De robots komen eraan

Ons werk wordt steeds vaker overgenomen door apparaten. Hoe verandert de robotrevolutie onze manier van leven?

Friday, September 18, 2020,
Door David Berreby
Foto's Van Spencer Lowell
Aan de Technische Universiteit Berlijn pakt deze robothand met zijn pneumatische vingers – voorzichtig maar stevig ...

Aan de Technische Universiteit Berlijn pakt deze robothand met zijn pneumatische vingers – voorzichtig maar stevig – een bloem op. Dankzij de voortschrijdende technologie krijgen robots steeds meer menselijke vaardigheden.

Foto van Spencer Lowell
Dit verhaal verscheen in de september 2020 editie van National Geographic magazine.

Nog maar weinig mensen hebben een robot in de ogen kunnen kijken. Maar dat komt nog wel.

Ik zie mijn eerste robot in januari 2020 op de prairie in Colorado, samen met Noah Ready-Campbell (31). Naar het zuiden zijn windturbines te zien zover het oog reikt, een enorm leger van driearmige reuzen. Voor me ligt een gat, de fundering voor een nieuwe turbine.

Dat gat wordt gegraven door een Caterpillar 336-graafmachine. Het is negentien meter in diameter, de wanden hebben een hellingshoek van 34 graden, het is drie meter diep en de bodem is vrijwel perfect waterpas. De Cat legt de opgegraven grond netjes aan de kant. Buigen, graven, optillen, draaien en loslaten: om deze 37 ton zware machine te besturen zijn een vaste hand en scherp inzicht nodig. In Noord-Amerika kan een ervaren graafmachinemachinist honderdduizend dollar per jaar verdienen.

Sommige producenten, zoals het Socially Intelligent Machines Lab aan Georgia Tech, denken dat mensen zich meer op hun gemak voelen bij robots zoals Curi. Als een robot er te menselijk uitziet, is daar de gedachte, belanden we in ‘de griezelvallei’: dat is de term die roboticus Masahiro Mori bedacht voor onze gevoelens wanneer een robot er niet meer uitziet als een geavanceerde machine, maar als een griezelig mens of een lijk.

Foto van Spencer Lowell

Er zijn ook robots die precies op mensen lijken, zoals Harmony, een expressief hoofd dat wordt gebruikt op de sekspop van Abyss Creations in Californië. 

Foto van Spencer Lowell

Maar de stoel in de cabine van deze graafmachine is leeg; de machinist ligt op het dak. Hij heeft geen handen en is met drie kronkelige zwarte kabels direct verbonden met het controlesysteem van de graafmachine. Ogen en oren heeft hij ook niet: hij gebruikt laser, gps, videocamera’s en gyroscoopachtige sensoren die inschatten waar een object zich bevindt. Ready-Campbell, medeoprichter van Built Robotics in San Francisco, klimt op de machine en tilt het deksel van een chique dakkoffer op. Binnenin zit het product van zijn bedrijf, een apparaat van negentig kilo dat het werk doet waar ooit een mens voor nodig was.

‘Hier loopt de AI,’ zegt Ready-Campbell, die wijst naar de printplaten, kabels en metalen kastjes waaruit de robot bestaat: sensoren om zijn plaats te bepalen, camera’s om mee te zien, controllers om commando’s naar de graafmachine te sturen, communicatieapparatuur om mensen te laten meekijken, en de processor waar de kunstmatige intelligentie (AI) de beslissingen neemt die een menselijke machinist ook zou moeten nemen. ‘De controlesignalen worden doorgegeven aan de computers die anders door de joysticks en pedalen in de cabine worden aangestuurd.’

Als kind hoopte ik dat ik ooit een robot zou tegenkomen. Ik verwachtte iets wat eruit zou zien als een mens en zich zo zou gedragen, net als C-3PO uit Star Wars. Maar de robots die daadwerkelijk werden ingezet in fabrieken, zijn heel anders. Tegenwoordig doen industriële machines repetitief werk als schroeven, lassen of schilderen, of staan ze achter een lopende band. Voor de veiligheid van de overgebleven menselijke werknemers staan ze vaak achter een omheining.

Ready-Campbells apparaat is weer anders. Dit is een nieuw soort robot – verre van menselijk, maar wel slim, handig en mobiel. En deze apparaten, die ontworpen zijn om samen te ‘leven’ en te werken met mensen die nog nooit een robot van dichtbij hebben gezien, dringen steeds verder in ons dagelijks leven door.

Vandaag de dag maken robots bij sommige supermarkten de inventaris op en dweilen ze de vloeren. In magazijnen vullen ze vakken en zoeken ze bestellingen bij elkaar. Ze helpen autistische kinderen met hun sociale contacten en helpen mensen revalideren na een hersenbloeding. Ze bewaken de grenzen en vallen doelen aan die ze als vijandelijk beschouwen (denk aan de Israëlische Harop-drones). Robots doen aan bloemschikken, zijn stand-upcomedians.

