Wat als een Amerikaanse president niet wil vertrekken?

Nooit eerder heeft een Amerikaans staatshoofd geweigerd om aan het einde van zijn termijn de macht over te dragen. Dit is waarom dat ook nu waarschijnlijk niet gaat gebeuren.

Gepubliceerd 23 nov. 2020 16:10 CET, Geüpdatet 23 nov. 2020 19:06 CET
De Amerikaanse president Donald Trump luistert tijdens een bijeenkomst in Washington DC, in juni 2020. Hoewel ...

De Amerikaanse president Donald Trump luistert tijdens een bijeenkomst in Washington DC, in juni 2020. Hoewel Trump tot nu toe de verkiezingsoverwinning van voormalig vicepresident Joe Biden weigert te erkennen, zijn er clausules in de Grondwet vastgelegd die voorkomen dat hij langer aanblijft dan zijn wettelijke ambtstermijn toelaat.

Foto van Doug Mills, The New York Times/Bloomberg/Getty

Sinds de dag dat de grote Amerikaanse media tot de slotsom kwamen dat voormalig vicepresident Joe Biden de verkiezingen had gewonnen, hebben de woorden en daden van president Donald Trump bij sommige waarnemers de vrees gewekt dat hij weleens zou kunnen weigeren om de macht over te dragen. Maar volgens experts in constitutioneel recht zijn er clausules die ervoor zorgen dat iedere president na het einde van zijn ambtstermijn ook daadwerkelijk vertrekt. Als die ingebouwde procedures niet zouden werken, zou de VS in een veel ernstiger constitutionele crisis belanden.

Hoewel het proces waarmee de verkiezingsuitslag officieel wordt geverifieerd en bevestig nog in volle gang is, is uit het aantal stemmen dat in de diverse staten is uitgebracht inmiddels gebleken dat Biden de verkiezingen overduidelijk heeft gewonnen. In de moderne tijd zou iedere presidentskandidaat die met zó’n duidelijk marge had verloren, rond deze tijd allang zijn nederlaag hebben toegegeven. (Formeel werd het gebruik dat de verliezer zijn nederlaag in het openbaar toegaf pas in 1896 onderdeel van het verkiezingsritueel, toen de Republikein William McKinley de Democraat William Jennings Bryan versloeg.)

Tot dusver heeft Trump zijn nederlaag nog niet willen erkennen en zijn campagneteam heeft in enkele grote staten waar het erom heeft gespannen (battleground states) zo’n vijftien rechtszaken aangespannen, op grond van onbewezen vermoedens van onregelmatigheden. Veel van deze rechtszaken berusten op zulke flinterdunne aanwijzingen dat ze meteen door de rechter zijn verworpen.

(In de moderne tijd heeft geen enkele Amerikaanse presidentskandidaat geweigerd zijn nederlaag toe te geven. En dat is belangrijk.)

Hoewel het in de Amerikaanse geschiedenis volstrekt uniek zou zijn als een president na een verkiezingsnederlaag zou weigeren af te treden, hebben ingewijden zich al sinds de Constitutional Convention van 1787 in Philadelphia, waar de huidige Amerikaanse Grondwet werd opgesteld, gebogen over de vraag hoe de presidentiële macht onder controle gehouden kon worden. “Het was een bron van verhitte debatten en grote zorg,” zegt Rick Pildes, professor constitutioneel recht aan de rechtenfaculteit van de New York University.

“Maar ik denk niet dat de opstellers van de Grondwet hebben gesproken over de mogelijkheid dat een president zou proberen om na zijn ambtstermijn op een of andere manier aan te blijven of dat ze zich die mogelijkheid zelfs maar hebben voorgesteld,” zegt Pildes. In de Amerikaanse Grondwet staat dan ook niets dat op zo’n specifiek scenario van toepassing is. Maar er zijn wel clausules die ervoor zorgen dat het niet zal gebeuren.

