Digital Nomad

Whaligoe Steps: het best bewaarde geheim van Noord-Schotland

Tijdens mijn roadtrip over de North Coast 500 in Schotland ontdek ik de Whaligoe Steps: 337 treden in een rotswand die in een kloof recht naar beneden afdalen naar een eeuwenoude haven. donderdag, 9 november

Door Veerle Witte

Je zou er zo voorbij rijden – wat ik dus ook deed – maar met de juiste aanwijzingen bereik ik bij de tweede poging mijn bestemming. Ik parkeer mijn auto langs een rij vissershuisjes. ‘Hi ya,’ roept een man met tatoeages en een grijze snor me van een afstandje toe terwijl hij van zijn grasmaaier stapt. Deze vriendelijke begroeting zal ik nog veel horen tijdens mijn reis door Schotland. ‘Zijn de Whaligoe Steps hier in de buurt?’ vraag ik. ‘Oh, yeah!’ roept hij uit. ‘Hier recht beneden in de klif. Ik onderhoud die trap al 24 jaar! Wacht, ik wil je wat laten zien!’ zegt hij terwijl hij richting zijn huis rent.

Hij komt naar buiten met een versleten lijst met een zwart-witfoto van de Whaligoe Steps. 'Uit 1945!' roept hij trots. 'Kijk, dit is mijn opa die hier staat, naast Willie Sinclair: de laatste visserman van Whaligoe.’ Samen hadden zij de laatste vissersboot van dit voormalige haventje. ‘Weet je eigenlijk waarom Whaligoe zo heet?' Hij wacht niet op antwoord en vervolgt in een sterk Schots accent: 'Vroeger spoelden er regelmatig walvissen aan tegen de trappen, die dan omhoog werden getrokken langs de kliffen.’

Hij wijst naar de foto: ‘De taak van de vrouwen was om de verse vis in manden omhoog te dragen. Toen had Whaligoe Steps nog 365 treden: één voor iedere dag van het jaar,’ aldus de man die zichzelf inmiddels heeft voorgesteld als Davy Nicolson. ‘Nu zijn er nog maar 337 treden over, de rest is gestolen. Maar ik zal je niet langer ophouden… Ga het zelf maar zien!’

Ik wandel naar de kloof. Tussen de traptreden groeien die roze bloemen die ik vorig jaar ook zoveel in Noord-Ierland zag, evenals paardenbloemen, margrieten en andere wilde bloemen. Zo'n beetje elke trede biedt weer een nieuw uitzicht op de diepe kustinham die onder me ligt. De kloof zit vol nestelende zeevogels, zoals aasgolvers en meeuwen. Wanneer je helemaal beneden bent, omringd door de recht oprijzende kliffen van de kloof, echoot hun gekwetter en gezang tot een waar concert. Ik vind inderdaad de oude verroeste kettingen waarover Davy me net vertelde: daar werden vroeger de boten mee binnengehaald. 

Ik heb de kloof helemaal voor mezelf. Naast de ruïnes van het voormalige zouthuis, waar de haring gezouten werd, ga ik zitten op de rotsen en kijk uit over zee. De vogels vliegen in en uit naar hun nesten, de avondzon licht de kliffen rechts van mij op. Ik weet niet hoe lang ik hier precies ben gebleven, maar wanneer ik halverwege de trap nog foto’s aan het maken ben, hoor ik plotseling iemand de trap afkomen. Het is Davy. ‘Here ya are! Je bleef zo lang weg, dat ik me ongerust ging maken,’ grijnst hij. Vrolijk gaat het verder met vertellen: ‘Vier dagen geleden zag ik nog twee dwergvinvissen voorbij komen. Hier recht voor!’ Die zitten hier schijnbaar veel.

We wandelen de steile trap weer terug omhoog. ‘Blijf je nog een paar dagen in de buurt?’ vraagt hij. Ik antwoord van niet, dat ik mijn weg zal vervolgen langs de North Coast 500. ‘Maar als ik weer eens deze kant opkom, kom ik zeker langs,’ zeg ik. ‘Ah, lovely!’ zegt hij met een grote lach. ‘Je weet me te vinden: huis nummer 3!’

Volg mijn avonturen door Schotland live op Twitter, waar ik meerdere keren per dag foto’s en updates plaats!

---
Deze reis wordt mede mogelijk gemaakt door Buro Scanbrit. Wil je zelf een vergelijkbare reis maken, kijk dan hier.
---