En dat was nog vóór de COVID-19-uitbraak. Plotseling lijkt het medisch verstandig en misschien zelfs noodzakelijk om mensen te vervangen door robots, al is over de hele wereld een meerderheid van de mensen ertegen.

In het Engelse Milton Keynes bezorgen robots nu boodschappen, in een ziekenhuis in Dallas brengen ze materialen rond, in China en Europa desinfecteren ze ziekenzalen en in Singapore lopen ze door parken en zeuren ze net zo lang tegen mensen totdat iedereen genoeg afstand houdt.

Door de pandemie hebben meer mensen zich gerealiseerd dat de automatisering op de werkvloer gewoon doorgaat, zegt Ready-Campbell afgelopen mei. ‘Eerst omdat de efficiëntie en de productiviteit omhoog moesten, maar nu ook met het oog op gezondheid en veiligheid.’

De coronacrisis heeft de zaken versneld, maar er waren eerder technologische ontwikkelingen te zien die leiden tot het produceren van meer robots. Onderdelen worden lichter, goedkoper en steviger. Er past steeds meer rekenkracht in een kleinere behuizing. Er kunnen krachtige, datavretende instrumenten in robots worden ingebouwd. Door betere digitale communicatie kunnen ‘robothersenen’ in een computer op een andere plaats worden opgeslagen.

In het bedrijf van de toekomst ‘werken mensen en robots samen voor een maximale efficiëntie,’ zegt Ahti Heinla, medeoprichter en hoofd technologie van Starship Technologies, dat zelfsturende robots heeft rondrijden in verschillende steden in Europa en de VS.

Robots kunnen steeds beter omgaan met de veranderingen en onregelmatigheden die mensen in hun werk tegenkomen. Foodly, een ‘cobot’ van RT Corporation, maakt gebruik van een camera, algoritmes en een grijphand om stukjes kip in een bentobox te leggen.

Foto van Spencer Lowell

‘We zijn al gewend aan slimme apparaten die we met ons mee kunnen nemen,’ zegt Manuela Veloso, AI-robotwetenschapper aan de Carnegie Mellon University. Ze houdt haar smartphone omhoog. ‘Nu moeten we nog wennen aan slimme apparaten die een lichaam hebben en zelf uitmaken waar ze naartoe gaan.’

Buiten haar werkkamer dwalen de ‘cobots’ (collaborative robots, oftewel hulprobots) door het gebouw. Ze wijzen bezoekers de weg en brengen paperassen rond. Ze zien eruit als een iPad op een display met wielen. Maar ze rijden zelfstandig en zo nodig gaan ze zelfs met de lift; dan vragen ze mensen met piepjes en lampjes vriendelijk of die voor hen op het knopje willen drukken. ‘Het is onvermijdelijk dat apparaten, kunstmatige wezens, deel gaan uitmaken van ons dagelijks leven,’ voorspelt Veloso.

‘Mensen moeten inzien dat dit geen sciencefiction is, het is niet iets wat over twintig jaar pas gebeurt,’ aldus Veloso. ‘Het is al begonnen.’

Vidal Pérez (34) mag zijn nieuwe collega wel. 

Dit is ANYmal, een robot die traploopt, over puin heen klimt en door nauwe ruimten kruipt. Hier wandelt hij rond bij het kantoor van zijn schepper, ANYbotics, in Zürich. Robots met poten kunnen vrijwel dezelfde plaatsen bereiken als mensen – ook plekken waar mensen niet naartoe kunnen, omdat ze radioactief of chemisch vervuild zijn.

Foto van Spencer Lowell

In de zeven jaar dat hij nu bij Taylor Farms in Californië werkt, heeft hij altijd sla geoogst met een achttien centimeter lang mesje. Steeds weer bukken, een krop romaine of ijsbergsla afsnijden, lelijke bladeren weghalen en de krop in een ton gooien.

In 2016 werd het snijwerk overgenomen door een robot: een 8,5 meter lange machine die op een tractor lijkt en gestaag door de voren rijdt. Met een straal water onder hoge druk snijdt hij een krop sla af zodra zijn sensor er een bespeurt. De kroppen belanden op een transportband die ze omhoogbrengt naar het platform, waar ze worden gesorteerd door zo’n twintig mensen.

Ik spreek Pérez in juni 2019; hij is aan het werk op een akker met romaine bestemd voor fastfoodrestaurants en supermarkten. Een paar honderd meter verderop zijn mensen op de oude manier aan het werk.

‘Met de hand sla snijden is veel vermoeiender dan met deze machine,’ zegt Pérez. Hij rijdt mee op de robot om de tonnen op de transportband te draaien. ‘Sommige mensen houden het liever bij wat ze kennen. Of ze vinden het saai om op de machine te staan.’

