Wetenschap

Verrassend DNA ontdekt bij prehistorische mensen uit Zuid-Europa

Uit onderzoek naar achtduizend jaar aan genetisch erfgoed uit Spanje en Portugal komt een opmerkelijk gecompliceerd beeld naar voren. woensdag, 20 maart 2019

Door Erin Blakemore

Vanaf het begin van de vroege menselijke migratie was het Iberisch schiereiland – het huidige Spanje en Portugal – een smeltkroes van volken uit Afrika, Europa en het Middellandse Zee-gebied.

In een nieuw onderzoek dat in het tijdschrift Scienceis verschenen, heeft een groep van 111 bevolkingsgenetici en archeologen achtduizend jaar aan genetisch erfgoed uit deze regio in kaart gebracht. Zij schetsen een tamelijk gecompliceerd beeld van genetische ontwikkelingen en wijzen daarbij op een mysterieuze migratie rond 4500 jaar geleden, die het DNA van de oude Iberiërs volledig door elkaar husselde.

Het team zocht in het DNA-materiaal naar antwoorden op de vraag wanneer en hoe verschillende populaties deel van de genenpool op het Iberisch schiereiland zijn gaan uitmaken. Ze sequentieerden het genoom van 271 prehistorische Iberiërs en combineerden die informatie met eerder gepubliceerde gegevens over 132 andere prehistorische bewoners van het schiereiland.

En daaruit bleek dat het beeld veel complexer was dan tot dan toe werd gedacht.

De steppenvolken

In de bronstijd begon de genetische handtekening van de regio dramatisch te veranderen. Vanaf circa 2500 v. Chr. worden genen die in verband worden gebracht met steppenvolken nabij de Zwarte en Kaspische Zee in het huidige Rusland ook in de Iberischegenenpool aangetroffen, waarna een groot deel van het DNA van de Iberische populatie werd verdrongen door dat van steppenvolken.

Volgens de ‘steppenhypothese’ verspreidden deze volken zich rond dezelfde tijd in oostelijke richting naar Azië en in westelijke richting naar Europa. En het nieuwe onderzoek laat nu zien dat die volken helemaal tot op het Iberisch schiereiland zijn doorgedrongen. Hoewel zestig procent van het DNA in de regio onveranderd bleef, waren de Y-chromosomen van de bewoners rond het jaar 2000 v. Chr. vrijwel geheel vervangen. Dat duidt op een enorme toestroom van mannelijke bewoners uit de steppen, omdat het Y-chromosoom alleen door mannen wordt doorgegeven.

“Het ziet ernaar uit dat de invloed een overwegend mannelijke zaak was,” zegt Miguel Vilar, een genetisch antropoloog en programmaleider bij de National Geographic Society die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken.

Wie waren deze mannen – en waren ze vreedzaam? Vilar denkt dat de mannen van deze steppenvolken mogelijk te paard en in het bezit van bronzen wapens arriveerden, waardoor zij de bronstijd in deze regio introduceerden. Hij vergelijkt hun migratie met die van indianenstammen in Noord- en Zuid-Amerika nadat deze werden geconfronteerd met de komst van de eerste Europeanen, in het laatste decennium van de vijftiende eeuw.

“Hieruit blijkt dat er sprake kan zijn van een migratie die zich over het hele Europese continent uitstrekt en die tot in de verste uithoek ervan toch nog zoveel invloed kan hebben,” zegt hij.

Afgezien van het feit dat brons rond deze tijd in Iberië in gebruik raakte, zijn er tot nu toe geen andere aanwijzingen voor deze steppencultuur gevonden. Het nieuwe onderzoek toont wel aan dat bij bewoners van het huidige Baskenland, waar tegenwoordig nog de enige niet-Indo-Europese taal in West-Europa wordt gesproken, dominante genen zijn aangetroffen die in nauw verband staan met die van de steppenvolken. En in tegenstelling tot moderne Spanjaarden vertonen de Basken van nu niet de genetische vermenging die de bewoners van de rest van het schiereiland in de loop der eeuwen heeft gekenmerkt.

Maar het team ontdekte ook Noord-Afrikaans DNA in de botten van een individu dat op een vindplaats in het midden van het Iberisch schiereiland was gevonden en rond 2500 v. Chr. leefde.

“In het begin dacht ik dat het een vergissing was,” zegt Iñigo Olalde, de populatiegeneticus die het onderzoek leidde.

Maar toen hij de analyse herhaalde, bleek alles te kloppen. Uit de aanwezigheid van dat ene Afrikaanse individu blijkt duidelijk dat er op dat vroege tijdstip sporadisch uitwisselingen tussen Iberië en Noord-Afrika plaatsvonden, wat ook kan verklaren waarom bij opgravingen van Iberische vindplaatsen uit de kopertijd Afrikaans ivoor is gevonden. Toch denkt het team dat het Noord-Afrikaanse genetische erfgoed op het Iberisch schiereiland zich pas in de laatste tweeduizend jaar heeft verspreid.

Diversiteit in de IJstijd

Het onderzoek schetst een gecompliceerd beeld van het genetische verleden van Spanje, een beeld dat nog wordt versterkt door een begeleidend artikel dat in het tijdschrift Current Biologyis verschenen. In die studie ontdekten Spaanse en Duitse onderzoekers dat de jager-verzamelaars en landbouwers die op het Iberisch schiereiland leefden, in genetisch opzicht meer diversiteit vertoonden dan tot nu toe werd gedacht. De auteurs tonen aan dat verschillende culturen van jager-verzamelaars op het warme Iberisch schiereiland – dat zo’n 19.000 jaar geleden, in de late IJstijd, als toevluchtsoord voor de oprukkende kou diende – in elkaar opgingen. Landbouwers die later naar de regio trokken, vermengden zich vervolgens met deze jager-verzamelaars.

“Het DNA was een verrassing,” zegt doctoraalstudente en archeogeneticus Vanessa Villalba-Mouco, die het onderzoek namens het Max-Planck-Institut für Menschheitsgeschichte in het Duitse Jena en de Universidad de Zaragoza in Spanje leidde. “Dankzij aanwijzingen voor wat er op dat moment gebeurde, kunnen we inzicht krijgen in de evolutie van de daaropvolgende periode. We hebben DNA-monsters van nog meer individuen nodig om hun geschiedenis in detail te kunnen reconstrueren.”

De analyse van prehistorisch DNA “helpt ons om af te rekenen met het idee dat er sprake is van aparte populaties, zoals Afrikanen, Aziaten of Europeanen,” zegt Vilar. “Niet alleen zijn de volken die in Iberië leven heterogeen, ze waren zelf ook het product van verschillende migratiegolven.”

Voor Olalde bood het onderzoek een ongekende kans om de genetische geschiedenis van zijn thuisland te kunnen bestuderen. “Dat ik dit onderzoek kon doen, was voor mij een droom,” zegt Olalde, die is verbonden aan het David Reich Lab van de Harvard Medical School.

Vooral het feit dat hij met grote hoeveelheden DNA-monsters kon werken, wat niet vaak voorkomt bij studies die berusten op DNA uit botten die duizenden jaren oud zijn, was voor Olalde zeer spannend. “Het is waanzinnig om bijna vierhonderd individuen te kunnen analyseren. Dankzij hen hebben we nu een veel rijker beeld van al die verschillende volken die op het Iberische schiereiland leefden en van de manier waarop ze de huidige populaties hebben vormgegeven.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer