Tussen de vijfenzeventig- en honderdduizend. Zo veel parachutesprongen vinden jaarlijks gemiddeld plaats in Nederland. Uitgaande van de laagste schatting zijn dat elke dag zo’n tweehonderd sprongen in het diepe.

Dat zoveel mensen het schijnbaar plezierig vinden om zonder enige aanleiding uit een vliegtuig te springen, bewijst hoe gek onze verstandhouding met angst is. De moderne mens maakt zichzelf graag bang – en met goede reden, zo blijkt.

Stress en opluchting

Onze biologische angstreactie is ongelofelijk complex, zegt Elias Aboujaoude, klinisch hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan Stanford Medicine en hoofd van de afdeling Angststoornissen. Er zijn onder meer neurotransmitters en hormonen bij betrokken die in de hersenen uiteenlopende emoties oproepen, van stress tot opluchting.

Onze lichamen zijn geëvolueerd om een vecht- of vluchtreactie in gang te zetten als we angst ervaren. Onze pupillen worden groter, zodat we beter kunnen zien, en onze bronchiën zetten uit, zodat de longen meer zuurstof kunnen opnemen, zegt Aboujaoude. Angst kan opwindend zijn, en we kunnen voldoening of zelfs trots ervaren als de bron van onze vrees weer verdwijnt.

De biologie van bang zijn

Het menselijk lichaam geeft adrenaline, dopamine en cortisol vrij op het moment dat het gevaar detecteert. Adrenaline verhoogt je hartslag, bloeddruk en ademhalingsfrequentie, en daar kun je ‘een krachtig en energiek gevoel van krijgen,’ aldus David Spiegel, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan Stanford Medicine.

De hoeveelheid cortisol – bekend als het stresshormoon – kan toenemen als we ons inspannen om uit een gevaarlijke situatie te ontsnappen. Cortisol kan zelfs glucose uit de lever vrijgeven, voor een extra dosis energie in geval van nood.

Zowel adrenaline als cortisol worden in verband gebracht met stress, wat kan leiden tot fysieke ongemakken als pijn op de borst, hoofdpijn of spierspanning, en emotionele symptomen als prikkelbaarheid en verdriet.

Dopamine daarentegen genereert juist gevoelens als plezier en genot, vaak al vóór we uit een angstige situatie zijn ontkomen. Dat we een angst potentieel zullen overwinnen, maakt dat er dopamine vrijkomt in de anticipatie daarvan, zegt Spiegel. Mensen die verslaafd zijn aan drugs kunnen door dopamine al een high ervaren tijdens de zoektocht naar drugs, zelfs voordat ze het daadwerkelijk hebben gebruikt. Een soort vroegtijdige beloning dus.

Wat angst leuk maakt

Of het nu een spookhuis of een parachutesprong betreft, volgens Aboujaoude kan angst vooral iets plezierigs worden als we weten dat we niet écht gevaar lopen.

‘Het wekt de illusie dat we het gevaar eigenhandig de baas zijn,’ zegt de hoogleraar. ‘De dreiging de kop indrukken voelt als een overwinning, en soms klopt dat ook – je angsten onder ogen zien kan helend werken.’

Maar het kan je ook ongevoelig maken voor situaties waarin daadwerkelijk gevaar dreigt, zegt Spiegel. ‘Sommige mensen zullen de thrill gaan opzoeken, terwijl ze dat beter niet zouden kunnen doen. Het brengt een zekere risicoanalyse met zich mee.’

Echt of nep

En niet iedereen maakt de juiste inschatting. Dat pretparken en spookhuizen zich in hun marketingstrategieën vooral op tieners en jongvolwassenen richten, is dan ook geen toeval.

‘Die leeftijdsgroep probeert grip te krijgen op hun sterfelijkheid – waar ze bang voor zijn en hoe ze die angst kunnen overwinnen,’ aldus Tok Thompson, hoogleraar antropologie aan USC Dornsife, die onder meer over spookverhalen onderwijst. ‘Het opzoeken van angst is vaak een sociale aangelegenheid. Jongeren testen zichzelf én de attractie. Spookt het echt in een spookhuis, of toch niet?’

Al wijst onderzoek uit dat dat eigenlijk niet uitmaakt. Bang worden we toch wel, ook bij doorgestoken kaart. Maar een zekere mate van realisme helpt. ‘Een echte slang is enger dan een virtual reality simulatie ervan,’ zegt Aboujaoude. ‘En een simulatie is op zijn beurt dan weer angstaanjagender dan een korrelige foto.’