Een exoskelet, een robot die je om je lijf draagt, bestaat uit sensoren, computers en motortjes die een mens helpen bij zwaar werk. Armen met haken eraan, zoals Fletcher Garrison van Sarcos Robotics hier demonstreert, kunnen 180 kilo tillen – handig voor op de bagageafhandeling op een vliegveld.

Foto van Spencer Lowell

Een robot die met mensen werkt moet voorwerpen kunnen oppakken en hanteren. Mensenhanden zijn behendiger, maar robots worden geavanceerder. Aan de Technische Universiteit van Berlijn pakt deze robot een appel op. Zijn vingers zijn gevuld met perslucht, zodat hij net zo voorzichtig te werk kan gaan als een mens.

Foto van Spencer Lowell

Taylor Farms is een van de eerste grote Californische landbouwbedrijven die in robots investeren. ‘Er komt een nieuwe generatie aan,’ vertelt manager Mark Borman. Oudere werknemers gaan weg, maar er komen geen jongeren om het zware werk over te nemen. Dat de grenscontroles overal strenger zijn geworden, iets wat door de angst rond COVID-19 nog is versterkt, heeft niet bepaald geholpen. Over de hele wereld wordt het boerenbedrijf geautomatiseerd, aldus Borman. ‘Wij groeien en ons personeelsbestand wordt kleiner, dus dan bieden robots een kans die gunstig is voor ons allemaal.’

Die tekst heb ik het afgelopen jaar van veel werkgevers gehoord – in de agrarische sector en de bouw, in de productie en de zorg: we geven werk aan robots omdat we geen mensen kunnen vinden om het te doen.

Op het windmolenpark in Colorado hoor ik van de leiding van Mortenson Company, dat sinds 2018 robots van Built inhuurt, over het grote tekort aan vakmensen in hun branche. Robots hebben hier 21 funderingen gelegd.

‘Machinisten zeggen eerst dingen als ‘ze pikken onze banen in’,’ zegt Derek Smith van Mortenson. ‘Maar zodra ze zien dat een robot veel van het saaie werk overneemt en dat er genoeg voor hen overblijft, zijn ze om.’

De robotgraafmachine is klaar; nu komt er een mens op een bulldozer die de puntjes op de i zet en hellingen aanlegt. ‘Er moeten hier 229 funderingen komen, allemaal volgens dezelfde specificaties,’ zegt Smith. ‘We willen de herhalende werkzaamheden uitbesteden. Dan kunnen onze machinisten zich concentreren op de taken waarbij meer denkwerk komt kijken.’

Ook het enorme verlies aan banen door de pandemie verandert niets aan deze verwachtingen, zeggen robotbouwers en -gebruikers. ‘Zelfs als de werkloosheid hoog is, heb je niet zo snel iemand gevonden voor dit soort gespecialiseerd werk; er zijn niet genoeg mensen met een opleiding,’ verduidelijkt Ben Wol, de hoogste baas van Sarcos Robotics.

Het bedrijf uit Utah maakt draagbare robots, zogenoemde exoskeletten, die de bewegingen van een werknemer de kracht en precisie van een machine verlenen. Delta Air Lines was net begonnen een model te testen voor hun vliegtuigmonteurs toen de coronacrisis het vliegverkeer stillegde.

Dit voorjaar is Wolff nog positief. ‘Het gaat momenteel wat minder, maar op de lange termijn verwachten we meer opdrachten,’ zegt hij.

De meeste bedrijven proberen momenteel het contact tussen werknemers onderling terug te dringen, en als ze een werknemer kunnen vervangen door een apparaat, lijkt dat een stap in de goede richting. Sinds het begin van de pandemie, hoor ik van Wolff, wordt Sarcos vaker benaderd om informatie, ook door bedrijven waarvan hij het niet had verwacht – een elektronicareus en een farmaceutisch bedrijf moeten met minder mankracht zware goederen verplaatsen. Bij een vleesverwerker moeten dicht bij elkaar staande werknemers worden verspreid.

De revolutionaire RBO Hand 3 maakt gebruik van perslucht in siliconen vingers. Wanneer de robot een appel, bloem of mensenhand vastpakt, nemen de vingers de vorm aan van het object dat wordt vastgegrepen.

Foto van Spencer Lowell

In een wereld waarin menselijk contact moet worden vermeden, is het lastig om vacatures in de zorg voor kinderen of ouderen te vervullen. Maja Matarić is robotwetenschapper aan de University of Southern California en ontwikkelt ‘sociale hulprobots’: apparaten die geen fysiek werk doen, maar sociale ondersteuning bieden. Een van de projecten uit haar werkplaats is bijvoorbeeld een robotcoach die oudere gebruikers eerst oefeningen laat doen en hen vervolgens stimuleert om buiten een wandeling te maken.

