Dit weekend barst het carnaval weer los in grote delen van Nederland en België. Vooral in Brabant, Limburg en Vlaanderen vullen de straten zich met kleurrijke kostuums, praalwagens en lange nachten vol muziek. Maar achter het feestgedruis schuilt een geschiedenis die veel verder teruggaat dan confetti en carnavalskrakers. Waar komt carnaval vandaan?
De katholieke wortels van carnaval
Over de herkomst van carnaval bestaan verschillende theorieën. Vaak wordt het feest gelinkt aan de katholieke traditie. In de veertiende en vijftiende eeuw is carnaval hét moment om stoom af te blazen voordat de vastentijd begint, die aanhoudt tot Pasen. De naam ‘carnaval’ zou kunnen komen van het Latijnse carne vale, oftewel ‘vaarwel vlees’.
Toch reiken de wortels van carnaval verder dan het christendom. In de Middeleeuwen probeerden kerkelijke autoriteiten de uitbundigheid van het feest geregeld in te perken. Niet het bestaan van carnaval zelf stond ter discussie, maar vooral de excessen die ermee gepaard gingen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Sommige historici zien parallellen tussen carnaval en oudere winter- en lentefeesten in Europa, zoals de Romeinse saturnaliën. Of er sprake is van directe continuïteit is echter onderwerp van debat. Vast staat dat carnaval in de Middeleeuwen stevig werd verankerd in de christelijke kalender, als overgangsmoment vóór de vastentijd.
Carnaval is niet alleen een gelegenheid om uitgebreid te eten en drinken, maar ook een kans om lokale machthebbers op de hak te nemen. Het feest draait om sociale omkering: iedereen is gelijk en gezag mag worden bespot. Die traditie leeft voort, carnaval blijft ook tegenwoordig een moment om even te ontsnappen aan de regels van het dagelijks leven.
Italië als Europees carnavalscentrum
In de Middeleeuwen en de Renaissance vinden de grootste carnavalsvieringen van Europa plaats in Italië. Dat gebeurt in een tijd waarin de kerk de heidense en christelijke elementen van carnaval samen wil voegen.
Leestip: Wat waren de belangrijkste feestdagen van de Romeinen – en hoe vierden ze die?
In de twaalfde eeuw is de Monte Testaccio in Rome het belangrijkste carnavalsdecor. Deze heuvel staat bekend als de ludus carnevalarii en is het podium voor duels, steekspelen en stierengevechten.
In de achttiende eeuw is carnaval razend populair. Venetië is het middelpunt van de feesten, waarbij steeds vaker maskers gedragen worden. De Venetiaanse carnavalsmaskers, zoals de bauta en de moretta, ontwikkelden zich uit middeleeuwse tradities van vermomming en sociale anonimiteit. Hoewel ze soms worden verward met de latere pestmaskers met snavel, hebben ze een andere oorsprong en functie.
Door hun kostuums waren mensen, van de lagere klassen tot de adel, onherkenbaar én voor even gelijk. Het wekenlange festival bood bovendien een tijdelijke ontsnapping aan de sociale spanningen van die tijd, waarin verschillen tussen arm en rijk scherp voelbaar waren.
Carnaval buiten Europa
Wie aan het hedendaagse carnaval denkt, kan niet om Rio de Janeiro heen. In de Braziliaanse stad wordt elk jaar flink uitgepakt met drukbezochte optochten. Het carnaval werd in de zestiende eeuw door Portugese kolonisten meegebracht en is sindsdien niet meer uit het straatbeeld verdwenen.
Oorspronkelijk viert de Portugese elite carnaval met maskers, kostuums en feesten, net zoals in Europa. Later krijgen ook Afrikaanse en inheemse invloeden voet aan de grond, waardoor het Braziliaanse carnaval een uniek karakter krijgt.
Leestip: Dionysos was meer dan alleen een ‘feestgod’
Ook de Amerikaanse stad New Orleans viert met Mardi Gras op grootste wijze een eigen versie van carnaval. Dit feest ontstaat tijdens de Franse koloniale periode in de achttiende eeuw. Ook hier raken verschillende culturen vermengd, wat leidt tot een eigen feest met kleurrijke kostuums, krewes (sociale clubs die de parades organiseren) en straten vol jazzmuzikanten.
Een verboden feest in Nederland
Dat carnaval tegenwoordig zo uitbundig wordt gevierd in Nederland, is niet vanzelfsprekend. Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw ontstaat er een kerkbreuk tussen protestanten en katholieken. In protestantse gebieden wordt het carnaval sterk teruggedrongen en verdwijnen openbare vieringen grotendeels uit het straatbeeld. In katholieke gemeenschappen blijft de traditie echter voortbestaan, zij het vaak in bescheidenere vorm.
Ook in de zuidelijke provincies verdwijnen de optochten lange tijd van het toneel. Met de Franse overheersing onder Napoleon Bonaparte eind achttiende eeuw komt hier langzaam verandering in. Godsdienstvrijheid maakt het mogelijk om de feestelijke traditie weer naar het publiek te brengen.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de populariteit van het feest verder toe. Door de toenemende welvaart worden de vieringen steeds uitbundiger en groeit het carnaval uit tot het feest dat we vandaag de dag nog steeds vieren.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!



