Het testcentrum voor COVID-19 bij het ziekenhuis H Plus Yangji in het zuiden van Seoul ziet er aan de buitenkant niet erg indrukwekkend uit. Het tijdelijke optrekje lijkt op een stacaravan en is aan één zijde afgesloten met een houten schot. Het behang op de wanden is rood-wit en op een bord staat dat het hospitaal tot de top-100 van beste ziekenhuizen in de Republiek Korea behoort.
Binnen bevinden zich vier loketten naast elkaar, met wanden van doorschijnend plastic; in de loketten zijn vaste rubberen handschoenen aangebracht, vergelijkbaar met de voorzieningen in een geavanceerd laboratorium voor gevaarlijke stoffen. Mensen die binnenkomen, kunnen via de intercom met een arts spreken die in een andere ruimte zit. Met behulp van de vaste handschoenen kan de arts een uitstrijkje van slijm uit de neus of keel van de bezoeker afnemen, zonder met hem of haar in contact te komen. In deze testhokjes heerst onderdruk, zodat in de lucht zwevende druppeltjes met het virus erin meteen worden weggezogen. Na de test wordt de ruimte door een medewerker in beschermende kleding gedesinfecteerd, waarbij de wanden met een raamwisser worden schoongeveegd.
Honderden van deze ‘inloopcentra’ zijn in heel Zuid-Korea neergezet en vormen een van de belangrijkste fundamenten onder de strategie van dit land om COVID-19 in te dammen. Dankzij de testhokjes kunnen gezondheidsautoriteiten mensen snel en overal op de ziekte testen.
Met zijn 51 miljoen inwoners bestrijdt het land de pandemie ook met grote hoeveelheden informatie – big data– om ziektegevallen en contacten op te sporen, waarbij creditcard- en locatiegegevens van mobiele telefoons worden gebruikt om de verplaatsingen van besmette personen te kunnen achterhalen. Uit opiniepeilingen blijkt dat de Zuid-Koreanen het prima vinden dat ze iets van hun digitale privacy moeten opgeven om de uitbraak tot stilstand te brengen. Tegelijkertijd hebben de autoriteiten een intensief maar grotendeels op vrijwillige medewerking gebaseerde campagne gevoerd om ‘social distancing’ in acht te nemen, waardoor de meeste bars, restaurants en bioscopen open kunnen blijven.
De virale plaag is nog lang niet voorbij in Zuid-Korea. Bij een recente uitbraak in diverse nachtclubs werden op 12 mei 102 nieuwe gevallen geconstateerd. Desondanks kan de Zuid-Koreaanse respons op COVID-19 als schoolvoorbeeld voor de rest van de wereld dienen. Maar het was geen eenvoudige opgave om tijdens de pandemie zo’n hoge mate van snelheid en succes te bereiken.
Lessen uit het verleden
Een belangrijke factor in de respons van Zuid-Korea was de toepassing van lessen die uit eerdere uitbraken getrokken konden worden, vooral de ervaringen van het land met de uitbraak van het MERS-coronavirus in 2015, waarvan er 186 gevallen werden geregistreerd en waarbij 38 doden vielen.
Direct na de MERS-uitbraak begon het Zuid-Koreaanse parlement een wettelijk kader op te bouwen die een alomvattende strategie voor het opsporen van ziektegevallen en contacten mogelijk maakte. Iedereen die met een besmet persoon in contact is geweest, kan worden opgespoord en in quarantaine worden geplaatst. De regelgeving machtigt de overheid specifiek om creditcard- en locatiegegevens van mobiele telefoons bij de desbetreffende bedrijven op te vragen en om de achterhaalde verplaatsingen te publiceren in de vorm van een anoniem ‘logboek’, zodat andere mensen kunnen zien waar en wanneer ze met een besmet persoon in contact zijn geweest.