‘Dan zegt hij: ‘Ik kan niet naar buiten, maar waarom ga jij niet even wandelen en vertel je me er straks over?’,’ vertelt Matarić. De robot bestaat uit een wit plastic hoofd, een romp en armen op een rijdend metalen onderstel. Maar dankzij de sensoren en de software kan hij hetzelfde doen als een menselijke coach. Tijdens een oefening zegt hij bijvoorbeeld: ‘Buig uw linkerarm een eindje’, of na afloop: ‘Goed gewerkt!’

We nemen een kijkje in de werkplaats van Matarić – een doolhof van jonge mensen aan bureaus die technieken uitdenken waarmee een robot het gesprek in een praatgroep gaande kan houden, om maar iets te noemen, of zo kan reageren dat een mens het idee krijgt dat hij meeleeft. Ik vraag Matarić of mensen het weleens eng vinden dat opa door een apparaat in de gaten wordt gehouden.

‘Het is niet de bedoeling dat we zorgpersoneel vervangen,’ zegt ze. ‘We vullen tekorten aan. Volwassen kinderen kunnen niet altijd voor hun bejaarde ouders zorgen. En de mensen die voor anderen zorgen, worden vaak onderbetaald en ondergewaardeerd, in de VS maar ook elders ter wereld. Zolang daar geen verandering in komt, zullen we robots moeten inzetten.’

Een paar dagen later, dertig kilometer naar het zuiden, demonstreren havenarbeiders tegen robots. Dit is San Pedro, de wijk van Los Angeles waar containerkranen uittorenen boven de pakhuizen en de dokken. De mensen in deze hechte gemeenschap werken al generaties lang in de haven. De generatie van nu is het niet eens met het plan om de vracht door robots te laten afhandelen, ook al gebeurt dat al in veel havens in de omgeving en de rest van de wereld.

Elke robot is toegesneden op zijn functie en op de behoeften van de mensen met wie hij werkt. Zo is HRP-5P (links), die in Japan is ontwikkeld, 1,75 meter lang en weegt hij honderd kilo. Hij heeft armen, benen en een hoofd en werkt met zware ladingen op bouwplaatsen en op scheepswerven. 

Foto van Spencer Lowell

De beveiligingsrobot SQ-2 (rechts) heeft juist geen ledematen en springt met zijn 1,20 meter en 65 kilo een stuk minder in het oog. Zijn behuizing bevat een 360-gradencamera, een laserscanner en software waarmee hij zelfstandig kan patrouilleren.

Foto van Spencer Lowell

De havenarbeiders willen de vooruitgang niet tegenhouden, benadrukt Joe Buscaino, die San Pedro in de gemeenteraad van Los Angeles vertegenwoordigt. San Pedro heeft al meer economische ups en downs meegemaakt – de opkomst en ondergang van de visserij, de conservenindustrie en de scheepsbouw. Het probleem met robots, aldus Buscaino, is de snelheid waarmee de werkgevers ze op de werkvloer willen introduceren.

‘Jaren geleden zag mijn vader dat de visserij een aflopende zaak was, dus zocht hij een baan in een bakkerij,’ zegt hij. ‘Hij kon het roer nog omgooien. Maar door automatisering kan je baan binnen een dag verdwenen zijn.’

Economen zijn het er nog lang niet over eens wanneer en hoe ingrijpend robots het werk in de toekomst zullen beïnvloeden. Maar één ding staat vast, zeggen ze: sommige werknemers krijgen er veel meer moeite mee dan andere.

‘In branches waar robots hun intrede doen, gaat dat ten koste van lager geschoold werk in de productie of montage,’ zegt Daron Acemoglu, econoom aan de Massachusetts Institute of Technology. ‘Technologie kan banen creëren. Maar het idee dat we alles kunnen automatiseren en tegelijkertijd banen scheppen, is een doelbewust misleidende en incorrecte fantasie.’

Ondanks het optimisme van investeerders, onderzoekers en startende ondernemers maken veel mensen, waaronder Buscaino, zich zorgen over een toekomst vol robots. Ze zijn bang dat robots niet alleen het saaie werk overnemen, maar hele banen, of in elk geval de onderdelen die uitdagend, bevredigend en lucratief zijn. Dat laatste proces komt zo vaak voor dat economen er een naam voor hebben: dekwali catie. Men- sen zijn ook bang dat hun werk door robots meer stress oplevert.

Beth Gutelius, planoloog en econoom aan de University of Illinois in Chicago, heeft onderzoek gedaan naar de opslagsector. Ze vertelt over een loods waar robots waren geïntroduceerd om goederen naar de werknemers te brengen, die ze vervolgens inpakten. Het scheelde de werknemers veel lopen. Toch waren die niet helemaal tevreden: ze voelden zich opgejaagd en er was geen gelegenheid meer om met elkaar te praten.

