeling om anderen kwaad te doen, ze zijn erop uit om te krijgen wat ze willen en als ze daarbij anderen kwaad doen, is dat een bijzaak en een noodzakelijk kwaad.

Voordat ik mijn eerste tiener met psychopathische kenmerken analyseerde, kreeg ik een cursus waarin ons werd voorgehouden dat we altijd tussen de persoon en de deur moesten blijven en nooit scherpe voorwerpen bij ons mochten hebben. Ik had geen idee waar ik aan begon.

Toen ik het vertrek binnenkwam, was ik compleet verrast. Dat jongetje zag eruit alsof-ie zo uit een reclame was gestapt. Hij had een heel lieve glimlach, praatte vriendelijk met mij en we schudden elkaar de hand. Het was heel moeilijk voor me om te beseffen dat hij in zijn dagelijks leven gewelddadige en vreselijke dingen deed.

Dat wordt ook wel het ‘masker van normaalheid’ genoemd en het is ook wat mensen zo opmerkelijk vonden aan Ted Bundy – degenen die hem kenden, dachten dat hij een heel aardige en stabiele vent was.

Ted Bundy volgt aandachtig de derde dag van de juryselectie, tijdens zijn berechting in Orlando, Florida, wegens de moord op de 12-jarige Kimberly Leach.

We zijn geneigd te denken dat opvoeding en aanleg mede bepalen wat voor soort mensen we uiteindelijk worden. Welke rol spelen opvoeding en aanleg in de ontwikkeling van psychopathie?

Elk psychologisch resultaat wordt beïnvloed door genetische verschillen en door ervaringen – vaak kan de helft worden toegeschreven aan genetische afwijkingen. De overerving van psychopathie ligt waarschijnlijk tussen de vijftig en zeventig procent. Maar dat is bij lange na niet het hele verhaal; levenservaringen spelen ook een rol.

Het moeilijkst bij het bestuderen van kinderen met psychopathische kenmerken is dat ik het zo erg vind voor de ouders. Sommige ouders hopen dat hun kind in de gevangenis terechtkomt, zodat ze tenminste goede zorg krijgen. We zijn allemaal beïnvloed door het idee dat het gedrag van een kind wordt bepaald door de ouders – dat dachten we ook in het geval van schizofrenie en autisme. Slecht ouderschap kan slecht gedrag oproepen, maar het staat niet in een overduidelijk verband met ernstige mentale stoornissen.

Het is lastig om te bepalen of goed ouderschap kan leiden tot meer altruïstische kinderen. Wanneer ik mensen vraag waarom ze een nier aan een vreemde hebben afgestaan, weten ze vaak helemaal niet goed wat ze daarop moeten antwoorden. Sommigen zeggen: “Zo zijn we opgevoed.” Dan vraag ik: “Oké, en hebt u broers of zussen die ook zo zijn?” De meesten zeggen dan: “Nee, die zijn helemaal niet zo.” Iedereen kan een verklaring bedenken voor de manier waarop iemand zich heeft ontwikkeld, maar het is erg moeilijk vast te stellen of het ook waar is.

U heeft zich bewust gericht op ‘extreme altruïsten’, door studie te doen naar donoren die een nier aan een volstrekte onbekende hebben afgestaan. Waarom bent u uiteindelijk deze groep gaan bestuderen?

Altruïsme is gedrag dat ten goede komt aan iemand anders dan aan de altruïst zelf. Maar de motivatie ervoor is moeilijk te meten: is het sociaal normatief gedrag als je af en toe bloed doneert of geld aan een goed doel geeft? Sommige mensen zijn altruïstisch ten opzichte van mensen die hen in het verleden hebben geholpen of dat in de toekomst zouden kunnen doen. Anderen helpen familieverwanten, met een motivatie die ‘verwantschapsselectie’ wordt genoemd. Maar het is lastig om zo’n soort verklaring te vinden voor iemand die een nier aan een vreemde afstaat. In dat geval wil de donor iemand anders oprecht helpen, want de voordelen zijn geheel voor de ontvanger van de nier.

Destijds waren er maar zo’n duizend altruïstische nierdonoren in de hele VS, en ik ging ervan uit dat ze moeilijk te bereiken zouden zijn. Ik nam contact op met de regionale transplantatiedienst in Washington DC en plaatste advertenties op websites en zo. Ik herinner me nog heel goed dat ik m’n laptop opende en overstelpt werd met e-mails, iets wat me in mijn hele onderzoekscarrière nog nooit was overkomen. Binnen een paar dagen hadden we genoeg mensen.

Kunt u iets meer vertellen over de amygdala? Wat wist u daarover voordat u aan uw onderzoek begon en wat heeft u ontdekt?

De amygdala is van cruciaal belang voor de herkenning van angst bij andere mensen. Uit de resultaten van ons aanvankelijke onderzoek naar kinderen met psychopathie bleek dat de respons in hun amygdala laag was terwijl ze naar foto’s van verschrikte gezichtsuitdrukkingen keken. Hun amygdala was ook kleiner. Dat was een belangrijke aanwijzing.

Mensen met psychopathie voelen geen angst. Door de stoornis in hun amygdala kennen ze geen schrikreactie of kunnen ze andermans angst niet herkennen. Ze kunnen zich er letterlijk niet in inleven. Een jongetje dat ik onderzocht, had een nepgranaat in een gebouw vol mensen gegooid om iedereen schrik aan te jagen. Toen ik hem vroeg of hij spijt had, zei hij: “Echt een Kodak-moment.”

Altruïstische nierdonoren leken juist het tegenovergestelde van psychopaten te zijn: bij hen was de amygdala groter en actiever. Mensen die zeer altruïstisch zijn, zijn heel goed in het herkennen van andermans angsten, en dat zou de motivatie kunnen zijn om anderen te helpen.

De altruïsten die u bestudeerde, hebben het vaak over een soort intuïtie die hen aanzet tot handelen, nog voordat ze erover na kunnen denken. Waarom hebben sommige mensen die neiging en anderen niet?

Dat is een nog groter mysterie met betrekking tot altruïsme. Een sterke respons bij het zien van andermans angsten is één ding, maar de motivatie om vervolgens te helpen is weer een stap verder. Hoe maak je die overstap?

De resultaten lijken te wijzen op een hormoon genaamd oxytocine, dat verantwoordelijk is voor het oproepen van moederlijke zorg in de amygdala. De stof zorgt voor een consistente respons op alles wat kinderlijk en schattig oogt, waaronder ook baby’s van anderen, jonge dieren of zelfs mensen die op baby’s lijken (bijvoorbeeld iemand met grote ogen en een wat verschrikte gezichtsuitdrukking). Ik weet zeker dat de oxytocine in de amygdala de sleutel is tot de overstap van ‘Deze persoon is bang, dus moet ik mezelf in veiligheid brengen’ naar ‘Deze persoon is bang, dus moet ik hem of haar helpen.’

Heeft uw onderzoek u op andere gedachten gebracht over de menselijke aard?

Er is zoveel verschrikkelijk nieuws, maar dat nieuws is geen goede afspiegeling van de wereld waarin we leven. Vreemd genoeg wordt ik opgewekt van het bestuderen van psychopaten. Als je mensen onderzoekt die het echt niet uitmaakt of ze anderen kwaad doen, wordt je met de neus op het feit gedrukt dat de meeste mensen helemaal niet zo zijn. We kunnen dingen over het hoofd zien als het om het lijden van anderen gaat, maar de gemiddelde persoon is wel degelijk meelevend. Uit trendonderzoek blijkt dat mensen steeds altruïstischer worden ten opzichte van vreemden.

Er zullen altijd mensen rondlopen die niet aardig zijn, en niets wijst erop dat we ons kunnen ontdoen van die twee procent van de bevolking die anderen veel leed berokkent. Maar de meeste mensen zijn in staat tot zorgzaamheid en empathie. Het bestuderen van mensen met psychopathie heeft me zelfs optimistischer over alle andere mensen gemaakt.

Dit interview is geredigeerd om de tekst korter en helderder te maken.

Lees ook dit fragment uit het magazine over de wetenschap tussen goed en kwaad

Lees meer