Met behulp van intensieve contactonderzoeken en testprogramma’s wist de overheid een razendsnelle uitbreiding van het aantal gevallen te voorkomen. In het begin van de epidemie werden honderden nieuwe gevallen per dag gemeld, met als hoogtepunt de 909 patiënten van 29 februari, die vrijwel allemaal in verband stonden met een religieuze sekte in de stad Daegu. Met deze strategie konden ook navolgende coronavirus-clusters in kerken, cafés voor computergamers en een callcenter worden ingedamd. Op 15 april kon Zuid-Korea inmiddels weer landelijke verkiezingen houden, met 29 miljoen kiesgerechtigden. De kiezers droegen mondkapjes en handschoenen; in de stemlokalen werd de temperatuur van de kiezers opgenomen en mensen met koorts afgezonderd. Geen enkel geval van COVID-19 deed zich voor in verband met de verkiezingen.
Terwijl mensen in andere landen het verzamelen van gegevens door Zuid-Korea zien als een schending van de privacy van de patiënten, kunnen de maatregelen bij de Zuid-Koreanen zelf op grote instemming rekenen. In een opiniepeiling die op 4 maart door de Graduate School of Public Health van de Nationale Universiteit van Seoul werd gehouden, gaf 78 procent van de 1000 ondervraagden aan dat de bescherming van burgerrechten moest worden beperkt ten gunste van agressieve maatregelen tegen het coronavirus. Door hun ervaring met eerdere uitbraken waren de Zuid-Koreanen ook meteen bereid om thuis te blijven en mondkapjes in het openbaar te dragen, nog voordat de overheid regels op dat punt had uitgevaardigd.
Het belangrijkste is misschien wel dat Zuid-Korea na de MERS-uitbraak van 2015 zijn diagnostische testcapaciteit sterk had uitgebreid. Anders dan de VS, waar men afhankelijk was van testkits van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in Atlanta, schakelde Zuid-Korea de privésector in. Eind januari vroeg de overheid op een bijeenkomst met de Zuid-Koreaanse biotech-sector of de bedrijven zo snel mogelijk testkits konden ontwikkelen. Binnen een maand werden er in het land ruim 10.000 mensen per dag getest.
De recente boom in de Zuid-Koreaanse biotech-sector, die al ver vóór de pandemie was begonnen, droeg bij aan de snelle respons, zegt Thomas Shin, directeur van TCM Biosciences, een bedrijf in Pangyo, in het zuiden van Seoul. “In de afgelopen vijf jaar zijn er veel nieuwe biowetenschappelijke bedrijven bijgekomen,” zegt Shin. TCM was een van de firma’s die reageerden op de oproep van de overheid om snel testkits te ontwikkelen. Het bedrijf kreeg in april de daartoe benodigde vergunning van het Zuid-Koreaanse ministerie van Voedsel- en Geneesmiddelenveiligheid.
Volgens Shin was de beslissing vanuit economisch standpunt niet zo eenvoudig: nieuwe ziekten zijn moeilijk te voorspellen en als ze weer snel wegebben, is het moeilijk om de ontwikkelingskosten terug te verdienen. Maar vanwege de nauwe banden tussen Zuid-Korea en het epicentrum van de uitbraak, China, voorzag TCM dat het virus ook in Zuid-Korea voet aan de grond zou krijgen en daarnaast een wereldwijde afzetmarkt. Tot dusver heeft het bedrijf voor 2,6 miljoen dollar aan testkits verkocht.
Op 30 april werden in het land slechts vier nieuwe gevallen geïdentificeerd: allemaal reizigers uit het buitenland. Het was de eerste dag in tweeënhalve maand tijd dat er onder de Zuid-Koreanen zelf geen enkel nieuw besmettingsgeval werd geregistreerd. Nu het aantal COVID-19-gevallen blijft afnemen, heeft de overheid voorzichtig een aantal richtlijnen versoepeld en is begonnen aan de overgang naar meer ‘alledaagse quarantainemaatregelen’, zoals het dragen van een mondkapje en het opnemen van de temperatuur bij schoolkinderen.
Ook de houding van de mensen is wat relaxter, waardoor sommige overheidsbeambten vrezen dat er door achteloosheid van het publiek een tweede besmettingsgolf zou kunnen volgen. Die vrees wordt bevestigd door een recente uitbraak in het nachtleven van Seoul, maar de overheid heeft proactief op het voorval gereageerd door binnen enkele dagen duizenden mensen op te sporen en te testen.