Werkgevers moeten bedenken dat dit soort werkstress niet gezond is. ‘Maar het bestaat wel en heeft invloed op het welzijn van werknemers,’ waarschuwt Dawn Castillo, epidemioloog bij het National Institute for Occupational Safety and Health. Op de website van het Center for Occupational Robotics Research staat dat het aantal robotgerelateerde sterfgevallen in de toekomst waarschijnlijk zal toenemen. Dat komt doordat er jaarlijks op meer plekken meer robots bijkomen, maar ook omdat ze in een nieuwe omgeving terechtkomen, waar ze te maken krijgen met mensen die niet weten wat ze kunnen verwachten en met situaties waarop hun ontwerpers niet hebben geanticipeerd.

Nadat de gemeenteraad het automatiseringsplan had weggestemd, sloot de havenwerkersvakbond in San Pedro een ‘wrange’ overeenkomst met het Deense conglomeraat Maersk, dat de containerterminal beheert. De havenarbeiders hebben hun verzet tegen de robots opgegeven; in ruil daarvoor worden 450 mensen bijgeschoold zodat ze met de robots kunnen werken. Eenzelfde aantal wordt omgeschoold voor nieuwe, techvriendelijke banen.

Hoe effectief al die opleidingen voor werknemers van middelbare leeftijd zijn, valt nog te bezien, aldus Buscaino. Een vriend van hem is monteur en kan dankzij zijn ervaring met auto’s en vrachtwagens zijn takenpakket redelijk eenvoudig uitbreiden met robotonderhoud. Dat geldt niet voor iedereen. ‘Mijn zwager Dominic werkt in de haven, maar hij heeft geen kaas gegeten van robots. En hij is 56.’

Het woord ‘robot’ is dit jaar precies honderd jaar oud. De Tsjechische schrijver Karel Čapek gebruikte het voor het eerst in een toneelstuk dat in de eeuw erna het sjabloon voor alle dromen en nachtmerries over apparaten zou worden. De robots in R.U.R. zien eruit als mensen, ze gedragen zich zo, ze doen hetzelfde werk – en voordat het doek valt hebben ze het menselijk ras uitgeroeid.

Robotpartners zijn er in allerlei vormen en maten. Bij Fluidics Instruments in Eindhoven (links) zet een werknemer met behulp van zeven robotarmen onderdelen voor olie- en gasbranders in elkaar. Deze ‘cobots’ werken efficiënt en precies – ze produceren per uur duizend mondstukken. Bovendien kunnen ze zich snel aanpassen aan gewijzigde specificaties of nieuwe taken.

Foto van Spencer Lowell

In het Medical City Heart Hospital in Dallas (rechts) werkt Moxi, een robot die taken kan aanleren en van verpleegkundigen kan overnemen, zoals spullen ophalen, monsters naar het laboratorium brengen en de was meenemen.

Foto van Spencer Lowell

Sindsdien hebben fantasierobots, van Terminator tot de Japanse Astro Boy en de droids uit Star Wars, een sterke invloed gehad op de ontwerpen van robotbouwers. Ze hebben ook bepaald wat het publiek van robots verwacht, van wat ze zijn en wat ze kunnen.

Tensho Goto is monnik in de rinzai-school van het Japanse zenboeddhisme. Ik ontmoet hem in de zeventiende-eeuwse Kodai-jitempel in Kyoto waar hij de hoofdbeheerder is. Hij lijkt het toonbeeld van traditie, maar hij droomt al jaren van robots. Dat begon enkele tientallen jaren geleden, toen hij iets las over kunsthersenen en het plan opvatte om een boeddha te maken van siliconen, plastic en metaal. Met een androïdeversie van de wijzen kunnen boeddhisten hun woorden ‘direct horen’, zegt Goto.

Hij raadpleegde robotdeskundigen van de Universiteit van Osaka, die hem uit de robotdroom hielpen. Hij kreeg te horen dat het met de huidige stand van de AI-technologie nog niet mogelijk is om menselijke intelligentie te creëren, laat staan de persoonlijkheden van verlichte geesten. Maar zoals zo veel deskundigen heeft hij het niet opgegeven en gebruikt hij gewoon wat er vandaag de dag mogelijk is.

In een witgeschilderde ruimte op het terrein van de Kodai-jitempel staat een metalen, siliconen incarnatie van Kannon, de godheid die in het Japanse boeddhisme compassie en genade vertegenwoordigt. Tempels en heiligdommen gebruiken al eeuwenlang standbeelden om mensen te trekken en hen attent te maken op de boeddhistische grondbeginselen. ‘Nu hebben we voor het eerst een bewegend beeld,’ zegt Goto.

