België

Sporen van de Grote Oorlog

Tien jaar geleden was mijn reis naar het voormalige oorlogsfront in de Vlaamse Westhoek een indringende ervaring, die me nooit meer heeft losgelaten. Nu wilde ik weten hoe het leven áchter het front er was. donderdag, 9 november

Door Robbert Vermue
Foto's Van Robbert Vermue

In België is het frontgebied van de Eerste Wereldoorlog samengebald in het zuidwestelijke puntje van Vlaanderen, rond het stadje Ieper in de Westhoek. Tien jaar geleden mocht ik al eens een reportage schrijven voor het Magazine over het herinneringslandschap in de streek. In augustus is het honderd jaar geleden dat de oorlog uitbrak, reden waarom ik er de afgelopen maanden opnieuw een handvol keren ben geweest, ter voorbereiding van twee nieuwe verhalen. Dit keer wilde ik te weten komen hoe het leven áchter het front eruitzag: waar soldaten rust en enig comfort vonden, hoe de haveloze vluchtelingen een veilig heenkomen zochten en hoe de ziekenverzorging van de gewonde soldaten werd aangepakt.

Al deze aspecten komen samen in het stadje Poperinge, gedurende het grootste deel van de oorlog een Britse garnizoensplaats. Hier hadden officieren en soldaten ieder hun eigen cafés en rustplaatsen. Een uitzondering was Talbot House: militairen van alle rangen waren welkom in de Everyman’s Club. Vandaag de dag kan de bezoeker het museum achter Talbot House bezoeken en in het huis zelf voor een habbekrats overnachten. Ik ontmoette warden Gerald Beevers, een van de vele vrijwilligers die namens de stichting Talbot House bezoekers ontvangen en rondleiden door het huis. Zeker tussen maart en oktober is het er een drukte van belang. Niet alle gasten zijn even geëngageerd met de oorlog, vertelt Beevers. “Sommigen hebben er geen belangstelling voor. Ze zien Talbot House vooral als goedkoop hotel. ‘De douche doet het niet goed’, klagen ze soms. Tegen de Engelsen, die normaal toch goed op de hoogte zijn van wat de oorlog heeft betekend, zeg ik dan: het is hier is nog altijd stukken beter dan wat de soldaten hadden.”

Het werken met kenners van de oorlog die mij enigszins wegwijs maakten in de streek, was niet altijd gemakkelijk. Dat ondervond ik al tien jaar geleden, maar nu, met de herinnering van honderd jaar oorlog in het vooruitzicht, lijkt er meer dan ooit een scheiding der geesten te bestaan tussen hen die vooral de onvoorstelbare verschrikkingen en het menselijk leed van de oorlog benadrukken en daarmee de oorlog beschouwen als een blijvende les voor de toekomst, en degenen die overwegend geboeid zijn door de militaire aspecten en die de oorlog duiden in de (tijd)geest van toen. Veel heeft te maken met de verdeling van, soms aanzienlijke, subsidies voor allerlei projecten in het kader van de herdenking. Zoals twee betrokkenen mij afzonderlijk vertelden: “De oorlog in de Westhoek gaat nog altijd door.”

Maar de Westhoek is meer dan oorlog. Hieronder volgen enkele tips voor een bezoek aan de streek rond Poperinge en Ieper, een stukje Vlaanderen dat getekend is door de veldslagen van toen, maar waar onder meer het goede eten en de schoonheid van het landschap, zoals in de regio Heuvelland tegen de Franse grens, aan de aandacht van geen enkele bezoeker ontsnappen.

Reisgids

In de periode 2014-‘18 worden er in heel de Vlaamse Westhoek talloze evenementen georganiseerd die in het teken staan van honderd jaar Eerste Wereldoorlog. Veel van deze evenementen zijn terug te vinden op de website van de toeristische dienst van Ieper en Poperinge. Een kleine greep hieruit en plaatsen die verder het bezoeken waard zijn, zijn hieronder uitgelicht.