Gedurende een presidentiële ambtstermijn zijn er twee manieren om de president uit zijn ambt te ontzetten: ‘impeachment’ en het 25e Amendement, waarin wordt bepaald hoe het Congres de president uit zijn ambt kan ontzetten als hij wegens ziekte of om andere redenen zijn functie niet langer kan uitoefenen. Geen van beide mogelijkheden zijn van toepassing op een president die langer wil aanblijven dan zijn ambtstermijn toelaat, want zo iemand zou in die situatie geen president meer zijn; volgens de Amerikaanse Grondwet mag een president niet langer dan vier jaar in het ambt blijven en eindigt zijn termijn na een verkiezingsjaar op 20 januari. Hieronder zetten we op een rijtje hoe de machtsoverdracht in de Grondwet is geregeld en hoe deze bepalingen op dit jaar van toepassing zijn.

Een vaste einddatum

Op de Constitutional Convention van 1787 werd over de lengte van de presidentiële termijn verwoed gedebatteerd. Sommige afgevaardigden waren voorstander van een termijn van drie jaar, anderen wilden dat een president zeven jaar zou aanblijven. Alexander Hamilton, een uitgesproken federalist die geloofde in een sterk centraal gezag, pleitte zelfs voor een ambtstermijn voor het leven.

Hamiltons idee werd verworpen door de overige afgevaardigden, die er niet over piekerden een stelsel te creëren dat deed denken aan de staatsvorm waartegen ze nu juist in opstand waren gekomen: monarchieën onder vorsten die tot hun dood regeerden. In zijn aantekeningen over de conventie omschreef James Madison het voorstel van Hamilton als vrijbrief voor de instelling van een “gekozen vorst.”

Uiteindelijk kwamen de afgevaardigden tot een compromis: een ambtstermijn van vier jaar, die als zodanig is vastgelegd in Artikel II, Sectie I van de Amerikaanse Grondwet. Hamilton besloot deze oplossing te verdedigen in zijn Federalist Papers, een reeks essays waarin hij de afzonderlijke staten probeerde te bewegen tot ratificatie van de nieuwe Grondwet. Hij stelde dat een president in vier jaar tijd net genoeg veranderingen kon doorvoeren en dat het vooruitzicht op een mogelijke herverkiezing tot “goed gedrag” zou aansporen.

Technisch gesproken eindigt de ambtstermijn van een Amerikaans president op de dag dat zijn opvolger wordt ingezworen, op Inauguration Day. Ruim een eeuw lang vond de inauguratie van de president altijd in maart plaats, maar met de ratificatie van het 20e Amendement in 1933 werd bepaald dat de ambtstermijnen van de president en de vicepresident “op het middaguur” van de 20e januari ten einde dienden te lopen. Ook als een president wordt herkozen, vormt deze dag een duidelijke scheidslijn tussen zijn eerste en tweede termijn. En sinds de eerste president, George Washington, hebben presidenten na hun herverkiezing op Inauguration Day telkens opnieuw de eed afgelegd.

Wat betekent dat voor 2021?

Op 20 januari 2021 zal de winnaar van de presidentsverkiezingen van 2020 worden ingezworen. En hoewel de staten momenteel nog bezig zijn met het certificeren van het verkiezingsresultaat en het Kiescollege (het comité van ‘electors’, die bij de presidentsverkiezingen per staat zijn gekozen) pas op 14 december bijeenkomt om de verkiezingsuitslag te bevestigen, is de zege van Biden volgens experts overduidelijk: 79,5 miljoen stemmen zijn op de voormalige vicepresident uitgebracht, 73,6 miljoen op de president. In het Kiescollege zelf is de marge ten gunste van Joe Biden aanzienlijk.

“Ik denk dat de duidelijkheid van Bidens overwinning genoeg is om eventuele hertellingen te overleven,” zegt Lawrence Douglas, professor in de rechten, jurisprudentie en sociale filosofie aan het Amherst College en auteur van het boek Will He Go?, waarin hij meerdere scenario’s bespreekt waarin Trump na een krappe verkiezingsuitslag zou trachten om aan de macht te blijven.

