Het curlingtoernooi op de Olympische Spelen in Italië wordt al dagen overschaduwd door een opvallend incident: Canada zou hebben valsgespeeld in de wedstrijd tegen Zweden. Dat zorgt voor veel ophef, juist in een sport die bekendstaat om fair play. Toch is valsspelen geen nieuw fenomeen op de Spelen. In de ruim 125 jaar dat de moderne Olympische Spelen bestaan, hebben fraude, bedrog en onsportief gedrag vaker tot schandalen geleid. Deze zes springen eruit.
1. Het eerste olympische dopingschandaal
De Zweed Hans-Gunnar Liljenwall verwierf na de Zomerspelen van 1968 wereldwijde bekendheid als de eerste atleet die op de Olympische Spelen werd gediskwalificeerd wegens dopinggebruik.
Leestip: Van Olympia tot Milaan-Cortina: hoe de Winterspelen een eigen podium kregen
Van anabole steroïden of andere prestatiebevorderende middelen was echter geen sprake: Liljenwall had twee biertjes gedronken om zijn zenuwen onder controle te krijgen voor het onderdeel pistoolschieten. Alcohol was het jaar daarvoor door het Olympisch Comité toegevoegd aan de lijst van verboden middelen, en het Zweedse team moest zijn bronzen medailles inleveren.
2. De controverse rond Tonya Harding
Het schandaal in de aanloop naar het kunstschaatstoernooi bij de Winterspelen van Lillehammer in 1994 geldt nog altijd als een van de schokkendste sportaffaires uit de olympische geschiedenis. Tijdens het toernooi zou de Amerikaanse Tonya Harding het opnemen tegen haar grote concurrente Nancy Kerrigan. Maar tijdens een trainingssessie in de maand voor de Spelen werd Kerrigan aangevallen door een man met een wapenstok.
De man sloeg Kerrigan op haar knie en liet haar kermend van de pijn achter. Later bleek dat de aanval was georganiseerd door Hardings ex-man, die iemand had ingehuurd om Kerrigan te blesseren. Of Harding zelf bij het complot betrokken was, blijft tot op de dag van vandaag onderwerp van discussie. Kerrigan herstelde voldoende en won zilver in Lillehammer, terwijl Harding als achtste eindigde en later voorgoed werd verbannen van toekomstige wedstrijden.
3. De marathonfraude van Fred Lorz
De olympische marathon tijdens de Spelen van 1904 in St. Louis moet een van de meest chaotische onderdelen zijn geweest die het toernooi ooit heeft gekend. De race werd gelopen in een hitte van 32 graden Celsius, over stoffige wegen en met slechts beperkte waterpunten.
Leestip: Zo zagen de allereerste Olympische Winterspelen in 1924 eruit
Nadat meerdere deelnemers uitvielen, werd Fred Lorz uitbundig onthaald toen hij als eerste over de finish kwam. Hij werd al gefeliciteerd met zijn ogenschijnlijk historische prestatie, toen het olympisch bestuur ter ore kwam dat hij had valsgespeeld: Lorz had een lift gekregen van zijn trainer en achttien kilometer van het parcours per auto afgelegd. Toen de auto motorpech kreeg, ging hij te voet verder.
Lorz’ verklaring was dat het slechts om een grap ging, maar de wedstrijdleiding was woedend. Thomas Hicks, die als tweede finishte, werd uiteindelijk uitgeroepen tot winnaar.
4. De aangepaste degen van Boris Onishchenko
Boris Onishchenko was een atleet uit de Sovjet-Unie die tijdens de Spelen van 1976 in Montréal meedeed aan de moderne vijfkamp. Tijdens dit onderdeel namen atleten het tegen elkaar op in de disciplines schieten, schermen, zwemmen, paardrijden en hardlopen.
Tijdens het onderdeel schermen viel de Britse tegenstanders echter iets vreemds op: zelfs zonder zijn tegenstander te raken ontving Onishchenko punten. Na onderzoek bleek dat hij zijn degen had gemodificeerd met een verborgen schakelaar.
Hoewel de schermapparatuur normaal enkel punten toekende wanneer de punt van de degen direct in contact kwam met de tegenstander, kon Onishchenko dit systeem met een druk op de knop omzeilen. Na de onthulling werd het Sovjetteam, dat gold als grote favoriet, gediskwalificeerd.
5. Ben Johnsons doping op de 100 meter sprint
Ben Johnson was een Canadese sprinter die aan het einde van de jaren tachtig uitgroeide tot een absolute wereldster. Een belangrijke reden daarvoor was zijn bijzondere prestatie op de 100 meter sprint tijdens de Olympische Spelen in Seoel: Johnson, met de hand in de lucht op de foto bovenaan, won goud met een tijd van 9,79, toentertijd een wereldrecord.
Leestip: Van volle tribunes naar verlaten ruïnes: zo zien oude olympische arena’s er nu uit
Canada was dolenthousiast; Johnson had de andere favoriet, de Amerikaan Carl Lewis, overtuigend verslagen. Deze vreugde was echter van korte duur: drie dagen later testte Johnson positief op stanozolol, een anabole steroïde. Zijn medaille werd ingetrokken en zijn record nietig verklaard. Zijn reputatie was voorgoed geschaad, en tot op de dag van vandaag geldt dit als een van de grootste dopingschandalen in de moderne atletiek.
6. Staatsdoping van het Russisch Olympisch Team
In 2016 werd onthuld dat Rusland tijdens meerdere Olympische Spelen en wereldkampioenschappen een door de staat georganiseerd en aangestuurd dopingprogramma had opgezet. Volgens onderzoekers werden positieve urinemonsters van Russische atleten na dopingtests vervangen door ‘schone’ monsters via een geheime opening in het testlaboratorium.
De gevolgen waren ingrijpend. Tijdens de Spelen van 2018 mochten sommige Russische atleten alleen onder neutrale vlag deelnemen. De nasleep werkt bovendien nog altijd door: verschillende biatleten ontvingen tijdens de Spelen van 2026 alsnog hun olympische medailles, nadat de resultaten van Jevgeni Oestjoegov ongeldig waren verklaard. Martin Fourcade kreeg daardoor goud in plaats van zilver. Ook de Duitse estafetteploeg ontving alsnog goud voor Sotsji.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!