Met een krachtige, bijna menselijke vrouwenstem draait Mindar, zoals de robot heet, vooraf opgenomen preken af. Daarbij gebaart ze met haar armen en draait ze met haar hoofd om het publiek te bekijken. Wanneer haar blik op jou valt, voel je iets – maar niet haar intelligentie, want Mindar bevat geen AI. Goto hoopt dat daar op een dag verandering in komt en dat zijn bewegende standbeeld dan gesprekken met mensen kan voeren en antwoord kan geven op hun religieuze vragen.

Aan de andere kant van de Grote Oceaan, in een onopvallend huis in een stille buitenwijk van San Diego, ga ik op bezoek bij een man die een ander soort intieme ervaring met robots mogelijk wil maken. Kunstenaar Matt McMullen staat aan het roer van een bedrijf dat Abyss Creations heet en levensechte sekspoppen maakt. Een team van programmeurs, specialisten in de robottechniek en special effects, technici en kunstenaars maakt er robotpartners die niet alleen op geestelijk gebied, vooral ook lichamelijk een gevoelige snaar raken.

Het bedrijf maakt al tien jaar lang RealDolls met een huid van siliconen en een stalen skelet. Kostprijs: zo’n vierduizend dollar. Maar tegenwoordig kan de klant voor achtduizend dollar extra een robothoofd aanschaffen met diverse gezichtsuitdrukkingen en kunstmatige intelligentie die via een app op een telefoon geprogrammeerd kan worden.

Net als virtuele assistenten zoals Siri of Alexa leert de pop de gebruiker kennen aan de hand van de opdrachten en vragen die ze krijgt. Voor de rest is de robot nog steeds een pop: de armen en benen bewegen niet uit zichzelf, dat moet de gebruiker doen.

‘We hebben nog geen kunstmatige intelligentie ontwikkeld die de hersenen van een mens nabootst,’ geeft McMullen toe. ‘Maar dat gaat gebeuren. Volgens mij is het onvermijdelijk.’ Hij weet zeker dat er een markt is. ‘Ik denk dat sommige mensen veel baat kunnen hebben bij robots die op mensen lijken.’

We beginnen al gehecht te raken aan robots die niet op ons lijken. 

Een door Abundant Robotics ontwikkelde oogstrobot plukt met zuigkracht appels van de bomen in Grandview (Washington). Robots kunnen vrijwel net zo behendig en precies werken als mensen. Met het huidige tekort aan menselijke arbeidskrachten in de landbouw is dat een uitkomst voor veel boerenbedrijven.

Foto van Spencer Lowell

Legereenheden hebben plechtigheden gehouden voor robots die bommen onschadelijk maken en tijdens hun werk werden opgeblazen. Verpleegkundigen plagen hun robotcollega’s. Bij experimenten weigerden mensen hun robotteamgenoten te verlinken. Naarmate robots levensechter worden, gaan mensen waarschijnlijk meer genegenheid en vertrouwen aan hen toeschrijven – misschien te veel. Onder invloed van de fantasierobots denken mensen dat de apparaten van tegenwoordig tot veel meer in staat zijn dan het geval is. Als we met robots willen samenleven, zeggen experts, dan moeten we om te beginnen realistische verwachtingen hebben.

Robots kunnen worden geprogrammeerd of getraind om een duidelijk omschreven taak uit te voeren (een fundering leggen, sla oogsten) en dat doen ze beter of in elk geval constanter dan mensen dat kunnen. Maar ze verliezen het van menselijke hersenen als ze veel verschillende dingen moeten doen, vooral onverwachte. Verstandig nadenken hebben ze nog niet onder de knie gekregen.

Moderne robots leggen het ook nog af tegen menselijke handen, vindt Chico Marks van de Subaru-fabriek in Indiana. Net als bij andere autofabrikanten worden ook hier al tientallen jaren standaard industriële robots gebruikt. Daar komen nu geleidelijk nieuwe types bij, die in de hele fabriek onderdelen rondbrengen. Marks laat me een bundel draden zien die door een gebogen deel bij het achterportier van een auto geleid moet worden.

‘Een auto bedraden is niet makkelijk te automatiseren,’ legt Marks uit. ‘Je hebt er menselijke hersens en tastzin voor nodig om te weten of alles op zijn plaats zit en goed is aangesloten.’

Robotbenen zijn niet veel beter. In 1996 deed Veloso, de AI-robotspecialist van de Carnegie Mellon University, mee aan een wedstrijd om robots te ontwikkelen die in 2050 beter zouden kunnen voetballen dan mensen. Ze maakte dat jaar deel uit van een groep onderzoekers die het RoboCup-toernooi opzette om de vooruitgang een handje te helpen. Tegenwoordig is de RoboCup een geliefde traditie voor techneuten op verschillende continenten, maar niemand, ook Veloso niet, verwacht dat robots het binnenkort winnen van mensen.