De laatste loodjes...
Hoewel de biotechsector snel reageerde op de behoefte aan testkits, bleek de distributie van de kits wat problematischer. In februari was de vraag naar testkits nog altijd hoger dan het aanbod en konden de kits uitsluitend worden geleverd aan een beperkt aantal ziekenhuizen.
Daarnaast hadden ziekenhuizen moeite om de tests veilig en snel af te nemen bij mensen die potentieel besmet waren: testruimten moesten na iedere patiënt worden ontsmet, lange rijen wachtenden betekenden dat het virus zich onder het publiek kon verspreiden en zorgmedewerkers raakten snel door hun beschermende kleding heen. “In het Yangji-ziekenhuis leidde dit tot uitputtingsverschijnselen bij het personeel,” zegt geneesheer-directeur Sang Il Kim.
Volgens Yoona Chung, arts op de afdeling chirurgie van het ziekenhuis, “was de rij wachtenden gewoon te lang, zelfs toen we de kits in huis hadden. Niet iedereen kon getest worden en mensen moesten naar andere ziekenhuizen worden doorgestuurd.”
Uit gegevens van het ziekenhuis blijkt dat er eind februari bij ongeveer 10 mensen per dag tests werden afgenomen, maar nog veel meer gegadigden moesten wegens de lange wachttijden worden weggestuurd. Andere ziekenhuizen in Zuid-Korea begonnen te experimenteren met drive-through-centra, waar patiënten getest konden worden zonder hun auto te verlaten. Maar het Yangji-ziekenhuis bevindt zich in de buurt van een metrostation en in een dichtbevolkte wijk van Zuid-Seoul, waardoor het voor veel patiënten geen optie was om met de auto te komen.
Dus ontwikkelde Kim het ‘inloopcentrum’, waarvan een prototype op 10 maart in gebruik werd genomen. Binnen een paar dagen was het aantal tests dat per dag kon worden afgenomen, verdrievoudigd; en tegen het einde van de maand kon het ziekenhuis ruim negentig mensen per dag testen. Elders in Zuid-Korea en de wereld begonnen ziekenhuizen hun eigen variaties op de testhokjes te ontwikkelen. Een ziekenhuis in de stad Busan kwam onafhankelijk op hetzelfde idee, maar andere ziekenhuizen hebben bij de ontwikkeling van hun versies de hulp van Kim ingeroepen.
In het Massachusetts General Hospital in Boston zag de leiding berichten over de testhokjes van Yangji op het nieuws en vroeg een intern team om een eigen versie te ontwikkelen. Zo zouden de zorgmedewerkers van het ziekenhuis beter beschermd kunnen worden en op beschermende kleding kunnen worden bezuinigd. Na enig onderzoek op Google en enkele telefoontjes kwam de staf van het ziekenhuis via e-mail in contact met Kim.
Nour Al-Sultan, business-strateeg bij de MGH Springboard Studio, het team van onderzoekers en ontwerpers dat de opdracht kreeg een Amerikaanse versie van het testhokje te ontwikkelen, vertelt over de begindagen van het project. “Ik herinner me nog dat het tien uur ’s ochtends was. We waren allemaal gefrustreerd; we waren de hele nacht in touw geweest om uit te zoeken hoe zo’n hokje zou kunnen werken,” zegt hij. “Ik ging naar bed en de volgende ochtend kon dokter Kim antwoord op al onze vragen geven.”
MGH heeft nu acht testcentra bij drie ziekenhuizen in de regio Boston geplaatst. Uit voorlopige gegevens blijkt dat de behoefte aan schaarse beschermende kleding door het gebruik van de testhokjes met 96 procent is afgenomen, waardoor per week bijvoorbeeld ruim vijfhonderd overjassen minder worden gebruikt. Het MGH-team werkt nu samen met collega’s in Oeganda bij de ontwikkeling van een Afrikaanse versie van het inloophokje.
“Het feit dat Kim de tijd nam om mij zulke waardevolle inzichten te geven, getuigt van de wereldwijde geest van samenwerking in de strijd tegen de pandemie,” zegt Al-Sultan.
Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com




















