Terwijl ik dit artikel schrijf ben ik herstellende van een griep. Afgelopen weekend nog lag ik futloos op de bank, mijn aandacht afwisselend bij het boek op mijn schoot en de telefoon in mijn hand. Het was lamlendigheid wat de klok sloeg – in de letterlijkste zin van het woord.
Want door mijn telefoon tegen beter weten in binnen handbereik te houden, herinnerde ik mezelf er zeker elke tien minuten aan hoe laat het was. Of beter gezegd: hoe vroeg. De dag sleepte voort en mijn griep ook. De tijd vliegt níet als je je verveelt, zullen we maar zeggen.
De invloed van tijdsperceptie op het lichaam
Dat ik psycholoog Peter Aungle van Harvard University deze week pas sprak, zou je dus beter laat dan nooit kunnen noemen. Samen met hoogleraar en mindfullnessexpert Ellen Langer onderzocht Aungle het effect van de waargenomen tijd op het fysieke herstelvermogen van het lichaam.
‘In 2016 publiceerde een van onze studenten een artikel waarin hij een dergelijk onderzoek verrichtte bij diabetespatiënten,’ vertelt Aungle me erover. ‘Hij ontdekte dat hun glucosewaarden daalden aan de hand van de tijd die ze dáchten dat er verstreken was, niet op basis van de daadwerkelijk verstreken tijd. Wij vroegen ons af: zou het lichaam op een vergelijkbare manier reageren als het gaat om genezing?’
Hoe sneller, hoe eerder
In hun onderzoek, dat afgelopen maand werd gepubliceerd in Scientific Reports, verwondden Aungle en Langer hun respondenten met een techniek die cupping heet. Door de huid met warme glaasjes vacuüm te trekken, ontstaan er kleine bloedinkjes aan het huidoppervlak, die na verloop van tijd vanzelf genezen. ‘Vervolgens creëerden we drie verschillende omstandigheden,’ legt Aungle uit. ‘Eentje waarbij de tijd half zo snel leek te verstrijken, een waarbij de tijd als normaal verstreek, en een waarbij de tijd twee keer zo snel leek te gaan. En dat terwijl de werkelijk verstreken tijd elke keer precies 28 minuten bedroeg.’
Wellicht voel je al aankomen hoe laat het is. Aan het einde van hun onderzoek concludeerden Aungle en Langer dat de respondenten in de snelle tijdsconditie gemiddeld het eerst van hun verwondingen af waren. ‘Vanaf daar liep het min of meer op volgorde, met iets minder genezing in de normale tijdsconditie en de minste in de langzame,’ zegt Aungle.
‘We hebben dit experiment in een gecontroleerde omgeving uitgevoerd. De respondenten moesten al hun spullen bij ons inleveren – ook hun horloge. Zogenaamd zodat ze niet afgeleid zouden raken. Dat we de tijd manipuleerden (door de timer op de tablet waar de respondenten mee werkten anders af te stellen, red.), had niemand in de gaten. Toch was het effect op de genezing van hun wonden significant.’
De verbinding tussen lichaam en geest
Dat lichaam en geest bij zijn respondenten nauw met elkaar in verbinding bleken te staan, is voor Aungle niet meer dan logisch. ‘Dat er een duidelijke grens bestaat tussen mentale en fysieke gezondheid, is een heel recent idee,’ zegt hij. ‘Gedurende het overgrote deel van onze geschiedenis bestond dat onderscheid helemaal niet. Bovendien zijn dingen als tijd, verwonding en heling allemaal abstracte concepten die wij als mensen hebben gecreëerd om onszelf en de wereld beter te begrijpen. Dat begrip raakt ingebed in de associaties die we met onze gezondheid hebben. Duurde het de vorige keer een week voordat een bepaalde schram of snee genas? Dan nu vast ook weer.’
Of mijn huisarts mij een verbod op klokkijken had moeten voorschrijven toen ik me met koorts bij hem meldde? ‘Dat is een leuke vraag,’ zegt Aungle lachend. ‘Of we onze perceptie van tijd kunnen manipuleren om het effect uit ons onderzoek in de echte wereld te reproduceren, durf ik niet te zeggen. Maar het is zeker een interessant perspectief!’
Wie weet inspireert mijn griep tot vervolgonderzoek op Harvard. De tijd zal het leren.