Douglas denkt niet dat een van deze scenario’s nog van toepassing is en zegt dat hertellingen het eindresultaat doorgaans met niet meer dan een paar honderd stemmen veranderen, terwijl Biden in alle ‘battleground states’ met tienduizend of meer stemmen leidt. De rechtszaken zijn volgens hem “echt zinloos en frivool, want ze bieden geen enkel realistisch uitzicht op het beïnvloeden van de uitslag.” Zelfs als sommige Republikeinen op 6 januari bezwaar zouden maken, dus op de dag waarop het Kiescollege zelf stemt en formeel de president kiest, denkt Douglas niet dat er ook maar iets zal veranderen.

Wanneer Biden op Inauguration Day wordt ingezworen, wordt Donald Trump weer een gewone burger. Als Trump zou proberen om aan te blijven, zou Biden als nieuwe opperbevelhebber het gezag hebben om het leger of de Secret Service opdracht te geven Trump met zachte dan wel harde hand uit het Witte Huis te verwijderen. Op Inauguration Day komt er einde “aan de ambtstermijn van de huidige president, en dat is dat,” zegt Pildes. Trump “zou op dat punt huisvredebreuk plegen.”

En als de uitslag nog wordt betwist?

In het onwaarschijnlijke geval dat de uitslag van welke presidentsverkiezing dan ook op Inauguration Day nog altijd wordt betwist, kan het Congres worden verzocht om een oplossing te zoeken en zou er op basis van de Presidential Succession Act tijdelijk een interim-president worden aangesteld. 

In de eerste Presidential Succession Act van 1792 werd de tijdelijk voorzitter van de Senaat aangewezen als opvolger van de president of de vicepresident, mochten zij als gevolg van “de dood, aftreden, ontzetting uit het ambt, onvermogen of ongeschiktheid” wegvallen. In 1886 bepaalde het Congres dat de minister van Buitenlandse Zaken de eerste opvolger zou zijn.

In 1947 ondertekende Harry Truman de Presidential Succession Act zoals die vandaag de dag in de VS geldt: de voorzitter (‘Speaker’) van het Huis van Afgevaardigden is nu de eerste vervanger van de president, gevolgd door de tijdelijk voorzitter van de Senaat en de leden van het kabinet in de volgorde waarin hun departementen zijn ingesteld.

Er is nog nooit een beroep gedaan op de Presidential Succession Act en volgens Douglas is het zeer onwaarschijnlijk dat de wet op Inauguration Day een rol zal spelen.

Het belang van normen

“Ik kan me niet voorstellen dat Trump ooit zal erkennen dat hij de verkiezingen heeft verloren, maar ik kan me wél voorstellen dat hij zich bij zijn nederlaag neerlegt,” zegt Douglas. Dat onderscheid is volgens hem van groot belang. Ook nadat hij zijn ambt heeft neergelegd, zal Trump waarschijnlijk blijven beweren dat hij de verkiezingen heeft gewonnen om een sterke band met zijn volgelingen te onderhouden en mogelijk zelfs een comeback in 2024 te overwegen.

Maar waarom zijn er geen specifieke voorzieningen in het staatsrecht vastgelegd die moeten voorkomen dat een president zijn ambtstermijn overschrijdt? Pildes vindt niet dat deze omissie een fout is van de opstellers van de Amerikaanse Grondwet.

“Dit is in de hele geschiedenis van de Verenigde Staten nog nooit voorgekomen, dus ze hadden gelijk toen ze dachten dat het een niet erg waarschijnlijk scenario was,” zegt hij.

Douglas is het daarmee eens en vindt bovendien dat elk rechtssysteem berust op een stelsel van normen, waaronder het erkennen van het verlies bij verkiezingen en de vreedzame overdracht van de macht. Als genoeg mensen zich niet meer aan deze normen houden, kan het stelsel langzaam worden uitgehold.

(In de VS is nog nooit een presidentsverkiezing uitgesteld – zelfs niet tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, de Spaanse Griep en de Grote Depressie.)

“De constitutionele democratie berust op de gedachte dat mensen vertrouwen hebben in de fairness van het verkiezingsproces en de uitslagen kunnen vertrouwen,” zegt Douglas. “Maar als de president zelf, dus niet een of ander marginaal groepje, het volk voorhoudt dat met het systeem is geknoeid en dat de uitslagen onbetrouwbaar zijn, dan is dat een ongelooflijk gevaarlijke boodschap om te verspreiden.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.