In Flanders Fields Museum, Grote Markt, Ieper

Het In Flanders Fields Museum (IFFM) in de Lakenhallen in Ieper is een onvermijdelijk ankerpunt voor wie zich wil verdiepen in de oorlog. Hier geen groots militair vertoon en materieel: het museum legt de nadruk op de menselijke ervaring. Het IFFM heeft een indringende vaste tentoonstelling – volledig vernieuwd in 2012 – met behalve veel aangrijpend beeldmateriaal, geprojecteerde kaarten en videopresentaties ook interactieve elementen. Zo kun je met een polsbandje-met-chip het levensverhaal van een soldaat volgen op een van de beeldschermen in de expositieruimte. In de loop de herinneringsjaren 2014-’18  richt het museum steeds nieuwe, tijdelijke tentoonstellingen in die betrekking hebben op een oorlogsepisode die dan precies honderd jaar teruggaat. De winkel van het museum heeft een ruime keuze aan boeken over de oorlog, en kaarten met onder meer toeristische routes.

Last Post, Menenpoort, Ieper

Elke avond om 20.00 uur blaast de plaatselijke brandweer in Ieper de Last Post onder de Menenpoort, een groot monument ter nagedachtenis van bijna 55.000 soldaten uit het Britse Gemenebest die sneuvelden en niet meer konden worden geïdentificeerd. Wees op tijd, want het evenement trekt – zeker bij goed weer – tegenwoordig algauw tweeduizend bezoekers. Hier lees je meer informatie in het Engels.

Hopmuseum Poperinge

In 2005 werd het Hopmuseum aan de Gasthuisstraat in Poperinge volledig gerenoveerd. In een enorm gebouw waar vroeger hop werd gestapeld, drie etages hoog, doorloop je er de hele geschiedenis van de hopteelt, die in België is geconcentreerd in de Westhoek. Hop, ‘hommel’ in het West-Vlaams, wordt van oudsher toegevoegd aan – veelal lokaal gebrouwen – bier om het nat zijn bittere smaak en aroma te geven, en om het langer houdbaar te maken. Nog overal in de streek zie je de karakteristieke ‘draadvelden’ van de hopboerderijen, waar de hennepachtige plant zich langs verticaal opgespannen draden tot acht meter de hoogte indraait. Rond september worden de planten neergehaald en worden de ‘bellen’ (vruchtkegels) eruit geplukt. In het museum vind je ook een grote wand met flessen van alle in België gebrouwen bieren. Enkele trappistenbieren uit de streek, zoals die uit de Sint-Sixtusabdij in Westvleteren, worden tot de absolute wereldtop gerekend.

Talbot House, Poperinge

Even verderop in de Gasthuisstraat staat het Talbot House, een oude soldatenclub die nog grotendeels in originele staat is. Onder de bezielende leiding van legeraalmoezenier Tubby Clayton kwamen in de ‘Every Man’s Club’ Britse soldaten én officieren op verhaal – uniek in het toen strikt hiërarchische Britse leger. Achter het huis, in het voormalige hopmagazijn dat tijdens de oorlog ook dienstdeed als Concert Hall, is een museum ingericht met een tentoonstelling over het leven achter het front in Poperinge en omstreken: van de ziekenverzorging tot het uitgaansleven van de rustende soldaten en de vele vluchtelingen die in de omgeving onderdak zochten. Op de eerste en tweede etage van het huis kunnen bezoekers overnachten in een van de – sober ingerichte – kamers waar destijds ook de soldaten een welverdiende nacht rust konden vinden.

Tentoonstelling Militaire Begraafplaats Lijssenthoek, Poperinge

Lijssenthoek Military Cemetry is met zo’n 10.800 graven niet alleen de op één na grootste Britse begraafplaats in België, maar wijkt ook in ander opzicht af van de meeste in de Westhoek. Behalve soldaten uit het Britse Gemenebest liggen hier onder meer ruim tweehonderd Duitse graven. Het markantst is nog wel dat hier slechts enkele tientallen graven zonder naam liggen. Dat heeft een reden. Lijssenthoek ligt langs de weg van Poperinge naar grensdorp Abele, waar vroeger een belangrijke spoorlijn lag die Poperinge verbond met het achterland. Naast de plek waar nu de begraafplaats ligt, bevond zich vroeger een viertal geallieerde veldhospitalen waar, op zo’n vijftien kilometer van het front, soldaten per spoor aankwamen om er te worden verzorgd. De gewonden werden daarna ofwel teruggestuurd naar het front, of doorgestuurd naar grote ziekenhuizen verder achter het front, of in 3% van de gevallen, ter plekke begraven als verdere verzorging zinloos werd geacht – ongeacht hun nationaliteit. Zo ontstond het huidige Lijssenthoek, waar vrijwel elke militair die hier overleed onder zijn naam was geregistreerd. In 2012 werd er een fraai, modern bezoekerscentrum geopend met indringende historische opnamen van de hospitalen, portretten en biografische verhalen van de begraven soldaten en een schat aan informatie over de ziekenverzorging tijdens de oorlog.