‘Onze lichamen zijn ontzettend complexe machines,’ zegt Veloso. ‘We kunnen de zwaartekracht aan, we hebben bij het lopen met allerlei krachten te maken, soms krijgen we een duw en toch blijven we overeind. Het duurt nog lang voordat een tweevoetige robot net zo goed loopt als een mens.’

De ISO Robot Plug Planting Machine, hier bij Kwekerij Waalzicht, heeft drie robotarmen en maakt gebruik van zes groeibuizen als rails. Eén werknemer houdt een oogje in het zeil.

Foto van Spencer Lowell

Een koe wandelt een volautomatische melkrobot in op de Henri Willig-kaasboerderij in Katwoude. Een medewerker kan de productie bijhouden en de robot via een touchpad instructies geven.

Foto van Spencer Lowell

Robots zullen geen namaakmensen worden. We moeten met ze leren omgaan alsof het een nieuwe soort is, vindt Veloso – en de meeste robotbouwers doen hun best om robots te ontwerpen die rekening houden met menselijke gevoelens.

En niet alleen mensen passen zich aan de komst van robots aan. Taylor Farms werkt aan een nieuwe slasoort die de vorm heeft van een gloeilamp met een langere steel. Hij smaakt hetzelfde, hij is alleen zo ontworpen dat de vorm het voor een robot makkelijker maakt om een krop af te snijden.

Bossa Nova Robotics brengt een robot op de markt die in duizenden winkels in Noord-Amerika rondrijdt, waaronder vijfhonderd Walmarts, en de rekken scant om de voorraad bij te houden. De bouwers hebben nagedacht over een vriendelijk en benaderbaar uiterlijk. Uiteindelijk heeft hij nog het meeste weg van een draag bare airconditioner met een periscoop van twee meter hoog, zonder gezicht of ogen.

‘Het is een hulpmiddel,’ legt Sarjoun Skaff uit. Hij is een van de oprichters van Bossa Nova en hij en zijn ingenieurs wilden dat klanten het apparaat aardig zouden vinden, maar ook weer niet té aardig. Als de robot te industrieel of te ‘raar’ is, blijven de klanten weg. Is hij te vriendelijk, dan willen mensen juist met hem kletsen en spelen, wat hem ophoudt. Op de lange termijn moeten robots en mensen ‘een aantal gemeenschappelijke regels voor hun onderlinge contact afspreken’, zegt Ska. Zo leren mensen hoe ze de handelingen van de robot moeten interpreteren en hoe ze zich tegenover hem moeten gedragen. Voorlopig is het voor zowel robotbouwers als gewone mensen een kwestie van aftasten.

Buiten Tokio staat de fabriek van Glory, waar ze apparaten maken om geld te verwerken. Ik blijf even staan kijken naar een werkstation waar een team van negen werknemers een geldwisselapparaat in elkaar zet. Op een geplastificeerd vel papier staan de foto’s en namen van drie vrouwen, twee mannen en vier robots.

De stralend witte, tweearmige robots zouden de liefdesbaby’s van een koelkast en WALL-E kunnen zijn en zijn genoemd naar valuta.

Terwijl het team haastig allerlei onderdelen vastzet heeft een robot genaamd Dollar een aantal keer hulp nodig, onder andere wanneer hij een sticker niet van het beschermvel krijgt gepeuterd. Er gaat een rood lampje branden bij zijn werkstation, waarna er algauw een menselijke werknemer naar hem toekomt om het probleem te verhelpen.

Dollar heeft camera’s in zijn ‘polsen’, maar ook een hoofd met twee cameraogen. ‘Het concept was dat van een robot met een menselijke vorm,’ legt manager Toshifumi Kobayashi uit. ‘Vandaar dat hoofd.’

Die kleine aanpassing vonden de echte mensen niet meteen overtuigend, zegt teamleider Shota Akasaka (32). ‘Ik betwijfelde of hij het werk van een mens kon doen. Ik vroeg me überhaupt al af of hij een schroef zou kunnen vastdraaien. Maar zodra ik zag dat hij dat perfect kan, besefte ik dat er een nieuw tijdperk was aangebroken.’

In een vergaderkamer ten noordoosten van Tokio ontdek ik van hééL dichtbij hoe het is om met robots te werken – ik draag er een.

Het exoskelet dat ik aanheb, wordt gemaakt door het Japanse bedrijf Cyberdyne. Het bestaat uit twee met elkaar verbonden witte buizen die over mijn rug lopen, een riem om mijn middel en twee banden om mijn dijen. Ik buig naar voren om een bak water van bijna twintig kilo op te tillen, wat me pijn in mijn onderrug zou moeten opleveren. Maar de computer in de buizen heeft uit de verandering in mijn houding afgeleid dat ik iets ga optillen en de motortjes zijn aangeslagen om me te helpen. Meer ervaren gebruikers hadden elektroden gedragen, zodat het apparaat de signalen van hun hersenen aan hun spieren had afgelezen. 