Dodencellen, Stadhuis Poperinge

In vier jaar tijd executeerde het Britse leger langs het westelijke front 346 soldaten – er zaten vrijwel geen officieren tussen – vanwege vermeende lafheid, desertie of moord. In de kleine Westhoek alleen al waren het er 69. Enkelen van hen werden in Poperinge 24 uur lang in speciaal ingerichte cellen geplaatst in het stadhuis, waar destijds het Belgische hoofdkwartier van het Britse leger was gevestigd. Vóór zonsopkomst werden de veroordeelden door een vuurpeloton gefusilleerd. Sommigen onder hen leden aan de psychische aandoening shellshock, die pas later in de oorlog als zodanig werd (ond)erkend. Enkele jaren geleden verleende de Britse regering de geëxecuteerden postuum eerherstel. Achter het stadhuis zijn twee originele cellen te bezichtigen. In een ervan wordt op een muur een video geprojecteerd, waarop een acteur indringend laat zien hoe de laatste wanhopige 24 uur van een veroordeelde soldaat moet zijn geweest. Op Lijssenthoek liggen enkele van de in de streek gefussileerde soldaten begraven.

Het oude front belicht

Op vrijdag 17 oktober dit jaar zullen 8750 fakkeldragers het zogeheten Lichtfront vormen, langs de frontlijn zoals die zich in november 1914 in België had gevormd, van Nieuwpoort aan de West-Vlaamse kust tot Ploegsteert aan de Franse grens. In het Memoriaal voor Koning Albert I in Nieuwpoort, de IJzertoren in Diksmuide en het belfort van Ieper worden de namen geprojecteerd van oorlogsslachtoffers – een lijst die in de afgelopen jaren is opgesteld door het Kenniscentrum van het In Flanders Fields Museum.

Kemmelberg

De Kemmelberg biedt een fantastisch uit zicht over het westelijke front, je kunt er kijken van de IJzervlakte tot in Noord-Frankrijk. De berg was de hele oorlog in geallieerde handen, tot hij korte tijd door de Duitsers werd veroverd tijdens hun laatste grote offensief in het voorjaar van 1918. In de buurt ligt ook de Lone Tree Crater, ook wel Spanbroekmolenkrater of Pool of Peace genoemd: een van de grootste mijntrechters van het westfront en nu een ‘vredige vijver’ omgeven door bomen.

Fietsen: de POP-route

Voor wie houdt van fietsen door glooiend landschap, is er de POP-route, een tocht van zo’n 35 kilometer door Poperinge en zijn achterland, met zijn vele hopvelden, begraafplaatsen en monumenten die herinneren aan het leven achter het front van de Grote Oorlog. Een folder is onder meer verkrijgbaar in het In Flanders Fields Museum; elke bezienswaardigheid is voorzien van een tekst van museumcoördinator Piet Chielens. Uitgebreide informatie over elke locatie op de Pop-route vind je op deze website.

Restaurants

De Fonderie, Polenlaan 3, Ieper
De Passage, Veurnestraat 11-13, Poperinge

Lees meer over de Eerste Wereldoorlog…
Op 12 juni verschijnt een reportage in de nieuwe Traveler over het westelijke front in Frankrijk. Meer over het leven achter het front in de Vlaamse Westhoek is te lezen in het augustusnummer van het Magazine (31 juli in de winkel).

Een goede Nederlandstalige reisgids over het westelijke front is Velden van Weleer van Chrisje en Kees Brants. Het boekje staat boordevol historische en praktische informatie, en is rijkelijk voorzien van citaten van soldaten en schrijvers die dagboeken bijhielden tijdens de oorlog, of boeken schreven na afloop ervan. Meer over de Westhoek is te vinden op de website van Toerisme Vlaanderen.

Lees meer