De robot moet mijn rugspieren ondersteunen. Als ik door mijn knieën ga om vanuit mijn benen te tillen, zoals het hoort, doet hij weinig. Maar als hij werkt lijkt het wel tovenarij: ik voel het gewicht en dan ineens niet meer. 

Cyberdyne ziet kansen in de revalidatie; het bedrijf maakt ook een exoskelet voor het onderlichaam waarmee mensen kunnen leren hun benen weer te gebruiken. Veel producten ‘kunnen ook op de werkvloer worden toegepast, zodat mensen langer kunnen doorwerken en minder kans lopen op blessures,’ zegt woordvoerder Yudai Katami.

Sarcos Robotics maakt ook exoskeletten en denkt er net zo over. Volgens directeur Wolff  zijn mensen dankzij zijn apparaten productiever, ‘zodat ze de machines kunnen bijhouden die de automatisering mogelijk maken’.

Mindar is een robotincarnatie van Kannon, de godin van genade en compassie in het Japanse boeddhisme. Hier zien we haar met Tensho Goto, monnik in de Kodai-jitempel in Kyoto. Mindar is geproduceerd aan de Universiteit van Osaka en reciteert boeddhistische teksten.

Foto van Spencer Lowell

Zullen wij ons meer aan apparaten aanpassen dan andersom? Misschien moeten we wel. Robotbouwers dromen van machines die ons leven leuker maken, maar bedrijven hebben soms motieven om robots te installeren die dat niet doen. Een robot hoeft nooit met vakantie en arbeidsongeschikt kan hij ook niet raken. Daarbij is de belasting op arbeid in veel landen hoog, terwijl automatisering met belastingaftrek en andere maatregelen wordt gestimuleerd. Bedrijven kunnen dus geld besparen door minder mensen en meer machines in te zetten.

‘Je kunt veel subsidie krijgen als je machines neerzet, vooral digitale apparaten en robots,’ zegt Acemoglu. ‘Zo worden bedrijven aangemoedigd voor machines te kiezen in plaats van mensen, ook al doen die het niet beter.’ Bovendien zijn robots spannender dan mensen.

‘Onder techneuten en managers heerst tegenwoordig de overtuiging dat mensen lastig zijn,’ zegt Acemoglu. ‘Het idee bestaat dat je mensen niet nodig hebt. Ze maken fouten. Ze willen van alles. Laten we voor computers gaan.’

Toen Noah Read-Campbell besloot om robots te gaan bouwen, had zijn vader Scott Campbell daar aanvankelijk vraagtekens bij. Campbell senior, die zelf in de bouw had gewerkt, is in de wetgevende vergadering van de staat Vermont nu afgevaardigde voor het stadje St. Johnsbury. Hij geloofde al snel in het werk van zijn zoon, maar de inwoners van zijn kiesdistrict maken zich zorgen over robots, en dan gaat het niet alleen om de economische aspecten. Misschien kunnen we op een dag al ons werk door robots laten opknappen, zelfs het werk van een geestelijke, en zelfs sekswerk. Campbells kiezers willen dat er ook nog iets voor mensen overblijft – het werk waardoor ze zich gewaardeerd voelen.

‘Het gaat er niet om wat je met je werk verdient, maar wie je erdoor wordt,’ zegt Campbell. 

Een eeuw nadat ze letterlijk op het toneel verschenen, maken echte robots het leven van sommige mensen gemakkelijker en veiliger. En een beetje meer robotachtig. Voor veel bedrijven is dat een deel van de aantrekkingskracht. 

‘Elke bouwplaats is anders, en elke machinist is een kunstenaar,’ vindt Garav Kikani van Built Robotics. Machinisten houden van die afwisseling, opdrachtgevers wat minder. Die besparen tijd en geld wanneer ze weten dat een klus elke keer op dezelfde manier wordt aangepakt en niet afhankelijk is van persoonlijke beslissingen. Er zal in de bouw altijd behoefte zijn aan aanpassingsvermogen en vindingrijkheid, maar: ‘Met robots kunnen we ons werk standaardiseren en de taken waar robots geschikt voor zijn efficiënter aanpakken,’ aldus Kikani.

Wanneer iemand moet beslissen wie er voorrang krijgt, heeft de technologie geen antwoord paraat. Want hoe ze ook oprukken, met één taak kunnen robots ons niet helpen – beslissen hoe, wanneer en waar we ze gebruiken.

David Berreby schreef over verdeeldheid voor het speciale nummer over rassen (april 2018). Spencer Lowell legde voor NASA de bouw van Marsrover Curiosity vast.

Lees meer